§ flandrepo
17 regels · van kracht sinds 23 jan 2023

Artikel 2.6.1.1.3

§1. Tussen de Vennootschap en het Vlaamse Gewest wordt een langlopende samenwerkingsovereenkomst gesloten over de wijze waarop de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2, worden uitgevoerd.

§2. De samenwerkingsovereenkomst bepaalt ten minste:

  1. 1°de wijze waarop de Vennootschap wordt geëvalueerd aan de hand van een limitatief aantal kritische prestatie-indicatoren voor de toetsing van de goede uitvoering van de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2, en de wijze waarop de Vennootschap daarover minstens jaarlijks rapporteert;
  2. 2°de verplichte bestanddelen van het investeringsplan, vermeld in artikel 2.6.1.1.5, de wijze waarop het investeringsplan wordt vastgesteld, en de vaststelling van de wijze waarop de financiële grenzen die de Vennootschap in acht moet nemen, worden vastgelegd;
  3. 3°de verplichte bestanddelen van het ondernemingsplan en de termijnen voor de mededeling;
  4. 4°het gestructureerd en systematisch overlegsysteem;
  5. 5°de informatie- en rapportageverplichtingen over de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2;
  6. 6°de financiering van de Vennootschap;
  7. 7°de vergoeding van de Vennootschap;
  8. 8°de duur, opzeggings- en verlengingsmogelijkheden van de samenwerkingsovereenkomst;
  9. 9°de sancties die bij het niet-naleven van de verbintenissen van de partijen van toepassing zijn;
  10. 10°de door de Vennootschap toegepaste code van deugdelijk bestuur.

§3. Bij de onderhandeling en sluiting van de samenwerkingsovereenkomst wordt het Vlaamse Gewest vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering en de Vennootschap door haar raad van bestuur.

§4. Als bij het verstrijken van een samenwerkingsovereenkomst geen nieuwe samenwerkingsovereenkomst in werking is getreden, wordt de duur van de ver- streken samenwerkingsovereenkomst met een jaar verlengd.

Indien geen nieuwe samenwerkingsovereenkomst in werking is getreden binnen de termijn van één jaar, vermeld in het eerste lid, worden de taken van de Vennootschap, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2, die van rechtswege openbaredienstverplichtingen zijn, verder uitgevoerd volgens de modaliteiten van de beëindigde samenwerkingsovereenkomst tot op het ogenblik dat een nieuwe samenwerkings- overeenkomst in werking is getreden of tot op het ogenblik waarop de Vlaamse Regering regels vaststelt overeenkomstig het derde lid.

Aangezien de taken, vermeld in artikel 2.6.1.1.1, §2, openbaredienstverplichtingen betreffen, kan de Vlaamse Regering voorlopige regels vaststellen over de aangelegenheden, vermeld in paragraaf 2. Die voorlopige regels zullen als nieuwe samenwerkingsovereenkomst gelden tot een nieuwe samenwerkingsovereenkomst, gesloten overeenkomstig paragraaf 3, in werking treedt.

§5. Elke uitdrukkelijke ontbindende voorwaarde in de samenwerkingsovereenkomst wordt voor niet geschreven gehouden. Artikel 1184 van het Oud Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de samenwerkingsovereenkomst. De partij jegens wie een verbintenis in de samenwerkingsovereenkomst niet is uitgevoerd, kan alleen de uitvoering van de verbintenis vorderen en, in voorkomend geval, schadevergoeding, met behoud van de toepassing van eventuele bijzondere sanceties als vermeld in de samenwerkingsovereenkomst.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd