Decreet tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen
7 artikels gewijzigd
| 5 | 4° de mogelijkheid om beroep aan te tekenen en de wijze waarop en de termijn waarin dat moet gebeuren; | 5 | 4° de mogelijkheid om beroep aan te tekenen en de wijze waarop en de termijn waarin dat moet gebeuren; |
| 6 | 5° de vermelding dat: | 6 | 5° de vermelding dat: |
| 7 | a) na een herinnering tot betaling en nadat de beroepstermijn is verstreken, de bestuurlijke geldboete wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 2 van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren; | 7 | a) na een herinnering tot betaling en nadat de beroepstermijn is verstreken, de bestuurlijke geldboete wordt ingevorderd overeenkomstig het decreet van 19 april 2024 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen; |
| 8 | b) die maatregel op kosten van de beboete persoon wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 1024 van het Gerechtelijk Wetboek. | 8 | b) die maatregel op kosten van de beboete persoon wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 1024 van het Gerechtelijk Wetboek. |
| 7 | 6° de mogelijkheid om beroep aan te tekenen, en de wijze waarop en de termijn waarin dat moet gebeuren; | 7 | 6° de mogelijkheid om beroep aan te tekenen, en de wijze waarop en de termijn waarin dat moet gebeuren; |
| 8 | 7° de vermelding dat: | 8 | 7° de vermelding dat: |
| 9 | a) na een herinnering tot betaling en nadat de beroepstermijn is verstreken, de bestuurlijke geldboete wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 2 van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren; | 9 | a) na een herinnering tot betaling en nadat de beroepstermijn is verstreken, de bestuurlijke geldboete wordt ingevorderd overeenkomstig het decreet van 19 april 2024 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen; |
| 10 | b) die maatregel op kosten van de beboete persoon wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 1024 van het Gerechtelijk Wetboek. | 10 | b) die maatregel op kosten van de beboete persoon wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 1024 van het Gerechtelijk Wetboek. |
| 1 | Als de overtreder weigert de bestuurlijke geldboete te betalen, wordt ze na een herinnering om te betalen en nadat de beroepstermijn is verstreken, ingevorderd conform artikel 2 van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren. | 1 | Als de overtreder weigert de bestuurlijke geldboete te betalen, wordt ze na een herinnering om te betalen en nadat de beroepstermijn is verstreken, ingevorderd conform het decreet van 19 april 2024 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen. |
| 1 | Als de uitbetalingsactor weigert de administratieve geldboete te betalen, wordt ze na een herinnering om te betalen en nadat de beroepstermijn is verstreken, ingevorderd conform artikel 2 van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren. | 1 | Als de uitbetalingsactor weigert de administratieve geldboete te betalen, wordt ze na een herinnering om te betalen en nadat de beroepstermijn is verstreken, ingevorderd conform het decreet van 19 april 2024 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen. |
| 3 | § 2. De waterwegbeheerder stelt het tarief en de eventuele nadere voorwaarden van de scheepvaartrechten en andere retributies vast. | 3 | § 2. De waterwegbeheerder stelt het tarief en de eventuele nadere voorwaarden van de scheepvaartrechten en andere retributies vast. |
| 4 | § 3. De waterwegbeheerder is belast met de inning van de in paragraaf 1 bedoelde scheepvaartrechten en andere retributies. | 4 | § 3. De waterwegbeheerder is belast met de inning van de in paragraaf 1 bedoelde scheepvaartrechten en andere retributies. |
| 5 | De invordering van aan het Vlaamse Gewest toekomende in paragraaf 1 bedoelde scheepvaartrechten en andere retributies, geldboeten, eventuele interesten en kosten welke niet werden voldaan, geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren. | 5 | De invordering van aan het Vlaamse Gewest toekomende in paragraaf 1 bedoelde scheepvaartrechten en andere retributies, geldboeten, eventuele interesten en kosten welke niet werden voldaan, geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 19 april 2024 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen. |
| 6 | Met het oog op de invordering van aan haar verschuldigde onbetwiste en opeisbare in paragraaf 1 bedoelde scheepvaartrechten en andere retributies, eventuele interesten en kosten, kan De Vlaamse Waterweg nv een dwangbevel uitvaardigen. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gedelegeerd bestuurder. Een dergelijk dwangbevel wordt aan de schuldenaar betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot en stuit de verjaring. Een bevel kan door de gedelegeerd bestuurder alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief. De Vlaamse Waterweg nv kan administratieve kosten aanrekenen voor deze aangetekende brief. Deze kosten vallen ten laste van de schuldenaar en kunnen eveneens ingevorderd worden via het dwangbevel. Schulden van een publieke rechtspersoon kunnen nooit via een dwangbevel worden ingevorderd. Verzet kan tegen dat exploot worden ingediend binnen één maand na de betekening ervan bij verzoekschrift of door een dagvaarding ten gronde voor de ondernemingsrechtbank. | 6 | Met het oog op de invordering van aan haar verschuldigde onbetwiste en opeisbare in paragraaf 1 bedoelde scheepvaartrechten en andere retributies, eventuele interesten en kosten, kan De Vlaamse Waterweg nv een dwangbevel uitvaardigen. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gedelegeerd bestuurder. Een dergelijk dwangbevel wordt aan de schuldenaar betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot en stuit de verjaring. Een bevel kan door de gedelegeerd bestuurder alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief. De Vlaamse Waterweg nv kan administratieve kosten aanrekenen voor deze aangetekende brief. Deze kosten vallen ten laste van de schuldenaar en kunnen eveneens ingevorderd worden via het dwangbevel. Schulden van een publieke rechtspersoon kunnen nooit via een dwangbevel worden ingevorderd. Verzet kan tegen dat exploot worden ingediend binnen één maand na de betekening ervan bij verzoekschrift of door een dagvaarding ten gronde voor de ondernemingsrechtbank. |
| 7 | § 4. De Vlaamse Regering is gemachtigd, behalve wat betreft de door De Vlaamse Waterweg nv beheerde waterwegen en het watergebonden gebied langsheen deze waterwegen, de wijze van bekendmaking van de tarieven, de wijze van inning en het toezicht op de naleving van deze bepalingen nader te regelen. | 7 | § 4. De Vlaamse Regering is gemachtigd, behalve wat betreft de door De Vlaamse Waterweg nv beheerde waterwegen en het watergebonden gebied langsheen deze waterwegen, de wijze van bekendmaking van de tarieven, de wijze van inning en het toezicht op de naleving van deze bepalingen nader te regelen. |
| 19 | § 6. In geval van beroep tegen de beslissing van de bevoegde ambtenaar kunnen de arbeidsgerechten, wanneer verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, het bedrag van de opgelegde administratieve geldboete verminderen tot onder de toepasselijke minimumbedragen, zonder dat de geldboete lager mag zijn dan 40 % van het betreffende minimumbedrag. | 19 | § 6. In geval van beroep tegen de beslissing van de bevoegde ambtenaar kunnen de arbeidsgerechten, wanneer verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, het bedrag van de opgelegde administratieve geldboete verminderen tot onder de toepasselijke minimumbedragen, zonder dat de geldboete lager mag zijn dan 40 % van het betreffende minimumbedrag. |
| 20 | § 7. De Vlaamse regering bepaalt de termijn en de nadere regelen voor de betaling van de administratieve geldboeten. | 20 | § 7. De Vlaamse regering bepaalt de termijn en de nadere regelen voor de betaling van de administratieve geldboeten. |
| 21 | § 8. Onverminderd de decreten van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor, respectievelijk de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest, en de instellingen die eronder ressorteren zal de Vlaamse regering bij besluit de ambtenaren binnen haar administratie machtigen om de in dit decreet bedoelde onbetwiste en opeisbare administratieve geldboeten en eventuele invorderingskosten te verhalen. | 21 | § 8. Onverminderd het decreet van 19 april 2024 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen zal de Vlaamse regering bij besluit de ambtenaren binnen haar administratie machtigen om de in dit decreet bedoelde onbetwiste en opeisbare administratieve geldboeten en eventuele invorderingskosten te verhalen. |
| 22 | De ambtenaar aangewezen krachtens artikel 15, tweede lid, van dit decreet deelt de beslissing van hemzelf of van het ar-beidsgerecht die in kracht van gewijsde is gegaan mede aan de door deze paragraaf gemachtigde ambtenaren. | 22 | De ambtenaar aangewezen krachtens artikel 15, tweede lid, van dit decreet deelt de beslissing van hemzelf of van het ar-beidsgerecht die in kracht van gewijsde is gegaan mede aan de door deze paragraaf gemachtigde ambtenaren. |
| 1 | § 1. Op verzoek van een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid of een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, en met het akkoord van de Vlaamse Regering kunnen de personeelsleden die de Vlaamse Regering aanstelde belast worden met de invordering van de onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen, met de invordering van de administratieve geldboeten en met de invordering van de toebehoren in naam en voor rekening van het agentschap. | ||
| 2 | In dit artikel wordt verstaan onder toebehoren: interesten, invorderingskosten, rechtsplegingsvergoedingen, gerechtskosten en betekeningskosten. | ||
| 3 | De met invordering belaste personeelsleden zijn gemachtigd om de onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen, de administratieve geldboeten en de toebehoren in te vorderen op de wijze, vermeld in artikel 2 van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren voor de gemeenschapsaangelegenheden en in artikel 2 van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren voor de gewestelijke aangelegenheden. | ||
| 4 | § 2. Met behoud van de toepassing van specifieke regelingen in wetten, decreten en verordeningen, zijn de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, gemachtigd om, na instemming van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid of het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap in kwestie, aan de schuldenaars van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen, van administratieve geldboeten en van toebehoren die bijzondere omstandigheden kunnen bewijzen, uitstel van betaling toe te staan en gedeeltelijke betalingen vooreerst op het kapitaal aan te rekenen. | ||
| 5 | De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, kunnen, met instemming van het betrokken publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap of intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid in kwestie, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de schuld in intresten verlenen als de schuldenaar kennelijk onvermogend is. |