Tot wijziging van de regelgeving betreffende de omgevingsvergunning wat betreft de invoering van een modulaire omgevingsvergunningsprocedure en het omgevingsbesluit #2176
Gemerged Vlaamse Regering voegde 19 artikels samen in decreet-1990-06-13decreet-1995-04-05energiedecreet · 7 mei 2024 1 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet + Addendum
– Nr. 2: Amendement
8 mei 2024 (2023-2024)
Amendementen
op het ontwerp van decreet
tot wijziging van de regelgeving
betreffende de omgevingsvergunning
wat betreft de invoering
van een modulaire omgevingsvergunningsprocedure
en het omgevingsbesluit
ingediend op
verzendcode: LEE
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door Bruno Tobback, Thijs Verbeurgt en Hannelore Goeman
Artikel 149
In de voorgestelde tekst een paragraaf 2/1 invoegen, die luidt als volgt:
“§2/1. In zoverre het ruimtelijk uitvoeringsplan vervat in het omgevingsbesluit in
uitvoering van artikel 7.4.4/5 van de VCRO onverenigbaar is met het toepasselijke
ruimtelijke beleidsplan, kan bij de Vlaamse Regering een schorsend administratief
beroep worden ingesteld door:
1° de leidend ambtenaar van het departement, voor wat betreft planologische
attesten, afgegeven door de provincieraad;
2° de leidend ambtenaar van het departement of de deputatie, voor wat betreft
planologische attesten, afgegeven door de gemeenteraad in uitvoering van
artikel 7.4.4/5 van de VCRO.”.
VERANTWOORDING
In het ontwerp van decreet wordt niet in administratief toezicht voorzien van de hogere planningsniveaus op de ruimtelijke uitvoeringsplannen die gepaard gaan met een omgevingsbesluit. Er geldt
enkel een adviesbevoegdheid. Er staat nog wel een administratieve beroepsprocedure open tegen de
vergunning die in het kader van het omgevingsbesluit wordt verleend, maar op dat moment ligt de
bestemming al vast. De hogere plannende overheid moet echter haar beleidsvisie kunnen vrijwaren
ingeval het in het kader van een omgevingsbesluitprocedure definitief vastgestelde ruimtelijk uitvoeringsplan ingaat tegen het gewenste ruimtelijke beleid of de algemene economie van het ruimtelijk
uitvoeringsplan. Daarom wordt met het voorliggend amendement in de mogelijkheid voorzien voor de
hogere overheid om ook voor het ruimtelijk uitvoeringsplan vervat in het omgevingsbesluit een administratief beroep in te stellen.
¢
AMENDEMENT Nr. 3
voorgesteld door Bruno Tobback, Thijs Verbeurgt en Hannelore Goeman
Artikel 155/1 (nieuw)
Een artikel 155/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“Art. 155/1. In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 6, toegevoegd bij artikel
154, een artikel 91/27/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
“Art. 91/27/1. De schorsings- en vernietigingsbevoegdheid voorbehouden aan de
Vlaamse Regering en de deputatie zoals bepaald in artikel 2.2.16 en 2.2.23 van
de VCRO is integraal van toepassing op de procedure voorzien in deze afdeling.”.”.
VERANTWOORDING
De procedure voor adviesverlening, met inbegrip van termijnen, moet in lijn zijn met de procedure zoals
die bestaat bij een ruimtelijk uitvoeringsplan.
¢
AMENDEMENT Nr. 4
voorgesteld door Bruno Tobback, Thijs Verbeurgt en Hannelore Goeman
Artikel 192
Dit artikel schrappen.
VERANTWOORDING
Artikel 7.4.4/5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) bepaalt dat zonevreemde bedrijvigheid in aanmerking komt voor de omgevingsbesluitprocedure. Deze mogelijkheid zou een volledige
uitholling betekenen van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en meer bepaald van de visie rond zonevreemdheid die hierin is omschreven:
“De verhardingsgraad in de open ruimte moet afnemen en het ruimtebeslag zal er niet toenemen. Bijkomende verharding en bebouwing voor niet-agrarische functies in de strategische landbouwgebieden zijn
in principe uitgesloten en moeten maximaal vermeden worden. Bestaande (zonevreemde) activiteiten
genereren zo weinig mogelijk bijkomend ruimtebeslag onder andere door in te zetten op herlokalisatie
van groeiende ondernemingen. Het hergebruik, herbestemmen of herontwikkelen van voormalige landbouwbedrijfszetels biedt in een aantal gevallen kansen of opportuniteiten voor gebiedsontwikkeling.”
(zie p. 37 van de geïllustreerde versie strategische visie).
Waar thans bij het planologisch attest het onderzoek tot herlokalisatie wel moet worden ondernomen
(bij afgifte van een negatief attest, zie artikel 4.4.27 van de VCRO), wordt dit nu volledig achterwege
gelaten en wordt op vraag van de ondernemer zonder meer een nieuwe bestemming toegekend. Dit
gaat leiden tot een lappendeken van industriegebieden/kmo-zones binnen het agrarisch gebied en komt
uiteraard de landbouwer (en de aankoopprijs van de landbouwgronden) niet ten goede. Het uitwerken
van een echte robuuste open ruimte wordt zo onmogelijk gemaakt. Terecht stelt de Raad van State in
zijn advies (p. 16) dat het belang van de aanvrager de in artikel 1.1.4 van de VCRO opgelegde afweging
van behoeften en belangen kan hypothekeren. De bepaling moet dan ook worden geschrapt.
¢
AMENDEMENT Nr. 5
voorgesteld door Bruno Tobback, Thijs Verbeurgt en Hannelore Goeman
Artikel 208 (nieuw)
Een artikel 208 toevoegen, dat luidt als volgt:
“Art. 208. Bij afwezigheid van een beleidsplan zoals vermeld in artikel 190 tot en met
192 dient het van toepassing zijnde ruimtelijk structuurplan als afwegingskader.”.
VERANTWOORDING
In het advies van de Raad van State werd de opmerking gemaakt dat er enkel verwezen wordt naar
beleidsplannen en niet naar de structuurplannen. Dit artikel zorgt voor een overgangsmaatregel, zolang
niet elk lokaal bestuur een beleidsplan heeft.
¢