§ flandrepo
317 regels · van kracht sinds 2 jun 2026

Artikel III.19

§1. Voor de berekening van het aantal financieringspunten wordt het puntengewicht van de studiegebieden als volgt vastgelegd:

  1. 1°voor de professioneel gerichte opleidingen aan de hogescholen :

studiegebied

puntengewicht

  1. a)Architectuur

1,40

  1. b)Gezondheidszorg

1,60

  1. c)Industriële wetenschappen en technologie

1,20

  1. d)Audiovisuele en beeldende kunst

1,40

  1. e)Muziek en podiumkunsten

1,00

  1. f)Biotechniek

1,40

  1. g)Onderwijs

1,60

  1. h)Sociaal-agogisch werk

1,40

  1. i)Handelswetenschappen en bedrijfskunde

1,00

  1. 1°/1voor de opleidingen in het hoger beroepsonderwijs aan de hogescholen :

Studiegebied

Puntengewicht

  1. a)Architectuur

1,50

  1. b)Gezondheidszorg

1,50

  1. c)Industriële wetenschappen en technologie

1,50

  1. d)Audiovisuele en beeldende kunst

1,50

  1. e)Muziek en podiumkunsten

1,50

  1. f)Biotechniek

1,50

  1. g)Onderwijs

1,50

  1. h)Sociaal-agogisch werk

1,00

  1. i)Handelswetenschappen en bedrijfskunde

1,15

  1. 2°voor de academisch gerichte opleidingen aan de hogescholen :

studiegebied

puntengewicht

  1. a)Architectuur

1,40

  1. b)Gezondheidszorg

1,60

  1. c)Industriële wetenschappen en technologie

1,40

  1. d)Biotechniek

1,40

  1. e)Productontwikkeling

1,60

  1. f)Toegepaste taalkunde

1,20

  1. g)Handelswetenschappen en bedrijfskunde

1,10

  1. h)Audiovisuele en beeldende kunst

1,00

  1. i)Muziek en podiumkunsten

1,00

  1. 3°voor de academisch gerichte opleidingen aan de universiteiten :

studiegebied

puntengewicht

  1. a)Wijsbegeerte en moraalwetenschappen

1,00

  1. b)Godgeleerdheid, godsdienstwetenschappen en kerkelijk recht

1,00

  1. c)Taal- en letterkunde

1,00

  1. d)Geschiedenis

1,00

  1. e)Archeologie en kunstwetenschappen

1,00

  1. f)Rechten, notariaat en criminologische wetenschappen

1,00

  1. g)Psychologie en pedagogische wetenschappen

1,00

  1. h)Economische en toegepaste economische wetenschappen

1,00

  1. i)Politieke en sociale wetenschappen

1,00

  1. j)Sociale Gezondheidswetenschappen

2,00

  1. k)Lichamelijke opvoeding, revalidatiewetenschappen en kinesitherapie

2,00

  1. l)Wetenschappen 1 - opleidingen die leiden tot de graad van bachelor

2,00

  1. m)Wetenschappen 2 - opleidingen die leiden tot de graad van master

3,00

  1. n)Toegepaste wetenschappen 1 - opleidingen die leiden tot de graad van bachelor

2,00

  1. o)Toegepaste wetenschappen 2 – opleidingen die leiden tot de graad van master

3,00

  1. p)Toegepaste biologische wetenschappen 1 - opleidingen die leiden tot de graad van bachelor

2,00

  1. q)Toegepaste biologische wetenschappen 2 - opleidingen die leiden tot de graad van master

3,00

  1. r)Geneeskunde 1 - opleidingen die leiden tot de graad van bachelor

3,90

  1. s)Geneeskunde 2
  2. -opleidingen die leiden tot de graad van master in de verpleeg- en vroedkunde

2,00

  1. -opleidingen in de huisartsgeneeskunde

2,00

  1. -educatieve masteropleidingen voor secundair onderwijs

2,00

  1. -overige opleidingen die leiden tot de graad van master

4,00

  1. t)Tandheelkunde 1 - opleidingen die leiden tot de graad van bachelor

3,90

  1. u)Tandheelkunde 2 - opleidingen die leiden tot de graad van master

4,20

  1. v)Diergeneeskunde 1 - opleidingen die leiden tot de graad van bachelor

2,00

  1. w)Diergeneeskunde 2 - opleidingen die leiden tot de graad van master

3,00

  1. x)Farmaceutische wetenschappen 1 - opleidingen die leiden tot de graad van bachelor

2,00

  1. y)Farmaceutische wetenschappen 2 - opleidingen die leiden tot de graad van master

3,00

  1. z)Biomedische wetenschappen 1 - opleidingen die leiden tot de graad van bachelor

2,00

aa) Biomedische wetenschappen 2

  1. -educatieve masteropleidingen voor secundair onderwijs

2,00

  1. -overige opleidingen die leiden tot de graad van master

3,00

ab) Verkeerskunde

2,00

ac) Conservatie-restauratie

ad) handelswetenschappen en bedrijfskunde - opleidingen die vanaf het academiejaar 2013-2014 door de Vlaamse Regering conform artikel II.153 erkend zijn als nieuwe opleiding

2,00

1,00

  1. 4°voor de academisch gerichte bachelor- en masteropleidingen in de studiegebieden Architectuur, Industriële wetenschappen en technologie, Biotechniek, Productontwikkeling, Toegepaste taalkunde en Handelswetenschappen en bedrijfskunde, die met ingang van het academiejaar 2013-2014 geïntegreerd worden in een universiteit, evolueert het puntengewicht als volgt:

begrotingsjaar/ studiegebied

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

vanaf 2023

  1. a)Architectuur

1,46

1,52

1,58

1,64

1,70

1,76

1,82

1,88

1,94

2,00

  1. b)Industriële wetenschappen en technologie

1,46

1,52

1,58

1,64

1,70

1,76

1,82

1,88

1,94

2,00

  1. c)Biotechniek

1,46

1,52

1,58

1,64

1,70

1,76

1,82

1,88

1,94

2,00

  1. d)Product-ontwikkeling

1,64

1,68

1,72

1,76

1,80

1,84

1,88

1,92

1,96

2,00

  1. e)Toegepaste taalkunde

1,18

1,16

1,14

1,12

1,10

1,08

1,06

1,04

1,02

1,00

  1. f)Handelsweten-schappen en bedrijfskunde

1,09

1,08

1,07

1,06

1,05

1,04

1,03

1,02

1,01

1,00

  1. 5°Vanaf het begrotingsjaar 2014 wordt aan iedere universiteit die met ingang van het academiejaar 2013-2014 academische hogeschoolopleidingen integreert, een bijkomende opstartfinanciering toegekend van 200.000 euro. Dit bedrag wordt jaarlijks afgebouwd met 10% van het initiële bedrag. Het saldo wordt vanaf het begrotingsjaar 2015 voor 55% toegevoegd aan het variabele onderwijsdeel VOWun2014 en voor 45% aan het variabele onderzoeksdeel VOZun2014. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in artikel III.5, §9.
  2. 6°In afwijking van punt 1°, c), bedraagt voor het begrotingsjaar 2020 het puntengewicht voor het studiegebied Industriële Wetenschappen en Technologie 1,25. In afwijking van punt 1°, i), bedraagt voor het begrotingsjaar 2020 het puntengewicht voor het studiegebied Handelswetenschappen en Bedrijfskunde 1,01.
  3. 7°in afwijking van punt 1°, c), bedraagt voor het begrotingsjaar 2021 het puntengewicht voor het studiegebied Industriële wetenschappen en technologie 1,25.

In afwijking van punt 1°, i), bedraagt voor het begrotingsjaar 2021 het puntengewicht voor het studiegebied Handelswetenschappen en bedrijfskunde 1,01;

  1. 8°in afwijking van punt 1°, i), bedraagt voor het begrotingsjaar 2021 het puntengewicht voor de bacheloropleiding "bachelor in de toegepaste informatica" 1,25.
  2. 9°in afwijking van punt 1°, c), bedraagt het puntengewicht voor het studiegebied Industriële wetenschappen en technologie 1,27 voor het begrotingsjaar 2022 en 1,30 vanaf het begrotingsjaar 2023.

In afwijking van punt 1°, i), bedraagt het puntengewicht voor het studiegebied Handelswetenschappen en bedrijfskunde:

  1. a)voor het begrotingsjaar 2022: 1,02;
  2. b)voor het begrotingsjaar 2023: 1,04;
  3. c)vanaf het begrotingsjaar 2024: 1,06.

§ 1/1. In het begrotingsjaar 2014 bedraagt het puntengewicht voor de doctoraten in het studiegebied Nautische wetenschappen 3.

Voor de berekening van het variabele onderzoeksdeel, vermeld in artikel III.22, worden met ingang van het begrotingsjaar 2015 voor de weging van het aantal doctoraatsdiploma's de volgende puntengewichten gebruikt:

Studiegebied

Punten-gewicht

  1. a)Wijsbegeerte en moraalwetenschappen

1,00

  1. b)Godgeleerdheid, godsdienstwetenschappen en kerkelijk recht

1,00

  1. c)Taal- en letterkunde

1,00

  1. d)Geschiedenis

1,00

  1. e)Archeologie en kunstwetenschappen

1,00

  1. f)Rechten, notariaat en criminologische wetenschappen

1,00

  1. g)Psychologie en pedagogische wetenschappen

1,00

  1. h)Economische en toegepaste economische wetenschappen

1,00

  1. i)Politieke en sociale wetenschappen

1,00

  1. j)Toegepaste taalkunde

1,00

  1. k)Handelswetenschappen en bedrijfskunde

1,00

  1. l)Audiovisuele en beeldende kunst

1,00

  1. m)Muziek en podiumkunsten

1,00

  1. n)Sociale Gezondheidswetenschappen

2,00

  1. o)Lichamelijke opvoeding, revalidatiewetenschappen en kinesitherapie

2,00

  1. p)Wetenschappen

2,00

  1. q)Toegepaste wetenschappen

2,00

  1. r)Toegepaste biologische wetenschappen

2,00

  1. s)Geneeskunde

2,00

  1. t)Tandheelkunde

2,00

  1. u)Diergeneeskunde

2,00

  1. v)Farmaceutische wetenschappen

2,00

  1. w)Biomedische wetenschappen

2,00

  1. x)Verkeerskunde

2,00

  1. y)Conservatie-restauratie

2,00

  1. z)Architectuur

2,00

aa) Industriële wetenschappen en technologie

2,00

ab) Biotechniek

2,00

ac) Productontwikkeling

2,00

ad) Nautische wetenschappen

2,00

Doctoraten die over de studiegebieden heen gerangschikt worden, worden voor de bepaling van het puntengewicht gerangschikt in het studiegebied met het laagste puntengewicht dat in de combinatie voorkomt.

§2. Opleidingen die over de studiegebieden heen gerangschikt worden, worden voor de bepaling van het puntengewicht gerangschikt in het studiegebied met het laagste puntengewicht dat in de combinatie voorkomt.

§3. In afwijking van paragraaf 1, punt 1°, d), bedraagt vanaf het begrotingsjaar 2014 het puntengewicht voor de bacheloropleiding “bachelor in de audiovisuele kunsten” 1,00 en bedraagt vanaf het begrotingsjaar 2024 het puntengewicht voor de bacheloropleiding “bachelor in visual design” 1,00.

§4. In de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst en Muziek en podiumkunsten wordt een bijkomend puntengewicht toegekend overeenkomstig het volgende schema:

  1. 1°studiegebied Audiovisuele en beeldende kunst :
  2. a)voor de organisatie van de academische bachelor- en masteropleiding in de beeldende kunsten en van de academische bachelor- en masteropleiding in het productdesign en van de educatieve masteropleiding voor kunstvakken met afstudeerrichting beeldende kunsten en productdesign samen, wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, § 2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, § 4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 24.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2;
  3. b)voor de organisatie van de academische bachelor- en masteropleiding in de audiovisuele kunsten en van de educatieve master voor kunstvakken met afstudeerrichting audiovisuele kunsten samen, wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, § 2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, § 4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 18.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2;
  4. c)tot en met het begrotingsjaar 2013 wordt voor de organisatie van de academische bachelor- en masteropleiding in de conservatie-restauratie samen, de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 6.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2;
  5. d)vanaf het begrotingsjaar 2014 wordt voor de organisatie van de professionele bacheloropleiding “bachelor in de audiovisuele kunsten” de som van het aantal opgenomen studiepunten, vermeld in artikel III. 12, §2, en het aantal verworven studiepunten, vermeld in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 12.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2.
  6. e)vanaf het begrotingsjaar 2024 wordt voor de organisatie van de professionele bacheloropleiding “bachelor in visual design” de som van het aantal opgenomen studiepunten, vermeld in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, vermeld in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 9.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2.
  7. 2°studiegebied Muziek en podiumkunsten :
  8. a)voor de organisatie van de academische bachelor- en masteropleiding in de muziek en van de academische bachelor- en masteropleiding in het drama en van de educatieve masteropleiding voor kunstvakken samen, wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, § 2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, § 4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 27.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3;
  9. b)voor de organisatie van de professionele bacheloropleiding in de musical wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a), in een hogeschool, met een maximum van 2.400 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3;
  10. c)voor de organisatie van de professionele bacheloropleiding in de dans wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a), in een hogeschool, met een maximum van 1.500 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 4;
  11. d)voor de organisatie van de professionele bacheloropleiding in de pop- en rockmuziek wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a), in een hogeschool, met een maximum van 9.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2,5.
  12. e)voor de organisatie van de masteropleiding “master in de dans” wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 600 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3;
  13. f)voor de organisatie van de masteropleiding “master in musical” wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 900 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3.

Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma-initieel, vermeld in artikel III.14, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid.

Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-input, vermeld in artikel III.12, en het aantal financieringspunten FPi-output, vermeld in artikel III.13, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht voor de berekening van de bijkomende financieringspunten gegenereerd door de financieringsboni voor beurstariefstudenten, studenten met een functiebeperking en werkstudenten gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid.

Bij een herstructurering, vermeld in artikel I.3, 34°, kan de Vlaamse Regering de aantallen wijzigen die zijn vastgelegd in deze paragraaf. In voorkomend geval kan de Vlaamse Regering bepalen dat de maximale aantallen gelden per vestigingsplaats.

§ 4/1. In afwijking van paragraaf 4 worden bij het vaststellen van het aantal opgenomen en verworven studiepunten, vermeld in punt 1°, de opgenomen en verworven studiepunten voor een educatieve masteropleiding voor kunstvakken in het studiegebied Audiovisuele en beeldende kunst beperkt tot zestig studiepunten voor de gehele masteropleiding.

In afwijking van paragraaf 4 worden bij het vaststellen van het aantal opgenomen en verworven studiepunten, vermeld in punt 1° en 2°, de opgenomen en verworven studiepunten in een educatieve masteropleiding voor kunstvakken in de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst en Muziek en podiumkunsten niet meegenomen indien de student reeds in het bezit is van een masterdiploma in hetzelfde studiegebied.

In afwijking van paragraaf 4, tweede lid, worden de diploma's van de educatieve masteropleidingen voor kunstvakken in de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst en Muziek en podiumkunsten niet meegenomen in de berekening van de financieringspunten FPi-diploma-initieel indien de student reeds in het bezit is van een masterdiploma in hetzelfde studiegebied.

§ 4/2. Tegen 1 januari 2022 worden de puntengewichten en maxima voor de educatieve masteropleidingen voor kunstvakken, vermeld in paragraaf 4, geëvalueerd.

§5. Voor de academisch gerichte opleidingen aan de hogescholen is het puntengewicht van de voorbereidingsprogramma's voorafgaand aan een initiële masteropleiding en van de schakelprogramma's gelijk aan het puntengewicht van het studiegebied waaronder het programma valt.

Voor de academisch gerichte opleidingen aan de universiteiten is het puntengewicht van de voorbereidingsprogramma's voorafgaand aan een initiële masteropleiding en van de schakelprogramma's gelijk aan 1 in die studiegebieden waar het puntengewicht overeenkomstig paragraaf 1, punt 3°, gelijk is aan 1.

Voor de voorbereidingsprogramma's en schakelprogramma's die ressorteren onder de andere studiegebieden is het puntengewicht gelijk aan 2.

De puntengewichten voor de voorbereidingsprogramma’s en schakelprogramma’s die ressorteren onder de studiegebieden die met ingang van het academiejaar 2013-2014 geïntegreerd worden in de universiteiten, volgen vanaf het begrotingsjaar 2014 de evoluties, vermeld in paragraaf 1, 4°.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd