Tot wijziging van de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging, het Energiedecreet van 8 mei 2009, het decreet van 13 juli 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012 en het decreet van 17 december 2021 tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft toewijzingen aan het Energiefonds, wijzigingen betreffende flexibiliteit en energiedelen, de uitbouw van het energiedataplatform en de herziening van de administratieve geldboetes aangaande installatie-eisen #1467
Gemerged Vlaamse Regering voegde 49 artikels samen in energiedecreetdecreet-2012-07-13decreet-2021-12-17 · 28 oktober 2022 22 checks vragen aandacht
50 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 22 dec 2022. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
Art. 3. In artikel 1.1.3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 30°/0 wordt de zinsnede “vermeld in artikel 2 van de verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering,” opgeheven;
2° aan punt 30/2°, c), wordt de zinsnede “of daaraan gekoppelde gesloten distributienetten of gesloten industriële netten als vermeld in artikel 2, 41°, van de federale Elektriciteitswet” toegevoegd;
3° er wordt een punt 30°/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
“30°/3 eindgebruiker van thermische energie: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die verwarming, koeling of warm water voor zijn eigen eindgebruik aankoopt, of een natuurlijke persoon of rechtspersoon die bewoner is van een afzonderlijk gebouw of van een eenheid in een appartementsgebouw of multifunctioneel gebouw dat beschikt over een warmte- of koudenet of een centrale bron voor verwarming, koeling of warm water, en die hiervan verwarming, koeling of warm water gebruikt, maar die geen rechtstreekse of individuele overeenkomst met de leverancier of warmte- of koudeleverancier heeft;”;
4° in punt 92°/1/0 worden de woorden “als alle commerciële middelen en gereserveerde technische flexibiliteit zijn uitgeput” vervangen door de zinsnede
“als alle commerciële middelen, tenzij de aankoop ervan economisch niet efficiënt is, zijn uitgeput”;
5° in punt 92°/4 wordt de zinsnede “wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt” vervangen door de woorden “federale Elektriciteitswet”;
6° er wordt een punt 111°/0 ingevoegd, dat luidt als volgt:
“111°/0 residentieel gebouw: elk gebouw dat bestemd is voor individuele of collectieve bewoning;”;
7° er wordt een punt 113°/0 ingevoegd, dat luidt als volgt:
“113°/0 sector die een aanzienlijk risico loopt op delokalisatie: een sector met risico op sectoraal niveau dat activiteiten worden verplaatst naar locaties buiten de Europese Unie, en waarvoor de vermenigvuldiging van hun handelsintensiteit en hun elektriciteitsintensiteit op Unieniveau ten minste 2% bedraagt en waarvan de handelsintensiteit en de elektriciteitsintensiteit op Unieniveau voor elke indicator ten minste 5% bedraagt;”;
8° er wordt een punt 113°/0/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
“113°/0/1 sector die risico loopt op delokalisatie: een sector met risico op sectoraal niveau dat activiteiten worden verplaatst naar locaties buiten de Europese Unie, en waarvoor de vermenigvuldiging van hun handelsintensiteit en hun elektriciteitsintensiteit op Unieniveau ten minste 0,6% bedraagt en waarvan de handelsintensiteit en de elektriciteitsintensiteit op Unieniveau respectievelijk ten minste 4% en 5% bedragen;”;
9° in punt 125° wordt de zinsnede “wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt” vervangen door de woorden “federale Elektriciteitswet”;
10° er wordt een punt 126°/0 ingevoegd, dat luidt als volgt:
“126°/0 tussenpersoon bij de levering van thermische energie: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die thermische energie koopt met het oog op de doorverkoop aan een eindgebruiker van thermische energie;”;
11° in punt 133°/1 worden de woorden “aan afnemers thermische energie via een warmte- of koudenet verkoopt” vervangen door de woorden “thermische energie verkoopt via een warmte- of koudenet aan afnemers van thermische energie of aan tussenpersonen bij de levering van thermische energie”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 4. In artikel 3.1.3, eerste lid, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 maart 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1°, l), worden de woorden “warmte- of koudeafnemers” vervangen door de zinsnede “tussenpersonen bij de levering van thermische energie, de afnemers van thermische energie, de eindgebruikers van thermische energie”;
2° in punt 4°, g), worden de woorden “warmte- of koudeafnemers” vervangen door de woorden “afnemers van thermische energie en eindgebruikers van thermische energie”;
3° in punt 4°, h), worden de woorden “warmte- of koudeafnemers” vervangen door de woorden “afnemers van thermische energie”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 4 | 2° het vaststellen en goedkeuren van een jaarrapport over de uitvoering van het ondernemingsplan; | 4 | 2° het vaststellen en goedkeuren van een jaarrapport over de uitvoering van het ondernemingsplan; |
| 5 | 3° het beslissen over de deelname van de VREG aan de oprichting van of de deelname in andere publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen, het bestuur of de leiding en de financiering van die rechtspersonen; | 5 | 3° het beslissen over de deelname van de VREG aan de oprichting van of de deelname in andere publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen, het bestuur of de leiding en de financiering van die rechtspersonen; |
| 6 | 4° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten en het tot stand brengen van duurzame samenwerkingsverbanden met andere regulatoren en instanties die werkzaam zijn binnen de Vlaamse, Waalse, Brusselse Hoofdstedelijke, Belgische en Europese elektriciteits- en aardgasmarkt; | ||
| 6 | 4° het sluiten van de overeenkomsten, vermeld in artikel 3.1.4, §2, 8°; | ||
| 7 | 5° het vaststellen en bepalen van de tariefmethodologie overeenkomstig de bepaling zoals opgenomen in afdeling XII van het Energiedecreet; | 7 | 5° het vaststellen en bepalen van de tariefmethodologie overeenkomstig de bepaling zoals opgenomen in afdeling XII van het Energiedecreet; |
| 8 | 6° het vaststellen en bepalen van de tariefstructuur; | 8 | 6° het vaststellen en bepalen van de tariefstructuur; |
| 5 | 4° de subsidies waarvoor de VREG als begunstigde in aanmerking komt; | 5 | 4° de subsidies waarvoor de VREG als begunstigde in aanmerking komt; |
| 6 | 5° terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven; | 6 | 5° terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven; |
| 7 | 6° vergoedingen voor prestaties aan derden, volgens de voorwaarden in de beheersovereenkomst. | 7 | 6° vergoedingen voor prestaties aan derden, volgens de modaliteiten die zijn opgenomen in het ondernemingsplan. |
| 8 | § 2. Tenzij het in een decreet anders is bepaald, worden de ontvangsten, vermeld in § 1, beschouwd als ontvangsten die bestemd zijn voor de gezamenlijke uitgaven. | 8 | § 2. Tenzij het in een decreet anders is bepaald, worden de ontvangsten, vermeld in § 1, beschouwd als ontvangsten die bestemd zijn voor de gezamenlijke uitgaven. |
| 9 | § 3. De werkingskosten van de VREG worden gedekt door het Energiefonds, ten belope van de kredieten in de begroting bepaald door de raad van bestuur na rapportering aan het Vlaams Parlement zoals bepaald in paragraaf 5. | 9 | § 3. De werkingskosten van de VREG worden gedekt door het Energiefonds, ten belope van de kredieten in de begroting bepaald door de raad van bestuur na rapportering aan het Vlaams Parlement zoals bepaald in paragraaf 5. |
| 1 | De distributienetbeheerder is de aanvrager van een aansluiting op zijn net een vergoeding verschuldigd per dag overschrijding van de aansluitingstermijn die voorgeschreven is door de technische reglementen of die in onderling overleg werd afgesproken, behalve als hij kan bewijzen dat hij de laattijdigheid van de aansluiting niet heeft kunnen beletten. | 1 | De distributienetbeheerder is de aanvrager van een aansluiting op zijn net een vergoeding verschuldigd per dag overschrijding van de aansluitingstermijn die voorgeschreven is door de technische reglementen of die in onderling overleg werd afgesproken, behalve als hij kan bewijzen dat hij de laattijdigheid van de aansluiting niet heeft kunnen beletten. |
| 2 | De dagvergoeding bedraagt: | ||
| 3 | 1° 25 euro in geval van een laattijdige eenvoudige aansluiting of een laattijdige tijdelijke aansluiting van een wooneenheid; | ||
| 2 | De dagvergoeding bedraagt 25 euro voor een huishoudelijke netgebruiker in geval van een laattijdige eenvoudige aansluiting of een laattijdige tijdelijke aansluiting, 50 euro voor een niet-huishoudelijke netgebruiker in geval van een laattijdige eenvoudige aansluiting of een laattijdige tijdelijke aansluiting, en 100 euro voor een laattijdige aansluiting met detailstudie. | 4 | 2° 50 euro in geval van elke andere laattijdige eenvoudige aansluiting of elke andere laattijdige tijdelijke aansluiting dan de laattijdige eenvoudige aansluiting of laattijdige tijdelijke aansluiting, vermeld in punt 1°; |
| 5 | 3° 100 euro in geval van een laattijdige aansluiting met detailstudie. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de voorwaarden en de procedure tot indiening van de aanvraag van de vergoeding. | 6 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de voorwaarden en de procedure tot indiening van de aanvraag van de vergoeding. |
| 1 | § 1. De netbeheerder is de netgebruiker, aangesloten op het distributienet, een vergoeding verschuldigd in geval van een niet-geplande stroomonderbreking met technische oorzaak van minstens vier uur. | 1 | § 1. De netbeheerder is de netgebruiker, aangesloten op het distributienet, een vergoeding verschuldigd in geval van een niet-geplande stroomonderbreking met technische oorzaak van minstens vier uur. |
| 2 | De vergoeding bedraagt 35 euro voor de huishoudelijke netgebruiker , vermeerderd met 20 euro voor elke bijkomende periode van vier uur. Deze bedragen worden verdubbeld als de onderbreking plaatsvindt in de periode vermeld in artikel 6.1.2, § 1, derde lid. | 2 | De vergoeding bedraagt 35 euro voor de netgebruiker gesitueerd in een wooneenheid, vermeerderd met 20 euro voor elke bijkomende periode van vier uur. Deze bedragen worden verdubbeld als de onderbreking plaatsvindt in de periode vermeld in artikel 6.1.2, § 1, derde lid. |
| 3 | Voor de niet-huishoudelijke netgebruiker bedraagt de vergoeding 20% van het bedrag overeenkomstig de distributiekosten voor de maand die voorafgaat aan de maand waarin de onderbreking zich heeft voorgedaan, met een minimum van 35 euro. Dat bedrag wordt vermeerderd met de helft van het bedrag, met een minimum van 20 euro, voor elke bijkomende periode van vier uur. | 3 | In alle andere gevallen dan het geval, vermeld in het tweede lid, bedraagt de vergoeding 20% van het bedrag overeenkomstig de distributiekosten voor de maand die voorafgaat aan de maand waarin de onderbreking zich heeft voorgedaan, met een minimum van 35 euro. Dat bedrag wordt vermeerderd met de helft van het bedrag, met een minimum van 20 euro, voor elke bijkomende periode van vier uur. |
| 4 | § 2. De vergoedingsplicht, vermeld in paragraaf 1, geldt niet in geval van een onderbreking als gevolg van een noodsituatie of overmacht, zoals omschreven in de technische reglementen. | 4 | § 2. De vergoedingsplicht, vermeld in paragraaf 1, geldt niet in geval van een onderbreking als gevolg van een noodsituatie of overmacht, zoals omschreven in de technische reglementen. |
| 5 | § 3. De netgebruiker dient de aanvraag voor de vergoeding in bij de distributienetbeheerder, op straffe van onontvankelijkheid binnen dertig kalenderdagen die volgen op de langdurige onderbreking. Binnen zestig kalenderdagen die volgen op de indiening van de aanvraag, wordt de vergoeding door de distributienetbeheerder betaald als de aanvraag gegrond is. | 5 | § 3. De netgebruiker dient de aanvraag voor de vergoeding in bij de distributienetbeheerder, op straffe van onontvankelijkheid binnen dertig kalenderdagen die volgen op de langdurige onderbreking. Binnen zestig kalenderdagen die volgen op de indiening van de aanvraag, wordt de vergoeding door de distributienetbeheerder betaald als de aanvraag gegrond is. |
| 1 | De distributienetbeheerder is aan de netgebruiker die, conform artikel 4.1.22/2, eerste lid, 7°, om de plaatsing van een digitale meter heeft verzocht, een vergoeding verschuldigd van 100 euro bij overschrijding van de termijn, vastgesteld door de Vlaamse Regering, conform artikel 4.1.22/2, vierde lid, voor het aanleveren van de offerte of het plaatsen van de digitale meter. |
| 1 | § 1. In afwijking van artikel 4.1.17/4 kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit onder buitengewone omstandigheden de netgebruikers en de gebruikers die aangesloten zijn op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit verplichten om deel te nemen aan flexibiliteit. Deze situatie wordt gereserveerde technische flexibiliteit genoemd. | 1 | § 1. In afwijking van artikel 4.1.17/4 kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit onder buitengewone omstandigheden de netgebruikers en de gebruikers die aangesloten zijn op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit verplichten om deel te nemen aan flexibiliteit. Deze situatie wordt gereserveerde technische flexibiliteit genoemd. |
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, op welke categorieën van netgebruikers en gebruikers die aangesloten zijn op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, het eerste lid van toepassing is. | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, op welke categorieën van netgebruikers en gebruikers die aangesloten zijn op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, het eerste lid van toepassing is. |
| 3 | Onder buitengewone omstandigheden als vermeld in het eerste lid, wordt verstaan dat een redelijke en kosteneffectieve netinvestering niet mogelijk is in combinatie met een van de volgende situaties: | 3 | Onder buitengewone omstandigheden als vermeld in het eerste lid, worden omstandigheden verstaan die geen onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden als vermeld in paragraaf 2 zijn en waarbij een redelijke en kosteneffectieve netinvestering niet mogelijk is in combinatie met een van de volgende situaties: |
| 4 | 1° de aankoop van flexibiliteit is economisch niet efficiënt; | 4 | 1° de aankoop van flexibiliteit is economisch niet efficiënt; |
| 5 | 2° de aankoop van flexibiliteit leidt tot ernstige marktverstoringen; | 5 | 2° de aankoop van flexibiliteit leidt tot ernstige marktverstoringen; |
| 7 | De toepassing van gereserveerde technische flexibiliteit door de distributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit moet blijken uit de toepassing van de transparante, niet-discriminerende en eenduidige methodologie en de regels over buitengewone omstandigheden, vermeld in het eerste lid. Die regels worden opgenomen in het technisch reglement distributie elektriciteit en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit. | 7 | De toepassing van gereserveerde technische flexibiliteit door de distributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit moet blijken uit de toepassing van de transparante, niet-discriminerende en eenduidige methodologie en de regels over buitengewone omstandigheden, vermeld in het eerste lid. Die regels worden opgenomen in het technisch reglement distributie elektriciteit en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit. |
| 8 | De elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit informeert de netgebruikers en de gebruikers die aangesloten zijn op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit als gereserveerde technische flexibiliteit wordt toegepast tijdig over de mogelijke impact op hun toegang tot het net. De VREG vermeldt in het technisch reglement distributie elektriciteit en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit de procedure om de betrokkenen te informeren. | 8 | De elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit informeert de netgebruikers en de gebruikers die aangesloten zijn op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit als gereserveerde technische flexibiliteit wordt toegepast tijdig over de mogelijke impact op hun toegang tot het net. De VREG vermeldt in het technisch reglement distributie elektriciteit en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit de procedure om de betrokkenen te informeren. |
| 9 | § 2. In geval van onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden en als alle commerciële middelen en gereserveerde technische flexibiliteit uitgeput zijn, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet de modulatie van productie-installaties verplichten via telecontrole. Deze situatie wordt niet-gereserveerde technische flexibiliteit genoemd. | 9 | § 2. In geval van onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden en als alle commerciële middelen uitgeput zijn, tenzij de aankoop ervan economisch niet efficiënt is, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet de modulatie van productie-installaties en elektriciteitsopslagfaciliteiten verplichten. Deze situatie wordt niet-gereserveerde technische flexibiliteit genoemd. |
| 10 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, op welke productie-installaties en elektriciteitsopslagfaciliteiten het eerste lid van toepassing is. | 10 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, op welke productie-installaties en elektriciteitsopslagfaciliteiten het eerste lid van toepassing is. |
| 11 | De nadere regels over de onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden , vermeld in het eerste lid, worden opgenomen in het technisch reglement distributie elektriciteit en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit. | 11 | De nadere regels over de onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden en de economische efficiëntie en de uitputting van de commerciële middelen , vermeld in het eerste lid, worden opgenomen in het technisch reglement distributie elektriciteit en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit. |
| 12 | § 3. In geval van gereserveerde technische flexibiliteit ontvangen de netgebruiker en de gebruiker die op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit aangesloten zijn, ten behoeve van de netbeheerder een kostenreflectieve en transparante compensatie. | 12 | § 3. In geval van gereserveerde technische flexibiliteit ontvangen de netgebruiker en de gebruiker die op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit aangesloten zijn, ten behoeve van de netbeheerder een kostenreflectieve en transparante compensatie. |
| 13 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de berekeningswijzen voor de compensatie, vermeld in het eerste lid. | 13 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de berekeningswijzen voor de compensatie, vermeld in het eerste lid. |
| 8 | Een netbeheerder kan de toegang tot zijn net voor een toegangshouder bovendien weigeren of beëindigen indien de aanvrager van de toegang tot het net niet voldoet of de toegangshouder niet meer voldoet aan de voorwaarden voor de toegang tot zijn net, vastgelegd in of krachtens de technische reglementen, vermeld in artikel 4.2.1. | 8 | Een netbeheerder kan de toegang tot zijn net voor een toegangshouder bovendien weigeren of beëindigen indien de aanvrager van de toegang tot het net niet voldoet of de toegangshouder niet meer voldoet aan de voorwaarden voor de toegang tot zijn net, vastgelegd in of krachtens de technische reglementen, vermeld in artikel 4.2.1. |
| 9 | § 3. Bij een weigering, beëindiging of opschorting van de toegang tot zijn net stuurt de netbeheerder aan de aanvrager van de toegang tot zijn net of aan de toegangshouder een schriftelijke en gemotiveerde verklaring. | 9 | § 3. Bij een weigering, beëindiging of opschorting van de toegang tot zijn net stuurt de netbeheerder aan de aanvrager van de toegang tot zijn net of aan de toegangshouder een schriftelijke en gemotiveerde verklaring. |
| 10 | De netbeheerder kan de toegang tot zijn net alleen opschorten of beëindigen na voorafgaande toestemming door de VREG, tenzij in één van de volgende vier gevallen : | 10 | De netbeheerder kan de toegang tot zijn net alleen opschorten of beëindigen na voorafgaande toestemming door de VREG, tenzij in één van de volgende gevallen : |
| 11 | 1° bij overmacht of een noodsituatie, zoals omschreven in het van toepassing zijnde technisch reglement; | 11 | 1° bij overmacht of een noodsituatie, zoals omschreven in het van toepassing zijnde technisch reglement; |
| 12 | 2° in geval de toegangshouder geen evenwichtsverantwoordelijke of bevrachter meer heeft; | ||
| 12 | 2° ... | ||
| 13 | 3° de netbeheerder oordeelt dat er een ernstig risico bestaat voor de veiligheid van personen of materieel; | 13 | 3° de netbeheerder oordeelt dat er een ernstig risico bestaat voor de veiligheid van personen of materieel; |
| 14 | 4° voor een individueel toegangspunt, het aansluitingsvermogen op aanzienlijke wijze overschreden wordt. | 14 | 4° voor een individueel toegangspunt, het aansluitingsvermogen op aanzienlijke wijze overschreden wordt. |
| 1 | De netbeheerders kunnen, onder toezicht van de VREG, voor de unieke identificatie van netgebruikers het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer opvragen en gebruiken. | 1 | Met behoud van de toepassing van andersluidende bepalingen van dit decreet kunnen de netbeheerders om de taken en verplichtingen uit te voeren die hun bij of krachtens dit decreet worden opgelegd voor de unieke identificatie van netgebruikers het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer of het BIS-nummer bij het Rijksregister en de leveranciers opvragen en gebruiken. |
| 2 | Om de taken en verplichtingen, vermeld in het eerste lid, uit te voeren, hebben de netbeheerders via het kadaster en de bewaarder der hypotheken, elk voor hun ambtsgebied, ook toegang tot de gegevens over de eigendom en het gebruik van de gebouwen en terreinen die beschikken over een toegangspunt. | ||
| 3 | Voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste en tweede lid, is de netbeheerder de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. Met behoud van de toepassing van andersluidende bepalingen die vastgesteld zijn bij of krachtens dit decreet, geldt voor de verwerking van de voormelde persoonsgegevens een bewaartermijn die duurt tot vijf jaar na de dag waarop het dossier is afgesloten, en in elk geval een bewaartermijn van maximaal tien jaar. |
| 9 | 5° de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de aanvrager ten opzichte van de netbeheerders. | 9 | 5° de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de aanvrager ten opzichte van de netbeheerders. |
| 10 | Bij gebrek aan een beslissing door de VREG binnen twee maanden na de ontvangst van een volledig aanvraagdossier, waarvan het model wordt vastgesteld door de VREG, wordt de leveringsvergunning geacht verleend te zijn. | 10 | Bij gebrek aan een beslissing door de VREG binnen twee maanden na de ontvangst van een volledig aanvraagdossier, waarvan het model wordt vastgesteld door de VREG, wordt de leveringsvergunning geacht verleend te zijn. |
| 11 | Het faillissement of de gerechtelijke reorganisatie van de houder van een leveringsvergunning leidt van rechtswege tot de opheffing van de leveringsvergunning. | ||
| 11 | § 3. Iedere leverancier die elektriciteit of aardgas levert aan afnemers in het Vlaamse Gewest voldoet aan de handels- en balanceringsvereisten, vastgelegd in de technische reglementen. | 12 | § 3. Iedere leverancier die elektriciteit of aardgas levert aan afnemers in het Vlaamse Gewest voldoet aan de handels- en balanceringsvereisten, vastgelegd in de technische reglementen. |
| 1 | In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, opheft, of indien een leverancier de toegang tot het net wordt ontzegd, of in geval van het faillissement van een leverancier of vanaf de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht, ten aanzien van die leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De periode voor de noodlevering bedraagt maximaal zestig dagen voor niet-huishoudelijke afnemers en maximaal twaalf maanden voor huishoudelijke afnemers. De Vlaamse Regering kan die maximale periodes beperken en kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerders de taak van noodleverancier uitvoeren. | 1 | In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, opheft, of indien een leverancier de toegang tot het net wordt ontzegd, of in geval van het faillissement van een leverancier of vanaf de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht, ten aanzien van die leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De periode voor de noodlevering bedraagt maximaal zestig dagen voor niet-huishoudelijke afnemers en maximaal twaalf maanden voor huishoudelijke afnemers. De Vlaamse Regering kan die maximale periodes beperken en kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerders de taak van noodleverancier uitvoeren. |
| 2 | Het Openbaar Ministerie brengt de VREG op de hoogte van elke dagvaarding die het uitbrengt tot faillietverklaring of in het kader van boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht, met betrekking tot een elektriciteits- of aardgasleverancier die in het Vlaamse Gewest actief is. | ||
| 3 | De griffier van de ondernemingsrechtbank brengt de VREG zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vierentwintig uur op de hoogte van: | ||
| 4 | 1° elke aangifte tot faillietverklaring en elke indiening van een verzoekschrift tot aanvraag van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie door een leverancier als vermeld in het tweede lid; | ||
| 5 | 2° elke dagvaarding tot faillietverklaring met betrekking tot een leverancier als vermeld in het tweede lid, die is uitgebracht door een andere partij dan het Openbaar Ministerie; | ||
| 6 | 3° elke beslissing tot faillietverklaring die de rechtbank neemt met betrekking tot een leverancier als vermeld in het tweede lid; | ||
| 7 | 4° elke beslissing die de voorzitter van de rechtbank neemt met betrekking tot een leverancier als vermeld in het tweede lid, in het kader van artikel XX.30 en XX.32 van het Wetboek van Economisch Recht; | ||
| 8 | 5° elke beslissing die de rechtbank neemt op verslag van de gedelegeerd rechter of op verzoek of dagvaarding van het Openbaar Ministerie of van elke belanghebbende met betrekking tot een leverancier als vermeld in het tweede lid, in het kader van artikel XX.31 en boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht. | ||
| 9 | Het tweede en derde lid laten de verplichtingen van de leverancier, vermeld in het tweede lid, over de informatieverstrekking aan het publiek onverlet. |