Artikel II.170/9
§ 1. De instellingen, vermeld in artikel II.2 en II.3, vragen de opleidingsaccreditatie op maat van de eigen regie aan bij de accreditatieorganisatie voor al de volgende opleidingen :
- 1°voor de opleidingen die erkend zijn als nieuwe opleiding conform artikel II.152;
- 2°voor de opleidingen waarvan de studieomvang uitgebreid is of die erkend zijn als onderzoeksmaster, conform hoofdstuk 9, afdeling 4;
- 2°/1voor de opleidingen, vermeld in artikel II.160, § 9, waarvan de studieomvang is uitgebreid;
- 3°voor de opleidingen die geacht geaccrediteerd te zijn conform artikel II.151;
- 4°voor de opleidingen die een positief accreditatiebesluit met een beperkte geldigheidsduur hebben ontvangen als vermeld in artikel II.170/13, § 4, 2° ;
- 5°na een negatief besluit instellingsreview, voor de opleidingen waarvan de accreditatietermijn vervalt, vermeld in artikel II.170/8, § 1, 3° ;
- 6°voor de graduaatsopleidingen die zijn omgevormd en erkend als nieuwe opleiding conform de procedure, vermeld in artikel II.395.
- 7°voor de anderstalige initiële bachelor- of masteropleidingen die de toelating kregen om georganiseerd te worden conform artikel II.263, §3, vierde lid, 1°, als de aanvraag bij de Commissie Hoger Onderwijs gebeurde na 1 september 2024.
De accreditatie van gezamenlijk georganiseerde opleidingen die voltooid worden met een gezamenlijk diploma als vermeld in artikel II.171, wordt verleend op gezamenlijke aanvraag van de betrokken Vlaamse instellingsbesturen.
De accreditatieaanvraag wordt ingediend uiterlijk acht maanden voor de lopende accreditatie of de erkenning als nieuwe opleiding verstrijkt. De termijnen worden berekend van maand tot maand en van dag tot dag. In die termijnen is de dag waarop de termijn verstrijkt inbegrepen.
De toelating voor de organisatie van de opleidingen, vermeld in het eerste lid, 7°, vervalt op het einde van het tweede academiejaar dat volgt op het einde van het academiejaar waarin de studieomvang die bepaald is voor de nieuwe opleiding, voor de eerste keer geheel doorlopen werd. De accreditatieaanvraag voor die opleidingen wordt ingediend uiterlijk elf maanden voor de toelating verstrijkt. De termijnen worden berekend van maand tot maand en van dag tot dag. In die termijnen is de dag waarop de termijn verstrijkt inbegrepen.
In afwijking van het tweede lid dient er voor het gezamenlijk organiseren door meerdere hogeronderwijsinstellingen van een verkort traject van opleidingen die geaccrediteerd zijn bij elk van de betrokken instellingen geen accreditatieaanvraag te worden ingediend.
§ 2. Als een instelling een negatief besluit instellingsreview heeft, dan kan de accreditatieorganisatie, in overleg met de betrokken instelling, de accreditatietermijn van de opleidingen waarvan de accreditatietermijn vervalt in de geldigheidsduur van het negatief besluit, aanpassen. In dat geval wordt ervoor gezorgd dat alle opleidingen waarvan de accreditatietermijn vervalt in deze geldigheidsduur van het negatieve besluit een nieuwe accreditatie aanvragen binnen de geldigheidsduur van dit negatief besluit.
§ 3. In het beoordelingskader, vermeld in artikel II.170/12, worden de vorm en de inhoud van het dossier vastgelegd dat bij de aanvraag moet worden gevoegd.
§ 4. Als een aanvraag niet voldoet aan punt 4° van het beoordelingskader, vermeld in artikel II.170/12, eerste lid, biedt de accreditatieorganisatie de mogelijkheid om het verzuim te herstellen binnen een termijn die de accreditatieorganisatie bepaalt. Als geen dan wel op niet afdoende wijze gebruik wordt gemaakt van de voormelde mogelijkheid, wordt de aanvraag onontvankelijk verklaard. De accreditatie-organisatie kan nadere regelen voor de procedure vaststellen in het beoordelingskader.