§ flandrepo
  1. +4 −4 art. 256/3
    1§1. Onverminderd de examens die leiden tot het bewijs, vermeld in artikel 256/2, eerste lid, 5°, bepaalt de examencommissie over welke structuuronderdelen en onderliggende beroepskwalificaties van het voltijds secundair onderwijsaanbod, die de Vlaamse Regering vastlegt, examens kunnen worden afgelegd. De examencommissie houdt daarbij per structuuronderdeel en per onderliggende beroepskwalificatie ten minste rekening met de hiernavolgende criteria:1§1. Onverminderd de examens die leiden tot het bewijs, vermeld in artikel 256/2, eerste lid, 5°, bepaalt de examencommissie over welke structuuronderdelen en onderliggende beroepskwalificaties van het voltijds secundair onderwijsaanbod, die de Vlaamse Regering vastlegt, examens kunnen worden afgelegd. De examencommissie houdt daarbij per structuuronderdeel en per onderliggende beroepskwalificatie ten minste rekening met de hiernavolgende criteria:
    21° de technische en praktische haalbaarheid van de organisatie van de examens;21° de technische en praktische haalbaarheid van de organisatie van de examens;
    32° de financiële kost van de organisatie van de examens;32° de financiële kost van de organisatie van de examens;
    43° het te verwachten aantal inschrijvingen van kandidaten;43° het te verwachten aantal inschrijvingen van kandidaten;
    54° de mate waarin een doorsnee kandidaat er zelfstandig in slaagt om zich afdoende op het examenprogramma voor te bereiden.54° de mate waarin een doorsnee kandidaat er zelfstandig in slaagt om zich afdoende op het examenprogramma voor te bereiden.
    6§2. Het examenprogramma voor een structuuronderdeel is opgebouwd uit vakken. Het wordt ontwikkeld door de examencommissie, rekening houdend met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden als referentiekader voor de ontwikkeling van een examenprogramma, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die zijn bepaald in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving, gehanteerd.6§2. Het examenprogramma voor een structuuronderdeel is opgebouwd uit vakken en wordt ontwikkeld door de examencommissie. Voor structuuronderdelen die leiden tot een onderwijskwalificatie wordt bij de ontwikkeling rekening gehouden met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Voor structuuronderdelen die niet leiden tot een onderwijskwalificatie, worden als referentiekader voor de ontwikkeling, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden, vermeld in Vlaamse regelgeving, gehanteerd.
    7Elk examenprogramma dient, voorafgaand aan de invoering, door de onderwijsinspectie te worden goedgekeurd. De onderwijsinspectie kan de goedkeuring van een examenprogramma intrekken op grond van onvoldoende actualiteitswaarde.
    7De Vlaamse Regering kan onderwijsdoelen uit onderwijskwalificaties of uit referentiekaders als vermeld in het eerste lid, aanduiden die binnen de context van de examencommissie niet evalueerbaar of niet haalbaar zijn en bijgevolg buiten beschouwing worden gelaten bij de ontwikkeling van examenprogramma’s.
    8§3. In afwijking van paragraaf 1 en 2, eerste lid, bestaat, voor wat betreft de examens tot het behalen van een getuigschrift van de eerste graad, het examenprogramma uit de basisvorming van de A- stroom of de basisvorming van de B-stroom, naargelang van de keuze van de kandidaat.8§3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 bestaat, voor wat betreft de examens tot het behalen van een getuigschrift van de eerste graad, het examenprogramma uit de basisvorming van de A- stroom of de basisvorming van de B-stroom, naargelang van de keuze van de kandidaat.
  2. +1 −1 art. 256/3
    1§ 1. De examencommissie bepaalt over welke structuuronderdelen van het voltijds secundaironderwijsaanbod, zoals dat door de Vlaamse Regering is vastgelegd, examens kunnen worden afgelegd. De examencommissie houdt daarbij per structuuronderdeel ten minste rekening met de hiernavolgende criteria:1§ 1. Onverminderd de examens die leiden tot het bewijs, vermeld in artikel 256/2, eerste lid, 5°, bepaalt de examencommissie over welke structuuronderdelen en onderliggende beroepskwalificaties van het voltijds secundair onderwijsaanbod, die de Vlaamse Regering vastlegt, examens kunnen worden afgelegd. De examencommissie houdt daarbij per structuuronderdeel en per onderliggende beroepskwalificatie ten minste rekening met de hiernavolgende criteria:
    21° de technische en praktische haalbaarheid van de organisatie van de examens;21° de technische en praktische haalbaarheid van de organisatie van de examens;
    32° de financiële kost van de organisatie van de examens;32° de financiële kost van de organisatie van de examens;
  3. 1 september 2019 Decreet betreffende het Onderwijs XXIX 2019041224
    +1 −3 art. 256/3
    6§ 2. Het examenprogramma voor een structuuronderdeel is opgebouwd uit vakken. Het wordt ontwikkeld door de examencommissie, rekening houdend met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden als referentiekader voor de ontwikkeling van een examenprogramma, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die zijn bepaald in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving, gehanteerd.6§ 2. Het examenprogramma voor een structuuronderdeel is opgebouwd uit vakken. Het wordt ontwikkeld door de examencommissie, rekening houdend met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden als referentiekader voor de ontwikkeling van een examenprogramma, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die zijn bepaald in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving, gehanteerd.
    7Elk examenprogramma dient, voorafgaand aan de invoering, door de onderwijsinspectie te worden goedgekeurd. De onderwijsinspectie kan de goedkeuring van een examenprogramma intrekken op grond van onvoldoende actualiteitswaarde.7Elk examenprogramma dient, voorafgaand aan de invoering, door de onderwijsinspectie te worden goedgekeurd. De onderwijsinspectie kan de goedkeuring van een examenprogramma intrekken op grond van onvoldoende actualiteitswaarde.
    8§ 3. Bij wijze van overgangsmaatregel kan, in afwijking van paragraaf 2, tot uiterlijk 30 september 2014 een kandidaat examens afleggen op basis van een schoolleerplan om een getuigschrift of diploma te behalen in een bepaald structuuronderdeel, als hij aan de hiernavolgende voorwaarden voldoet :
    91° de kandidaat is met het afleggen van de examens gestart vóór 1 oktober 2012;
    102° de kandidaat is voor ten minste één vak ingeschreven in de twee jaar voorafgaand aan de nieuwe inschrijving.
    8§ 3. In afwijking van paragraaf 1 en 2, eerste lid, bestaat, voor wat betreft de examens tot het behalen van een getuigschrift van de eerste graad, het examenprogramma uit de basisvorming van de A- stroom of de basisvorming van de B-stroom, naargelang van de keuze van de kandidaat.
  4. 1 oktober 2012 Codificatie: Codex Secundair Onderwijs 2011035474
    +10 −0 art. 256/3 nieuw
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd