Decreet tot wijziging van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang en de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, wat betreft de inbetalinggeving van cultuurgoederen ter voldoening van de erfbelasting
9 artikels gewijzigd
| 7 | 6° in voorkomend geval, de aanduiding van de erfgenamen die uitgesloten zijn krachtens uiterste wilsbeschikkingen of contractuele beschikkingen; | 7 | 6° in voorkomend geval, de aanduiding van de erfgenamen die uitgesloten zijn krachtens uiterste wilsbeschikkingen of contractuele beschikkingen; |
| 8 | 7° de keuze van een woonplaats in België; | 8 | 7° de keuze van een woonplaats in België; |
| 9 | 8° de nauwkeurige aanduiding en raming van elk goed afzonderlijk dat deel uitmaakt van het belastbare actief, alsook de vermelding van de kadastrale afdeling, het kadastraal perceel en de ligging als het een onroerend goed betreft. Als de erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden en iedereen die ertoe gehouden is een aangifte van nalatenschap in te dienen met toepassing van artikel 3.3.1.0.9/1, een schatter-expert aanstellen om een schatting te maken van het geheel of een deel van de onroerende goederen die zich in België bevinden en die voor hun verkoopwaarde moeten of kunnen worden aangegeven, wordt het deskundige schattingsverslag bij de aangifte van nalatenschap gevoegd; | 9 | 8° de nauwkeurige aanduiding en raming van elk goed afzonderlijk dat deel uitmaakt van het belastbare actief, alsook de vermelding van de kadastrale afdeling, het kadastraal perceel en de ligging als het een onroerend goed betreft. Als de erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden en iedereen die ertoe gehouden is een aangifte van nalatenschap in te dienen met toepassing van artikel 3.3.1.0.9/1, een schatter-expert aanstellen om een schatting te maken van het geheel of een deel van de onroerende goederen die zich in België bevinden en die voor hun verkoopwaarde moeten of kunnen worden aangegeven, wordt het deskundige schattingsverslag bij de aangifte van nalatenschap gevoegd; Als de erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden en iedereen die ertoe gehouden is een aangifte van nalatenschap in te dienen met toepas-sing van artikel 3.4.3.0.2 van deze codex, een verzoek tot inbetalinggeving indienen, wordt de raming vervangen door een verwijzing naar artikel 3.4.3.0.2 van deze codex als het cultuurgoed in zijn geheel deel uitmaakt van de nalatenschap of op de dag van het overlijden in zijn geheel toebehoort aan de overledene en zijn overlevende echtgenoot of zijn wettelijk samenwonende partner of op de dag van het overlijden in zijn geheel toebehoort aan de overledene en een van zijn erfgenamen, legatarissen en begiftigden; |
| 10 | 9° voor alle polissen die op de dag van het overlijden van kracht waren met betrekking tot lichamelijke roerende goederen : de naam of de firma en het domicilie van de verzekeraar, de datum van de polis en het nummer ervan, alsook de verzekerde goederen en de verzekerde waarde als de door de erflater nagelaten lichamelijk roerende goederen verzekerd waren tegen brand, diefstal of een ander risico. Er moet ook uitdrukkelijk bevestigd worden dat, voor zover de aangevers weten, de goederen niet het voorwerp van andere polissen uitmaakten. Als de goederen in kwestie niet verzekerd waren op de dag van het overlijden, moet dat uitdrukkelijk in de aangifte bevestigd worden; | 10 | 9° voor alle polissen die op de dag van het overlijden van kracht waren met betrekking tot lichamelijke roerende goederen : de naam of de firma en het domicilie van de verzekeraar, de datum van de polis en het nummer ervan, alsook de verzekerde goederen en de verzekerde waarde als de door de erflater nagelaten lichamelijk roerende goederen verzekerd waren tegen brand, diefstal of een ander risico. Er moet ook uitdrukkelijk bevestigd worden dat, voor zover de aangevers weten, de goederen niet het voorwerp van andere polissen uitmaakten. Als de goederen in kwestie niet verzekerd waren op de dag van het overlijden, moet dat uitdrukkelijk in de aangifte bevestigd worden; |
| 11 | 10° behoudens als toepassing wordt gemaakt van artikel 2.7.3.4.2, eerste lid, de aanduiding van iedere schuld die in mindering van het belastbare actief toegelaten kan worden, met opgave van de voornamen, de achternaam en het domicilie van de schuldeiser, van de oorzaak van de schuld en van de datum van de akte, als er een bestaat. Als de afwijking, vermeld in artikel 2.7.4.1.1, § 2, derde lid, van toepassing is, moet bij de schulden die specifiek zijn aangegaan om de gezinswoning te verwerven of te behouden, uitdrukkelijk worden vermeld dat ze met dat doel zijn aangegaan; | 11 | 10° behoudens als toepassing wordt gemaakt van artikel 2.7.3.4.2, eerste lid, de aanduiding van iedere schuld die in mindering van het belastbare actief toegelaten kan worden, met opgave van de voornamen, de achternaam en het domicilie van de schuldeiser, van de oorzaak van de schuld en van de datum van de akte, als er een bestaat. Als de afwijking, vermeld in artikel 2.7.4.1.1, § 2, derde lid, van toepassing is, moet bij de schulden die specifiek zijn aangegaan om de gezinswoning te verwerven of te behouden, uitdrukkelijk worden vermeld dat ze met dat doel zijn aangegaan; |
| 34 | l) de vermindering, vermeld in artikel 2.7.5.0.6 van deze codex; | 34 | l) de vermindering, vermeld in artikel 2.7.5.0.6 van deze codex; |
| 35 | m) de vrijstelling, vermeld in artikel 2.7.6.0.6, § 1; | 35 | m) de vrijstelling, vermeld in artikel 2.7.6.0.6, § 1; |
| 36 | n) het verzoek tot inbetalinggeving, vermeld in artikel 3.4.3.0.2 van deze codex, als het cultuurgoed in zijn geheel deel uitmaakt van de nalatenschap of op de dag van het overlijden in zijn geheel toebehoort aan de overledene en zijn overlevende echtgenoot of zijn wettelijk samenwonende partner of op de dag van het overlijden in zijn geheel toebehoort aan de overledene en een van zijn erfgenamen, legatarissen en begiftigden; | ||
| 36 | 15° in voorkomend geval de erfovereenkomst, vermeld in artikel 1100/7 van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval wordt een kopie van die notariële erfovereenkomst bij de aangifte gevoegd; | 37 | 15° in voorkomend geval de erfovereenkomst, vermeld in artikel 1100/7 van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval wordt een kopie van die notariële erfovereenkomst bij de aangifte gevoegd; |
| 37 | 16° in voorkomend geval de verkrijgingen van vruchtgebruik met toepassing van artikel 858bis van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval wordt een kopie van de akte van schenking bij de aangifte gevoegd. In geval van verzaking aan het vruchtgebruik op een ander tijdstip wordt het stuk gevoegd waaruit die verzaking blijkt; | 38 | 16° in voorkomend geval de verkrijgingen van vruchtgebruik met toepassing van artikel 858bis van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval wordt een kopie van de akte van schenking bij de aangifte gevoegd. In geval van verzaking aan het vruchtgebruik op een ander tijdstip wordt het stuk gevoegd waaruit die verzaking blijkt; |
| 57 | 8° de verzamelingen van schilderijen, porselein, wapens en andere voorwerpen; | 58 | 8° de verzamelingen van schilderijen, porselein, wapens en andere voorwerpen; |
| 58 | 9° de wijn en andere waren. | 59 | 9° de wijn en andere waren. |
| 59 | Het eerste lid geldt niet voor kunstwerken als een of meer van die werken als betaling van de erfbelasting wordt aangeboden met toepassing van artikel 3.4.3.0.2. | 60 | Het eerste lid geldt niet voor cultuurgoederen die worden aangeboden om de erfbelasting en toebehoren te betalen met toepassing van artikel 3.4.3.0.2. |
| 1 | § 1. Iedere erfgenaam, legataris of begiftigde kan verzoeken de uit hoofde van een nalatenschap invorderbare erfbelasting geheel of ten dele te betalen door de afgifte van kunstwerken waarvan de Vlaamse Regering op eensluidend advies van een bijzondere commissie erkent dat ze tot het roerend cultureel erfgoed van het Vlaamse Gewest behoren of dat ze internationale faam genieten. | ||
| 1 | §1. Iedere erfgenaam, legataris of begiftigde kan verzoeken de erfbelasting en toebehoren die invorderbaar zijn op grond van een nalatenschap, geheel of gedeeltelijk te betalen door de afgifte van de geheelheid volle eigendom van de volgende cultuurgoederen: | ||
| 2 | 1° de topstukken, vermeld in artikel 2bis van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang, die al dan niet zijn opgenomen in de lijst van het roerend cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in artikel 3, §1, van het voormelde decreet; | ||
| 3 | 2° de cultuurgoederen, vermeld in artikel 2, 9°, van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang, die een bijzondere verrijking kunnen betekenen voor de collectie van collectiebeherende cultureelerfgoedorganisaties die aangewezen zijn als cultureelerfgoedinstellingen met toepassing van artikel 17 van het Cultureelerfgoeddecreet van 23 december 2021, en die daarom als sleutelwerken voor die collecties beschouwd moeten worden; | ||
| 4 | 3° de cultuurgoederen, vermeld in artikel 2, 9°, van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang, die een bijzondere verrijking kunnen betekenen voor de collectie van collectiebeherende cultureelerfgoedorganisaties die met een kwaliteitslabel ingedeeld zijn bij het landelijke niveau met toepassing van artikel 24 van het Cultureelerfgoeddecreet van 23 december 2021, en die daarom als sleutelwerken voor die collecties beschouwd moeten worden; | ||
| 5 | 4° de cultuurgoederen, vermeld in artikel 2, 9°, van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang, die een bijzondere verrijking kunnen betekenen voor de collectie van universiteitsarchieven en universiteitsbibliotheken die een kwaliteitslabel hebben met toepassing van artikel 7 van het Cultureelerfgoeddecreet van 23 december 2021, en die daarom als sleutelwerken voor die collecties beschouwd moeten worden. | ||
| 2 | Om ter betaling te kunnen worden aangeboden, moeten de kunstwerken in hun geheel deel uitmaken van de nalatenschap of op de dag van het overlijden in hun geheel toebehoren aan de overledene of aan zijn langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende of aan de erfgenamen, legatarissen of begiftigden. Het bewijs daarvoor kan worden geleverd door alle wettelijke middelen, met inbegrip van getuigenissen en vermoedens, maar met uitsluiting van de eed. | 6 | Alleen de cultuurgoederen, vermeld in het eerste lid, die op de dag van het overlijden in hun geheel in volle eigendom toebehoren aan de overledene en/of aan zijn langstlevende echtgenoot of zijn wettelijk samenwonende partner en/of aan zijn erfgenamen, legatarissen of begiftigden, kunnen als betaling als vermeld in het eerste lid worden aangeboden. Het bewijs dat de voormelde voorwaarde is vervuld, kan worden geleverd door alle bewijsmiddelen, met uitsluiting van de eed. |
| 3 | De uitzonderlijke betalingswijze, vermeld in het eerste lid, is afhankelijk van de formele aanvaarding van het aanbod door de Vlaamse Regering. Die formele aanvaarding houdt ook in dat de verschuldigde erfbelasting geacht wordt ontvangen te zijn voor de waarde van de aangenomen kunstwerken. | ||
| 4 | Als de Vlaamse Regering de betaling in kunstwerken maar verkiest voor een deel van de aangeboden werken, betekent de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie dat aan de aanvragers. De aanvragers hebben vervolgens een maand vanaf de betekening de tijd om aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie mee te delen of ze hun aanbod van afgifte intrekken of aanpassen. | ||
| 5 | Als de Vlaamse Regering de betaling door middel van kunstwerken weigert, betekent de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie de verwerping van het aanbod van de afgifte aan de aanvragers. | ||
| 6 | De ter betaling aangeboden kunstwerken worden, ongeacht of ze deel uitmaken van de nalatenschap, geschat door de bijzondere commissie, vermeld in het eerste lid, en worden geacht te worden aangeboden tegen de waarde die bij de voorafgaande schatting is vastgesteld. Als het kunstwerk deel uitmaakt van de nalatenschap, wordt de waarde die is vastgesteld bij de voorafgaande schatting daarenboven in aanmerking genomen voor de berekening van de erfbelasting. De kosten die verbonden zijn aan de schatting, worden voorgeschoten door de verzoekers. Ze worden door het Vlaamse Gewest gedragen als de Vlaamse Regering de inbetalinggeving geheel of ten dele aanvaardt. | ||
| 7 | De erfgenamen, legatarissen of begiftigden dienen de schattingsaanvraag met een aangetekende brief in bij de bijzondere commissie, vermeld in het eerste lid. | ||
| 8 | De Vlaamse Regering kan aanvullende regels voor de inbetalinggeving vastleggen. | ||
| 9 | § 2. De bijzondere commissie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft tot taak de Vlaamse Regering een bindend advies te geven over : | ||
| 10 | 1° de vraag of de ter betaling aangeboden kunstwerken tot het roerend cultureel erfgoed van het Vlaamse Gewest behoren of internationaal befaamd zijn; | ||
| 11 | 2° de ontvankelijkheid van de schattingsaanvraag; | ||
| 12 | 3° de geldwaarde van de aangeboden kunstwerken. | ||
| 13 | De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling, de kennis die over de verschillende disciplines aanwezig moet zijn, de wijze van benoeming van de leden, het voorzitterschap, de organisatie en de werking van de bijzondere commissie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. | ||
| 14 | Voor de kennis en de samenstelling, vermeld in het tweede lid, bewaakt de Vlaamse Regering dat er voldoende deskundigheid op het vlak van cultureel erfgoed aanwezig is. | ||
| 7 | §2. De bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie onderzoekt de ontvankelijkheid van het verzoek tot inbetalinggeving en brengt de aanvrager op de hoogte van haar beslissing. Als het verzoek tot inbetalinggeving, vermeld in paragraaf 1, onontvankelijk is verklaard en het cultuurgoed deel uitmaakt van de nalatenschap, dient de erfgenaam, legataris of begiftigde, vermeld in paragraaf 1, in voorkomend geval, binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van de onontvankelijkheid een aanvullende aangifte in bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie. | ||
| 8 | §3. Als het verzoek tot inbetalinggeving, vermeld in paragraaf 1, ontvankelijk is verklaard, bezorgt de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie het verzoek aan de Raad, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang, met het oog op een beslissing van de Vlaamse Regering conform artikel 18ter van het voormelde decreet. | ||
| 9 | §4. Als de Vlaamse Regering conform artikel 18ter van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang beslist dat de cultuurgoederen die het voorwerp uitmaken van het verzoek, in betaling mogen worden gegeven, worden de cultuurgoederen geacht voor 120 procent van de waarde die is vastgesteld in de beslissing van de Vlaamse Regering, in betaling te zijn gegeven om de verschuldigde erfbelasting en toebehoren te voldoen. | ||
| 10 | De aanvrager wordt op de hoogte gebracht van de beslissing van de Vlaamse Regering over het verzoek. | ||
| 11 | De waarde die conform artikel 18ter, derde of vijfde lid, van het voormelde decreet is vastgesteld bij een beslissing van de Vlaamse Regering, neemt de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie in aanmerking om de erfbelasting en toebehoren te berekenen als het cultuurgoed deel uitmaakt van de nalatenschap. | ||
| 12 | In het geval, vermeld in het derde lid, behoudt de aanvrager de mogelijkheid om conform artikel 3.5.3.0.1 een bezwaar in te dienen tegen de gevestigde aanslag, behalve voor de waardering van het cultuurgoed, zoals die is vastgesteld bij een beslissing van de Vlaamse Regering. | ||
| 13 | §5. De aanvragers kunnen aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie meedelen dat ze hun verzoek tot inbetalinggeving volledig of gedeeltelijk intrekken. Bij intrekking van het verzoek tot inbetalinggeving dient de erfgenaam, legataris of begiftigde, vermeld in paragraaf 1, binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van de intrekking een aanvullende aangifte in bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie als het cultuurgoed deel uitmaakt van de nalatenschap, behalve als de waarde is bepaald bij een beslissing van de Vlaamse Regering conform artikel 18ter, derde of vijfde lid, van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang. | ||
| 14 | §6. Als de Vlaamse Regering binnen vijf maanden na de kennisgeving van het verzoek door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie aan de Raad geen beslissing heeft genomen, wordt het verzoek tot inbetalinggeving geacht te zijn afgewezen. Als het cultuurgoed deel uitmaakt van de nalatenschap, dient de erfgenaam, legataris of begiftigde, vermeld in paragraaf 1, binnen twee maanden na de kennisgeving van het verstrijken van voormelde termijn van vijf maanden, een aanvullende aangifte in bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie. | ||
| 15 | Als de Vlaamse Regering het verzoek tot inbetalinggeving weigert, wordt de aanvullende aangifte, vermeld in het eerste lid, ingediend binnen twee maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing van de Vlaamse Regering. | ||
| 16 | §7. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen over de wijze en het tijdstip waarop het verzoek moet worden ingediend, en kan bepalen welke gegevens en documenten de aanvraag moet bevatten. De Vlaamse Regering kan de procedure voor de afhandeling of intrekking van het verzoek nader bepalen. |
| 1 | Als de erfbelasting is betaald met kunstwerken ingevolge de toepassing van artikel 3.4.3.0.2, kan de terugbetaling die voortvloeit uit de toepassing van artikel 3.6.0.0.1 of 3.6.0.0.4, alleen in geld gedaan worden. | 1 | Als de erfbelasting en toebehoren zijn betaald met cultuurgoederen ingevolge de toepassing van artikel 3.4.3.0.2, kan de terugbetaling die voortvloeit uit de toepassing van artikel 3.6.0.0.1 of 3.6.0.0.4, alleen in geld gedaan worden. |
| 1 | Als, overeenkomstig artikel 3.4.3.0.2, kunstwerken ter betaling worden aangeboden, wordt inzake de erfbelasting de invordering van de belastingen en toebehoren waarvan de betaling door middel van die kunstwerken wordt aangeboden, geschorst gedurende twee maanden vanaf de dag waarop het aanbod is geweigerd of vanaf de dag van de slechts gedeeltelijke aanvaarding, hetzij wat de goederen, hetzij wat de waarde betreft. |
| 1 | Als met toepassing van artikel 3.4.3.0.2 een aanbod tot afgifte van kunstwerken wordt gedaan, gaat de termijn van vijf jaar, vermeld in artikel 3.4.3.0.1, ten aanzien van de belasting die niet door de afgifte van kunstwerken is voldaan ingevolge weigering of gedeeltelijke aanvaarding van het aanbod, pas in vanaf de dag waarop het aanbod wordt geweigerd, of maar gedeeltelijk wordt aanvaard, hetzij qua goederen, hetzij qua waarde. |
| 1 | Iedereen die, al dan niet samen met vermoedelijke erfgenamen, legatarissen of begiftigden, voor het geheel in volle eigendom eigenaar is van cultuurgoederen waarvan hij vermoedt dat ze voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3.4.3.0.2, §1, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, kan, voorafgaand aan het openvallen van een nalatenschap, bij de Raad een verzoek indienen met het oog op een beslissing van de Vlaamse Regering als vermeld in het derde lid, dat de cultuurgoederen behoren tot een van de categorieën, vermeld in artikel 3.4.3.0.2, §1, eerste lid, van de voormelde codex, en over de bestemming van die cultuurgoederen als de inbetalinggeving conform artikel 3.4.3.0.2, §4, van de voormelde codex, wordt aanvaard. | ||
| 2 | De Raad geeft een advies aan de Vlaamse Regering over het verzoek, vermeld in het eerste lid. Het advies van de Raad over de vraag of de ter betaling aangeboden cultuurgoederen behoren tot een van de categorieën, vermeld in artikel 3.4.3.0.2, §1, eerste lid, van de voormelde codex, is bindend voor de Vlaamse Regering. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het verzoek. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen over de wijze waarop het verzoek moet worden ingediend en bepalen welke gegevens en documenten de aanvraag moet bevatten. De Vlaamse Regering kan de procedure voor de afhandeling van het verzoek nader bepalen, met inbegrip van de wijze waarop de kennisgeving van de beslissing, vermeld in het derde lid, moet gebeuren. |
| 1 | Als het verzoek tot inbetalinggeving, vermeld in artikel 3.4.3.0.2, §1, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, conform artikel 3.4.3.0.2, §2 en §3, van de voormelde codex, ontvankelijk is verklaard, geeft de Raad aan de Vlaamse Regering een advies over: | ||
| 2 | 1° de vraag of de ter betaling aangeboden cultuurgoederen behoren tot een van de categorieën, vermeld in artikel 3.4.3.0.2, §1, eerste lid, van de voormelde codex; | ||
| 3 | 2° de waarde van de aangeboden cultuurgoederen bij een positief advies over de vraag, vermeld in punt 1°. De ter betaling aangeboden cultuurgoederen worden, ongeacht of ze deel uitmaken van de nalatenschap, geschat op hun waarde op het ogenblik van het openvallen van de nalatenschap; | ||
| 4 | 3° de bestemming van de aangeboden cultuurgoederen in geval van aanvaarding van de inbetalinggeving bij een positief advies over de vraag, vermeld in punt 1°. Indien de verzoekers een voorkeur van bestemming hebben aangegeven voor de aangeboden cultuurgoederen, adviseert de Raad de Vlaamse Regering over de haalbaarheid van de voorgestelde bestemming. | ||
| 5 | Het advies van de Raad over de punten, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, is bindend voor de Vlaamse Regering. | ||
| 6 | De Vlaamse Regering beslist over de punten, vermeld in het eerste lid, en ook over de aanvaarding van de inbetalinggeving van de cultuurgoederen die het voorwerp uitmaken van het verzoek tot inbetalinggeving, vermeld in het eerste lid. | ||
| 7 | Als het verzoek tot inbetalinggeving, vermeld in het eerste lid, cultuurgoe-deren bevat waarvoor de Vlaamse Regering conform artikel 18bis een beslissing heeft genomen over de punten, vermeld in het eerste lid, 1° en 3°, verstrekt de Raad voor die goederen enkel een bindend advies over de waarde van de aangeboden cultuurgoederen, vermeld in het eerste lid, 2°. | ||
| 8 | De Vlaamse Regering beslist in het geval, vermeld in het vierde lid, over de waarde van de aangeboden cultuurgoederen, vermeld in het eerste lid, 2°, en over de aanvaarding van de inbetalinggeving van de cultuurgoederen die het voorwerp uitmaken van het verzoek tot inbetalinggeving, vermeld in het eerste lid. | ||
| 9 | Na aanvaarding wordt de Vlaamse Gemeenschap eigenaar van die cultuur-goederen, met uitzondering van het aandeel dat in mede-eigendom is verworven door de erfgoedinstelling die het saldo heeft betaald met toepassing van artikel 18quater, tweede lid. |
| 1 | Als de Vlaamse Regering conform artikel 18ter, derde of vijfde lid, van dit decreet beslist dat de cultuurgoederen worden aanvaard om de verschuldigde erfbelasting en toebehoren te voldoen, wordt de waarde van de cultuurgoederen, die is vastgesteld door de Vlaamse Regering conform artikel 18ter, derde of vijfde lid, van dit decreet, vermeerderd met 20 procent. Indien deze vermeerderde waarde met 20 procent meer bedraagt dan de verschuldigde erfbelasting en toebehoren, kan de Vlaamse Regering, in het geval het gaat om cultuurgoederen als vermeld in artikel 3.4.3.0.2, §1, eerste lid, 1°, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, beslissen om het saldo aan de aanvragers uit te betalen via het Topstukkenfonds, vermeld in hoofdstuk VI van dit decreet. De voormelde beslissing maakt onderdeel uit van de beslissing, vermeld in artikel 18ter, derde en vijfde lid, van dit decreet. | ||
| 2 | In het geval het om cultuurgoederen gaat als vermeld in artikel 3.4.3.0.2, §1, eerste lid, 2°, 3° en 4°, van de voormelde codex, kan de erfgoedinstelling waarvoor de aangeboden cultuurgoederen als een sleutelwerk voor de collectie gelden, instaan voor de uitbetaling van het saldo. De erfgoedinstelling verwerft de mede-eigendom van die cultuurgoederen in verhouding tot haar bijdrage. De beslissing daartoe wordt genomen door de erfgoedinstelling of haar inrichtende macht en wordt meegedeeld aan de Vlaamse Regering. | ||
| 3 | Indien de Vlaamse Gemeenschap de inrichtende macht is van de erf-goedinstelling waarvoor de aangeboden cultuurgoederen als een sleutelwerk voor de collectie gelden, dan worden die cultuurgoederen in volle eigendom verworven door de Vlaamse Gemeenschap. De beslissing daartoe wordt genomen door de Vlaamse Regering. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering kan aanvullende regels vastleggen voor de verwer-ving van deze cultuurgoederen en de uitbetaling van de saldi. |
| 7 | 4° de kosten voor conservatie, behoud en restauratie van topstukken als vermeld in artikel 10, te subsidiëren; | 7 | 4° de kosten voor conservatie, behoud en restauratie van topstukken als vermeld in artikel 10, te subsidiëren; |
| 8 | 5° het subsidiëren van en investeren in de verbetering van de bewaaromstandigheden van in de lijst van het roerend cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap opgenomen topstukken. | 8 | 5° het subsidiëren van en investeren in de verbetering van de bewaaromstandigheden van in de lijst van het roerend cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap opgenomen topstukken. |
| 9 | 6° de eigendom of mede-eigendom te verwerven van cultuurgoederen, die conform artikel 3.4.3.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 ter betaling zijn aangeboden, door de saldi, vermeld in hoofdstuk Vbis van dit decreet, uit te betalen. | ||
| 9 | § 3. De middelen van het Fonds zijn : | 10 | § 3. De middelen van het Fonds zijn : |
| 10 | 1° dotaties ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap; | 11 | 1° dotaties ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap; |