Decreet tot wijziging van verschillende decreten van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de werking van de Vlaamse onderwijsinspectie
21 artikels gewijzigd
| 1 | Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : | 1 | Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : |
| 2 | 1° afstandsonderwijs : onderwijs dat via media wordt verstrekt, waardoor de cursist niet aan een bepaald tijdstip of plaats van onderwijsverstrekking is gebonden; | 2 | 1° afstandsonderwijs : onderwijs dat via media wordt verstrekt, waardoor de cursist niet aan een bepaald tijdstip of plaats van onderwijsverstrekking is gebonden; |
| 3 | 1° bis Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen: het agentschap, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen; | ||
| 3 | 2° basiscompetenties : doelen, afgeleid uit een referentiekader, met betrekking tot de kennis, vaardigheden en attitudes waarover een cursist beschikt om zich persoonlijk te ontwikkelen of maatschappelijk te functioneren of vervolgonderwijs aan te vatten of als beginnend beroepsbeoefenaar te kunnen fungeren. Voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs worden hiermee de competenties, als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, bedoeld; | 4 | 2° basiscompetenties : doelen, afgeleid uit een referentiekader, met betrekking tot de kennis, vaardigheden en attitudes waarover een cursist beschikt om zich persoonlijk te ontwikkelen of maatschappelijk te functioneren of vervolgonderwijs aan te vatten of als beginnend beroepsbeoefenaar te kunnen fungeren. Voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs worden hiermee de competenties, als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, bedoeld; |
| 4 | 2° bis een beroepskwalificatie : een afgerond en ingeschaald geheel van competenties waarmee een beroep kan uitgeoefend worden als vermeld in artikel 8 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur; | 5 | 2° bis een beroepskwalificatie : een afgerond en ingeschaald geheel van competenties waarmee een beroep kan uitgeoefend worden als vermeld in artikel 8 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur; |
| 1 | §1. Met inachtneming van de door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen beschikt elk centrumbestuur over de vrijheid om de leerplannen vast te stellen en kiest het vrij zijn agogische methodes. | 1 | §1. Met inachtneming van de door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen beschikt elk centrumbestuur over de vrijheid om de leerplannen vast te stellen en kiest het vrij zijn agogische methodes. |
| 2 | §2. De leerplannen bevatten de doelen die het centrumbestuur uitdrukkelijk formuleert voor haar cursisten vanuit het eigen agogische project in het algemeen of de eigen visie op de opleiding in het bijzonder. In de leerplannen worden de eindtermen, de specifieke eindtermen of de basiscompetenties op herkenbare wijze opgenomen. | 2 | §2. De leerplannen bevatten de doelen die het centrumbestuur uitdrukkelijk formuleert voor haar cursisten vanuit het eigen agogische project in het algemeen of de eigen visie op de opleiding in het bijzonder. In de leerplannen worden de eindtermen, de specifieke eindtermen of de basiscompetenties op herkenbare wijze opgenomen. |
| 3 | Het leerplan moet voldoende ruimte laten voor de inbreng van centra, leraren, lerarenteams of cursisten. | 3 | Het leerplan moet voldoende ruimte laten voor de inbreng van centra, leraren, lerarenteams of cursisten. |
| 4 | Het leerplan bevat een concordantietabel met de overeenkomst tussen de eindtermen en de basiscompetenties vastgelegd bij decreet of besluit, en de leerplandoelen. | ||
| 4 | §3. Met het oog op het waarborgen van het studie-peil keurt de Vlaamse Regering de leerplannen van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7 of artikel 10, goed volgens de vooraf door haar bepaalde criteria. | 5 | §3. Om het studiepeil te waarborgen, ontwikkelt het centrumbestuur leerplannen van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7 of 10, die beperkt zijn in omvang. |
| 6 | Leerplannen worden ter goedkeuring voorgelegd aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Voormeld agentschap toetst of de eindtermen en de basiscompetenties, zoals vermeld in artikel 24, volledig en correct zijn omgezet in het leerplan en dit plan geen elementen bevat die tegenstrijdig zijn met de vastgestelde eindtermen en basiscompetenties. | ||
| 7 | De Vlaamse Regering kan nadere bepalingen vastleggen met betrekking tot de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen. Leerplannen zijn een aanvullend instrument voor de onderwijsinspectie om het kwaliteitsbeleid van een centrum te kaderen. |
| 1 | Elk centrumbestuur ontwikkelt een kwaliteitszorgsysteem met betrekking tot : | 1 | Elk centrumbestuur voert een kwaliteitsbeleid met betrekking tot : |
| 2 | 1° de organisatie van het onderwijsaanbod; | 2 | 1° de organisatie van het onderwijsaanbod; |
| 3 | 2° de leertrajectbegeleiding op het niveau van de individuele cursist; | 3 | 2° de leertrajectbegeleiding op het niveau van de individuele cursist; |
| 7 | 6° de uitvoering van de administratieve en organisatorische opdrachten en bevoegdheden die door dit decreet of door de Vlaamse Regering worden toegewezen aan de centra; | 7 | 6° de uitvoering van de administratieve en organisatorische opdrachten en bevoegdheden die door dit decreet of door de Vlaamse Regering worden toegewezen aan de centra; |
| 8 | 7° de permanente vorming van het personeel. | 8 | 7° de permanente vorming van het personeel. |
| 9 | De centra realiseren dit kwaliteitszorgsysteem door permanent en op eigen initiatief toe te zien op de kwaliteit van hun onderwijsactiviteiten. | 9 | De centra realiseren het kwaliteitsbeleid, vermeld in het eerste lid, door permanent en op eigen initiatief toe te zien op de kwaliteit van hun onderwijsactiviteiten. |
| 1 | De bevoegde inspectie gaat tijdens de doorlichting van de centra na of ze de opdracht inzake kwaliteitszorg, vermeld in artikel 52, uitvoeren. | 1 | De bevoegde inspectie gaat tijdens de doorlichting van de centra na of ze de opdracht, vermeld in artikel 52, uitvoeren. |
| 9 | 8° beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen over eindtermen, specifieke eindtermen, basiscompetenties, opleidingsprofielen en leerplannen; | 9 | 8° beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen over eindtermen, specifieke eindtermen, basiscompetenties, opleidingsprofielen en leerplannen; |
| 10 | 9° ... | 10 | 9° ... |
| 11 | 10° zonder onderscheid elke cursist inschrijven voor de opleiding die hij wil volgen. | 11 | 10° zonder onderscheid elke cursist inschrijven voor de opleiding die hij wil volgen; |
| 12 | 11° een kwaliteitsbeleid voeren conform artikel 52 van dit decreet, en als vermeld in artikel 4, §2, eerste lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, met het oog op het tegemoetkomen aan het referentiekader voor onderwijskwaliteit. | ||
| 1 | Tijdens de periode 1 september 2001 tot en met 31 augustus 2008 kan het getuigschrift, vermeld in artikel 41, § 3, ook samen met het certificaat van de opleiding kantooradministratie en gegevensbeheer BSO 3 of het certificaat van de opleiding boekhouden-informatica TSO 3 van het studiegebied handel worden uitgereikt, in het geval het bestuur van het Centrum voor Volwassenenonderwijs hiervoor over een goedgekeurd leerplan beschikt. |
| 6 | 4° bis afzondering: het verblijf van een persoon in een ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten; | 6 | 4° bis afzondering: het verblijf van een persoon in een ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten; |
| 7 | 4° bis/1 afzonderingskamer: een specifieke, veilig ingerichte, hoog beveiligde ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten; | 7 | 4° bis/1 afzonderingskamer: een specifieke, veilig ingerichte, hoog beveiligde ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten; |
| 8 | 4° bis/1/1 Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen: het agentschap, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen; | ||
| 8 | 4° bis/2 Agion : Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs; | 9 | 4° bis/2 Agion : Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs; |
| 9 | 4° ter Agodi : Agentschap voor Onderwijsdiensten; | 10 | 4° ter Agodi : Agentschap voor Onderwijsdiensten; |
| 1 | §1. Als een schoolbestuur oordeelt dat de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of er onverzoenbaar mee zijn, dient het bij de regering een aanvraag tot gelijk-waardigheid in door vervangende minimumdoelen voor te stellen. Het school-bestuur dient die aanvraag in, uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de vervangende minimumdoelen zullen gelden. | 1 | §1. Als een schoolbestuur oordeelt dat de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of er onverzoenbaar mee zijn, dient het bij de regering een aanvraag tot gelijk-waardigheid in door vervangende minimumdoelen voor te stellen. Het school-bestuur dient die aanvraag in, uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de vervangende minimumdoelen zullen gelden. |
| 2 | In afwijking van het eerste lid kunnen aanvragen tot gelijkwaardigheid voor het schooljaar 2026-2027 ingediend worden tot en met 30 november 2025. | 2 | In afwijking van het eerste lid kunnen aanvragen tot gelijkwaardigheid voor het schooljaar 2026-2027 ingediend worden tot en met 15 januari 2026. |
| 3 | Als de aanvraag wordt ingediend naar aanleiding van een wijziging van minimumdoelen, geldt een gedoogperiode van één volledig schooljaar waar-binnen de aanvrager nog met de oude eindtermen of minimumdoelen of ontwikkelingsdoelen of in voorkomend geval oude afwijkende eindtermen of minimum¬doelen of ontwikkelingsdoelen mag werken. | 3 | Als de aanvraag wordt ingediend naar aanleiding van een wijziging van minimumdoelen, geldt een gedoogperiode van één volledig schooljaar waar-binnen de aanvrager nog met de oude eindtermen of minimumdoelen of ontwikkelingsdoelen of in voorkomend geval oude afwijkende eindtermen of minimum¬doelen of ontwikkelingsdoelen mag werken. |
| 4 | De aanvraag is alleen ontvankelijk als precies wordt aangegeven waarom de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of waarom ze er onverzoenbaar mee zijn. Het schoolbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende minimumdoelen voor. | 4 | De aanvraag is alleen ontvankelijk als precies wordt aangegeven waarom de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of waarom ze er onverzoenbaar mee zijn. Het schoolbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende minimumdoelen voor. |
| 5 | §2. De regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en, zo ja, of de vervangende minimumdoelen in hun geheel gelijkwaardig zijn met die minimumdoelen goedgekeurd door het Vlaams Parlement, en bijgevolg toelaten gelijkwaardige studiebewijzen af te leveren. De regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag. | 5 | §2. De regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en, zo ja, of de vervangende minimumdoelen in hun geheel gelijkwaardig zijn met die minimumdoelen goedgekeurd door het Vlaams Parlement, en bijgevolg toelaten gelijkwaardige studiebewijzen af te leveren. De regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag. |
| 6 | De gelijkwaardigheid wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: | 6 | De gelijkwaardigheid wordt in haar geheel beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: |
| 7 | 1° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden; | 7 | 1° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden; |
| 8 | 2° de vereiste inhoud, in functie van de sleutelcompetenties, zoals bepaald in artikel 44; | ||
| 8 | 2° de vereiste inhoud: | ||
| 9 | a) het onderwijsaanbod in de minimumdoelen voor het kleuteronderwijs omvat de inhouden van de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, wetenschap en techniek, lichamelijke opvoeding, muzische vorming, attitudes; | ||
| 10 | b) het onderwijsaanbod in de minimumdoelen voor het lager onderwijs omvat de inhouden van de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, wetenschap en techniek, ICT, lichamelijke opvoeding, muzische vorming, attitudes, en Frans naargelang van het geval; | ||
| 9 | 3° de formulering | 11 | 3° de formulering: |
| 10 | a) gebeurt onder de vorm van na te streven of te bereiken minimumdoelen, naargelang van het geval; | 12 | a) gebeurt in de vorm van te bereiken of na te streven minimumdoelen, naargelang van het geval; |
| 11 | b) laat toe om na te gaan in welke mate bij een leerlingenpopulatie minimumdoelen worden nagestreefd of bereikt. | 13 | b) laat toe om na te gaan in welke mate bij een leerlingenpopulatie of een leerling minimumdoelen worden bereikt of nagestreefd, naargelang van het ge-val; |
| 14 | 4° de ordening van de minimumdoelen, vermeld in artikel 44, §1, 1°. | ||
| 12 | Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid wordt het gemotiveerd advies ingewonnen van een commissie van deskundigen en van de onderwijsinspectie en wordt telkens de aanvrager gehoord. De regering bepaalt de verdere regels voor de samenstelling van de commissie van deskundigen en van de procedure. | 15 | Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid wordt het gemotiveerd advies ingewonnen van een commissie van deskundigen en van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen en wordt telkens de aanvrager gehoord. De regering bepaalt de verdere regels voor de samenstelling van de commissie van deskundigen en van de procedure. |
| 13 | § 3. De vervangende na te streven of te bereiken minimumdoelen die door de regering ontvankelijk en gelijkwaardig zijn beoordeeld, worden binnen zes maanden ter goedkeuring ingediend bij het Vlaams Parlement. | 16 | § 3. De vervangende na te streven of te bereiken minimumdoelen die door de regering ontvankelijk en gelijkwaardig zijn beoordeeld, worden binnen zes maanden ter goedkeuring ingediend bij het Vlaams Parlement. |
| 1 | §1. Als een schoolbestuur oordeelt dat de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of er onverzoenbaar mee zijn, dient het bij de regering een aanvraag tot gelijk-waardigheid in door vervangende minimumdoelen voor te stellen. Het school-bestuur dient die aanvraag in, uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de vervangende minimumdoelen zullen gelden. | 1 | §1. Als een schoolbestuur oordeelt dat de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of er onverzoenbaar mee zijn, dient het bij de regering een aanvraag tot gelijk-waardigheid in door vervangende minimumdoelen voor te stellen. Het school-bestuur dient die aanvraag in, uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de vervangende minimumdoelen zullen gelden. |
| 2 | In afwijking van het eerste lid kunnen aanvragen tot gelijkwaardigheid voor het schooljaar 2026-2027 ingediend worden tot en met 30 november 2025. | 2 | In afwijking van het eerste lid kunnen aanvragen tot gelijkwaardigheid voor het schooljaar 2026-2027 ingediend worden tot en met 15 januari 2026. |
| 3 | Als de aanvraag wordt ingediend naar aanleiding van een wijziging van minimumdoelen, geldt een gedoogperiode van één volledig schooljaar waar-binnen de aanvrager nog met de oude eindtermen of minimumdoelen of ontwikkelingsdoelen of in voorkomend geval oude afwijkende eindtermen of minimum¬doelen of ontwikkelingsdoelen mag werken. | 3 | Als de aanvraag wordt ingediend naar aanleiding van een wijziging van minimumdoelen, geldt een gedoogperiode van één volledig schooljaar waar-binnen de aanvrager nog met de oude eindtermen of minimumdoelen of ontwikkelingsdoelen of in voorkomend geval oude afwijkende eindtermen of minimum¬doelen of ontwikkelingsdoelen mag werken. |
| 4 | De aanvraag is alleen ontvankelijk als precies wordt aangegeven waarom de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of waarom ze er onverzoenbaar mee zijn. Het schoolbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende minimumdoelen voor. | 4 | De aanvraag is alleen ontvankelijk als precies wordt aangegeven waarom de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of waarom ze er onverzoenbaar mee zijn. Het schoolbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende minimumdoelen voor. |
| 5 | §2. De regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en, zo ja, of de vervangende minimumdoelen in hun geheel gelijkwaardig zijn met die minimumdoelen goedgekeurd door het Vlaams Parlement, en bijgevolg toelaten gelijkwaardige studiebewijzen af te leveren. De regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag. | 5 | §2. De regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en, zo ja, of de vervangende minimumdoelen in hun geheel gelijkwaardig zijn met die minimumdoelen goedgekeurd door het Vlaams Parlement, en bijgevolg toelaten gelijkwaardige studiebewijzen af te leveren. De regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag. |
| 6 | De gelijkwaardigheid wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: | 6 | De gelijkwaardigheid wordt in haar geheel beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: |
| 7 | 1° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden; | 7 | 1° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden; |
| 8 | 2° de vereiste inhoud, in functie van de sleutelcompetenties, zoals bepaald in artikel 44; | ||
| 8 | 2° de vereiste inhoud: | ||
| 9 | a) het onderwijsaanbod in de minimumdoelen voor het kleuteronderwijs omvat de inhouden van de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, wetenschap en techniek, lichamelijke opvoeding, muzische vorming, attitudes; | ||
| 10 | b) het onderwijsaanbod in de minimumdoelen voor het lager onderwijs omvat de inhouden van de vakdisciplines Nederlands, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, wetenschap en techniek, ICT, lichamelijke opvoeding, muzische vorming, attitudes, en Frans naargelang van het geval; | ||
| 9 | 3° de formulering | 11 | 3° de formulering: |
| 10 | a) gebeurt onder de vorm van na te streven of te bereiken minimumdoelen, naargelang van het geval; | 12 | a) gebeurt in de vorm van te bereiken of na te streven minimumdoelen, naargelang van het geval; |
| 11 | b) laat toe om na te gaan in welke mate bij een leerlingenpopulatie minimumdoelen worden nagestreefd of bereikt. | 13 | b) laat toe om na te gaan in welke mate bij een leerlingenpopulatie of een leerling minimumdoelen worden bereikt of nagestreefd, naargelang van het ge-val; |
| 14 | 4° de ordening van de minimumdoelen, vermeld in artikel 44, §1, 1°. | ||
| 12 | Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid wordt het gemotiveerd advies ingewonnen van een commissie van deskundigen en van de onderwijsinspectie en wordt telkens de aanvrager gehoord. De regering bepaalt de verdere regels voor de samenstelling van de commissie van deskundigen en van de procedure. | 15 | Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid wordt het gemotiveerd advies ingewonnen van een commissie van deskundigen en van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen en wordt telkens de aanvrager gehoord. De regering bepaalt de verdere regels voor de samenstelling van de commissie van deskundigen en van de procedure. |
| 13 | § 3. De vervangende na te streven of te bereiken minimumdoelen die door de regering ontvankelijk en gelijkwaardig zijn beoordeeld, worden binnen zes maanden ter goedkeuring ingediend bij het Vlaams Parlement. | 16 | § 3. De vervangende na te streven of te bereiken minimumdoelen die door de regering ontvankelijk en gelijkwaardig zijn beoordeeld, worden binnen zes maanden ter goedkeuring ingediend bij het Vlaams Parlement. |
| 12 | 11° in het geheel van haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder eerbiedigt. | 12 | 11° in het geheel van haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder eerbiedigt. |
| 13 | 12° een doeltreffend beleid voert om het rookverbod kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid zoals vermeld in het school- of arbeidsreglement; | 13 | 12° een doeltreffend beleid voert om het rookverbod kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid zoals vermeld in het school- of arbeidsreglement; |
| 14 | 13° een doeltreffend beleid voert om het verbod op het gebruik van slimme apparaten bekend te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid dat is opgenomen in het schoolreglement. | 14 | 13° een doeltreffend beleid voert om het verbod op het gebruik van slimme apparaten bekend te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid dat is opgenomen in het schoolreglement; |
| 15 | 14° een kwaliteitsbeleid voert als vermeld in artikel 4, §2, eerste lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, met het oog op het tegemoetkomen aan het referentiekader voor onderwijskwaliteit. | ||
| 15 | § 2. Een officiële school beantwoordt onverminderd § 1 aan volgende erkenningsvoorwaarden: | 16 | § 2. Een officiële school beantwoordt onverminderd § 1 aan volgende erkenningsvoorwaarden: |
| 16 | 1° een open karakter hebben door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdien-stige opvattingen van de ouders en de leerling; | 17 | 1° een open karakter hebben door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdien-stige opvattingen van de ouders en de leerling; |
| 10 | § 5. De oprichting vanaf 1 september van een nieuw type van vrije keuze kan pas na een gunstige beslissing van de regering. | 10 | § 5. De oprichting vanaf 1 september van een nieuw type van vrije keuze kan pas na een gunstige beslissing van de regering. |
| 11 | Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi. | 11 | Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi. |
| 12 | De regering neemt deze beslissing na advies van AgODi en de onderwijsinspectie. | 12 | De regering neemt deze beslissing na advies van AgODi. |
