§ flandrepo

Tot wijziging van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 #2071

Gemerged Vlaamse Regering voegde 12 artikels samen in vlaamse-codex-ruimtelijke-ordeningdecreet-2003-07-18 · 28 februari 2024 19 checks vragen aandacht
Ingediende tekst
de Vlaamse Regering 28 februari 2024 · 102 blz.
2071/1 Officiële PDF
11 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 28 feb 2024. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

+10 −0 decreet-2003-07-18/art. 1.6.4.1 nieuw
1§1. In een hemelwater- en droogteplan wordt een integrale visie met bijbehorend actie- en maatregelenprogramma uitgewerkt over waar en op welke wijze men het hemelwater zo veel mogelijk ter plaatse kan houden, hergebruiken, infiltreren, bufferen, en pas in de laatste stap vertraagd afvoeren met als doelstelling om een lokaal watersysteem uit te bouwen dat weerbaar is tegen de gevolgen van klimaatverandering en zo bijdraagt aan een klimaatrobuuste en leefbare omgeving.
2Een hemelwater- en droogteplan wordt opgemaakt voor het volledige grondgebied van een of meer gemeenten en beslaat het publieke en het private domein.
3§2. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de opmaak van het hemelwater- en droogteplan, vermeld in paragraaf 1.
4Het voormelde hemelwater- en droogteplan wordt goedgekeurd door de gemeenteraad en wordt uiterlijk dertig dagen na die goedkeuring aan de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid bezorgd.
5Het voormelde goedgekeurde hemelwater- en droogteplan wordt raadpleegbaar gemaakt via de gemeentelijke website en de website van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid.
6§3. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor:
71° de inhoud van het hemelwater- en droogteplan, vermeld in paragraaf 1, en de afstemming op en relatie met andere beleidsplannen;
82° het proces voor de opmaak van het voormelde hemelwater- en droogteplan, inclusief nadere regels om de betrokkenheid van de burgers en de stakeholders te verzekeren;
93° het tijdpad voor de opmaak van het voormelde hemelwater- en droogteplan en voor de actualisatie ervan;
104° de opvolging van de implementatie van het voormelde goedgekeurde hemelwater- en droogteplan.
decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.3.1 wijzigt · §2, tweede lid
Art. 7. In artikel 2.6.1.3.1, §2, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 1° en 2° worden vervangen door wat volgt: “1° vuilvracht is via de riolering aangesloten op de waterzuiveringsinfrastructuur of het afkoppelen van hemel- en oppervlaktewater; 2° de gemeente waarin het project wordt gerealiseerd, beschikt over een door de gemeenteraad goedgekeurd hemelwater- en droogteplan als vermeld in artikel 1.6.4.1;”; 2° er worden een punt 3° en een punt 4° toegevoegd, die luiden als volgt: “3° de instantie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting die is vastgelegd in de overeenkomst, vermeld in artikel 2.6.1.3.3, §2, leeft de openbare dienstverplichtingen na die conform artikel 2.5.1.1, §2 en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn opgelegd; 4° het voorgenomen project is in overeenstemming met het gemeentelijk en het bovengemeentelijk waterbeleid die gericht zijn op het duurzame beheer van het oppervlaktewater en het grondwater.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 2.6.1.3.4 wijzigt · eerste lid
Art. 8. In artikel 2.6.1.3.4, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 oktober 2022, worden de woorden “niet-prioritaire rioleringen” vervangen door de zinsnede “de infrastructuur voor de sanering en de infrastructuur voor infiltratie, buffering en het gebruik van hemelwater die daaraan is gekoppeld”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 5.2.1.1 wijzigt
Art. 9. In artikel 5.2.1.1 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 24 juni 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt tussen de zinsnede “tot 5” en het woord “en” de zinsnede “, hoofdstuk VI, afdeling 1, onderafdeling 2, en hoofdstuk VII,” ingevoegd; 2° aan paragraaf 1 wordt de zinsnede “ervan en op de uitvoeringsbesluiten en de bepalingen van verordening (EU) 2020/741 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 2020 inzake minimumeisen voor hergebruik van water” toegevoegd; 3° in paragraaf 2, eerste lid, 4°, worden tussen het woord “inrichtingen” en het woord “Indien” de woorden “en de infrastructuur die wordt aangewend voor de sanering” ingevoegd; 4° in paragraaf 2, eerste lid, 4°, worden tussen het woord “inrichting” en het woord “deel” telkens de woorden “of de infrastructuur die wordt aangewend voor de sanering” ingevoegd.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 5.2.1.2 wijzigt
Art. 10. In artikel 5.2.1.2 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 26 april 2019 en 24 juni 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt: “§1. De toezichthoudende ambtenaren kunnen een van de volgende maatregelen opleggen aan een waterleverancier: 1° mondeling en ter plaatse de stopzetting bevelen van de levering van water die bestemd is voor menselijke aanwending binnen de termijn die ze bepalen; 2° de nodige maatregelen ambtshalve uitvoeren of doen uitvoeren. De maatregelen, vermeld in het eerste lid, worden uitgevoerd op kosten en op risico van de persoon die in gebreke blijft. De toezichthoudende ambtenaren kunnen beslissen om de maatregelen, vermeld in het eerste lid, op te leggen als een waterleverancier weigert de raadgevingen, aanmaningen en bevelen, vermeld in artikel 5.2.1.1, §3, na te leven in de volgende gevallen: 1° de waterleverancier levert water dat is bestemd voor menselijke aanwending dat niet voldoet aan de kwaliteitseisen die conform artikel 2.2.1, §1, en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn vastgesteld, of de waterleverancier neemt de herstelmaatregelen en beperkingen van het gebruik niet die conform artikel 2.2.1, §3, en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn vastgesteld; 2° de waterleverancier komt de controleverplichtingen, vermeld in artikel 2.4.1, niet na; 3° er wordt niet voldaan aan de minimale kwaliteitseisen voor tweedecircuitwater en de controle ervan die conform artikel 2.2.1, §1/1, en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn vastgesteld.”; 2° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt: “§1/1. De toezichthoudende ambtenaren kunnen de volgende maatregelen opleggen aan een instantie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting: 1° de blokkering bevelen van de aanwending van de financiële middelen die geïnd zijn voor de sanering op gemeentelijk niveau, en vastleggen voor welke doelstellingen die middelen in een periode die ze vastleggen, aangewend kunnen worden; 2° de nodige maatregelen ambtshalve uitvoeren of doen uitvoeren. De maatregelen, vermeld in het eerste lid, worden uitgevoerd op kosten en op risico van de persoon die in gebreke blijft. De toezichthoudende ambtenaren kunnen beslissen om de maatregelen, vermeld in het eerste lid, op te leggen als een instantie als vermeld in het eerste lid, weigert om de raadgevingen, aanmaningen en bevelen, vermeld in artikel 5.2.1.1, §3, na te leven in de volgende gevallen: 1° de voormelde instantie geeft onvoldoende invulling aan de doelstellingen voor de verdere ontwikkeling en de uitbouw van de infrastructuur voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting die zijn vastgelegd in de geldende stroomgebiedsbeheerplannen; 2° de voormelde instantie geeft onvoldoende invulling aan de opgelegde openbare dienstverplichtingen voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting. De maatregelen, vermeld in het eerste lid, worden uitgevoerd op kosten en op risico van de persoon die in gebreke blijft.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 5.2.1.3 wijzigt
Art. 11. In artikel 5.2.1.3 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: “De volgende partijen kunnen beroep indienen bij de Vlaamse Regering tegen de bevelen, vermeld in artikel 5.2.1.1, §3, en artikel 5.2.1.2: 1° de waterleverancier; 2° de instantie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting; 3° de eigenaar; 4° de abonnee; 5° de verbruiker.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 5.2.1.4 wijzigt
Art. 12. Aan artikel 5.2.1.4 van hetzelfde decreet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het vierde en vijfde lid vervangen door: “ De toezichthoudende ambtenaar beslist over de aanvraag, vermeld in het eerste lid, binnen vijftien dagen na de dag waarop de toezichthoudende ambtenaar de aanvraag heeft ontvangen. De aanvrager en de waterleverancier worden met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing binnen de zeven dagen nadat dat beslissing werd genomen.”; 2° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt: “§2. De instantie die verantwoordelijk is om de gemeentelijke saneringsverplichting uit te voeren, en die van mening is dat maatregelen die op basis van artikel 5.2.1.2, §1/1, zijn opgelegd, niet langer terecht zijn, kan de opheffing ervan vragen bij de toezichthoudende ambtenaar die initieel de maatregelen oplegde. De aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt ingediend met een gewone brief. De aanvraag wordt gemotiveerd, waarbij wordt aangetoond dat aan de opgelegde voorwaarden wordt voldaan. De toezichthoudende ambtenaar beslist over de aanvraag, vermeld in het eerste lid, binnen vijftien dagen na de dag waarop de toezichthoudende ambtenaar de aanvraag heeft ontvangen. De aanvrager wordt met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing binnen de zeven dagen nadat dat beslissing werd genomen.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 5.2.2.1 wijzigt · §1
Art. 13. Aan artikel 5.2.2.1, §1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 26 april 2019 en 24 juni 2022, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt: “6° de instantie die verantwoordelijk is om de gemeentelijke saneringsverplichting uit te voeren, en die bevelen als vermeld in artikel 5.2.1.2, §1/1, eerste lid, 1°, niet respecteert.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 5.2.2.2 wijzigt
Art. 14. Aan artikel 5.2.2.2 van hetzelfde decreet wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt: “6° de instantie die verantwoordelijk is om de gemeentelijke saneringsverplichting uit te voeren, en die de openbare dienstverplichtingen die conform artikel 2.3.5, §3, en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn opgelegd, niet naleeft.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 5.3.1 wijzigt · §1
Art. 15. Aan artikel 5.3.1, §1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 24 juni 2022, worden een punt 5° en een punt 6° toegevoegd, die luiden als volgt: “5° de waterleverancier die andere openbare dienstverplichtingen dan de openbare dienstverplichtingen, vermeld in 1° tot en met 4°, die conform artikel 2.5.1.1 en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn opgelegd, niet naleeft, krijgt een administratieve geldboete opgelegd van 375 euro tot 750 euro; 6° de instantie die verantwoordelijk is om de gemeentelijke saneringsverplichting uit te voeren, en die de openbare dienstverplichtingen die conform artikel 2.3.5, §3, en de uitvoeringsbesluiten zijn opgelegd, niet naleeft, krijgt een administratieve geldboete opgelegd van 375 euro tot 750 euro.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

art. 19de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen wijzigt
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd