§ flandrepo
Eén open voorstel wijzigt dit artikel: #890
20 regels · van kracht sinds 1 jan 2023

Artikel 6.20

Naast de verplichtingen van de huurder, vermeld in het Vlaams Woninghuurdecreet, leeft de huurder de volgende verplichtingen na:

  1. 1°in de sociale huurwoning zijn hoofdverblijfplaats hebben en er gedomicilieerd zijn;
  2. 2°alleen toestaan dat een persoon in de sociale huurwoning zijn hoofdverblijfplaats vestigt als dat niet leidt tot een onaangepaste woning of een woning die niet voldoet aan de normen, vermeld in artikel 3.1, §1, vierde lid, en die bijwoonst melden aan de verhuurder;
  3. 3°alleen toestaan dat de persoon, vermeld in artikel 6.11, derde of vierde lid, in de sociale huurwoning bijwoont als dat in overeenstemming is met de voorwaarden, vermeld in artikel 6.11, derde of vierde lid;
  4. 4°de elementen die nodig zijn voor de huurprijsberekening meedelen als de verhuurder hierom verzoekt;
  5. 5°voor zover de huurder een sociale woning betrekt, die niet gelegen is in een rand- of taalgrensgemeente als vermeld in de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, over een taalvaardigheid van het Nederlands beschikken die overeenstemt met niveau A2 van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen. De Vlaamse Regering bepaalt vanaf wanneer de huurder aan de verplichting moet voldoen en de wijze waarop de taalvaardigheid wordt vastgesteld;
  6. 6°voor zover de huurder een sociale woning betrekt, gelegen in een rand- of taalgrensgemeente als vermeld in de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, zonder afbreuk te doen aan de taalfaciliteiten, over een taalvaardigheid van het Nederlands beschikken die overeenstemt met niveau A2 van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen. De Vlaamse Regering bepaalt vanaf wanneer de huurder aan de verplichting moet voldoen en de wijze waarop de taalvaardigheid wordt vastgesteld;
  7. 7°de sociale huurwoning op zodanige wijze bewonen dat de leefbaarheid niet in het gedrang komt en dat geen overmatige hinder wordt veroorzaakt voor de buren en de naaste omgeving;
  8. 8°voor zover de huurder een begeleidingsovereenkomst met een welzijns- of gezondheidsvoorziening heeft ondertekend, de afspraken naleven die opgenomen zijn in die overeenkomst;
  9. 9°instemmen met een verhuizing naar een andere sociale huurwoning in de volgende gevallen:
  10. a)als de verhuurder dat wegens renovatie-, aanpassings- of sloopwerkzaamheden aan de bewoonde sociale huurwoning noodzakelijk acht of als de sociale huurwoning wordt verkocht;
  11. b)als de huurder een onaangepaste woning of een woning die niet voldoet aan de normen, vermeld in artikel 3.1, §1, vierde lid, bewoont;
  12. c)als de sociale huurwoning die aangepast is aan de fysieke mogelijkheden van personen met een handicap, niet langer wordt bewoond door een persoon die daar nood aan heeft, tenzij de verhuurder een gemotiveerde afwijking toestaat;
  13. d)als de sociale huurwoning een sociale assistentiewoning is als bepaald door de Vlaamse Regering, en niet langer wordt bewoond door een persoon die minstens 65 jaar oud is, tenzij de verhuurder een gemotiveerde afwijking toestaat;
  14. 10°voor zover de huurder een huurder is van een sociale assistentiewoning, instemmen met een verhuizing naar een meer passende zorgvoorziening als naar het oordeel van de behandelende arts, na overleg met de huurder, de familie van de huurder en andere betrokken zorgverleners, de lichamelijke of geestelijke gezondheidstoestand van de huurder van die aard is dat een opname in een meer passende zorgvoorziening noodzakelijk is, op voorwaarde dat de beheersinstantie als bepaald door de Vlaamse Regering, in overleg met de huurder en zijn familie of mantelzorgers, dat passend verblijf voorziet;
  15. 11°voor zover de huurder een huurder is van een sociale assistentiewoning, of een woning als vermeld in artikel 5.40, de afspraken naleven die opgenomen zijn in de zorg- en dienstverleningsovereenkomst, bepaald door de Vlaamse Regering.
  16. 12°voor zover de huurder een niet-beroepsactieve burger is met arbeidspotentieel, zich inschrijven bij de VDAB.

Als de huurder aantoont dat hij blijvend niet kan voldoen aan de verplichting, vermeld in het eerste lid, 5° en 6°, omdat hij ernstig ziek is of een mentale of fysieke handicap heeft of over beperkte cognitieve vaardigheden beschikt, wordt hij vrijgesteld van die verplichting. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de huurder dat kan aantonen. De Vlaamse Regering bepaalt een uitstelregeling voor de huurder die om beroepsmatige, medische of persoonlijke redenen tijdelijk niet kan voldoen aan de verplichting.

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder de verhuizing, vermeld in het eerste lid, 9° en 10°, gebeurt.

De Vlaamse Regering bepaalt wie wordt verstaan onder een niet-beroepsactieve burger met arbeidspotentieel als vermeld in het eerste lid, 12°, en op welke manier de verhuurder de huurdersverplichting, vermeld in het eerste lid, 12°, controleert.

Art. 27. In artikel 6.20 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, 3°, wordt de zinsnede “de voorwaarden, vermeld in artikel 6.11, derde of vierde lid” vervangen door de zinsnede “de voorwaarden, vermeld in artikel 6.11, derde, vierde en vijfde lid”; 2° in het eerste lid, 5° en 6°, wordt de zinsnede “A2” vervangen door de zinsnede “B1”; 3° in het eerste lid, 12°, worden de woorden “burger is met arbeidspotentieel” vervangen door de woorden “persoon is”; 4° aan het eerste lid, 12°, wordt de zinsnede “als werkzoekende uiterlijk binnen een termijn van drie maanden na de melding, vermeld in artikel 6.20/1, §2, vijfde lid” toegevoegd; 5° aan het eerste lid wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt: “13° voor zover de huurder een huurder is als vermeld in punt 12°, beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt als vermeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding".”; 6° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “De verhuurder rapporteert aan de entiteit die de Vlaamse Regering aanwijst, over de controle van de verplichtingen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de inhoud, de vorm en de frequentie van die rapportering.”; 7° in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden “cognitieve vaardigheden” vervangen door het woord “leercapaciteiten”; 8° in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt tussen de zinsnede “kan aantonen.” en de woorden “De Vlaamse” de zin “De huurder wordt vrijgesteld van de verplichting, vermeld in het eerste lid, 5° en 6°, als hij 65 jaar of ouder is.” ingevoegd; 9° het bestaande vierde lid wordt opgeheven.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd