Tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 #1960
Gemerged Vlaamse Regering voegde 118 artikels samen in decreet-1984-01-24decreet-1990-06-13decreet-1990-12-21 · 19 januari 2024 8 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: FIN
ingediend op 5 maart 2024 (2023-2024)
Amendementen
op het ontwerp van decreet
tot wijziging van diverse decreten,
wat betreft de implementatie
van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving
van 14 juli 2023
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door Maaike De Vreese, Tinne Rombouts,
Willem Frederik Schiltz, Jeroen Tiebout, Peter Van Rompuy
en Philippe Muyters
Artikel 29/1 (nieuw)
Een artikel 29/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“Art. 29/1. In artikel 16.5.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van
21 december 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024,
wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
“§1. Artikel 73 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is van
toepassing op de opbrengsten, verkregen uit de toepassing van titel XVI.
De opbrengsten, vermeld in het eerste lid, die conform artikel 73 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 worden toebedeeld aan de
Vlaamse overheid, komen toe aan het Minafonds.
In afwijking van het tweede lid komen de bedragen die worden ingevorderd
tot terugbetaling van de kosten die gemaakt zijn voor de uitvoering van maatregelen door de toezichthouders en herstelinstanties van de OVAM in het kader van
het toezicht op de toepassing van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en op
de toepassing van artikel 12 van het decreet van 23 december 2011 betreffende
het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, toe aan de
OVAM.”.”.
VERANTWOORDING
Dit amendement, zoals ook amendement nr. 2 en 3, maakt het mogelijk om de verdeling van handhavingsopbrengsten tussen het Vlaamse Gewest en de gemeenten, zoals bepaald door het Kaderdecreet
Vlaamse Handhaving, vervroegd van start te laten gaan in voorafname van de eigenlijke implementatie
midden 2025. Daarmee wordt, overigens conform het regeerakkoord van 2019, tegemoetgekomen aan
een al lang bestaande vraag van de lokale besturen.
■
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door Maaike De Vreese, Tinne Rombouts,
Willem Frederik Schiltz, Jeroen Tiebout, Peter Van Rompuy
en Philippe Muyters
Artikel 76/1 (nieuw)
Een artikel 76/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“Art. 76/1. Artikel 6.5.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25
april 2014 en gewijzigd bij de decreten van 26 april 2019 en 16 december 2022,
wordt vervangen door wat volgt:
“Art. 6.5.1. Artikel 73 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023
is van toepassing op de opbrengsten, verkregen uit de toepassing van titel VI.”.”.
VERANTWOORDING
Dit amendement, zoals ook amendement nr. 1 en 3, maakt het mogelijk om de verdeling van handhavingsopbrengsten tussen het Vlaamse Gewest en de gemeenten, zoals bepaald door het Kaderdecreet
Vlaamse Handhaving, vervroegd van start te laten gaan in voorafname van de eigenlijke implementatie
medio 2025. Daarmee wordt, overigens conform het regeerakkoord van 2019, tegemoetgekomen aan
een al lang bestaande vraag van de lokale besturen.
■
AMENDEMENT Nr. 3
voorgesteld door Maaike De Vreese, Tinne Rombouts,
Willem Frederik Schiltz, Jeroen Tiebout, Peter Van Rompuy
en Philippe Muyters
Artikel 137
Dit artikel vervangen door wat volgt:
“Art. 137. Dit decreet treedt in werking op 1 april 2026, onverminderd de mogelijkheid voor de Vlaamse Regering om voor iedere bepaling een datum van inwerkingtreding te bepalen die voorafgaat aan de vermelde datum.
In afwijking van het eerste lid treden artikel 29/1, 52, 76/1, en 132 tot en met
135 in werking op de tiende dag na publicatie in het Belgisch Staatsblad.”.
VERANTWOORDING
Met het vaststellen van een uiterste datum van inwerkingtreding geven de indieners van het amendement aan dat het regeringsbesluit om de datum van inwerkingtreding vast te stellen tijdig door de
uitvoerende macht moet worden genomen, zodat deze regelgeving ten laatste op de voorgeschreven
uiterste datum van 1 april 2026 in werking treedt.
■