Artikel III.58
§1. Vanaf het begrotingsjaar 2008 ontvangen de volgende universiteiten de hierna vermelde uitkeringen, uitgedrukt in k euro, als bijdrage in het dekken van de kosten die voortvloeien uit de hogere loonlasten die de universiteiten als werkgever moeten dragen voor hun personeelsleden, vermeld in deel 5, titel 1, hoofdstuk 1 en 2, in vergelijking met de loonlast die de Universiteit Gent als werkgever draagt. De structurele hogere verplichtingen die de Universiteit Gent als publiekrechtelijke instelling moet dragen, worden in mindering gebracht:
- a)Katholieke Universiteit Leuven
9.789
- b)Vrije Universiteit Brussel
3.305
- c)Universiteit Antwerpen
927
- d)Universiteit Hasselt
208
- e)HUB-KUBrussel
195
§2. Naast de uitkeringen in § 1, ontvangen de volgende universiteiten vanaf het begrotingsjaar 2008 de hierna vermelde uitkeringen, uitgedrukt in k euro, als bijdrage in de voorziening van de aanvullende pensioenregeling die deze universiteiten inrichten ten gunste van de leden van hun administratief en technisch personeel die bezoldigd worden met de werkingsuitkeringen, zoals bedoeld in artikel V.47 van dit decreet. Om van de hierna vermelde uitkeringen te kunnen genieten, richten de universiteiten een pensioenregeling in, via één of meerdere aanvullende pensioenstelsels, die ten gunste van voormelde personeelsleden voorziet in een aanvulling op het wettelijk pensioen dat zij later ontvangen uit het pensioenstelsel der loontrekkenden, die, samen met dat wettelijk pensioen, globaal genomen een vergelijkbare pensioenregeling beoogt als deze die van toepassing is op de leden van het administratief en technisch personeel van de gemeenschapsuniversiteiten, en waarbij de voorwaarden en bepalingen van deze pensioenregeling uitgewerkt worden, overeenkomstig de wetgeving inzake aanvullende pensioenen, in pensioenreglementen die een concrete invulling geven aan deze doelstelling. Aldus uitgewerkte pensioenregelingen gefinancierd met de hieronder vermelde uitkeringen leggen de aanvullende pensioenvoordelen en -aanspraken vast ten gunste van de leden van het administratief en technisch personeel dat bezoldigd wordt met de werkingsuitkeringen, van de universiteiten hieronder vermeld, alsook van hun rechthebbenden of begunstigden.
Vanaf het begrotingsjaar 2016 wordt voor de toekenning van de hierna vermelde uitkeringen bovendien vereist dat de universiteit kan aantonen dat de door haar daartoe bevoegde organen goedgekeurde aanpassingen van bestaande pensioenregelingen of de inrichting van nieuwe pensioenregelingen het voorwerp hebben uitgemaakt van een collectief overleg of tot stand kwamen met inspraak vanwege de vertegenwoordigers van de leden van het administratief en technisch personeel bezoldigd met bedoelde werkingsuitkeringen:
- a)Katholieke Universiteit Leuven
6.410
- b)Vrije Universiteit Brussel
2.149
- c)HUB-KUBrussel
100
§3. De bedragen vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2 ten bate van de HUB-KUBrussel worden op basis van een rapportering van de commissaris van de Vlaamse Regering en van de gemachtigde van Financiën over de evolutie van salariskosten van de betreffende personeelscategorieën, jaarlijks aangepast. De vrijgekomen bedragen worden toegevoegd aan het bedrag van een andere instelling bij overname door die andere instelling van de betrokken personeelsleden.
§4. Vanaf het begrotingsjaar 2008 volgen de bedragen, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2, de evolutie van de gezondheidsindex. Deze bedragen kunnen na een evaluatie om de 5 jaar worden aangepast aan de gewijzigde omstandigheden.
Voor het begrotingjaar 2010 worden de bedragen vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2 niet aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.
§ 5. Naast de bedragen, vermeld in paragraaf 1 en 2, ontvangen vanaf het begrotingsjaar 2017 de volgende universiteiten de hierna vermelde bijkomende uitkering, uitgedrukt in euro, als bijdrage in het dekken van de kosten, vermeld in paragraaf 1 en 2:
- a)Katholieke Universiteit Leuven 714.551,84
- b)Vrije Universiteit Brussel 236.277,78
- c)Universiteit Antwerpen 40.159,42
- d)Universiteit Hasselt 9.010,96
Vanaf het begrotingsjaar 2018 volgen deze bedragen de evolutie van de gezondheidsindex.
§ 6. Naast de bedragen, vermeld in paragraaf 1, 2 en 5, ontvangen vanaf het begrotingsjaar 2018 de volgende universiteiten de hierna vermelde bijkomende uitkering, uitgedrukt in euro, als bijdrage in het dekken van de kosten, vermeld in paragraaf 1 en 2:
- a)Katholieke Universiteit Leuven
714.551,84
- b)Vrije Universiteit Brussel
236.277,78
- c)Universiteit Antwerpen
40.159,42
- d)Universiteit Hasselt
9.010,96
Vanaf het begrotingsjaar 2019 volgen deze bedragen de evolutie van de gezondheidsindex.
§ 7. Naast de bedragen, vermeld in paragraaf 1, 2, 5 en 6, ontvangen vanaf het begrotingsjaar 2019 de volgende universiteiten de hierna vermelde bijkomende uitkering, uitgedrukt in euro, als bijdrage in het dekken van de kosten, vermeld in paragraaf 1 en 2:
- a)Katholieke Universiteit Leuven 714.551,84
- b)Vrije Universiteit Brussel 236.277,78
- c)Universiteit Antwerpen 40.159,42
- d)Universiteit Hasselt 9.010,96.
Vanaf het begrotingsjaar 2020 volgen deze bedragen de evolutie van de gezondheidsindex.
§ 8. Naast de bedragen, vermeld in paragraaf 1, 2, 5, 6 en 7, ontvangen vanaf het begrotingsjaar 2020 de volgende universiteiten de hierna vermelde bijkomende uitkering, uitgedrukt in euro, als bijdrage in het dekken van de kosten, vermeld in paragraaf 1 en 2:
- a)Katholieke Universiteit Leuven
714.551,84
- b)Vrije Universiteit Brussel
236.277,78
- c)Universiteit Antwerpen
40.159,42
- d)Universiteit Hasselt
9.010,96
Vanaf het begrotingsjaar 2021 volgen deze bedragen de evolutie van de gezondheidsindex.