| 13 | § 6. Als een schoolbestuur dat van de regering een goedkeuring heeft gekregen voor de oprichting van een nieuw type van vrije keuze, er, conform paragraaf 1, tweede lid, voor kiest om de oprichting ervan met een schooljaar uit te stellen, hoeft het schoolbestuur niet opnieuw een oprichtingsdossier in te dienen of een goedkeuring te krijgen van de regering, conform paragraaf 4 en 5. | 13 | § 6. Als een schoolbestuur dat van de regering een goedkeuring heeft gekregen voor de oprichting van een nieuw type van vrije keuze, er, conform paragraaf 1, tweede lid, voor kiest om de oprichting ervan met een schooljaar uit te stellen, hoeft het schoolbestuur niet opnieuw een oprichtingsdossier in te dienen of een goedkeuring te krijgen van de regering, conform paragraaf 4 en 5. |
| 11 | § 4. De oprichting vanaf 1 september van een nieuw type kan pas na een gunstige beslissing van de regering. | 11 | § 4. De oprichting vanaf 1 september van een nieuw type kan pas na een gunstige beslissing van de regering. |
| 12 | Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt. | 12 | Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt. |
| 13 | De regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi en de onderwijsinspectie. | 13 | De regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi. |
| 14 | § 5. De scholen voor buitengewoon basisonderwijs die tijdens het schooljaar 2014-2015 een aanbod type 1 of type 8 aanboden, bieden vanaf 1 september 2015 het basisaanbod aan als vermeld in artikel 10, § 1, 1°. Dit wordt niet beschouwd als een herstructurering. | 14 | § 5. De scholen voor buitengewoon basisonderwijs die tijdens het schooljaar 2014-2015 een aanbod type 1 of type 8 aanboden, bieden vanaf 1 september 2015 het basisaanbod aan als vermeld in artikel 10, § 1, 1°. Dit wordt niet beschouwd als een herstructurering. |
| 15 | De oprichting van type 9 in het schooljaar 2015-2016 wordt niet beschouwd als een herstructurering. | 15 | De oprichting van type 9 in het schooljaar 2015-2016 wordt niet beschouwd als een herstructurering. |
| 8 | De regering kan nadere regels bepalen over de inhoud en de vorm van het oprichtingsdossier en over de wijze waarop de kwaliteitsvoorwaarden worden beoordeeld. | 8 | De regering kan nadere regels bepalen over de inhoud en de vorm van het oprichtingsdossier en over de wijze waarop de kwaliteitsvoorwaarden worden beoordeeld. |
| 9 | §3. De oprichting vanaf 1 september van de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal kan pas na goedkeuring van de regering. | 9 | §3. De oprichting vanaf 1 september van de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal kan pas na goedkeuring van de regering. |
| 10 | Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier, vermeld in paragraaf 2, naar de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, die de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad, de onderwijsinspectie en aan de adviescommissie Vlaamse Gebarentaal bezorgen. | 10 | Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier, vermeld in paragraaf 2, naar de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, die de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad en aan de adviescommissie Vlaamse Gebarentaal bezorgen. |
| 11 | De regering neemt de beslissing, vermeld in het eerste lid, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad en de adviescommissie Vlaamse Gebarentaal over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en de onderwijsinspectie. | 11 | De regering neemt de beslissing, vermeld in het eerste lid, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad en de adviescommissie Vlaamse Gebarentaal over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. |
| 12 | §4. Een schoolbestuur kan zonder dat het een oprichtingsdossier hoeft in te dienen of de goedkeuring van de regering, vermeld in paragraaf 3, nodig heeft, de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal opnieuw inrichten in een school die maxi- maal twee schooljaren geleden voor het laatst de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal heeft ingericht, voor zover de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal in het laatste jaar van inrichting financierbaar of subsidieerbaar was. | 12 | §4. Een schoolbestuur kan zonder dat het een oprichtingsdossier hoeft in te dienen of de goedkeuring van de regering, vermeld in paragraaf 3, nodig heeft, de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal opnieuw inrichten in een school die maxi- maal twee schooljaren geleden voor het laatst de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal heeft ingericht, voor zover de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal in het laatste jaar van inrichting financierbaar of subsidieerbaar was. |
| 4 | 3° academiereglement : een reglement dat de betrekkingen tussen het schoolbestuur en de leerlingen en desgevallend de betrokken personen regelt; | 4 | 3° academiereglement : een reglement dat de betrekkingen tussen het schoolbestuur en de leerlingen en desgevallend de betrokken personen regelt; |
| 5 | 4° afstand : de afstand gemeten over de openbare weg; | 5 | 4° afstand : de afstand gemeten over de openbare weg; |
| 6 | 4°/1 Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen: het agentschap, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen; | ||
| 6 | 5° Agentschap voor Onderwijsdiensten : het agentschap, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Onderwijsdiensten; | 7 | 5° Agentschap voor Onderwijsdiensten : het agentschap, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Onderwijsdiensten; |
| 7 | 6° alternatieve leercontext : een vorm van opleiding complementair aan de leeractiviteiten van de academie. Dit is mogelijk in een reële arbeidscontext bij een werkgever, waarbij de leerling onder gelijkaardige omstandigheden als reguliere werknemers effectieve arbeid verricht, of in de context van een socio-culturele vereniging, waarbij de leerling deelneemt aan de werking van die vereniging, met de bedoeling bepaalde competenties te verwerven; | 8 | 6° alternatieve leercontext : een vorm van opleiding complementair aan de leeractiviteiten van de academie. Dit is mogelijk in een reële arbeidscontext bij een werkgever, waarbij de leerling onder gelijkaardige omstandigheden als reguliere werknemers effectieve arbeid verricht, of in de context van een socio-culturele vereniging, waarbij de leerling deelneemt aan de werking van die vereniging, met de bedoeling bepaalde competenties te verwerven; |
| 12 | 11° bewijs van competenties : een van rechtswege erkend studiebewijs dat de academie uitreikt aan een leerling die met goed gevolg een eerste, tweede of derde graad van een langlopende studierichting heeft beëindigd; | 13 | 11° bewijs van competenties : een van rechtswege erkend studiebewijs dat de academie uitreikt aan een leerling die met goed gevolg een eerste, tweede of derde graad van een langlopende studierichting heeft beëindigd; |
| 13 | 12° bijdrage : een bedrag dat een schoolbestuur aan een leerling bij zijn inschrijving kan vragen bovenop het inschrijvingsgeld, vermeld in punt 30° ; | 14 | 12° bijdrage : een bedrag dat een schoolbestuur aan een leerling bij zijn inschrijving kan vragen bovenop het inschrijvingsgeld, vermeld in punt 30° ; |
| 14 | 13° bijzondere vestigingsplaats: een gebouw of een gebouwencomplex waarin een orgel of beiaard tot het onroerend patrimonium behoort en waar uitsluitend orgel of beiaard gegeven worden of met moeilijk verplaatsbare slagwerkinstrumenten waar uitsluitend het vak slagwerk wordt gegeven die eigendom zijn van een socio-culturele vereniging, van een school voor secundair onderwijs of van een School of Arts en waar uitsluitend slagwerk gegeven wordt, of een gevangenis of een gesloten federaal centrum gelegen in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of een vestigingsplaats die voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 118bis; | 15 | 13° bijzondere vestigingsplaats: een gebouw of een gebouwencomplex waarin een orgel of beiaard tot het onroerend patrimonium behoort en waar uitsluitend orgel of beiaard gegeven worden of met moeilijk verplaatsbare slagwerkinstrumenten waar uitsluitend het vak slagwerk wordt gegeven die eigendom zijn van een socio-culturele vereniging, van een school voor secundair onderwijs of van een School of Arts en waar uitsluitend slagwerk gegeven wordt, of een gevangenis of een gesloten federaal centrum gelegen in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; |
| 15 | 14° capaciteit : het maximaal aantal leerlingen dat een schoolbestuur per opleiding vooropstelt om de onderwijskwaliteit te garanderen; | 16 | 14° capaciteit : het maximaal aantal leerlingen dat een schoolbestuur per opleiding vooropstelt om de onderwijskwaliteit te garanderen; |
| 16 | 15° cluster : opsomming van opties of muziekinstrumenten waarvoor een schoolbestuur als geheel onderwijsbevoegdheid kan verwerven; | 17 | 15° cluster : opsomming van opties of muziekinstrumenten waarvoor een schoolbestuur als geheel onderwijsbevoegdheid kan verwerven; |
| 8 | 5° de vervangende specifieke eindtermen slaan op vaardigheden, specifieke kennis, inzichten en attitudes die de leerlingen toelaten vervolgonderwijs aan te vatten; | 8 | 5° de vervangende specifieke eindtermen slaan op vaardigheden, specifieke kennis, inzichten en attitudes die de leerlingen toelaten vervolgonderwijs aan te vatten; |
| 9 | 6° de vervangende specifieke eindtermen of basiscompetenties zijn zo geformuleerd dat nagegaan kan worden in welke mate de leerlingen ze verwerven. | 9 | 6° de vervangende specifieke eindtermen of basiscompetenties zijn zo geformuleerd dat nagegaan kan worden in welke mate de leerlingen ze verwerven. |
| 10 | De Vlaamse Regering vraagt voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid het advies van de onderwijsinspectie en van een commissie ad hoc van onafhankelijke deskundigen. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels van die procedure, met dien verstande dat de aanvrager gehoord wordt. | 10 | De Vlaamse Regering vraagt voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid het advies van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, en van een commissie ad hoc van onafhankelijke deskundigen. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels van die procedure, met dien verstande dat de aanvrager gehoord wordt. |
| 11 | § 3. De academie dient uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de specifieke eindtermen en basiscompetenties zullen gelden, een afwijkingsaanvraag in. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag. | 11 | § 3. De academie dient uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de specifieke eindtermen en basiscompetenties zullen gelden, een afwijkingsaanvraag in. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag. |
| 12 | Een besluit over een afwijkingsaanvraag in verband met specifieke eindtermen, wordt binnen een termijn van zes maanden bekrachtigd bij decreet. Als het besluit niet binnen de voormelde termijn decretaal bekrachtigd wordt, houdt het op rechtskracht te hebben. | 12 | Een besluit over een afwijkingsaanvraag in verband met specifieke eindtermen, wordt binnen een termijn van zes maanden bekrachtigd bij decreet. Als het besluit niet binnen de voormelde termijn decretaal bekrachtigd wordt, houdt het op rechtskracht te hebben. |
| 1 | §1. Met inachtneming van de door de Vlaamse Regering opgelegde of gelijkwaardig verklaarde basiscompetenties, beroepskwalificaties en specifieke eindtermen, beschikt elk schoolbestuur over een goedgekeurd leerplan en kiest het vrij zijn pedagogische methodes. | 1 | §1. Met inachtneming van de door de Vlaamse Regering opgelegde of gelijkwaardig verklaarde basiscompetenties, beroepskwalificaties en specifieke eindtermen, beschikt elk schoolbestuur over een goedgekeurd leerplan en kiest het vrij zijn pedagogische methodes. |
| 2 | De leerplannen bevatten desgewenst de doelen die het schoolbestuur uitdrukkelijk formuleert voor zijn leerlingen vanuit het eigen artistiek-pedagogisch project. In de leerplannen worden op een herkenbare wijze opgenomen : | 2 | De leerplannen bevatten desgewenst de doelen die het schoolbestuur uitdrukkelijk formuleert voor zijn leerlingen vanuit het eigen artistiek-pedagogisch project. In de leerplannen worden op een herkenbare wijze opgenomen : |
| 3 | 1° de basiscompetenties; | 3 | 1° de basiscompetenties; |
| 4 | 2° de beroepskwalificaties; | 4 | 2° de beroepskwalificaties; |
| 5 | 3° de specifieke eindtermen. | 5 | 3° de specifieke eindtermen. |
| 6 | § 2. Om de kwaliteit van het deeltijds kunstonderwijs te waarborgen, keurt de Vlaamse Regering op basis van de criteria die de Vlaamse Regering bepaalt en op advies van de onderwijsinspectie de leerplannen goed. De Vlaamse Regering spreekt zich niet uit over de geformuleerde didactische werkvormen of pedagogische methodes. | ||
| 6 | Het leerplan bevat een concordantietabel met de overeenkomst tussen de onderwijsdoelen vastgelegd bij decreet of besluit, en de leerplandoelen. | ||
| 7 | §2. Om de kwaliteit van het deeltijds kunstonderwijs te waarborgen, ontwikkelt het schoolbestuur in omvang beperkte leerplannen die voldoende ruimte laten voor de inbreng van academies, leraren, lerarenteams of leerlingen. | ||
| 8 | Leerplannen worden ter goedkeuring voorgelegd aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Voormeld agentschap toetst of de basiscompetenties, de beroepskwalificaties en de specifieke eindtermen volledig en correct zijn omgezet in het leerplan en dit plan geen elementen bevat die tegenstrijdig zijn met de vastgestelde minimumdoelen. | ||
| 9 | De Vlaamse Regering kan nadere bepalingen vastleggen met betrekking tot de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen. Leerplannen zijn een aanvullend instrument voor de onderwijsinspectie om het kwaliteitsbeleid van een academie te kaderen. |
| 1 | § 1. Een leerling kan na overleg met directeur en betrokken leerkrachten een vak waarin kennis, vaardigheden of attitudes geïntegreerd verworven worden, geheel of gedeeltelijk vervangen door leeractiviteiten in een alternatieve leer-context die relevant is voor het verwerven van de basiscompetenties, specifieke eindtermen of het behalen van de beroepskwalificatie, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan : | 1 | § 1. Een leerling kan na overleg met directeur en betrokken leerkrachten een vak waarin kennis, vaardigheden of attitudes geïntegreerd verworven worden, geheel of gedeeltelijk vervangen door leeractiviteiten in een kwaliteitsvolle alternatieve leer-context die relevant is voor het verwerven van de basiscompetenties, specifieke eindtermen of het behalen van de beroepskwalificatie. |
| 2 | 1° de verantwoordelijke van de alternatieve leercontext biedt een kwaliteitsvolle leeromgeving aan; | ||
| 3 | 2° de verantwoordelijke van de alternatieve leercontext voorziet structurele inhoudelijke begeleiding van de leerling die het realiseren van de basiscompetenties, specifieke eindtermen of beroepskwalificatie mee garandeert; | ||
| 4 | 3° de leeractiviteiten in de alternatieve leercontext vinden plaats in een gebouw dat voldoet aan de normen inzake bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne. | ||
| 5 | De academie beschikt over een toetsingsinstrument dat door de onderwijsinspectie is gevalideerd om de kwaliteit van de leeromgeving te beoordelen. | ||
| 6 | De academie verzekert de opvolging van het leerproces en ontwikkelt daarvoor met toepassing van de reglementering inzake overleg en onderhandeling een afsprakenkader met alle betrokkenen. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering legt criteria op om de kwaliteit van de alternatieve leercontext, vermeld in het eerste lid, te waarborgen. | ||
| 3 | De academie verzekert in samenspraak met alle betrokkenen de opvolging van het leerproces. Dit gebeurt met toepassing van de reglementering over overleg en onderhandeling zoals bepaald in het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2000 houdende oprichting en samenstelling van de lokale comités voor de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs. | ||
| 7 | De academie evalueert de leerling en neemt daarvoor de nodige maatregelen. | 4 | De academie evalueert de leerling en neemt daarvoor de nodige maatregelen. |
| 8 | Opleidings- en vormingsactiviteiten van andere private of publieke opleidingsverstrekkers komen niet in aanmerking. | 5 | Opleidings- en vormingsactiviteiten van andere private of publieke opleidingsverstrekkers komen niet in aanmerking. |
| 13 | 11° informatie over extramurosactiviteiten; | 13 | 11° informatie over extramurosactiviteiten; |
| 14 | 12° de vermelding dat bij verandering van academie leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe academie tenzij daar door de leerling of de betrokken personen expliciet verzet tegen wordt gepleegd nadat ze op hun verzoek die gegevens hebben ingezien; | 14 | 12° de vermelding dat bij verandering van academie leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe academie tenzij daar door de leerling of de betrokken personen expliciet verzet tegen wordt gepleegd nadat ze op hun verzoek die gegevens hebben ingezien; |
| 15 | 13° het toetsingsinstrument als vermeld in artikel 57 met betrekking tot de relevante alternatieve leercontext; | 15 | 13° de procedure van de kwaliteitstoets met betrekking tot de relevante alternatieve leercontext; |
| 16 | 14° de uiterste datum waarop de leerling het inschrijvingsgeld betaalt conform artikel 90 en in voorkomend geval de mogelijkheden tot gespreide betaling, de uitschrijvingsregeling en de terugbetaling van het inschrijvingsgeld bij uitschrijving conform artikel 90 van dit decreet. | 16 | 14° de uiterste datum waarop de leerling het inschrijvingsgeld betaalt conform artikel 90 en in voorkomend geval de mogelijkheden tot gespreide betaling, de uitschrijvingsregeling en de terugbetaling van het inschrijvingsgeld bij uitschrijving conform artikel 90 van dit decreet. |
| 17 | Als na de toelichting, vermeld in het tweede lid, 10°, blijkt dat de leerling of de betrokken personen een kopie van de leerlingengegevens willen, hebben ze kopierecht. | 17 | Als na de toelichting, vermeld in het tweede lid, 10°, blijkt dat de leerling of de betrokken personen een kopie van de leerlingengegevens willen, hebben ze kopierecht. |
| 10 | 9° ze leeft de reglementering betreffende de onderwijsdoelen en leerplannen na; | 10 | 9° ze leeft de reglementering betreffende de onderwijsdoelen en leerplannen na; |
| 11 | 10° ze eerbiedigt in het geheel van haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de Rechten van de Mens en van het Kind in het bijzonder; | 11 | 10° ze eerbiedigt in het geheel van haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de Rechten van de Mens en van het Kind in het bijzonder; |
| 12 | 11° ze voert een doeltreffend beleid om het rookverbod, vermeld in artikel 4 van het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, kenbaar te maken en te handhaven, en dat controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid, vermeld in het academie- of arbeidsreglement. | 12 | 11° ze voert een doeltreffend beleid om het rookverbod, vermeld in artikel 4 van het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, kenbaar te maken en te handhaven, en dat controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid, vermeld in het academie- of arbeidsreglement; |
| 13 | 12° ze voert een kwaliteitsbeleid als vermeld in artikel 4, §2, eerste lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, met het oog op het tegemoetkomen aan het referentiekader voor onderwijskwaliteit. | ||
| 1 | De Vlaamse Regering kan een schoolbestuur toestaan een bijzondere vestigingsplaats zoals bedoeld in artikel 3, 13°, in gebruik te nemen, als aan de volgende voorwaarden is voldaan: | ||
| 2 | 1° het schoolbestuur toont aan dat de infrastructuur van de vestigingsplaats, haar specifieke toerusting of de aard van de leerlingenpopulatie die er verblijft, verantwoordt dat de rationalisatie- en programmatienormen niet op de vestigingsplaats van toepassing zijn; | ||
| 3 | 2° er is een protocol van de onderhandelingen in het bevoegde lokale comité over het in gebruik nemen van de vestigingsplaats . | 1 | De Vlaamse Regering kan een schoolbestuur toestaan een bijzondere vestigingsplaats in gebruik te nemen, op voorwaarde dat er een protocol van de onderhandelingen in het bevoegde lokale comité over het in gebruik nemen van de vestigingsplaats is. |
| 4 | Een aanvraag kan op elk moment in het schooljaar worden ingediend. | ||
| 5 | De Vlaamse Regering kan verdere modaliteiten vastleggen voor de manier waarop de aanvragen moeten worden ingediend en de wijze waarop ze worden beoordeeld. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten voor de melding van de ingebruikname van een bijzondere vestigingsplaats aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. |
| 7 | 2° de mate waarin de academie beschikt over een aangepaste infrastructuur en leermiddelen; | 7 | 2° de mate waarin de academie beschikt over een aangepaste infrastructuur en leermiddelen; |
| 8 | 3° de unieke opties en muziekinstrumenten en de rationele spreiding ervan. | 8 | 3° de unieke opties en muziekinstrumenten en de rationele spreiding ervan. |
| 9 | De Vlaamse Regering vraagt, voordat ze een beslissing als vermeld in het derde lid neemt, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad en de Onderwijsinspectie. | 9 | De Vlaamse Regering vraagt, voordat ze een beslissing als vermeld in het derde lid neemt, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad. |
| 10 | § 3. Een academie die gedurende drie opeenvolgende schooljaren geen enkele optie uit de clusters van opties, geen enkel muziekinstrument uit de clusters van muziekinstrumenten georganiseerd heeft, een optie of een muziekinstrument niet georganiseerd heeft, verliest vanaf het daaropvolgende schooljaar de onderwijsbevoegdheid voor die cluster van opties, cluster van muziekinstrumenten, optie of dat muziekinstrument. | 10 | § 3. Een academie die gedurende drie opeenvolgende schooljaren geen enkele optie uit de clusters van opties, geen enkel muziekinstrument uit de clusters van muziekinstrumenten georganiseerd heeft, een optie of een muziekinstrument niet georganiseerd heeft, verliest vanaf het daaropvolgende schooljaar de onderwijsbevoegdheid voor die cluster van opties, cluster van muziekinstrumenten, optie of dat muziekinstrument. |