Artikel 119
§1. De volgende personen worden gestraft met een straf van niveau 2:
- 1°degene die de bepalingen van titel 3, hoofdstuk 1, afdeling 9, of de besluiten die genomen zijn ter uitvoering van de voormelde afdeling, heeft geschon-den;
- 2°degene die de bepalingen van titel 5 en de uitvoeringsbesluiten ervan heeft geschonden, of die de opdracht van de OSB of een andere onderzoeksinstan-tie die uitgeoefend is krachtens die bepalingen, heeft belemmerd;
- 3°de gezagvoerder, de eigenaar of de exploitant van een schip die, in strijd met de bepalingen van artikel 56, vanuit een haven een schip zee doet kiezen of op de binnenwateren een schip doet varen, als de toestand ervan de veilig-heid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het milieu in gevaar brengt.
In afwijking van artikel 36, negende lid, artikel 38, negende lid, en artikel 52 van het Strafwetboek bedraagt de maximale geldboete altijd 400.000 euro voor de misdrijven, vermeld in het eerste lid.
In afwijking van artikel 52 van het Strafwetboek legt de rechter altijd een bijkomende geldboete op voor het misdrijf, vermeld in het eerste lid, punt 3°.
De straffen, vermeld in het eerste lid, voor de schending, vermeld in het eerste lid, 3°, kunnen ten aanzien van de gezagvoerder verminderd worden tot een vierde van de straffen waarmee de eigenaar of de exploitant van het schip gestraft kan worden, als bewezen is dat de gezagvoerder van de eigenaar of de exploitant het schriftelijke of mondelinge bevel heeft gekregen om te handelen in strijd met artikel 56.
§2. Voor de misdrijven, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan een alternatieve bestuurlijke geldboete worden opgelegd van minimaal 200 euro en maximaal 500.000 euro.