§ flandrepo

Decreet over de lerenden en de organisatie in het onderwijs

Vlaamse Regering #312 Staatsblad 8 augustus 2025 NUMAC 2025005931
36 artikels gewijzigd
+2 −0 codex-hoger-onderwijs/art. II.78
287° Biomedische wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;287° Biomedische wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;
298° Onderwijskunde, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend.298° Onderwijskunde, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend.
30Op het grondgebied van de stad Kortrijk kan de Katholieke Universiteit Leuven in het studiegebied Handelswetenschappen en bedrijfskunde de opleiding master in de handelswetenschappen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graad van master verlenen.
31Voor de erkenning door de Vlaamse Regering van de opleiding, vermeld in het eerste lid, zijn de regels, vermeld in artikel II.153, §2 tot en met §6, niet van toepassing. De Katholieke Universiteit Leuven dient voor de opleiding, vermeld in het eerste lid, onmiddellijk een dossier in bij de accreditatieorganisatie.
30§3. In de vestiging Brussel-Hoofdstad kan de Katholieke Universiteit Leuven academisch gerichte opleidingen aanbieden en de graden die daarop betrekking hebben, verlenen in of over de volgende studiegebieden of delen van studiegebieden:32§3. In de vestiging Brussel-Hoofdstad kan de Katholieke Universiteit Leuven academisch gerichte opleidingen aanbieden en de graden die daarop betrekking hebben, verlenen in of over de volgende studiegebieden of delen van studiegebieden:
311° Architectuur, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;331° Architectuur, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;
+7 −4 codex-hoger-onderwijs/art. II.79
41° Toegepaste economische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;41° Toegepaste economische wetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;
52° Wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;52° Wetenschappen, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;
63° Geneeskunde, waarvoor de graad van bachelor kan worden verleend;63° Geneeskunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;
74° Verkeerskunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;74° Verkeerskunde, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;
85° Revalidatiewetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;85° Revalidatiewetenschappen, waarvoor de graden van bachelor en master kunnen worden verleend;
12§ 3. De Universiteit Hasselt kan in het administratief arrondissement Hasselt de educatieve masteropleiding Wetenschappen en Technologie aanbieden en de desbetreffende graad van master uitreiken in het studiegebied Wetenschappen. Zij sluit hiertoe een samenwerkingsovereenkomst af met een andere Vlaamse universiteit die bevoegd is om deze masteropleiding te organiseren.12§ 3. De Universiteit Hasselt kan in het administratief arrondissement Hasselt de educatieve masteropleiding Wetenschappen en Technologie aanbieden en de desbetreffende graad van master uitreiken in het studiegebied Wetenschappen. Zij sluit hiertoe een samenwerkingsovereenkomst af met een andere Vlaamse universiteit die bevoegd is om deze masteropleiding te organiseren.
13§ 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 en 3 kan de Universiteit Hasselt in het administratief arrondissement Hasselt de volgende academisch gerichte opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen:13§ 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 en 3 kan de Universiteit Hasselt in het administratief arrondissement Hasselt de volgende academisch gerichte opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen:
141° in het studiegebied Geneeskunde de opleiding master in de verpleegen vroedkunde en de daarop betrekking hebbende graad van master verlenen;
152° in het studiegebied Geneeskunde de opleiding master Systeemen procesinnovatie in de gezondheidszorg en de daarop betrekking hebbende graad van master verlenen;
141° ...;
152° ...;
163° in het studiegebied Wetenschappen de opleiding master in Materiomics en de daarop betrekking hebbende graad van master verlenen;163° in het studiegebied Wetenschappen de opleiding master in Materiomics en de daarop betrekking hebbende graad van master verlenen;
174° in het studiegebied Politieke en Sociale Wetenschappen de opleiding bachelor in de sociale wetenschappen en de daarop betrekking hebbende graad van bachelor verlenen.174° in het studiegebied Politieke en Sociale Wetenschappen de opleiding bachelor in de sociale wetenschappen en de daarop betrekking hebbende graad van bachelor verlenen;
185° in het studiegebied Politieke en Sociale Wetenschappen de oplei-ding master in de Sociale Wetenschappen.
19Voor de erkenning door de Vlaamse Regering van de opleiding, vermeld in het eerste lid, 5°, zijn de regels, vermeld in artikel II.153, §2 tot en met §6, niet van toepassing. De Universiteit Hasselt dient voor de opleiding, vermeld in het eerste lid, onmiddellijk een dossier in bij de accreditatieor-ganisatie.
20Voor de opleiding master in de Geneeskunde in het studiegebied Ge-neeskunde sluit de Universiteit Hasselt een samenwerkingsovereenkomst af met een andere Vlaamse universiteit die bevoegd is om die masteroplei-ding te organiseren.
+1 −1 codex-hoger-onderwijs/art. II.114/1
6Deel 2, titel 3, hoofdstuk 5, is voor deze erkenning niet van toepassing.6Deel 2, titel 3, hoofdstuk 5, is voor deze erkenning niet van toepassing.
7De Vlaamse Regering kan een masteropleiding voor basisonderwijs erkennen na ontvangst van een positief toetsingsbesluit van de accreditatieorganisatie, vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 9, afdeling 3/1, onderafdeling 4. De Vlaamse Regering neemt het besluit tot erkenning van de nieuwe opleiding binnen een ordetermijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de dag van de ontvangst van het positief toetsingsbesluit en het onderliggende beoordelingsrapport van de accreditatieorganisatie. Het besluit treedt in werking met ingang van de bekendmaking ervan aan de instelling. De opleiding krijgt een erkenning als nieuwe opleiding tot en met het einde van het tweede academiejaar dat volgt op het einde van het academiejaar waarin de studieomvang van de masteropleiding voor basisonderwijs voor de eerste keer geheel doorlopen werd.7De Vlaamse Regering kan een masteropleiding voor basisonderwijs erkennen na ontvangst van een positief toetsingsbesluit van de accreditatieorganisatie, vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 9, afdeling 3/1, onderafdeling 4. De Vlaamse Regering neemt het besluit tot erkenning van de nieuwe opleiding binnen een ordetermijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de dag van de ontvangst van het positief toetsingsbesluit en het onderliggende beoordelingsrapport van de accreditatieorganisatie. Het besluit treedt in werking met ingang van de bekendmaking ervan aan de instelling. De opleiding krijgt een erkenning als nieuwe opleiding tot en met het einde van het tweede academiejaar dat volgt op het einde van het academiejaar waarin de studieomvang van de masteropleiding voor basisonderwijs voor de eerste keer geheel doorlopen werd.
8De hogescholen en de universiteiten die de gezamenlijk georganiseerde masteropleiding voor basisonderwijs aanbieden, sluiten een overeenkomst die afspraken bevat omtrent het opleidingsprogramma, de wijze van administratie van de studenten en de financiële transacties tussen de instellingen. De financiering vanuit de werkingsenveloppe wordt als volgt verdeeld: de opgenomen studiepunten in een master basisonderwijs worden naar rato van de werklast verdeeld over de verschillende aanbieders, met minstens 30% voor de deelnemende hogescholen.8De universiteit en hogescholen die in de opleiding zijn betrokken sluiten een overeenkomst die afspraken bevat over het opleidingsprogramma, de wijze van administratie van de studenten en de financiële transacties tussen de instellingen. De overeenkomst legt ook vast op welke wijze de gegenereerde middelen, op basis van de vastgestelde financieringspunten van de opleiding, worden verdeeld. Bij deze verdeling wordt rekening gehouden met de werklast van de verschillende betrokken partners, en wordt minstens 30 procent van de gegenereerde middelen door de universiteit overgedragen aan de deelnemende hogescholen.
+2 −1 codex-hoger-onderwijs/art. II.124/1
54° het tarief voor de opleidingsaccreditatie, vermeld in hoofdstuk 9/1, afdeling 4, bedraagt per opleiding ten minste 500 euro en ten hoogste 2000 euro.54° het tarief voor de opleidingsaccreditatie, vermeld in hoofdstuk 9/1, afdeling 4, bedraagt per opleiding ten minste 500 euro en ten hoogste 2000 euro.
65° het tarief voor de toets nieuwe opleiding, vermeld in artikel II.153/5, bedraagt per opleiding ten minste 500 euro en ten hoogste 2000 euro;65° het tarief voor de toets nieuwe opleiding, vermeld in artikel II.153/5, bedraagt per opleiding ten minste 500 euro en ten hoogste 2000 euro;
76° het tarief voor de opleidingsaccreditatie, vermeld in artikel II.170/12, vierde lid en II.170/17, § 3, bedraagt per opleiding ten minste 500 euro en ten hoogste 2000 euro.76° het tarief voor de opleidingsaccreditatie, vermeld in artikel II.170/12, vierde lid en II.170/17, § 3, bedraagt per opleiding ten minste 500 euro en ten hoogste 2000 euro;
87° het tarief voor de beperkte review, vermeld in artikel II.170/8, §1, 2°, bedraagt per instelling ten hoogste 80 procent van het tarief voor de instellingsreview.
8Vanaf 2020 worden de bedragen, vermeld in het eerste lid, en de bedragen die de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs bepaald heeft overeenkomstig dit lid, aangepast aan de jaarlijkse stijging van de index van de consumptieprijzen met als referentiedatum 1 september 2019. Het bedrag wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal.9Vanaf 2020 worden de bedragen, vermeld in het eerste lid, en de bedragen die de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs bepaald heeft overeenkomstig dit lid, aangepast aan de jaarlijkse stijging van de index van de consumptieprijzen met als referentiedatum 1 september 2019. Het bedrag wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal.
+2 −4 codex-hoger-onderwijs/art. II.124/2
1§ 1. De accreditatieorganisatie voert jaarlijkse systeembrede analyses uit in het hoger onderwijs. Deze analyses brengen goede praktijken inzake onderwijsbeleid en onderwijskwaliteit in beeld en bieden de mogelijkheid om van elkaar te leren.1§ 1. De accreditatieorganisatie voert systeembrede analyses uit in het hoger onderwijs. Deze analyses brengen goede praktijken inzake onderwijsbeleid en onderwijskwaliteit in beeld en bieden de mogelijkheid om van elkaar te leren.
2§ 2. De instellingen, vermeld in artikel II.2 en II.3, nemen tijdens een periode van zes jaar ten minste twee keer deel aan een systeembrede analyse.
3Voor de toepassing van het eerste lid worden de transnationale Universiteit Limburg en de Universiteit Hasselt als één instelling beschouwd.
4De VLUHR, de studentenkoepelverenigingen, de accreditatieorganisatie en de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering leggen samen de onderwerpen en de kalender vast. De eerste periode van zes jaar gaat van start in het academiejaar 2020-2021.
2§ 2. ...
+1 −0 codex-hoger-onderwijs/art. II.170/2
2De accreditatieorganisatie organiseert voor elke instelling als vermeld in artikel II.2 en II.3, een instellingsreview in de periode die loopt vanaf het begin van het academiejaar 2020-2021 tot en met het einde van het academiejaar 2024-2025. Vervolgens organiseert de accreditatieorganisatie voor elke instelling als vermeld in artikel II.2 en II.3, elke zes jaar een instellingsreview.2De accreditatieorganisatie organiseert voor elke instelling als vermeld in artikel II.2 en II.3, een instellingsreview in de periode die loopt vanaf het begin van het academiejaar 2020-2021 tot en met het einde van het academiejaar 2024-2025. Vervolgens organiseert de accreditatieorganisatie voor elke instelling als vermeld in artikel II.2 en II.3, elke zes jaar een instellingsreview.
3De accreditatieorganisatie legt in overleg met de VLUHR als koepelorganisatie de kalender van de instellingsreviews vast.3De accreditatieorganisatie legt in overleg met de VLUHR als koepelorganisatie de kalender van de instellingsreviews vast.
4In afwijking van het eerste lid kan een instelling die onderwijsbevoegdheid heeft voor één studiegebied, beslissen om niet te worden onderworpen aan een instellingsreview. De instelling meldt die beslissing aan de accreditatieorganisatie en aan de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs en vorming, uiterlijk twee jaar voor de geldigheidsduur van het besluit instellingsreview afloopt. Voor de accreditatie van de opleidingen van die instelling wordt de procedure, vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 9/1, afdeling 4, gevolgd en gelden de rechtsgevolgen, vermeld in artikel II.170/18, §4. In afwijking van artikel II.170/15, eerste lid, moet de instelling in het kader van de organisatie van de externe beoordelingen, vermeld in artikel II.170/17, §1, een beroep doen op de accreditatieorganisatie als evaluatieorgaan.
+1 −0 codex-hoger-onderwijs/art. II.170/9
10De accreditatie van gezamenlijk georganiseerde opleidingen die voltooid worden met een gezamenlijk diploma als vermeld in artikel II.171, wordt verleend op gezamenlijke aanvraag van de betrokken Vlaamse instellingsbesturen.10De accreditatie van gezamenlijk georganiseerde opleidingen die voltooid worden met een gezamenlijk diploma als vermeld in artikel II.171, wordt verleend op gezamenlijke aanvraag van de betrokken Vlaamse instellingsbesturen.
11De accreditatieaanvraag wordt ingediend uiterlijk acht maanden voor de lopende accreditatie of de erkenning als nieuwe opleiding verstrijkt. De termijnen worden berekend van maand tot maand en van dag tot dag. In die termijnen is de dag waarop de termijn verstrijkt inbegrepen.11De accreditatieaanvraag wordt ingediend uiterlijk acht maanden voor de lopende accreditatie of de erkenning als nieuwe opleiding verstrijkt. De termijnen worden berekend van maand tot maand en van dag tot dag. In die termijnen is de dag waarop de termijn verstrijkt inbegrepen.
12De toelating voor de organisatie van de opleidingen, vermeld in het eerste lid, 7°, vervalt op het einde van het tweede academiejaar dat volgt op het einde van het academiejaar waarin de studieomvang die bepaald is voor de nieuwe opleiding, voor de eerste keer geheel doorlopen werd. De accreditatieaanvraag voor die opleidingen wordt ingediend uiterlijk elf maanden voor de toelating verstrijkt. De termijnen worden berekend van maand tot maand en van dag tot dag. In die termijnen is de dag waarop de termijn verstrijkt inbegrepen.
12In afwijking van het tweede lid dient er voor het gezamenlijk organiseren door meerdere hogeronderwijsinstellingen van een verkort traject van opleidingen die geaccrediteerd zijn bij elk van de betrokken instellingen geen accreditatieaanvraag te worden ingediend.13In afwijking van het tweede lid dient er voor het gezamenlijk organiseren door meerdere hogeronderwijsinstellingen van een verkort traject van opleidingen die geaccrediteerd zijn bij elk van de betrokken instellingen geen accreditatieaanvraag te worden ingediend.
13§ 2. Als een instelling een negatief besluit instellingsreview heeft, dan kan de accreditatieorganisatie, in overleg met de betrokken instelling, de accreditatietermijn van de opleidingen waarvan de accreditatietermijn vervalt in de geldigheidsduur van het negatief besluit, aanpassen. In dat geval wordt ervoor gezorgd dat alle opleidingen waarvan de accreditatietermijn vervalt in deze geldigheidsduur van het negatieve besluit een nieuwe accreditatie aanvragen binnen de geldigheidsduur van dit negatief besluit.14§ 2. Als een instelling een negatief besluit instellingsreview heeft, dan kan de accreditatieorganisatie, in overleg met de betrokken instelling, de accreditatietermijn van de opleidingen waarvan de accreditatietermijn vervalt in de geldigheidsduur van het negatief besluit, aanpassen. In dat geval wordt ervoor gezorgd dat alle opleidingen waarvan de accreditatietermijn vervalt in deze geldigheidsduur van het negatieve besluit een nieuwe accreditatie aanvragen binnen de geldigheidsduur van dit negatief besluit.
+1 −1 codex-hoger-onderwijs/art. II.171
7§4. De hogescholen of de universiteiten die een gezamenlijk georganiseerde opleiding zoals bedoeld in paragraaf 1 en paragraaf 2 aanbieden, sluiten een overeenkomst die afspraken bevat omtrent het opleidingsprogramma, de wijze van administratie van de studenten en de financiële transacties tussen de instellingen.7§4. De hogescholen of de universiteiten die een gezamenlijk georganiseerde opleiding zoals bedoeld in paragraaf 1 en paragraaf 2 aanbieden, sluiten een overeenkomst die afspraken bevat omtrent het opleidingsprogramma, de wijze van administratie van de studenten en de financiële transacties tussen de instellingen.
8§5. Universiteiten of hogescholen kunnen voor de toepassing van dit artikel besluiten de uitreiking van gezamenlijke diploma’s te differentiëren per afstudeerrichting.8§5. Universiteiten of hogescholen kunnen voor de toepassing van dit artikel besluiten de uitreiking van gezamenlijke diploma’s te differentiëren per afstudeerrichting.
9§6. Als de aanvangsdatum van de erkenningen als nieuwe opleiding of van de accreditatie van de opleidingen die als een gezamenlijk verkort traject worden georganiseerd als vermeld in artikel II.170/9, §1, vierde lid, verschillend is, dan geldt als aanvangsdatum van de erkenning als nieuwe opleiding of van de accreditatie van dit gezamenlijk georganiseerd verkort traject de vroegste aanvangsdatum van de apart georganiseerde opleidingen van de betrokken instellingen.9§6. Als de aanvangsdatum van de erkenningen als nieuwe opleiding of van de accreditatie van de opleidingen die als een gezamenlijk verkort traject worden georganiseerd als vermeld in artikel II.170/9, §1, vijfde lid, verschillend is, dan geldt als aanvangsdatum van de erkenning als nieuwe opleiding of van de accreditatie van dit gezamenlijk georganiseerd verkort traject de vroegste aanvangsdatum van de apart georganiseerde opleidingen van de betrokken instellingen.
+1 −1 codex-hoger-onderwijs/art. II.210
62° voor het variabel gedeelte : 4 euro per opgenomen studiepunt.62° voor het variabel gedeelte : 4 euro per opgenomen studiepunt.
7De bepalingen in het eerste en tweede lid gelden niet voor een inschrijving in een bachelor-na-bacheloropleiding en een master-na-masteropleiding.7De bepalingen in het eerste en tweede lid gelden niet voor een inschrijving in een bachelor-na-bacheloropleiding en een master-na-masteropleiding.
8§2. Studenten die het laatste jaar secundair onderwijs volgen en die met een creditcontract voor maximaal 10 studiepunten ingeschreven zijn in het hoger onderwijs, betalen 52,5 euro8§2. Voor studenten van de derde graad secundair onderwijs die met een creditcontract voor maximaal twaalf studiepunten ingeschreven zijn in het hoger onderwijs, bedraagt het studiegeld 52,5 euro.
+1 −1 codex-hoger-onderwijs/art. II.378
3De Vlaamse Regering neemt de aanvullende maatregelen die nodig zijn voor de gelijkschakeling van de andere graden die in het hoger onderwijs werden verleend overeenkomstig de voorschriften zoals die op het ogenblik van de uitreiking luidden, met de graad van bachelor of master.3De Vlaamse Regering neemt de aanvullende maatregelen die nodig zijn voor de gelijkschakeling van de andere graden die in het hoger onderwijs werden verleend overeenkomstig de voorschriften zoals die op het ogenblik van de uitreiking luidden, met de graad van bachelor of master.
4§2. De graad van gegradueerde, die een Centrum voor Volwassenenonderwijs heeft uitgereikt ten aanzien van een op grond van artikel II.138 geaccrediteerde opleiding, in de periode voorafgaand aan de uitreiking van het nieuwe bachelordiploma door de ontvangende ambtshalve geregistreerde instelling of door het overdragende Centrum voor Volwassenenonderwijs en de ontvangende ambtshalve geregistreerde instelling gezamenlijk in toepassing van artikel II.138, § 4, is gelijkgesteld met de graad van bachelor. De houders van die graden zijn gerechtigd tot het voeren van de titel van bachelor.4§2. De graad van gegradueerde, die een Centrum voor Volwassenenonderwijs heeft uitgereikt ten aanzien van een op grond van artikel II.138 geaccrediteerde opleiding, in de periode voorafgaand aan de uitreiking van het nieuwe bachelordiploma door de ontvangende ambtshalve geregistreerde instelling of door het overdragende Centrum voor Volwassenenonderwijs en de ontvangende ambtshalve geregistreerde instelling gezamenlijk in toepassing van artikel II.138, § 4, is gelijkgesteld met de graad van bachelor. De houders van die graden zijn gerechtigd tot het voeren van de titel van bachelor.
5§3. De opleiding tot lijnpiloot georganiseerd door een door het Belgisch Bestuur van de Luchtvaart erkende privé-instelling wordt gelijkgesteld met een professionele bacheloropleiding.
5§3....
+1 −0 decreet-2007-06-15/art. 2
53° beroepsprofiel : een geordende opsomming van taken die door de ervaren beroepsbeoefenaar worden uitgeoefend en van de kwaliteitsnormen en beroepsvereisten die daarvoor gelden;53° beroepsprofiel : een geordende opsomming van taken die door de ervaren beroepsbeoefenaar worden uitgeoefend en van de kwaliteitsnormen en beroepsvereisten die daarvoor gelden;
63° bis bevolkingsdichtheid : het aantal inwoners per km² in de vestigingsplaats volgens de meest recente berekening van de federale instantie die bevoegd is voor de coördinatie van de openbare statistiek. Voor de vestigingsplaats tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad wordt de totale bevolking van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gedeeld door de totale oppervlakte uitgedrukt in km². De in aanmerking te nemen bevolkingsdichtheid voor een centrum met meerdere vestigingsplaatsen wordt vastgesteld op grond van volgende berekening : de totale bevolking van deze gemeenten wordt gedeeld door de totale oppervlakte uitgedrukt in km²;63° bis bevolkingsdichtheid : het aantal inwoners per km² in de vestigingsplaats volgens de meest recente berekening van de federale instantie die bevoegd is voor de coördinatie van de openbare statistiek. Voor de vestigingsplaats tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad wordt de totale bevolking van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gedeeld door de totale oppervlakte uitgedrukt in km². De in aanmerking te nemen bevolkingsdichtheid voor een centrum met meerdere vestigingsplaatsen wordt vastgesteld op grond van volgende berekening : de totale bevolking van deze gemeenten wordt gedeeld door de totale oppervlakte uitgedrukt in km²;
73° ter bewijs van deelkwalificatie: een studiebewijs dat van rechtswege is erkend. Het bewijs wordt door het centrumbestuur uitgereikt aan een cursist die met goed gevolg een deelkwalificatietraject heeft beëindigd of aan een voormalige cursist die in het centrum maximaal vijf schooljaren eerder een deelcertificaat van de deelkwalificatie behaald heeft en heeft aangetoond dat hij alle competenties bereikt heeft;
74° centrum : een Centrum voor Volwassenenonderwijs of een Centrum voor Basiseducatie;84° centrum : een Centrum voor Volwassenenonderwijs of een Centrum voor Basiseducatie;
85° centrumbestuur : de inrichtende macht die ten aanzien van het centrum de bestuurshandelingen verricht, overeenkomstig de door de wet, het decreet, het bijzonder decreet of de statuten toegewezen bevoegdheden;95° centrumbestuur : de inrichtende macht die ten aanzien van het centrum de bestuurshandelingen verricht, overeenkomstig de door de wet, het decreet, het bijzonder decreet of de statuten toegewezen bevoegdheden;
+3 −2 decreet-2007-06-15/art. 41
102° de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een certificaat of een bewijs van een beroepskwalificatie van een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs, een certificaat van een opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5 of een diploma of graad van gegradueerde;102° de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een certificaat of een bewijs van een beroepskwalificatie van een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied in het secundair volwassenenonderwijs, een certificaat van een opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5 of een diploma of graad van gegradueerde;
112° bis de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een of meer deelattesten als bewijs van slagen voor het specifiek gedeelte, eigen aan de gekozen onderverdeling, van een examenprogramma tot het behalen van een diploma secundair onderwijs in het TSO of BSO voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs voor zover de onderverdeling overeenkomt met een opleiding als vermeld in artikel 42;112° bis de opleiding aanvullende algemene vorming, gecombineerd met een of meer deelattesten als bewijs van slagen voor het specifiek gedeelte, eigen aan de gekozen onderverdeling, van een examenprogramma tot het behalen van een diploma secundair onderwijs in het TSO of BSO voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs voor zover de onderverdeling overeenkomt met een opleiding als vermeld in artikel 42;
122° ter de opleiding van het secundair volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 42, of de opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5, gecombineerd met een bewijs van slagen voor het algemeen gedeelte, eigen aan de gekozen onderverdeling, van een examenprogramma tot het behalen van een diploma secundair onderwijs in het tso of bso voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs;122° ter de opleiding van het secundair volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 42, of de opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5, gecombineerd met een bewijs van slagen voor het algemeen gedeelte, eigen aan de gekozen onderverdeling, van een examenprogramma tot het behalen van een diploma secundair onderwijs in het tso of bso of een bewijs van slagen voor de basisvorming van de derde graad van de doorstroomfinaliteit of dubbele finaliteit, uitgereikt door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs;
132° quater een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs als vermeld in artikel 42, of de opleiding naar een beroepskwalificatie van niveau 5, gecombineerd met een bewijs van slagen voor de basisvorming van de derde graad van de doorstroomfinaliteit of dubbele finaliteit, uitgereikt door een school voor het voltijds secundair onderwijs;
133° een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied dan aanvullende algemene vorming of algemene vorming in het secundair volwassenenonderwijs, als de cursist bij zijn inschrijving houder is van een diploma van het secundair onderwijs .143° een door de Vlaamse Regering bepaalde opleiding van een ander studiegebied dan aanvullende algemene vorming of algemene vorming in het secundair volwassenenonderwijs, als de cursist bij zijn inschrijving houder is van een diploma van het secundair onderwijs of een diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4.
14§ 5. ....15§ 5. ....
15§ 6. ....16§ 6. ....
+0 −1 decreet-2007-06-15/art. 72bis opgeheven
1De Vlaamse Regering beschikt jaarlijks over een volume aan middelen ten bedrage van maximum 4 ambten of vte voor het ondersteunen en het stimuleren van de centra die opleidingen als gecombineerd onderwijs willen organiseren.
+0 −8 decreet-2007-06-15/art. 72ter opgeheven
1§ 1. Het centrumbestuur dat tijdens het schooljaar n/n+1 in aanmerking wil komen voor een aanvullende financiering of subsidiëring voor het gecombineerd onderwijs via de middelen, vermeld in artikel 72bis, dient hiertoe uiterlijk op 31 maart van het voorafgaande schooljaar een aanvraag in bij de Vlaamse Regering.
2Deze aanvraag voldoet aan volgende criteria om ontvankelijk te zijn :
31° het heeft betrekking op modules van een erkende en gefinancierde of gesubsidieerde opleiding waarvoor het centrumbestuur nog geen aanvullende financiering of subsidiëring via de middelen, vermeld in artikel 72bis, heeft gekregen;
42° het omvat een luik afstandsonderwijs dat minimaal 50 percent van het totale aantal lestijden van de volledige opleiding bedraagt en minstens 200 lestijden omvat;
53° er is een openleercentrum voorzien;
64° het protocol van de onderhandeling over het gecombineerd onderwijs in het lokaal comité is bij de aanvraag bijgevoegd.
7§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten voor de aanvraagprocedure.
8§ 3. De betrekking die met de middelen, vermeld in paragraaf 1, wordt ingericht, kan niet worden vacantverklaard en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen of muteren in deze betrekking.
+0 −22 decreet-2007-06-15/art. 72quater opgeheven
1§ 1. De ingediende aanvragen worden beoordeeld door een selectiecommissie die bestaat uit :
21° ...;
32° twee ambtenaren van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming;
43° twee externe experten met onderzoeks- of praktijkervaring inzake afstandsleren in volwasseneneducatie;
54° één extern expert in pedagogische aangelegenheden.
6Een ambtenaar van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming is voorzitter van de selectiecommissie. De Vlaamse Regering wijst de commissieleden aan.
7§ 2. Bij de beoordeling van de ingediende aanvragen zal de selectiecommissie rekening houden met de volgende criteria :
81° de inbedding van het gecombineerd onderwijs binnen de totale onderwijskundige organisatie en de innovatieve draagkracht van de betrokken centra, publieke opleidingsverstrekkers of organisaties;
92° de organisatie van het gecombineerd onderwijs en de afstemming van het gedeelte afstandsonderwijs op het gedeelte contactonderwijs;
103° de effectiviteit van het gecombineerd onderwijs inzake overdraagbaarheid, visie- en materiaalontwikkeling;
114° de mate van betrokkenheid van het personeel;
125° ...;
136° de flexibiliteit van het aanbod;
147° de samenwerkingsverbanden en netwerken met centra, publieke opleidingsverstrekkers of organisaties;
158° de kwaliteitszorg.
16De selectiecommissie draagt aan de Vlaamse Regering de aanvragen voor die op basis van de criteria, vermeld in het eerste lid, gunstig zijn beoordeeld en het aantal toe te kennen leraarsuren of VTE per gunstig beoordeelde aanvraag.
17§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt aan welke door de selectiecommissie gunstig beoordeelde aanvragen een aanvullende financiering of subsidiëring wordt toegekend voor het gecombineerd onderwijs via de middelen, vermeld in artikel 72bis. Hierbij wordt voorrang verleend aan aanvragen die aan een of meer van de volgende voorwaarden voldoen :
181° aanvragen die betrekking hebben op opleidingen als vermeld in artikel 41, § 4, of onderwijs aan gedetineerden;
192° aanvragen die een integrale opleiding omvatten;
203° aanvragen die betrekking hebben op gecombineerd onderwijs dat minimaal 75 percent afstandsonderwijs omvat;
214° aanvragen die gegroeid zijn uit een samenwerking met andere centra, publieke opleidingsverstrekkers of andere organisaties.
22Per goedgekeurde aanvraag kan de Vlaamse Regering respectievelijk minimaal 400 en maximaal 1 000 leraarsuren of minimaal 2 en maximaal 1 VTE toekennen aan het centrumbestuur voor het schooljaar n/n+1.
+0 −10 decreet-2007-06-15/art. 72quinquies opgeheven
1§ 1. Het centrumbestuur gaat het engagement aan om het ontwikkelde gecombineerd onderwijs ook effectief te organiseren binnen een termijn van maximaal twee schooljaren.
2§ 2. Het centrumbestuur engageert er zich toe gedurende de looptijd van het gecombineerd onderwijs alle gegevens te verzamelen die de realisatie van de vooropgestelde doelstellingen kunnen aantonen. Deze gegevens betreffen minimaal :
31° het aantal ingeschreven cursisten;
42° het aantal financierbare of subsidieerbare cursisten;
53° de scholingsgraad van de cursisten;
64° het aantal cursisten dat deelneemt aan de evaluaties;
75° het aantal geslaagde cursisten;
86° het aantal en de aard van de uitgereikte studiebewijzen.
9§ 3. Het centrumbestuur gaat het engagement aan om onderling samen te werken met andere centrumbesturen die tijdens het schooljaar n/n+1 een aanvullende financiering of subsidiëring voor het gecombineerd onderwijs ontvangen via de middelen, vermeld in artikel 72bis, zodat de uitwisselbaarheid van de knowhow inzake cursusmateriaal en begeleiding van afstandsonderwijs gegarandeerd wordt.
10§ 4. Het centrumbestuur gaat het engagement aan tevredenheidsmetingen uit te voeren bij de cursisten en de leraars. De resultaten van de tevredenheidsmeting bij de leraars worden ter beschikking gesteld van het bevoegde lokale comité.
+0 −6 decreet-2007-06-15/art. 72sexies opgeheven
1Het centrumbestuur informeert de representatieve groepering van de Centra voor Basiseducatie, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten op regelmatige tijdstippen over de voortgang van het gecombineerd onderwijs.
2Uiterlijk twee maanden na het schooljaar n+1/n+2 dient het centrumbestuur een eindrapport in bij de Vlaamse Regering. Het eindrapport bevat ten minste :
31° een evaluatie;
42° een verslag van de activiteiten;
53° de gegevens, als vermeld in artikel 72quinquies, § 2;
64° de resultaten van de tevredenheidsmetingen als vermeld in artikel 72quinquies, § 4.
+0 −1 decreet-2007-06-15/art. 72septies opgeheven
1In 2012 worden de bepalingen van deze afdeling, geëvalueerd. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten voor de evaluatie.
+1 −1 decreet-2007-06-15/art. 189bis
1In afwijking van artikel 64, §4, kan een centrum voor volwassenenonderwijs met onderwijsbevoegdheid voor het studiegebied informatie- en communicatietechnologie tot en met schooljaar 2024-2025 na een melding aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, die onderwijsbevoegdheid uitoefenen in een vestigingsplaats waar onderwijsinstellingen liggen die middelen hebben ontvangen als vermeld in artikel 67/1, §1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 34/1, §1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, artikel 91, tweede lid, en artikel 101, tweede lid, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.1In afwijking van artikel 64, §4, kan een centrum voor volwassenenonderwijs met onderwijsbevoegdheid voor het studiegebied informatie- en communicatietechnologie tot en met schooljaar 2024-2025 na een melding aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, die onderwijsbevoegdheid uitoefenen in een vestigingsplaats waar onderwijsinstellingen liggen die middelen hebben ontvangen als vermeld in artikel 67/1, §1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 34/1, §1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, artikel 91, tweede lid, en artikel 101, tweede lid, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.
2Centra voor volwassenenonderwijs die de onderwijsbevoegdheid, vermeld in het eerste lid, tijdens een van de schooljaren 2021-2022 tot en met 2024-2025 hebben uitgeoefend , kunnen deze onderwijsbevoegdheid verder uitoefenen tot en met schooljaar 2025-2026.2Centra voor volwassenenonderwijs die de onderwijsbevoegdheid voor het studiegebied informatie- en communicatietechnologie tijdens een van de schooljaren 2021-2022 tot en met 2024-2025 tijdelijk hebben uitgeoefend als vermeld in artikel 17, eerste lid, 1° of 2°, van het decreet van 4 februari 2022 tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX), kunnen die onderwijsbevoegdheid verder uitoefenen tot en met het schooljaar 2025-2026.
3Centra voor volwassenenonderwijs die de onderwijsbevoegdheid, vermeld in artikel 17, 2°, van het decreet van 4 februari 2022 tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX), tijdens een van de schooljaren 2022-2023 of 2023-2024 hebben uitgeoefend, kunnen deze onderwijsbevoegdheid verder uitoefenen tot en met schooljaar 2024-2025.3Centra voor volwassenenonderwijs die de onderwijsbevoegdheid, vermeld in artikel 17, 2°, van het decreet van 4 februari 2022 tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IX), tijdens een van de schooljaren 2022-2023 of 2023-2024 hebben uitgeoefend, kunnen deze onderwijsbevoegdheid verder uitoefenen tot en met schooljaar 2024-2025.
+5 −3 decreet-1997-02-25/art. 3
4716° gefinancierd onderwijs: gemeenschapsonderwijs dat voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 68;4716° gefinancierd onderwijs: gemeenschapsonderwijs dat voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 68;
4817° Gemeenschap: de Vlaamse Gemeenschap;4817° Gemeenschap: de Vlaamse Gemeenschap;
4917° bis gemeenschappelijk curriculum: de goedgekeurde leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de eindtermen te bereiken of de ontwikkelingsdoelen na te streven en de schoolgebonden planning voor het nastreven van de leergebiedoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen;4917° bis gemeenschappelijk curriculum: de leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de mini-mumdoelen na te streven of te bereiken;
5017° ter Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages (CEFR);5017° ter Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages (CEFR);
5118° gemeenschapsonderwijs: onderwijs georganiseerd door of namens de Gemeenschap;5118° gemeenschapsonderwijs: onderwijs georganiseerd door of namens de Gemeenschap;
6524° bis kadastraal perceel : een deel van het Belgisch grondgebied dat door een kadastraal perceelnummer wordt geïdentificeerd zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de vergeldingen en de nadere regels voor de afgifte van kadastrale uittreksels en inlichtingen;6524° bis kadastraal perceel : een deel van het Belgisch grondgebied dat door een kadastraal perceelnummer wordt geïdentificeerd zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de vergeldingen en de nadere regels voor de afgifte van kadastrale uittreksels en inlichtingen;
6625° klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt of zal dragen voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling;6625° klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt of zal dragen voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling;
6725° bis kleuterparticipatie : de inschrijving in en deelname aan het kleuteronderwijs van niet-leerplichtige leerlingen met het oog op het realiseren van de ontwikkelingsdoelen;6725° bis kleuterparticipatie : de inschrijving in en deelname aan het kleuteronderwijs van niet-leerplichtige leerlingen met het oog op het realiseren van de na te streven of te bereiken minimumdoelen;
6826° kleuterschool: school waar alleen kleuteronderwijs georganiseerd wordt;6826° kleuterschool: school waar alleen kleuteronderwijs georganiseerd wordt;
6927° lagere school: school waar alleen lager onderwijs georganiseerd wordt;6927° lagere school: school waar alleen lager onderwijs georganiseerd wordt;
12552° bis/1 selectieve participatietoeslagen leerling: de selectieve participatietoeslagen, zoals opgenomen in boek 2, deel 2, titel 1, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid;12552° bis/1 selectieve participatietoeslagen leerling: de selectieve participatietoeslagen, zoals opgenomen in boek 2, deel 2, titel 1, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid;
12652° bis/1/1 SES-lestijden : lestijden, toegekend op basis van de socio-economische status van leerlingen in het gewoon basisonderwijs die gevat wordt door leerlingkenmerken;12652° bis/1/1 SES-lestijden : lestijden, toegekend op basis van de socio-economische status van leerlingen in het gewoon basisonderwijs die gevat wordt door leerlingkenmerken;
12752° bis/1/1/1 slim apparaat: een elektronisch apparaat, dat verbonden kan worden met andere apparaten via telefoonnetwerken, netwerken of draadloze protocollen;
12752° bis/1/2 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg;12852° bis/1/2 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg;
12852° bis/2 taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal: een afdeling in een school voor het gewoon basisonderwijs waar leerlingen les krijgen in Vlaamse Gebarentaal en in het Nederlands;12952° bis/2 taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal: een afdeling in een school voor het gewoon basisonderwijs waar leerlingen les krijgen in Vlaamse Gebarentaal en in het Nederlands;
134b) in het buitengewoon onderwijs: het aantal uren toegekend aan een school om de gefinancierde of gesubsidieerde formatie voor het paramedisch, medisch, psychologisch, orthopedagogisch en sociaal personeel te bepalen. Dit pakket bestaat uit uren volgens de richtgetallen en aanvullende uren;135b) in het buitengewoon onderwijs: het aantal uren toegekend aan een school om de gefinancierde of gesubsidieerde formatie voor het paramedisch, medisch, psychologisch, orthopedagogisch en sociaal personeel te bepalen. Dit pakket bestaat uit uren volgens de richtgetallen en aanvullende uren;
13555° uren volgens de richtgetallen: resultaat van de verrekening van het aantal regelmatige leerlingen op een welbepaalde teldag of tijdens een welbepaalde telperiode aan de hand van de richtgetallen door de regering vastgelegd;13655° uren volgens de richtgetallen: resultaat van de verrekening van het aantal regelmatige leerlingen op een welbepaalde teldag of tijdens een welbepaalde telperiode aan de hand van de richtgetallen door de regering vastgelegd;
13755°/1 vakdiscipline: een specifiek wetenschappelijk kennisdomein van waaruit in leergebieden te implementeren minimumdoelen voor het basisonderwijs worden ontwikkeld;
13655° bis verhoogde zorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school extra zorg voorziet onder de vorm van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, afgestemd op de specifieke onder- wijsbehoeften van bepaalde leerlingen, en voorafgaand aan de fase van uitbreiding van zorg;13855° bis verhoogde zorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school extra zorg voorziet onder de vorm van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, afgestemd op de specifieke onder- wijsbehoeften van bepaalde leerlingen, en voorafgaand aan de fase van uitbreiding van zorg;
13756° vestigingsplaats: gebouw of gebouwencomplex waarin een school of een gedeelte van een school gehuisvest is;13956° vestigingsplaats: gebouw of gebouwencomplex waarin een school of een gedeelte van een school gehuisvest is;
13856° bis de Vlaamse toetsen: gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde, net- en koepeloverschrijdende toetsen die worden afgenomen in bepaalde leerjaren van het basisonderwijs in alle scholen over een selectie van eindtermen;14056° bis de Vlaamse toetsen: gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde, net- en koepeloverschrijdende toetsen die worden afgenomen in bepaalde leerjaren van het basisonderwijs in alle scholen over een selectie van te bereiken minimumdoelen;
13957° vrij onderwijs: onderwijs georganiseerd door een natuurlijk persoon of een private rechtspersoon;14157° vrij onderwijs: onderwijs georganiseerd door een natuurlijk persoon of een private rechtspersoon;
14058° ziekenhuisschool: school voor buitengewoon basisonderwijs van type 5 verbonden aan een ziekenhuis waar kinderen omwille van ernstige medische redenen worden opgenomen;14258° ziekenhuisschool: school voor buitengewoon basisonderwijs van type 5 verbonden aan een ziekenhuis waar kinderen omwille van ernstige medische redenen worden opgenomen;
+8 −5 decreet-1997-02-25/art. 11quater
1§ 1. Vanaf het schooljaar 2021-2022 voert de school voor elke leerling in het gewoon onderwijs bij het begin van de leerplicht een verplichte screening uit, die nagaat wat het niveau van de leerling inzake de onderwijstaal is. Deze screening kan nooit voor de inschrijving van de leerling uitgevoerd worden.1§ 1. Vanaf het schooljaar 2021-2022 voert de school voor elke leerling in het gewoon onderwijs bij het begin van de leerplicht een verplichte screening uit, die nagaat wat het niveau van de leerling inzake de onderwijstaal is. Deze screening kan nooit voor de inschrijving van de leerling uitgevoerd worden.
2De regering bepaalt met welk instrument de screening bij het begin van de leerplicht gebeurt, alsook het moment en de manier van afname.2De regering bepaalt met welk instrument de screening bij het begin van de leerplicht gebeurt, alsook het moment en de manier van afname.
3Een school voor buitengewoon basisonderwijs kan in overleg met de ouders beslissen een of meerdere leerlingen te laten deelnemen aan de screening, vermeld in het eerste lid.
3§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is de screening niet verplicht voor anderstalige nieuwkomers zoals bepaald in artikel 3, 4° quater. Deze leerlingen krijgen vanaf het schooljaar 2021-2022 in elk geval een actief taalintegratietraject Nederlands, met in beginsel een taalbad zoals bedoeld in paragraaf 4, of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt. Ook voor leerlingen die na de periode van afname van de taalscreening in het basisonderwijs instromen en onvoldoende het Nederlands beheersen om de lessen te kunnen volgen, kan de school beslissen dat zij een taalintegratietraject moeten volgen.4§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is de screening niet verplicht voor anderstalige nieuwkomers zoals bepaald in artikel 3, 4° quater. Deze leerlingen krijgen vanaf het schooljaar 2021-2022 in elk geval een actief taalintegratietraject Nederlands, met in beginsel een taalbad zoals bedoeld in paragraaf 4, of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt. Ook voor leerlingen die na de periode van afname van de taalscreening in het basisonderwijs instromen en onvoldoende het Nederlands beheersen om de lessen te kunnen volgen, kan de school beslissen dat zij een taalintegratietraject moeten volgen.
4§2/1. In afwijking van paragraaf 1 hoeft geen screening te worden uitgevoerd voor een leerling die doof of slechthorend is als vermeld in artikel 37/8, §5, of 37/45, §5, en die ingeschreven is in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal of voor een leerling die speciale onderwijsmiddelen in de vorm van tolken ter beschikking krijgt als vermeld in artikel 91, §1 en §2.5§2/1. In afwijking van paragraaf 1 hoeft geen screening te worden uitgevoerd voor een leerling die doof of slechthorend is als vermeld in artikel 37/8, §5, of 37/45, §5, en die ingeschreven is in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal of voor een leerling die speciale onderwijsmiddelen in de vorm van tolken ter beschikking krijgt als vermeld in artikel 91, §1 en §2.
6§2/2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, kan de school in overleg met de ouders beslissen om een leerling met een IAC-verslag niet te laten deelnemen aan de screening.
7§2/3. Leerlingen die recht hebben op redelijke aanpassingen of speciale onderwijsleermiddelen gedurende het schooljaar waarin de screening, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt afgenomen, hebben recht op het behoud en het gebruik van die aanpassingen en leermiddelen als ze die screening afleggen.
5§ 3. Op basis van de resultaten van de taalscreening, moeten leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen vanaf het schooljaar 2021-2022 een actief taalintegratietraject Nederlands volgen met in beginsel een taalbad, zoals bedoeld in paragraaf 4, of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt. 8§ 3. Op basis van de resultaten van de taalscreening, moeten leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen vanaf het schooljaar 2021-2022 een actief taalintegratietraject Nederlands volgen met in beginsel een taalbad, zoals bedoeld in paragraaf 4, of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt. De resultaten van de screening kunnen voor leerlingen met een IAC-verslag niet leiden tot een verplichting voor het volgen van een actief taalintegratietraject Nederlands.
6§ 4. Met taalbad wordt vanaf het schooljaar 2021-2022 bedoeld intensieve onderwijsactiviteiten die tot doel hebben de leerling door onderdompeling in de onderwijstaal deze onderwijstaal te laten verwerven in functie van een snelle integratie in de reguliere onderwijsactiviteiten. Dit kan een voltijds traject zijn. Een leerling kan gedurende het basisonderwijs maximaal één schooljaar een voltijds taalbad of voltijds gelijkwaardig alternatief volgen.9§ 4. Met taalbad wordt vanaf het schooljaar 2021-2022 bedoeld intensieve onderwijsactiviteiten die tot doel hebben de leerling door onderdompeling in de onderwijstaal deze onderwijstaal te laten verwerven in functie van een snelle integratie in de reguliere onderwijsactiviteiten. Dit kan een voltijds traject zijn. Een leerling kan gedurende het basisonderwijs maximaal één schooljaar een voltijds taalbad of voltijds gelijkwaardig alternatief volgen.
7§ 5. Schoolbesturen kunnen elk taalintegratietraject, dus ook het taalbad, individueel of gezamenlijk organiseren. Het kan ook netoverschrijdend georganiseerd worden.
8§ 6. In het geval scholen het taalintegratietraject gezamenlijk organiseren, is er wederzijdse samenwerking tussen de school van inschrijving en de school die het taalintegratietraject aan de leerling verstrekt. Dat houdt onder andere in het organiseren van het vervoer van de ingeschreven leerling naar de school waar het taalintegratietraject wordt georganiseerd, de communicatie tussen de school van inschrijving en de school waar het taalintegratietraject wordt georganiseerd, alsook het opvolgen van de leerling die het taalintegratietraject volgt door de school waar de leerling is ingeschreven.
10§ 5. ....
11§ 6. ....
9§ 7. De leerkracht die het onderwijs in het taalintegratietraject verstrekt, wordt betrokken bij de beslissing over de duur en intensiteit van het taalintegratietraject.12§ 7. De leerkracht die het onderwijs in het taalintegratietraject verstrekt, wordt betrokken bij de beslissing over de duur en intensiteit van het taalintegratietraject.
10§ 8. Na het taalintegratietraject integreert de leerling zich desgevallend in de school van inschrijving waar hij de reguliere onderwijsactiviteiten volgt.
13§ 8. ...
11§ 9. In afwijking van artikel 3, 22°, a), wordt het inrichten van een taalintegratietraject niet beschouwd als een herstructurering.14§ 9. In afwijking van artikel 3, 22°, a), wordt het inrichten van een taalintegratietraject niet beschouwd als een herstructurering.
12§ 10. De leerlingen die een taalintegratietraject volgen, tellen alleen mee voor financiering of subsidiering in de school waar ze zijn ingeschreven op de teldag.
15§ 10. ...
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 13/1
16De schriftelijke mededeling aan de ouders van een negatief advies of negatieve beslissing bevat tevens de motivatie.16De schriftelijke mededeling aan de ouders van een negatief advies of negatieve beslissing bevat tevens de motivatie.
17§ 4. Met uitzondering van de eerste zin van paragraaf 2 is dit artikel niet van toepassing op leerlingen die worden ingeschreven in scholen voor Franstalig onderwijs in de randen taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied.17§ 4. Met uitzondering van de eerste zin van paragraaf 2 is dit artikel niet van toepassing op leerlingen die worden ingeschreven in scholen voor Franstalig onderwijs in de randen taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied.
18§4/1. In afwijking van paragraaf 2 hoeft er bij de adviezen en beslissingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, a) en b), 2°, a) en b), en 3°, voor een leerling die doof of slechthorend is als vermeld in artikel 37/8, §5, of 37/45, §5, en die ingeschreven is in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal of voor een leerling die speciale onderwijsmiddelen in de vorm van tolken ter beschikking krijgt als vermeld in artikel 91, §1 en §2, geen advies te worden gegeven over de beheersing van het Nederlands en is er geen verplichting voor de klassenraad om een taalintegratietraject op te leggen.18§4/1. In afwijking van paragraaf 2 hoeft er bij de adviezen en beslissingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 1°, a) en b), 2°, a) en b), en 3°, voor een leerling die doof of slechthorend is als vermeld in artikel 37/8, §5, of 37/45, §5, en die ingeschreven is in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal of voor een leerling die speciale onderwijsmiddelen in de vorm van tolken ter beschikking krijgt als vermeld in artikel 91, §1 en §2, of voor een leerling die beschikt over een IAC-verslag, geen advies te worden gegeven over de beheersing van het Nederlands en is er geen verplichting voor de klassenraad om een taalintegratietraject op te leggen.
19§ 5. Om toegelaten te worden tot het buitengewoon lager onderwijs vanaf het schooljaar 2021-2022 moet een leerling zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar.19§ 5. Om toegelaten te worden tot het buitengewoon lager onderwijs vanaf het schooljaar 2021-2022 moet een leerling zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar.
+10 −7 decreet-1997-02-25/art. 26bis/1
1§ 1. Ouders die opteren voor huisonderwijs moeten uiterlijk op de derde schooldag van het schooljaar waarin de leerplichtige huisonderwijs volgt, een verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie over het huisonderwijs, indienen bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.1§ 1. Ouders die opteren voor huisonderwijs moeten uiterlijk op de derde schooldag van het schooljaar waarin de leerplichtige huisonderwijs volgt, een verklaring van rechten en plichten inzake huisonderwijs indienen bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
2De informatie over het huisonderwijs moet minstens de volgende elementen bevatten :
2In de verklaring van rechten en plichten inzake huisonderwijs, vermeld in het eerste lid, worden de plichten van de ouders om het onderwijs te verstrekken of te laten verstrekken dat voldoet aan de minimumeisen, vermeld in artikel 26bis, en de plichten, vermeld in artikel 26bis/2, artikel 26ter en artikel 6, §4, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding opgenomen. De verklaring van rechten en plichten inzake huisonderwijs moet verder minstens de volgende elementen bevatten:
31° de persoonsgegevens van de ouders en de leerplichtige die het huisonderwijs volgt;31° de persoonsgegevens van de ouders en de leerplichtige die het huisonderwijs volgt;
41°/1 de contactgegevens van de ouders: e-mailadres en telefoonnummer;
51°/2 de keuze van CLB, vermeld in artikel 6, §4, vijfde lid, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
42° de gegevens van wie het huisonderwijs zal geven, met inbegrip van het opleidingsniveau van de lesgever(s) van het huisonderwijs;62° de gegevens van wie het huisonderwijs zal geven, met inbegrip van het opleidingsniveau van de lesgever(s) van het huisonderwijs;
53° de taal waarin het huisonderwijs zal worden verstrekt;73° de taal waarin het huisonderwijs zal worden verstrekt;
75° de onderwijsdoelen die met het huisonderwijs zullen worden nagestreefd;95° de onderwijsdoelen die met het huisonderwijs zullen worden nagestreefd;
86° de afstemming van het huisonderwijs op de leerbehoeften van de leerplichtige;106° de afstemming van het huisonderwijs op de leerbehoeften van de leerplichtige;
116°/1 de wijze waarop de sociale participatie van de leerplichtige wordt nagestreefd;
97° en, de bronnen en leermiddelen die zullen worden gebruikt voor het huisonderwijs.127° en, de bronnen en leermiddelen die zullen worden gebruikt voor het huisonderwijs.
10In het geval dat voor twee of meerdere leerplichtige kinderen gezamenlijk huisonderwijs wordt georganiseerd en de plaats waar dit huisonderwijs wordt georganiseerd verschilt van het adres waar de kinderen gedomicilieerd zijn, dan kan voor deze leerplichtige kinderen één gezamenlijke verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie over huisonderwijs ingediend worden door de organisator van het huisonderwijs. De bijhorende informatie over het huisonderwijs moet naast de elementenvermeld in het tweede lidook het adres bevatten waarop het huisonderwijs effectief wordt verstrekt .13In het geval dat voor twee of meerdere leerplichtige kinderen gezamenlijk huisonderwijs wordt georganiseerd en de plaats waar dit huisonderwijs wordt georganiseerd verschilt van het adres waar de kinderen gedomicilieerd zijn, dan kan voor deze leerplichtige kinderen één gezamenlijke verklaring van rechten en plichten inzake huisonderwijs ingediend worden door de organisator van het huisonderwijs. De verklaring van rechten en plichten inzake huisonderwijs moet naast de elementen, vermeld in het tweede lid, ook het adres bevatten waar het huisonderwijs effectief wordt verstrekt en de persoonsgegevens en contactgegevens, e-mailadres en telefoonnummer van de organisator van huisonderwijs.
11De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zullen hiertoe een document ter beschikking stellen.14De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zullen hiertoe een model van verklaring van rechten en plichten inzake huisonderwijs ter beschikking stellen.
12In afwijking van het eerste lid dienen ouders die hun leerplichtige kinderen inschrijven in één van volgende scholen, geen verklaring van huisonderwijs met bijhorende informatie in te dienen :15In afwijking van het eerste lid dienen ouders die hun leerplichtige kinderen inschrijven in één van volgende scholen, geen verklaring van rechten en plichten inzake huisonderwijs in te dienen :
131° Europese scholen ;161° Europese scholen en geaccrediteerde Europese scholen;
142° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;172° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;
153° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;183° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;
164° scholen gelegen in het buitenland, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt.194° scholen gelegen in het buitenland, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt.
17§ 2. In afwijking van de termijn, vermeld in paragraaf 1, kunnen de ouders van volgende leerplichtigen steeds een verklaring van huisonderwijs en bijhorende informatie over het huisonderwijs indienen bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap :20§ 2. In afwijking van de termijn, vermeld in paragraaf 1, kunnen de ouders van volgende leerplichtigen steeds een verklaring van rechten en plichten inzake huisonderwijs indienen bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap :
181° leerplichtigen die zich in de loop van een schooljaar domiciliëren in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Vlaamse Gewest;211° leerplichtigen die zich in de loop van een schooljaar domiciliëren in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Vlaamse Gewest;
192° leerplichtigen die in de loop van een schooljaar naar het buitenland gaan, maar gedomicilieerd blijven in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Vlaamse Gewest;222° leerplichtigen die in de loop van een schooljaar naar het buitenland gaan, maar gedomicilieerd blijven in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Vlaamse Gewest;
+3 −2 decreet-1997-02-25/art. 26bis/2
1§ 1. Ouders die opteren voor huisonderwijs zijn verplicht de leerplichtige in te schrijven bij de examencommissie met het oog op het verkrijgen van een getuigschrift Basisonderwijs als vermeld in artikel 56, uiterlijk in het schooljaar waarin de leerplichtige elf jaar is geworden voor 1 januari.1§ 1. Ouders die opteren voor huisonderwijs zijn verplicht de leerplichtige in te schrijven bij de examencommissie met het oog op het verkrijgen van een getuigschrift Basisonderwijs als vermeld in artikel 56, uiterlijk in het schooljaar waarin de leerplichtige elf jaar is geworden voor 1 januari.
2Als de leerplichtige zich niet tijdig aandient bij de examencommissie of na maximaal twee pogingen en uiterlijk in het schooljaar waarin hij of zij dertien jaar is geworden voor 1 januari het getuigschrift Basisonderwijs niet verkrijgt, moeten de ouders de leerplichtige inschrijven, hetzij in een school die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, Franse Gemeenschap of Duitstalige Gemeenschap, hetzij in één van volgende scholen :2Als de leerplichtige zich niet tijdig aandient bij de examencommissie of na maximaal twee pogingen en uiterlijk in het schooljaar waarin hij of zij dertien jaar is geworden voor 1 januari het getuigschrift Basisonderwijs niet verkrijgt, moeten de ouders de leerplichtige inschrijven, hetzij in een school die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, Franse Gemeenschap of Duitstalige Gemeenschap, hetzij in één van volgende scholen :
31° Europese scholen ;31° Europese scholen en geaccrediteerde Europese scholen;
42° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;42° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;
53° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;53° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;
92° indien de leerplichtige in het bezit is van een individuele gelijkwaardigheidsbeslissing met minstens het niveau van het basisonderwijs;92° indien de leerplichtige in het bezit is van een individuele gelijkwaardigheidsbeslissing met minstens het niveau van het basisonderwijs;
103° leerplichtigen die ingeschreven zijn in één van volgende scholen :103° leerplichtigen die ingeschreven zijn in één van volgende scholen :
11a) Europese scholen ;11a) Europese scholen en geaccrediteerde Europese scholen;
12b) internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;12b) internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;
13c) internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;13c) internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;
14d) scholen gelegen in het buitenland, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt.14d) scholen gelegen in het buitenland, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt.
15Alleen het CLB dat conform artikel 26bis/1, §1, tweede lid, 1°/2, is aangeduid in de verklaring van rechten en plichten inzake huisonderwijs, is bevoegd om te beslissen over de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, 1°.
+5 −4 decreet-1997-02-25/art. 26ter
1§ 1. De onderwijsinspectie is bevoegd om te controleren of het verstrekte huisonderwijs be-antwoordt aan de doelstellingen omschreven in artikel 26bis. De regering legt de criteria vast op basis waarvan deze controle gebeurt.1§ 1. De onderwijsinspectie is bevoegd om te controleren of het verstrekte huisonderwijs be-antwoordt aan de doelstellingen omschreven in artikel 26bis. De regering legt de criteria vast op basis waarvan deze controle gebeurt.
2§ 2. De ouders zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de controle op het huisonderwijs. 2§ 2. De ouders zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de controle op het huisonderwijs. De regering bepaalt de verdere modaliteiten van de medewerkingsplicht van de ouders.
3§ 2bis. De onderwijsinspectie controleert de deelname aan systematische contacten en de medewerking aan profylactische maatregelen zoals vermeld artikel 6, § 4, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding. 3§ 2bis. De onderwijsinspectie controleert de deelname aan systematische contacten en de medewerking aan profylactische maatregelen zoals vermeld artikel 6, § 4, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding. De onderwijsinspectie neemt de niet-deelname aan de systematische contacten mee als een element bij de prioritering van de controles op huisonderwijs, vermeld in het eerste lid.
4§ 3. Wanneer de controle van de onderwijsinspectie niet aanvaard wordt of wanneer de onderwijsinspectie bij twee op-eenvolgende controles vaststelt dat het verstrekte onderwijs kennelijk niet beantwoordt aan de in artikel 26bis bedoelde doelstellingen, schrijven de ouders de leerling in hetzij in een school die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, Franse Gemeenschap of Duitstalige Gemeenschap, hetzij in één van volgende scholen :4§ 3. Wanneer de controle van de onderwijsinspectie niet aanvaard wordt of wanneer de onderwijsinspectie bij twee op-eenvolgende controles vaststelt dat het verstrekte onderwijs kennelijk niet beantwoordt aan de in artikel 26bis bedoelde doelstellingen, schrijven de ouders de leerling in hetzij in een school die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd is door de Vlaamse Gemeenschap, Franse Gemeenschap of Duitstalige Gemeenschap, hetzij in één van volgende scholen :
51° Europese scholen ;51° Europese scholen en geaccrediteerde Europese scholen;
62° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;62° internationale scholen die door het International Baccalaureate (IB) te Genève geaccrediteerd zijn;
73° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;73° internationale scholen waarvan de studiebewijzen, na een gelijkwaardigheidsonderzoek door het Agentschap voor Kwaliteit in het Onderwijs, als gelijkwaardig worden beschouwd;
84° scholen gelegen in het buitenland, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt.84° scholen gelegen in het buitenland, waar het leerplichtige kind contactonderwijs volgt.
9Het hervatten van huisonderwijs om aan de leerplicht voor de betrokken leerling te voldoen, kan uitsluitend mits de onderwijsinspectie voorafgaandelijk toestemming verleent. Die toestemming wordt verleend als de onderwijsinspectie oordeelt, op basis van elementen aangereikt door de ouders, dat de tekortkomingen die bij de controle destijds aanleiding hebben gegeven tot beëindiging van het huisonderwijs, zijn of worden weggewerkt. De regering legt de aanvraagprocedure voor de ouders vast.9Het hervatten van huisonderwijs om aan de leerplicht voor de betrokken leerling te voldoen, kan uitsluitend als de leerling voorafgaand aan het hervatten van het huisonderwijs zes maanden ingeschreven was in een van de scholen, vermeld in het eerste lid, in die school voldoende aanwezig was, behoudens gewettigde afwezigheid en mits de onderwijsinspectie voorafgaandelijk toestemming verleent. De termijn van zes maanden wordt geschorst tijdens de zomervakantie. De toestemming van de onderwijsinspectie kan door de ouders worden aangevraagd vanaf twee maanden voor het einde van zes maanden. Die toestemming wordt verleend als de onderwijsinspectie oordeelt, op basis van elementen aangereikt door de ouders, dat de tekortkomingen die bij de controle destijds aanleiding hebben gegeven tot beëindiging van het huisonderwijs, zijn of worden weggewerkt. De regering legt de aanvraagprocedure voor de ouders vast.
10Een leerling wordt tijdens de zes maanden, vermeld in het tweede lid, geacht niet voldoende aanwezig als vermeld in het tweede lid te zijn, hetzij als de leerling gedurende 15 al dan niet gespreide halve dagen problematisch afwezig is geweest, hetzij minder dan 145 halve dagen aanwezig of aanvaardbaar afwezig voor leerlingen in het kleuteronderwijs als vermeld in artikel 26, §1.
+4 −2 decreet-1997-02-25/art. 37
1712° een korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding, waarmee de school haar visie en werking in verband met leerlingenbegeleiding verduidelijkt. Als de school een beleid op afzondering en fixatie als vermeld in artikel 33/1 heeft, wordt dat beleid uitdrukkelijk opgenomen in de korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding.1712° een korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding, waarmee de school haar visie en werking in verband met leerlingenbegeleiding verduidelijkt. Als de school een beleid op afzondering en fixatie als vermeld in artikel 33/1 heeft, wordt dat beleid uitdrukkelijk opgenomen in de korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding.
1813° richtlijnen over aanwezigheden, in het bijzonder voor de leerplichtige kleuters, en te laat komen;1813° richtlijnen over aanwezigheden, in het bijzonder voor de leerplichtige kleuters, en te laat komen;
1914° dat er leersteun kan worden geboden voor leerlingen met een GC-verslag of IAC-verslag en bij welk leersteuncentrum de school aangesloten is.1914° dat er leersteun kan worden geboden voor leerlingen met een GC-verslag of IAC-verslag en bij welk leersteuncentrum de school aangesloten is;
2015° de afspraken met betrekking tot het decretaal aan scholen opgelegde verbod op slimme apparaten, vermeld in artikel 37/0, de controle op de naleving ervan en de sancties die opgelegd kunnen worden bij overtreding van het verbod op het gebruik van slimme apparaten.
20§ 3. Voor het lager onderwijs bevat het schoolreglement ten minste de volgende elementen:21§ 3. Voor het lager onderwijs bevat het schoolreglement ten minste de volgende elementen:
211° het reglement inzake tucht en schending van de leefregels van de leerlingen met inbegrip van een preventieve schorsing, een tijdelijke uitsluiting of een definitieve uitsluiting en inzake de beroepsprocedure zoals vermeld in onderafdeling F van deze afdeling, inbegrepen het hanteren van redelijke en haalbare termijnen;221° het reglement inzake tucht en schending van de leefregels van de leerlingen met inbegrip van een preventieve schorsing, een tijdelijke uitsluiting of een definitieve uitsluiting en inzake de beroepsprocedure zoals vermeld in onderafdeling F van deze afdeling, inbegrepen het hanteren van redelijke en haalbare termijnen;
4116° de contactgegevens van het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee de school samenwerkt, en de concrete afspraken over de dienstverlening tussen de school en het centrum voor leerlingenbegeleiding;4216° de contactgegevens van het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee de school samenwerkt, en de concrete afspraken over de dienstverlening tussen de school en het centrum voor leerlingenbegeleiding;
4217° een korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding, waarmee de school haar visie en werking in verband met leerlingenbegeleiding verduidelijkt. Als de school een beleid op afzondering en fixatie als vermeld in artikel 33/1 heeft, wordt dit beleid uitdrukkelijk opgenomen in de korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding;4317° een korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding, waarmee de school haar visie en werking in verband met leerlingenbegeleiding verduidelijkt. Als de school een beleid op afzondering en fixatie als vermeld in artikel 33/1 heeft, wordt dit beleid uitdrukkelijk opgenomen in de korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding;
4318° dat er leersteun kan worden geboden voor leerlingen met een GC-verslag of IAC-verslag en bij welk leersteuncentrum de school aangesloten is.4418° dat er leersteun kan worden geboden voor leerlingen met een GC-verslag of IAC-verslag en bij welk leersteuncentrum de school aangesloten is;
4519° de afspraken met betrekking tot het decretaal aan scholen opgelegde verbod op slimme apparaten, vermeld in artikel 37/0, de controle op de naleving ervan en de sancties die opgelegd kunnen worden bij overtreding van het verbod op het gebruik van slimme apparaten.
44§ 4. ...46§ 4. ...
45§ 5. Voor materies waarbij ouders een individuele keuze kunnen maken, die door een regelgeving gegarandeerd wordt, kan die individuele keuze niet via het schoolreglement geregeld worden.47§ 5. Voor materies waarbij ouders een individuele keuze kunnen maken, die door een regelgeving gegarandeerd wordt, kan die individuele keuze niet via het schoolreglement geregeld worden.
+6 −0 decreet-1997-02-25/art. 37/0 nieuw
1Het is leerlingen verboden om slimme apparaten te gebruiken tijdens de periode van de normale aanwezigheid van de leerlingen op school.
2In afwijking van artikel 3, 43°, is voor de toepassing van dit artikel de normale aanwezigheid van de leerlingen op school, de volledige periode voor de aanvang van de lessen 's morgens tot het einde van de laatste les van de lesdag.
3In afwijking van het eerste lid, kunnen slimme apparaten worden gebruikt in de volgende gevallen:
41° voor onderwijsdoeleinden die de school bepaalt;
52° in het kader van redelijke aanpassingen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften of om medische redenen;
63° mits toestemming van de directie of zijn afgevaardigde, tijdens extra-murosactiviteiten.
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 54quater nieuw
1Bij een beslissing van de klassenraad over het getuigschrift basisonderwijs, bepaalt een klassenraad ook of de leerling in zijn eerste schooljaar van het voltijds gewoon secundair onderwijs drie uren extra taallessen Nederlands per week moet volgen. De klassenraad baseert zich voor die beslissing op de eindtermen Nederlands.
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 55
1De beslissing omtrent het toekennen van het getuigschrift wordt uiterlijk op 30 juni aan de ouders meegedeeld. De ouders worden geacht die beslissing uiterlijk op 1 juli in ontvangst te hebben genomen. Indien de ouders niet akkoord gaan met de genomen beslissing volgt er, op vraag van de ouders, een overleg met de directeur of zijn afgevaardigde, binnen een termijn vastgelegd in het schoolreglement. De school kan dit overleg niet weigeren. Van het overleg wordt een schriftelijke neerslag gemaakt. Dit overleg kan ertoe leiden dat de directeur of zijn afgevaardigde beslist om de klassenraad opnieuw te laten samenkomen om het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs te bevestigen of te wijzigen. De ouders nemen de beslissing om de klassenraad niet opnieuw te laten samenkomen, dan wel de beslissing van de klassenraad die opnieuw is samengekomen schriftelijk in ontvangst. Bij het niet in ontvangst nemen van deze beslissing door de ouders op de voorziene datum wordt ze toch geacht te zijn ontvangen op de voorziene ontvangstdatum. Indien de ouders niet akkoord gaan met de beslissing, wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep zoals bepaald in hoofdstuk IV, afdeling 2, onderafdeling E.1De beslissing omtrent het toekennen van het getuigschrift wordt uiterlijk op 30 juni aan de ouders meegedeeld. De ouders worden geacht die beslissing uiterlijk op 1 juli in ontvangst te hebben genomen. Indien de ouders niet akkoord gaan met de genomen beslissing volgt er, op vraag van de ouders, een overleg met de directeur of zijn afgevaardigde, binnen een termijn vastgelegd in het schoolreglement. De school kan dit overleg niet weigeren. Van het overleg wordt een schriftelijke neerslag gemaakt. Dit overleg kan ertoe leiden dat de directeur of zijn afgevaardigde beslist om de klassenraad opnieuw te laten samenkomen om het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs te bevestigen of te wijzigen. De ouders nemen de beslissing om de klassenraad niet opnieuw te laten samenkomen, dan wel de beslissing van de klassenraad die opnieuw is samengekomen schriftelijk in ontvangst. Bij het niet in ontvangst nemen van deze beslissing door de ouders op de voorziene datum wordt ze toch geacht te zijn ontvangen op de voorziene ontvangstdatum. Indien de ouders niet akkoord gaan met de beslissing, wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep zoals bepaald in hoofdstuk IV, afdeling 2, onderafdeling E.
2Samen met de beslissing over de toekenning van het getuigschrift, wordt aan de ouders van de leerling die in zijn eerste schooljaar van het secundair onderwijs drie uren extra taallessen Nederlands per week moet volgen, zoals bepaald in artikel 54quater, de beslissing meegedeeld.
2In afwijking van het eerste lid moeten de ouders van kinderen die een beslissing van de examencommissie, vermeld in artikel 56, over het toekennen van het getuigschrift basisonderwijs hebben ontvangen geen overleg met de directeur of zijn afgevaardigde vragen als de ouders niet akkoord gaan met de beslissing. Indien er toch overleg wordt gevraagd door de ouders, kan de directeur of zijn afgevaardigde dit overleg niet weigeren. Bij het mededelen aan de ouders van de beslissing om het getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen, wordt op de mogelijkheid tot beroep zoals bepaald in hoofdstuk IV, afdeling 2, onderafdeling E, gewezen.3In afwijking van het eerste lid moeten de ouders van kinderen die een beslissing van de examencommissie, vermeld in artikel 56, over het toekennen van het getuigschrift basisonderwijs hebben ontvangen geen overleg met de directeur of zijn afgevaardigde vragen als de ouders niet akkoord gaan met de beslissing. Indien er toch overleg wordt gevraagd door de ouders, kan de directeur of zijn afgevaardigde dit overleg niet weigeren. Bij het mededelen aan de ouders van de beslissing om het getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen, wordt op de mogelijkheid tot beroep zoals bepaald in hoofdstuk IV, afdeling 2, onderafdeling E, gewezen.
+4 −3 decreet-1997-02-25/art. 62
87° de controle van de onderwijsinspectie mogelijk maakt;87° de controle van de onderwijsinspectie mogelijk maakt;
98° de reglementering inzake vakantieperioden en de aanwending van de onderwijstijd, zoals bedoeld in artikel 50 in acht neemt,98° de reglementering inzake vakantieperioden en de aanwending van de onderwijstijd, zoals bedoeld in artikel 50 in acht neemt,
109° de reglementering betreffende eindtermen, ontwikkelingsdoelen of met ingang van een datum te bepalen door de Vlaamse Regering de erkende onderwijskwalificaties, leerplannen en individueel aangepaste curricula naleven;109° de reglementering betreffende na te streven of te bereiken minimumdoelen of met ingang van een datum te bepalen door de Vlaamse Regering de erkende onderwijskwalificaties, leerplannen en individueel aangepaste curricula naleven;
1110° samenwerkingsafspraken maakt met een centrum voor leerlingenbegeleiding en een beleid op leerlingenbegeleiding voert;1110° samenwerkingsafspraken maakt met een centrum voor leerlingenbegeleiding en een beleid op leerlingenbegeleiding voert;
1211° in het geheel van haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder eerbiedigt.1211° in het geheel van haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder eerbiedigt.
1312° een doeltreffend beleid voert om het rookverbod kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid zoals vermeld in het school- of arbeidsreglement.1312° een doeltreffend beleid voert om het rookverbod kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid zoals vermeld in het school- of arbeidsreglement;
1413° een doeltreffend beleid voert om het verbod op het gebruik van slimme apparaten bekend te maken en te handhaven, controle uitoefent over de naleving van het verbod en overtreders sancties oplegt, conform het eigen sanctiebeleid dat is opgenomen in het schoolreglement.
14§ 2. Een officiële school beantwoordt onverminderd § 1 aan volgende erkenningsvoorwaarden:15§ 2. Een officiële school beantwoordt onverminderd § 1 aan volgende erkenningsvoorwaarden:
151° een open karakter hebben door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdien-stige opvattingen van de ouders en de leerling;161° een open karakter hebben door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdien-stige opvattingen van de ouders en de leerling;
162° de leerplannen volgen van het gemeenschapsonderwijs, OVSG of POV, of eigen leerplannen ermee verenigbaar;
172° ...;
173° een schoolwerkplan, schoolreglement en schoolboeken gebruiken in overeenstemming met het open karakter bedoeld in 1°;183° een schoolwerkplan, schoolreglement en schoolboeken gebruiken in overeenstemming met het open karakter bedoeld in 1°;
184° begeleid worden door de begeleidingsdienst van het Gemeenschapsonderwijs, OVSG of POV;194° begeleid worden door de begeleidingsdienst van het Gemeenschapsonderwijs, OVSG of POV;
+2 −2 decreet-1997-02-25/art. 125quinquies
92° er is geen beslissing of overeenkomst om de scholengemeenschap niet te verlengen of te wijzigen;92° er is geen beslissing of overeenkomst om de scholengemeenschap niet te verlengen of te wijzigen;
103° de samenstelling van de scholengemeenschap blijft ongewijzigd;103° de samenstelling van de scholengemeenschap blijft ongewijzigd;
114° geen enkel schoolbestuur meldt voor 1 mei voorafgaand aan de start van een periode van zes schooljaren aan de andere schoolbesturen dat ze de beslissing of overeenkomst niet wil verlengen.114° geen enkel schoolbestuur meldt voor 1 maart voorafgaand aan de start van een periode van zes schooljaren aan de andere schoolbesturen dat ze de beslissing of overeenkomst niet wil verlengen.
12Scholengemeenschappen die op 31 augustus 2020 bestaan, kunnen op 1 september 2020 onder de voorwaarden van het derde lid van rechtswege worden verlengd voor een periode van zes schooljaren.12Scholengemeenschappen die op 31 augustus 2020 bestaan, kunnen op 1 september 2020 onder de voorwaarden van het derde lid van rechtswege worden verlengd voor een periode van zes schooljaren.
13§ 3. In afwijking van paragraaf 2 eindigen de overeenkomsten of beslissingen, vermeld in paragraaf 1, die in werking treden in de loop van een periode van zes schooljaren als vermeld in paragraaf 2, tweede lid, op het einde van de zes schooljaren in kwestie.13§ 3. In afwijking van paragraaf 2 eindigen de overeenkomsten of beslissingen, vermeld in paragraaf 1, die in werking treden in de loop van een periode van zes schooljaren als vermeld in paragraaf 2, tweede lid, op het einde van de zes schooljaren in kwestie.
183° een school wordt overgenomen door een schoolbestuur van dezelfde groep, vermeld in artikel 3, 21°, op voorwaarde dat alle schoolbesturen die behoren tot de scholengemeenschap ermee instemmen dat de school uit de scholengemeenschap stapt en op voorwaarde dat er een school deel uitmaakt van de scholengemeenschap wiens schoolbestuur betrokken is bij een fusie van gemeenten in het lopende schooljaar.183° een school wordt overgenomen door een schoolbestuur van dezelfde groep, vermeld in artikel 3, 21°, op voorwaarde dat alle schoolbesturen die behoren tot de scholengemeenschap ermee instemmen dat de school uit de scholengemeenschap stapt en op voorwaarde dat er een school deel uitmaakt van de scholengemeenschap wiens schoolbestuur betrokken is bij een fusie van gemeenten in het lopende schooljaar.
19Wijzigingen van een beslissing of overeenkomst treden in werking op 1 september na de datum waarop de wijziging tot stand is gekomen.19Wijzigingen van een beslissing of overeenkomst treden in werking op 1 september na de datum waarop de wijziging tot stand is gekomen.
20§ 5. Elke beslissing of overeenkomst met betrekking tot de vorming of de wijziging van een scholengemeenschap wordt, voor 15 juni van het schooljaar voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding, aan de betrokken personeelsleden meegedeeld en bezorgd aan de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid. Ook een verlenging van rechtswege wordt uiterlijk op voormelde datum aan de betrokken personeelsleden meegedeeld en bezorgd aan de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid.20§ 5. Elke beslissing of overeenkomst met betrekking tot de vorming of de wijziging van een scholengemeenschap wordt, voor 1 april van het schooljaar voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding, aan de betrokken personeelsleden meegedeeld en bezorgd aan de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid. Ook een verlenging van rechtswege wordt uiterlijk op voormelde datum aan de betrokken personeelsleden meegedeeld en bezorgd aan de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid.
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 125decies
54° ...54° ...
65° het gebruik van de infrastructuur;65° het gebruik van de infrastructuur;
76° de overdracht naar een andere scholengemeenschap van punten voor het voeren van een zorgbeleid verkregen op basis van artikel 125duodecies1, § 1, op voorwaarde dat een school op basis van 125quinquies, § 4, 1° en 2°, de scholengemeenschap verlaat en toetreedt tot de scholengemeenschap naar waar de punten voor het voeren van een zorgbeleid worden overgedragen.
76° de overdracht naar een andere scholengemeenschap van punten ter ondersteuning van de werking, die verkregen zijn op basis van artikel 125duodecies, §1, of van punten voor het voeren van een zorgbeleid, die verkregen zijn op basis van artikel 125duodecies1, §1, op voorwaarde dat een school op basis van artikel 125quinquies, §4, de scholengemeenschap verlaat en toetreedt tot de scholengemeenschap waarnaar de punten worden overgedragen. Een overdracht naar een andere scholengemeenschap van punten ter ondersteuning van de werking kan evenwel niet in het schooljaar 2025-2026. De overdacht van de punten mag niet tot gevolg hebben dat bijkomend personeelsleden wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking moeten worden gesteld, tenzij ze onmiddellijk gereaffecteerd of wedertewerkgesteld kunnen worden in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in de scholengemeenschap voor de duur van het volledige schooljaar.
