| 1 | Als een initiatiefnemer als vermeld in artikel 4.13 zakelijke rechten afstaat op een sociale huurwoning, een betaalbare studentenkamer of een geconventioneerde huurwoning, herinvesteert hij de venale waarde van de sociale huurwoning, een betaalbare studentenkamer of de geconventioneerde huurwoning in de sociale huisvestingssector. Als een initiatiefnemer als vermeld in artikel 4.13 een sociale huurwoning, met uitzondering van de ingehuurde woningen, vermeld in artikel 4.40, 4°, niet langer verhuurt volgens boek 6, herinvesteert hij de venale waarde van de sociale huurwoning in de sociale huisvestingssector, tenzij de woning leegstaat in afwachting van renovatie of sloop of aangewend wordt als betaalbare studentenkamer. Als een woonmaatschappij een betaalbare studentenkamer niet langer verhuurt, herinvesteert ze de venale waarde van de betaalbare studentenkamer in de sociale huisvestingssector, tenzij de studentenkamer leegstaat in afwachting van renovatie of verhuurd wordt volgens boek 6. | 1 | Als een initiatiefnemer als vermeld in artikel 4.13 zakelijke rechten afstaat op een sociale huurwoning, herinvesteert hij de venale waarde van de sociale huurwoning in de sociale huisvestingssector. Als hij een sociale huurwoning, met uitzondering van de ingehuurde woningen, niet meer verhuurt conform boek 6, herinvesteert hij de venale waarde van de sociale huurwoning in de sociale huisvestingssector, tenzij hij de sociale huurwoning niet meer ver-huurt wegens renovatie of sloop of als de sociale huurwoning wordt verhuurd als betaalbare studentenkamer. |
| | 2 | Als een woonmaatschappij of de VMSW zakelijke rechten afstaat op een betaalbare studentenkamer of een geconventioneerde huurwoning, herin-vesteert de woonmaatschappij of de VMSW de venale waarde van de betaal-bare studentenkamer of de geconventioneerde huurwoning in de sociale huisvestingssector. Als een woonmaatschappij of de VMSW een betaalbare studentenkamer of een geconventioneerde huurwoning niet meer verhuurt volgens dit decreet, herinvesteert ze de venale waarde van de betaalbare studentenkamer of de geconventioneerde huurwoning in de sociale huisves-tingssector, tenzij ze de betaalbare studentenkamer of de geconventioneer-de huurwoning niet meer verhuurt wegens renovatie of sloop of tenzij ze de betaalbare studentenkamer of de geconventioneerde huurwoning verhuurt conform boek 6. |
| 2 | De initiatiefnemerkomt de herinvesteringsverplichting, vermeld in het eerste lid, na binnen een termijn van maximaal vijf jaar vanaf de dag waarop hij de sociale huurwoning niet langer verhuurt volgens de bepalingen van boek 6of vanaf de dag waarop hij de geconventioneerde huurwoning of de betaalbare studentenkamer niet langer verhuurt volgens dit decreet. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop aan de herinvesteringsverplichting wordt voldaan. | 3 | De initiatiefnemer, vermeld in het eerste lid, komt de herinvesteringsverplichting, vermeld in het eerste lid, na binnen een termijn van maximaal vijf jaar vanaf de dag waarop hij de sociale huurwoning niet langer verhuurt volgens de bepalingen van boek 6. Een woonmaatschappij of de VMSW komt de herinvesteringsverplichting, vermeld in het tweede lid, na binnen een termijn van maximaal vijf jaar vanaf de dag waarop de woonmaatschappij of de VMSW de geconventioneerde huurwoning of de betaalbare studentenkamer niet langer verhuurt volgens dit decreet. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop aan de herinvesteringsverplichting wordt voldaan. |
| 3 | De initiatiefnemer die beslist om een sociale huurwoning die gefinancierd is met subsidies of gesubsidieerde leningen niet langer te verhuren volgens de bepalingen van boek 6, op een ogenblik dat de verbintenissentermijn nog niet is verstreken, is, in afwijking van de geldende subsidieregelingen, niet gehouden tot terugbetaling van de subsidies die werden verleend voor die woning als aan de herinvesteringsverplichting, vermeld in het eerste lid, is voldaan. De woonmaatschappij die beslist om een betaalbare studentenkamer die gefinancierd is met subsidies of gesubsidieerde leningen niet langer te verhuren volgens dit decreet, op een ogenblik dat de verbintenissentermijn nog niet is verstreken, is, in afwijking van de geldende subsidieregelingen, niet gehouden tot terugbetaling van de subsidies die werden verleend voor die studentenkamer als aan de herinvesteringsverplichting, vermeld in het eerste lid, is voldaan. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de initiatiefnemer aantoont dat aan de herinvesteringsverplichting, vermeld in het eerste lid, is voldaan teneinde niet tot terugbetaling van de subsidie te zijn gehouden. | 4 | De initiatiefnemer die beslist om een sociale huurwoning die gefinancierd is met subsidies of gesubsidieerde leningen niet langer te verhuren volgens de bepalingen van boek 6, op een ogenblik dat de verbintenissentermijn nog niet is verstreken, is, in afwijking van de geldende subsidieregelingen, niet gehouden tot terugbetaling van de subsidies die werden verleend voor die woning als aan de herinvesteringsverplichting, vermeld in het eerste lid, is voldaan. De woonmaatschappij die beslist om een betaalbare studentenkamer die gefinancierd is met subsidies of gesubsidieerde leningen niet langer te verhuren volgens dit decreet, op een ogenblik dat de verbintenissentermijn nog niet is verstreken, is, in afwijking van de geldende subsidieregelingen, niet gehouden tot terugbetaling van de subsidies die werden verleend voor die studentenkamer als aan de herinvesteringsverplichting, vermeld in het tweede lid, is voldaan. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de initiatiefnemer aantoont dat aan de herinvesteringsverplichting, vermeld in het eerste en tweede lid, is voldaan teneinde niet tot terugbetaling van de subsidie te zijn gehouden. |
| 4 | Tegen de oplegging van een administratieve geldboete overeenkomstig artikel 4.89 en 4.90 wegens de niet-naleving van de herinvesteringsverplichting, staat beroep open op de wijze door de Vlaamse Regering bepaald, binnen een termijn van dertig dagen na kennisgeving door de toezichthouder. | 5 | Tegen de oplegging van een administratieve geldboete overeenkomstig artikel 4.89 en 4.90 wegens de niet-naleving van de herinvesteringsverplichting, staat beroep open op de wijze door de Vlaamse Regering bepaald, binnen een termijn van dertig dagen na kennisgeving door de toezichthouder. |