- 1 september 2026 Decreet tot wijziging van diverse decreten betreffende het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht #864 2026006140
+1 −1 art. VII.2 1 De Commissie bestaat uit een kamer voor het basisonderwijs en een kamer voor het secundair onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs, voorgezeten door één onafhankelijke persoon die aangesteld wordt door de Vlaamse Regering en bijgestaan door één ambtenaar van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, die fungeert als secretaris. 1 De Commissie bestaat uit een kamer voor het basisonderwijs en een kamer voor het secundair onderwijs, de GI-school, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht de centra voor leerlingenbegeleiding, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs, voorgezeten door één onafhankelijke persoon die aangesteld wordt door de Vlaamse Regering en bijgestaan door één ambtenaar van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, die fungeert als secretaris. 2 Iedere kamer omvat : 2 Iedere kamer omvat : 3 1° een lid dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 205 van het Gerechtelijk Wetboek; 3 1° een lid dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 205 van het Gerechtelijk Wetboek; - 1 januari 2017 Codificatie: Gecodificeerd Decreet van 28 oktober 2016 sommige bepalingen voor het onderwijs 2016036660
+6 −0 art. VII.2 nieuw 1 De Commissie bestaat uit een kamer voor het basisonderwijs en een kamer voor het secundair onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs, voorgezeten door één onafhankelijke persoon die aangesteld wordt door de Vlaamse Regering en bijgestaan door één ambtenaar van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, die fungeert als secretaris. 2 Iedere kamer omvat : 3 1° een lid dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 205 van het Gerechtelijk Wetboek; 4 2° een deskundige op het gebied van de consumentenbescherming; 5 3° twee leden, vertrouwd met het onderwijsveld. 6 De Vlaamse Regering stelt de leden en hun plaatsvervangers aan en bepaalt de wijze waarop zij vergoed worden.