+1 −0 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.35/2
1De scholen die betrokken zijn bij de organisatie van het zonaal leerlingenvervoer georganiseerd krachtens de wet van 15 juli 1983 houdende oprichting van de Nationale Dienst voor Leerlingenvervoer, verlenen hun medewerking aan de organisatie van het collectief zonaal leerlingenvervoer.1De scholen die betrokken zijn bij de organisatie van het zonaal leerlingenvervoer georganiseerd krachtens de wet van 15 juli 1983 houdende oprichting van de Nationale Dienst voor Leerlingenvervoer, verlenen hun medewerking aan de organisatie van het collectief zonaal leerlingenvervoer.
2Zij stellen busbegeleiders aan en ontvangen hiervoor een toelage lastens de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van die toelage, de wijze van toekenning en de controlemaatregelen, en bepaalt de minimale loon­ en arbeidsvoorwaarden voor de busbegeleiders.2Zij stellen busbegeleiders aan en ontvangen hiervoor een toelage lastens de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van die toelage, de wijze van toekenning en de controlemaatregelen, en bepaalt de minimale loon­ en arbeidsvoorwaarden voor de busbegeleiders.
3Na voorafgaande goedkeuring door het Agentschap voor Onderwijsdiensten kunnen de scholen, vermeld in het eerste lid, parkingwachters aanstellen en daarvoor een toelage van de Vlaamse Gemeenschap ontvangen. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van die toelage, de wijze van toekenning en de controlemaatregelen, en bepaalt de minimale loon- en arbeidsvoorwaarden voor de parkingwachters.
+1 −1 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.35/3
1Aan het personeel dat door middel van een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld is als busbegeleider bij een basisschool of een secundaire school kan tijdens de maanden juli en augustus een bestaanszekerheidsvergoeding worden toegekend. De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor de modaliteiten.1Aan het personeel dat door middel van een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld is als busbegeleider of als parkingwachter bij een basisschool of een secundaire school kan tijdens de maanden juli en augustus een bestaanszekerheidsvergoeding worden toegekend. De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor de modaliteiten.
+19 −0 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. X/3.1 nieuw
1§1. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, bevoegd voor de leerplichtcontrole en de financiële ondersteuning van instellingen, verwerken persoonsgegevens van leerplichtigen die vallen onder het stelsel van huisonderwijs en hun ouders.
2De voormelde gegevens worden verwerkt voor de volgende doeleinden:
31° de controle op de leerplicht en op huisonderwijs;
42° het ondersteunen van het onderwijsbeleid;
53° de registratie van studiebewijzen en het opvolgen van de studievoortgang en onderwijsloopbaantrajecten;
64° het ondersteunen van de lokale overlegplatformen, vermeld in deel VIII, hoofdstuk 1.
7De verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, zijn verwerkingen die noodzakelijk zijn voor het algemeen belang, vermeld in artikel 6.1, e), van de algemene verordening gegevensbescherming. Uit de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, kan ook de verwerking van gegevens over gezondheid, ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen als de bijzondere categorieën van persoonsgegevens, vermeld in artikel 9, eerste lid, van de algemene verordening gegevensbescherming volgen. De voormelde verwerkingen zijn noodzakelijke verwerkingen om redenen van zwaarwegend algemeen belang als vermeld in artikel 9, tweede lid, g), van de algemene verordening gegevensbescherming. De redenen van algemeen belang en zwaarwegend algemeen belang betreffen het garanderen van het recht op onderwijs van de leerplichtigen en de gezondheid en integriteit van de leerplichtigen.
8§2. Voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, verwerken de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap de volgende gegevens van leerplichtigen die vallen onder het stelsel van huisonderwijs:
91° de identificatiegegevens: de voor- en achternaam, het geslacht, de geboortedatum, de geboorteplaats, de nationaliteit, het identificatienum-mer van het Rijksregister of het identificatienummer van de Kruispunt-bank, vermeld in artikel 8, §1, 1° en 2°, van de Wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
102° woonplaats: domicilieadres, hoofdverblijfplaats en informatie betreffende tijdelijke afwezigheid;
113° onderwijsloopbaangegevens: voorafgaande onderwijsloopbaan en studiebewijzen, deelname en resultaten van deelname aan examencom-missie basis- en secundair onderwijs, vrijstelling van de examencommissie als vermeld in artikel 26bis/2, §2, eerste lid, 1°, van het decreet basison-derwijs van 25 februari 1997 en als vermeld in artikel 110/30, §2, eerste lid, 1°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
124° gezondheid: gegevens over de deelname aan systematische contacten en de medewerking aan profylactische maatregelen als vermeld artikel 6, §4, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
135° huisonderwijsgegevens: gegevens als vermeld in artikel 26bis/1, §1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/29, §1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
146° de voor- en achternaam, het opleidingsniveau en het vakgebied van de lesgevers en het adres waar huisonderwijs wordt gegeven als er gezamen-lijk huisonderwijs georganiseerd wordt, conform artikel 26bis/1, §1, derde lid, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/29, §1, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
15Voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, verwerken de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap de volgende gegevens van ouders van leerplichtigen die huisonderwijs volgen: de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, de contactgegevens, e-mailadres en telefoonnummer en, in zoverre de ouders ook optreden als lesgever als vermeld in artikel 26bis/1, §1, 2°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/29, §1, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 5°.
16Voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, verwerken de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap de volgende gegevens van de organisator van het gezamenlijk huisonderwijs en de lesgevers, vermeld in artikel 26bis/1, §1, derde lid, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en 110/29, §1, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010: de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1°, 2°, 5° en 6°, en de contactgegevens, e-mailadres en telefoonnummer.
17Voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, verwerken de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap de volgende gegevens van andere personen uit het sociale netwerk rond de leerplichtige die een rol opnemen in het voldoen aan de voorwaarden van huisonderwijs: de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° en 5°.
18§3. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zijn verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens, vermeld in paragraaf 1 en 2. De personeelsleden van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap hebben toegang tot de verwerkte gegevens als dat noodzakelijk is voor de taken die zij uitvoeren.
19§4. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap verstrekken de gegevens, vermeld in dit artikel, aan andere overheidsdiensten bevoegd voor onderwijs, jeugdhulp, justitie, binnenlandse zaken en welzijn wanneer dat noodzakelijk is voor de uitoefening van hun opdrachten.
+19 −0 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. X/3.2 nieuw
1§1. De onderwijsinspectie verwerkt persoonsgegevens van leerplichtigen die vallen onder het stelsel van huisonderwijs en hun ouders.
2De voormelde gegevens worden verwerkt voor de controle op het huisonderwijs, vermeld in artikel 26ter van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en in artikel 110/31 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
3De verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, zijn verwerkingen die noodzakelijk zijn voor het algemeen belang, vermeld in artikel 6.1, e), van de algemene verordening gegevensbescherming. Uit de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, kan ook de verwerking van gegevens over gezondheid, ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen als de bijzondere categorieën van persoonsgegevens, vermeld in artikel 9, eerste lid, van de algemene verordening gegevensbescherming volgen. De voormelde verwerkin-gen zijn noodzakelijke verwerkingen om redenen van zwaarwegend algemeen belang als vermeld in artikel 9, tweede lid, g), van de algemene verordening gegevensbescherming. De redenen van algemeen belang en zwaarwegend algemeen belang betreffen het garanderen van het recht op onderwijs van de leerplichtigen en de gezondheid en integriteit van de leerplichtigen.
4§2. Voor het doeleinde, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, verwerkt de onderwijsinspectie de volgende gegevens van leerplichtigen die vallen onder het stelsel van huisonderwijs:
51° de identificatiegegevens: de voor- en achternaam, het geslacht, de geboortedatum, de geboorteplaats, de nationaliteit, het identificatienum-mer van het Rijksregister of het identificatienummer van de Kruispunt-bank, vermeld in artikel 8, §1, 1° en 2°, van de Wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
62° woonplaats: domicilieadres, hoofdverblijfplaats en informatie betreffende tijdelijke afwezigheid;
73° onderwijsloopbaangegevens: voorafgaande onderwijsloopbaan en studiebewijzen, deelname en resultaten van deelname aan examencom-missie basis- en secundair onderwijs, vrijstelling van de examencommissie als vermeld in artikel 26bis/2, §2, eerste lid, 1°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en als vermeld in artikel 110/30, §2, eerste lid, 1°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
84° gezondheid: gegevens over de deelname aan systematische contacten en de medewerking aan profylactische maatregelen als vermeld artikel 6, §4, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
95° huisonderwijsgegevens: gegevens als vermeld in artikel 26bis/1, §1, van het decreet basisonderwijs en artikel 110/29, §1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
106° de voor- en achternaam, het opleidingsniveau en het vakgebied van de lesgevers en het adres waar huisonderwijs wordt gegeven als er gezamen-lijk huisonderwijs georganiseerd wordt, conform artikel 26bis/1, §1, derde lid, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/29, §1, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
11Voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 1, verwerkt de onderwijsinspectie de volgende gegevens van ouders van de leerplichtigen die huisonderwijs volgen: de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, de contactgegevens, e-mailadres en telefoonnummer en in zoverre de ouders ook optreden als lesgever als vermeld in artikel 26bis/1, §1, 2°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/29, §1, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 5°.
12Voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 1, verwerkt de onderwijsinspectie de volgende gegevens van de organisator van het gezamenlijk huisonderwijs en de lesgevers, vermeld in artikel 26bis/1, §1, derde lid, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en 110/29, §1, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010: de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1°, 2°, 5° en 6°, en de contactgegevens, e-mailadres en telefoonnummer.
13Voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 1, verwerkt de onderwijsinspectie de volgende gegevens van andere personen uit het sociale netwerk rond de leerplichtige die een rol opnemen in het voldoen aan de voorwaarden van huisonderwijs: de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° en 5°.
14§3. De onderwijsinspectie is verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens, vermeld in paragraaf 1 en 2. De personeelsleden van onderwijsinspectie hebben toegang tot de verwerkte gegevens als dat noodzakelijk is voor de taken die zij uitvoeren.
15§4. De onderwijsinspectie verstrekt de gegevens, vermeld in dit artikel, aan andere overheidsdiensten bevoegd voor onderwijs, jeugdhulp, justitie, binnenlandse zaken en welzijn wanneer dat noodzakelijk is voor de uitoefening van hun opdrachten, in overeenstemming met artikel 8 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer.
16§5. De onderwijsinspectie verstrekt de gegevens over haar bevindingen bij de controle, vermeld in artikel 26ter van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en in artikel 110/31 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, aan bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
17De onderwijsinspectie en bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap zijn verwerkingsverantwoordelijke voor deze gegevens. De onderwijsinspectie zorgt ervoor dat de overgedragen persoonsgegevens correct zijn.
18§6. Als de onderwijsinspectie inschat dat de ontwikkelingskansen of de integriteit van een leerplichtige die onder het stelsel van huisonderwijs valt, niet gevrijwaard zijn, dan verstrekt de onderwijsinspectie de persoonsgege-vens, vermeld in paragraaf 2, aan de gemandateerde voorzieningen, vermeld in hoofdstuk 8, afdeling 2, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.
19De onderwijsinspectie en de gemandateerde voorzieningen zijn verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens. De onderwijsinspectie zorgt ervoor dat de overgedragen persoonsgegevens correct zijn.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd