§ flandrepo
  1. 1 september 2026 Decreet over het onderwijs XXXVI #844 2026005886
    +7 −3 art. 253/62
    4a) een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, uitgereikt tot en met het schooljaar 20232024;4a) een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, uitgereikt tot en met het schooljaar 20232024;
    5b) een diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 3, uitgereikt vanaf het schooljaar 2024-2025;5b) een diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 3, uitgereikt vanaf het schooljaar 2024-2025;
    6c) een diploma van het secundair onderwijs, uitgereikt tot en met het schooljaar 2024-2025;6c) een diploma van het secundair onderwijs, uitgereikt door een school voor secundair onderwijs of de examencommissie van de Vlaamse Gemeen-schap tot en met het schooljaar 2024-2025;
    7d) een diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4, uitgereikt vanaf het schooljaar 2024-2025;7d) een diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4, uitgereikt vanaf het schooljaar 2024-2025;
    8d)/1 een diploma van secundair onderwijs uitgereikt door een cen-trum voor volwassenenonderwijs tot en met het schooljaar 2026-2027
    8e) een certificaat van een opleiding van het secundair onderwijs voor sociale promotie van minimaal 900 lestijden;9e) een certificaat van een opleiding van het secundair onderwijs voor sociale promotie van minimaal 900 lestijden;
    9f) een certificaat van een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs van minimaal 900 lestijden;10f) een certificaat van een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs van minimaal 900 lestijden;
    182° medische, psychische of sociale redenen;192° medische, psychische of sociale redenen;
    193° het algemene niveau van de cursist, getoetst met een toelatingsproef die wordt georganiseerd binnen vijf lesdagen nadat de cursist met de opleiding is gestart.203° het algemene niveau van de cursist, getoetst met een toelatingsproef die wordt georganiseerd binnen vijf lesdagen nadat de cursist met de opleiding is gestart.
    20De organisatie op verzoek van de cursist van een toelatingsproef als vermeld in het tweede lid kan niet worden geweigerd. De proef wordt beoordeeld door de klassenraad, die nagaat of de cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de opleiding in kwestie aan te vangen. Van de beoordeling wordt een schriftelijk verslag gemaakt, dat wordt opgenomen in het dossier van de cursist.21De organisatie op verzoek van de cursist van een toelatingsproef als vermeld in het tweede lid kan niet worden geweigerd. De proef wordt georganiseerd en beoordeeld door de klassenraad, die nagaat of de cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de opleiding in kwestie aan te vangen. Van de beoordeling wordt een schriftelijk verslag gemaakt, dat wordt opgenomen in het dossier van de cursist.
    21Het schoolreglement van de school in kwestie bevat het vrijstellingenbeleid.
    22In afwijking van het derde lid, kan het samenwerkingsverband, vermeld in artikel 168/3, §3, de bevoegdheid om de toelatingsproef te organiseren en te beoordelen van de klassenraad overdragen aan een validerende instantie als vermeld in artikel II.232 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013.
    23Voor de registratie van de kandidaten voor de toetsing van de afwijkende toelatingsvoorwaarden voor de opleiding Basisverpleegkunde, leggen de scholen, de hogescholen en de associaties een register aan. Voor de gegevensdeling tussen die instellingen en de eventuele koppeling met de administratieve toepassingen om leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming uit te wisselen, wordt het identificatienummer van het Rijksregister gebruikt.
    24Iedere school, hogeschool en associatie stelt een interne of externe functionaris met betrekking tot de gegevensbescherming aan. De scholen, de hogescholen en de associaties worden voor die verwerking aangewezen als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken en verwerken de gegevens over de studieloopbaan en de gegevens voor de toetsing van de afwijkende toelatingsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. Het register wordt maximaal tien jaar bewaard.
    22§1/1. De school biedt ten minste het standaardtraject aan, met een studieomvang van 27 tot 33 studiepunten per semester of 54 tot 66 studiepunten per schooljaar.25§1/1. De school biedt ten minste het standaardtraject aan, met een studieomvang van 27 tot 33 studiepunten per semester of 54 tot 66 studiepunten per schooljaar.
    23Een cursist volgt in de opleiding Basisverpleegkunde:26Een cursist volgt in de opleiding Basisverpleegkunde:
    241° hetzij het standaardtraject;271° hetzij het standaardtraject;
    252° hetzij, na een gunstige beslissing van de klassenraad, een traject dat meer of minder studiepunten omvat dan het standaardtraject. Dat af-wijkende traject wordt vastgelegd voor een individuele cursist of voor een groep van cursisten.282° hetzij, na een gunstige beslissing van de klassenraad, een traject dat meer of minder studiepunten omvat dan het standaardtraject. Dat af-wijkende traject wordt vastgelegd voor een individuele cursist of voor een groep van cursisten.
    29§1/2. Het schoolreglement van de school in kwestie bevat het vrijstellingenbeleid.
    26§2. Om tot een sequentieel geordende module van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs toegelaten te worden, voldoet de cursist aan een van de volgende voorwaarden:30§2. Om tot een sequentieel geordende module van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs toegelaten te worden, voldoet de cursist aan een van de volgende voorwaarden:
    271° het bezit van het deelcertificaat van een sequentieel voorafgaande module;311° het bezit van het deelcertificaat van een sequentieel voorafgaande module;
  2. +5 −0 art. 253/62
    193° het algemene niveau van de cursist, getoetst met een toelatingsproef die wordt georganiseerd binnen vijf lesdagen nadat de cursist met de opleiding is gestart.193° het algemene niveau van de cursist, getoetst met een toelatingsproef die wordt georganiseerd binnen vijf lesdagen nadat de cursist met de opleiding is gestart.
    20De organisatie op verzoek van de cursist van een toelatingsproef als vermeld in het tweede lid kan niet worden geweigerd. De proef wordt beoordeeld door de klassenraad, die nagaat of de cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de opleiding in kwestie aan te vangen. Van de beoordeling wordt een schriftelijk verslag gemaakt, dat wordt opgenomen in het dossier van de cursist.20De organisatie op verzoek van de cursist van een toelatingsproef als vermeld in het tweede lid kan niet worden geweigerd. De proef wordt beoordeeld door de klassenraad, die nagaat of de cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de opleiding in kwestie aan te vangen. Van de beoordeling wordt een schriftelijk verslag gemaakt, dat wordt opgenomen in het dossier van de cursist.
    21Het schoolreglement van de school in kwestie bevat het vrijstellingenbeleid.
    22§1/1. De school biedt ten minste het standaardtraject aan, met een studieomvang van 27 tot 33 studiepunten per semester of 54 tot 66 studiepunten per schooljaar.
    23Een cursist volgt in de opleiding Basisverpleegkunde:
    241° hetzij het standaardtraject;
    252° hetzij, na een gunstige beslissing van de klassenraad, een traject dat meer of minder studiepunten omvat dan het standaardtraject. Dat af-wijkende traject wordt vastgelegd voor een individuele cursist of voor een groep van cursisten.
    21§2. Om tot een sequentieel geordende module van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs toegelaten te worden, voldoet de cursist aan een van de volgende voorwaarden:26§2. Om tot een sequentieel geordende module van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs toegelaten te worden, voldoet de cursist aan een van de volgende voorwaarden:
    221° het bezit van het deelcertificaat van een sequentieel voorafgaande module;271° het bezit van het deelcertificaat van een sequentieel voorafgaande module;
  3. +27 −0 art. 253/62 nieuw
    1§1. In de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs gelden voor cursisten de volgende gezamenlijke toelatingsvoorwaarden:
    21° voldaan hebben aan de leerplicht;
    32° in het bezit zijn van een van de volgende studiebewijzen:
    4a) een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, uitgereikt tot en met het schooljaar 20232024;
    5b) een diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 3, uitgereikt vanaf het schooljaar 2024-2025;
    6c) een diploma van het secundair onderwijs, uitgereikt tot en met het schooljaar 2024-2025;
    7d) een diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4, uitgereikt vanaf het schooljaar 2024-2025;
    8e) een certificaat van een opleiding van het secundair onderwijs voor sociale promotie van minimaal 900 lestijden;
    9f) een certificaat van een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs van minimaal 900 lestijden;
    10g) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie;
    11h) een certificaat van het hoger beroepsonderwijs;
    12i) een diploma van het hoger beroepsonderwijs;
    13j) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
    14k) een diploma van bachelor of master;
    15l) een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst wordt erkend als gelijkwaardig met een van de studiebewijzen, vermeld in punt a) tot en met i). Bij gebrek aan een dergelijke erkenning kan de klassenraad personen die in een land buiten de Europese Unie een studiebewijs hebben behaald dat toelating geeft tot het hoger onderwijs in dat land, toelaten tot de opleiding.
    16In afwijking van het eerste lid worden in het schoolreglement van de school in kwestie afwijkende toelatingsvoorwaarden voor de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs opgenomen. De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen alleen rekening houden met de volgende elementen:
    171° humanitaire redenen;
    182° medische, psychische of sociale redenen;
    193° het algemene niveau van de cursist, getoetst met een toelatingsproef die wordt georganiseerd binnen vijf lesdagen nadat de cursist met de opleiding is gestart.
    20De organisatie op verzoek van de cursist van een toelatingsproef als vermeld in het tweede lid kan niet worden geweigerd. De proef wordt beoordeeld door de klassenraad, die nagaat of de cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de opleiding in kwestie aan te vangen. Van de beoordeling wordt een schriftelijk verslag gemaakt, dat wordt opgenomen in het dossier van de cursist.
    21§2. Om tot een sequentieel geordende module van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs toegelaten te worden, voldoet de cursist aan een van de volgende voorwaarden:
    221° het bezit van het deelcertificaat van een sequentieel voorafgaande module;
    232° het bezit van een studiebewijs van een andere opleidingsof vormingsinstelling. De klassenraad bepaalt welke studiebewijzen toegang geven tot sequentieel geordende modules;
    243° het bezit van een titel van beroepsbekwaamheid als vermeld in het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid en in het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 tot uitvoering van het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid. De Vlaamse Regering bepaalt welke titels van beroepsbekwaamheid toegang geven tot sequentieel geordende modules;
    254° de beoordeling van de klassenraad dat de cursist beschikt over een studiebewijs uit het onderwijs of uit een andere opleidingsof vormingsinstelling waaruit blijkt dat hij over voldoende kennis, vaardigheden en attitudes beschikt om de module aan te vangen;
    265° de beoordeling van de klassenraad op basis van een toelatingsproef dat de cursist de nodige ervaring heeft verworven die toelaat om de module te volgen.
    27Een cursist kan maar één module tezelfdertijd volgen.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd