Houdende diverse bepalingen inzake omgeving, leefmilieu en natuur, ruimtelijke ordening en landbouw #780
Gemerged Vlaamse Regering voegde 99 artikels samen in decreet-1976-07-12decreet-1988-12-21decreet-1991-07-24 · 31 maart 2026 8 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be
ingediend op 8 juni 2026 (2025-2026)
Amendementen
op het ontwerp van decreet
houdende diverse bepalingen inzake omgeving,
leefmilieu en natuur, ruimtelijke ordening en landbouw
AMENDEMENT NR. 27
voorgesteld door Marianne Verhaert
Artikel 96
Punt 1° schrappen.
VERANTWOORDING
Artikel 96, punt 1°, voegt de leidend ambtenaar of diens gemachtigde, toe aan de personen die beroep
kunnen instellen tegen registratiebeslissingen. Dit amendement schrapt die toevoeging. Het Grondwettelijk Hof heeft een probleem vastgesteld bij de derdenbescherming. Dat probleem vereist geen bijkomend beroepsrecht voor de Vlaamse administratie.
◼
AMENDEMENT NR. 28
voorgesteld door Marianne Verhaert
Artikel 96
De bij punt 2° voorgestelde tekst vervangen door wat volgt:
“b) hetzij de dag na de individuele kennisgeving van de registratiebeslissing, voor
wie in kennis wordt gesteld, hetzij de dag na de eerste dag van de aanplakking
van de registratiebeslissing, in de overige gevallen.”.”.
VERANTWOORDING
Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat het niet redelijk is om de beroepstermijn voor een derde
belanghebbende te laten ingaan vanaf de opname in het vergunningenregister.
Dit amendement verfijnt ook de aanvang van de beroepstermijn door niet alleen de dag na de eerste
dag van de aanplakking van de beslissing maar ook de kennisgeving als objectief aanknopingspunt te
erkennen.
Voor belanghebbenden die niet in kennis worden gesteld, blijft de aanplakking het publieke en controleerbare startpunt van de beroepstermijn.
◼
AMENDEMENT NR. 29
voorgesteld door Marianne Verhaert
Artikel 98
Dit artikel vervangen door wat volgt:
“Art. 98. In artikel 5.1.3 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 6 juli
2012, 4 april 2014 en 17 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 1 en paragraaf 2 wordt telkens een vijfde lid toegevoegd, dat
luidt als volgt:
“Een beslissing tot opname in het vergunningenregister van een constructie
als vergund geacht wordt minstens bekendgemaakt door aanplakking op het
terrein. Als de beslissing op aanvraag werd genomen, staat de aanvrager in
voor de aanplakking. Als de beslissing ambtshalve werd genomen, staat de
gemeente in voor de aanplakking. De gemeente vermeldt de eerste dag van
de aanplakking in het vergunningenregister. "De Vlaamse Regering bepaalt de
aanvullende regels voor de vorm, de duur, bewijs en plaats van de aanplakking.”;
2° er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
“§4. Registratiebeslissingen als vermeld in artikel 4.8.11 die gevolgd zijn door
een definitief geworden niet-vervallen omgevingsvergunning die werd bekendgemaakt, worden beschouwd als definitieve beslissingen waartegen geen beroep als vermeld in artikel 4.8.11 meer kan worden ingesteld.”.”.
VERANTWOORDING
Dit amendement legt het essentiële minimum zelf vast in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: een
beslissing tot opname in het vergunningenregister van een constructie als ‘vergund geacht’ moet worden bekendgemaakt door aanplakking op het terrein. Die aanplakking vormt het objectieve en zichtbare
aanknopingspunt voor de beroepstermijn van derden-belanghebbenden. Daarmee wordt vermeden dat
derden opnieuw worden geconfronteerd met een onevenredige waakzaamheidsplicht.
Het amendement houdt ook rekening met de situatie waarin er geen aanvrager is. De gemeente kan
immers ook ambtshalve beslissen om een constructie als ‘vergund geacht’ op te nemen in het vergunningenregister. In dat geval moet de gemeente zelf instaan voor de aanplakking. Zo worden derden op
dezelfde wijze beschermd, ongeacht of de registratiebeslissing op aanvraag dan wel ambtshalve werd
genomen.
De vermelding van de eerste dag van de aanplakking in het vergunningenregister versterkt de bewijsbaarheid van het aanvangsmoment van de beroepstermijn.
De Vlaamse Regering behoudt de mogelijkheid om praktische modaliteiten te bepalen over de vorm,
de duur, het bewijs en de plaats van de aanplakking. De essentie wordt decretaal vastgelegd, de uitvoering blijft regelbaar bij besluit.
◼
AMENDEMENT NR. 30
voorgesteld door Marianne Verhaert
Artikel 141
Een derde lid toevoegen dat luidt als volgt:
“Voor de bepalingen, vermeld in het tweede lid, 3°, stelt de Vlaamse Regering de
datum van inwerkingtreding vast uiterlijk zes maanden na de bekendmaking van
dit decreet in het Belgisch Staatsblad.”.
VERANTWOORDING
Artikel 141 bepaalt dat de Vlaamse Regering de datum van inwerkingtreding van artikel 96 en artikel
98 vaststelt. De bekendmaking van registratiebeslissingen vergt nog praktische uitvoeringsregels. Een
latere inwerkingtreding is dus verdedigbaar.
Tegelijk bestaat de rechtsonzekerheid vandaag al. Door de vernietiging van artikel 4.8.11, §2, 2°, b),
van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening is het vroegere aanvangspunt van de beroepstermijn retroactief verdwenen. Daardoor blijven registratiebeslissingen zonder duidelijke bekendmaking potentieel kwetsbaar voor betwisting.
Dit amendement behoudt de uitvoeringsruimte voor de Vlaamse Regering, maar vermijdt dat de inwerkingtreding voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld.
◼