Decreet tot wijziging van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding"
12 artikels gewijzigd
| 46 | b) het toekennen van vrijstellingen van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt voor de verplicht ingeschreven werkzoekende met behoud van de uitkeringen in geval van studiehervatting, het volgen van een beroepsopleiding of een stage. De vrijstelling houdt in dat de verplicht ingeschreven werkzoekende ingeschreven blijft bij de VDAB en vrijgesteld is van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt op voorwaarde dat hij handelt overeenkomstig zijn traject naar werk. Er wordt slechts een vrijstelling toegekend op voorwaarde dat dit kadert in het voor de verplicht ingeschreven werkzoekende vastgestelde traject naar werk. De vrijstelling wordt toegekend voor de duurtijd van de studie, beroepsopleiding of stage die de verplicht ingeschreven werkzoekende volgt, beperkt tot een duurtijd van twaalf maanden. De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de raad van bestuur van de VDAB de nadere voorwaarden voor de duurtijd van de vrijstelling, het toekennen, verlengen of intrekken van vrijstellingen, en de categorieën van werkzoekenden die voor een vrijstelling in aanmerking kunnen komen; | 46 | b) het toekennen van vrijstellingen van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt voor de verplicht ingeschreven werkzoekende met behoud van de uitkeringen in geval van studiehervatting, het volgen van een beroepsopleiding of een stage. De vrijstelling houdt in dat de verplicht ingeschreven werkzoekende ingeschreven blijft bij de VDAB en vrijgesteld is van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt op voorwaarde dat hij handelt overeenkomstig zijn traject naar werk. Er wordt slechts een vrijstelling toegekend op voorwaarde dat dit kadert in het voor de verplicht ingeschreven werkzoekende vastgestelde traject naar werk. De vrijstelling wordt toegekend voor de duurtijd van de studie, beroepsopleiding of stage die de verplicht ingeschreven werkzoekende volgt, beperkt tot een duurtijd van twaalf maanden. De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de raad van bestuur van de VDAB de nadere voorwaarden voor de duurtijd van de vrijstelling, het toekennen, verlengen of intrekken van vrijstellingen, en de categorieën van werkzoekenden die voor een vrijstelling in aanmerking kunnen komen; |
| 47 | 8° taken met betrekking tot wijk-werken als vermeld in artikel 16 van het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017; | 47 | 8° taken met betrekking tot wijk-werken als vermeld in artikel 16 van het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017; |
| 48 | 9° met betrekking tot jongeren die niet ingeschreven zijn als werkzoekende, heeft de VDAB de taak om te voorzien in een passend aanbod voor jongeren die voldoen aan de volgende voorwaarden : | ||
| 49 | a) ze zijn jonger dan 25 jaar; | ||
| 50 | b) ze hebben het onderwijs verlaten en beschikken niet over een diploma of getuigschrift; | ||
| 51 | c) ze volgen geen opleiding; | ||
| 52 | d) ze verrichten geen beroepsarbeid of zelfstandige activiteit. | ||
| 53 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de raad van bestuur, wat onder passend aanbod en diploma of getuigschrift moet worden verstaan. | ||
| 48 | 9° .... | ||
| 54 | 10° de VDAB is bevoegd voor de controle op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn wat betreft de toekenning en aanwending van toelagen voor tewerkstelling in het kader van artikel 57quater, 60, § 7, en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. De VDAB is ook bevoegd om de ten onrechte toegekende toelagen terug te vorderen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. | 49 | 10° de VDAB is bevoegd voor de controle op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn wat betreft de toekenning en aanwending van toelagen voor tewerkstelling in het kader van artikel 57quater, 60, § 7, en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. De VDAB is ook bevoegd om de ten onrechte toegekende toelagen terug te vorderen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. |
| 55 | 11° taken met betrekking tot de terugbetaling van de outplacementkosten aan werkgevers in herstructurering. | 50 | 11° taken met betrekking tot de terugbetaling van de outplacementkosten aan werkgevers in herstructurering. |
| 73 | b) de verhoging van de werkzaamheidsgraad te faciliteren of een duurzame loopbaan te realiseren van de personen op beroepsactieve leeftijd die in het Vlaamse Gewest gedomicilieerd zijn; | 73 | b) de verhoging van de werkzaamheidsgraad te faciliteren of een duurzame loopbaan te realiseren van de personen op beroepsactieve leeftijd die in het Vlaamse Gewest gedomicilieerd zijn; |
| 74 | c) transparante en betrouwbare arbeidsmarktinformatie te verschaffen; | 74 | c) transparante en betrouwbare arbeidsmarktinformatie te verschaffen; |
| 75 | d) in een relevant aanbod op maat voor werkgevers en personen te kunnen voorzien. | 75 | d) in een relevant aanbod op maat voor werkgevers en personen te kunnen voorzien; |
| 76 | 15° taken in het kader van de leertijd: | ||
| 77 | a) het bereik, de effectiviteit en de kwaliteit van de leertijd periodiek evalueren, monitoren, auditen en bijsturen; | ||
| 78 | b) de trajecten en modules controleren. Die controle gebeurt met het oog op: | ||
| 79 | 1) de kwaliteit en het financieel correcte verloop van de leertijd; | ||
| 80 | 2) de conformiteit met de reglementering; | ||
| 81 | c) de nodige instrumenten en procedures voor kennisborging en verspreiding opzetten; | ||
| 82 | d) de voorwaarden en de criteria vastleggen waaraan de kwaliteitssystemen binnen de leertijd moeten voldoen; | ||
| 83 | e) controleren of voor het uitreiken van studiebewijzen leertijd voldaan is aan alle voorwaarden, vermeld in hoofdstuk III van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap; | ||
| 84 | f) het algemeen pedagogisch didactisch toezicht uitoefenen op de uitvoering van de overeenkomsten in de leertijd; | ||
| 85 | g) de financiering van de leertijd. | ||
| 86 | De Vlaamse Regering bepaalt wie verantwoordelijk is voor de uitbetaling, de werkvoorwaarden en de geldelijke regeling van de lesgevers in de leertijd; | ||
| 87 | h) een beleid binnen de leertijd voor de inbedding van doel- en kansengroepen ontwikkelen en coördineren. | ||
| 76 | De Vlaamse Regering bepaalt de verschillende categorieën van de doelgroep, vermeld in het eerste lid, 12°, a). | 88 | De Vlaamse Regering bepaalt de verschillende categorieën van de doelgroep, vermeld in het eerste lid, 12°, a). |
| 77 | § 2. De Vlaamse regering kan nadere regels uitvaardigen betreffende de in artikel 5, § 1, vermelde aangelegenheden. In deze regels kunnen de taken van het agentschap verder worden gepreciseerd en/of geconcretiseerd. | 89 | § 2. De Vlaamse regering kan nadere regels uitvaardigen betreffende de in artikel 5, § 1, vermelde aangelegenheden. In deze regels kunnen de taken van het agentschap verder worden gepreciseerd en/of geconcretiseerd. |
| 11 | f) het organiseren en bevorderen van het levenslang leren van werkzoekenden en werknemers; | 11 | f) het organiseren en bevorderen van het levenslang leren van werkzoekenden en werknemers; |
| 12 | g) de kennisverzameling en -verspreiding inzake de arbeidsmarkt en zijn werking; | 12 | g) de kennisverzameling en -verspreiding inzake de arbeidsmarkt en zijn werking; |
| 13 | h) het stimuleren van duurzame partnerschappen ter bevordering van de dienstverlening inzake arbeidsbemiddeling, opleiding en begeleiding met het oog op de inschakeling op de arbeidsmarkt ; | 13 | h) het stimuleren van duurzame partnerschappen ter bevordering van de dienstverlening inzake activering, arbeidsbemiddeling, opleiding en begeleiding met het oog op de inschakeling op de arbeidsmarkt en het verzekeren van een duurzame loopbaan, onder andere door de erkenning en subsidiëring van organisaties die instaan voor het verzorgen van de arbeidsbemiddeling, de trajectbegeleiding, de beroepsoriëntering en de competentieontwikkeling; |
| 14 | i) het instaan voor de netwerkvorming ter bevordering van de dienstverlening inzake arbeidsbemiddeling, opleiding en begeleiding met het oog op de inschakeling op de arbeidsmarkt, door, onder meer, de uitbouw en het onderhouden van netwerken op Vlaams, nationaal, supranationaal en internationaal vlak die bijdragen tot de verwezenlijking van de missie van de VDAB; | 14 | i) het instaan voor de netwerkvorming ter bevordering van de dienstverlening inzake activering, arbeidsbemiddeling, opleiding en begeleiding met het oog op de inschakeling op de arbeidsmarkt, door, onder meer, de uitbouw en het onderhouden van netwerken op Vlaams, nationaal, supranationaal en internationaal vlak die bijdragen tot de verwezenlijking van de missie van de VDAB; |
| 15 | j) de coördinatie van de uitvoering van de projecten van de Vlaamse regering en van de Europese projecten die op de in dit artikel bedoelde taken betrekking hebben; | 15 | j) de coördinatie van de uitvoering van de projecten van de Vlaamse regering en van de Europese projecten die op de in dit artikel bedoelde taken betrekking hebben; |
| 16 | k) het instaan voor de productontwikkeling en -innovatie inzake de dienstverlening aan werkzoekenden, werknemers en werkgevers inzake arbeidsbemiddeling, opleiding en begeleiding met het oog op de inschakeling op de arbeidsmarkt door, onder meer, de ontwikkeling van nieuwe diensten en producten en/of de opwaardering van bestaande diensten en producten inzake arbeidsbemiddeling, begeleiding en opleiding met het oog op de inschakeling op de arbeidsmarkt, via inzonderheid samenwerkingsovereenkomsten met andere organisaties die rechtspersoonlijkheid bezitten en met werknemers- en/of werkgeversorganisaties en die beschikken over specifieke kennis, in het bijzonder met betrekking tot specifieke doelgroepen; | 16 | k) het instaan voor de productontwikkeling en -innovatie inzake de dienstverlening aan werkzoekenden, werknemers en werkgevers inzake activering, arbeidsbemiddeling, opleiding en begeleiding met het oog op de inschakeling op de arbeidsmarkt door, onder meer, de ontwikkeling van nieuwe diensten en producten en/of de opwaardering van bestaande diensten en producten inzake activering, arbeidsbemiddeling, begeleiding en opleiding met het oog op de inschakeling op de arbeidsmarkt, via inzonderheid samenwerkingsovereenkomsten met andere organisaties die rechtspersoonlijkheid bezitten en met werknemers- en/of werkgeversorganisaties en die beschikken over specifieke kennis, in het bijzonder met betrekking tot specifieke doelgroepen; |
| 17 | 2° taken op het vlak van de arbeidsbemiddeling: | 17 | 2° taken op het vlak van de arbeidsbemiddeling: |
| 18 | a) de organisatie en bevordering van de aanwerving en de plaatsing van werkzoekenden en werknemers; | 18 | a) de organisatie en bevordering van de aanwerving en de plaatsing van werkzoekenden en werknemers; |
| 86 | De Vlaamse Regering bepaalt wie verantwoordelijk is voor de uitbetaling, de werkvoorwaarden en de geldelijke regeling van de lesgevers in de leertijd; | 86 | De Vlaamse Regering bepaalt wie verantwoordelijk is voor de uitbetaling, de werkvoorwaarden en de geldelijke regeling van de lesgevers in de leertijd; |
| 87 | h) een beleid binnen de leertijd voor de inbedding van doel- en kansengroepen ontwikkelen en coördineren. | 87 | h) een beleid binnen de leertijd voor de inbedding van doel- en kansengroepen ontwikkelen en coördineren. |
| 88 | 16° taken in het kader van kwaliteit: | ||
| 89 | a) de kwaliteit van de eigen dienstverlening en van die van dienstverleners als vermeld in artikel 22/2, vierde lid, van dit decreet, waarborgen, als die dienstverleners in opdracht van VDAB dienstverlening aanbieden ten aanzien van iedere persoon op beroepsactieve leeftijd en ten aanzien van werkgevers; | ||
| 90 | b) een geïntegreerd en integraal kwaliteitsbeleid voeren. | ||
| 88 | De Vlaamse Regering bepaalt de verschillende categorieën van de doelgroep, vermeld in het eerste lid, 12°, a). | 91 | De Vlaamse Regering bepaalt de verschillende categorieën van de doelgroep, vermeld in het eerste lid, 12°, a). |
| 89 | § 2. De Vlaamse regering kan nadere regels uitvaardigen betreffende de in artikel 5, § 1, vermelde aangelegenheden. In deze regels kunnen de taken van het agentschap verder worden gepreciseerd en/of geconcretiseerd. | 92 | § 2. De Vlaamse regering kan nadere regels uitvaardigen over de taken, vermeld in paragraaf 1/1. In deze regels kunnen de taken van het agentschap verder worden gepreciseerd en/of geconcretiseerd. |
| 90 | § 3. De VDAB staat in voor het verzekerd aanbod inzake de in § 1 bedoelde taken en inzake de krachtens § 2 daaraan aangebrachte preciseringen en/of concretiseringen. | 93 | § 3. De VDAB staat in voor het verzekerd aanbod inzake de taken, vermeld in paragraaf 1/1, en inzake de krachtens § 2 daaraan aangebrachte preciseringen en/of concretiseringen. |
| 91 | § 4. Onverminderd andersluidende bepalingen in andere decreten en/of de uitvoeringsbesluiten daarvan en onverminderd hetgeen is bepaald in de volgende leden, worden de taken bedoeld in § 1in beginsel gratis aangeboden. | 94 | § 4. Onverminderd andersluidende bepalingen in andere decreten en/of de uitvoeringsbesluiten daarvan en onverminderd hetgeen is bepaald in de volgende leden, worden de taken bedoeld in paragraaf 1/1 in beginsel gratis aangeboden. |
| 92 | Conform de door de beheersovereenkomst te bepalen voorwaarden en modaliteiten kan de VDAB, bij gemotiveerde beslissing van de raad van bestuur en voor de in die beslissing aangewezen diensten, van de werkgever, de werknemer, de werkzoekende, of, desgevallend, de persoon behorend tot een specifieke categorie van belanghebbenden als bedoeld in artikel 5, § 1, tweede lid, een vergoeding vragen. | 95 | De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen waarin VDAB, bij gemotiveerde beslissing van de raad van bestuur, van de werkgever, de werknemer, de werkzoekende of, desgevallend, de persoon behorend tot een specifieke categorie van belanghebbenden als bedoeld in paragraaf 1/1, tweede lid, een vergoeding kan vragen. |
| 93 | De in het tweede lid bedoelde mogelijkheid geldt niet voor de taken van universele dienstverlening die, in alle omstandigheden, steeds kosteloos moeten worden aangeboden. | 96 | De in het tweede lid bedoelde mogelijkheid geldt niet voor de taken van universele dienstverlening die, in alle omstandigheden, steeds kosteloos moeten worden aangeboden. |
| 1 | § 1. Met het oog op de vervulling van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken is de VDAB gerechtigd alle activiteiten te verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde missie en voormelde taken. | 1 | § 1. Met het oog op de vervulling van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken is de VDAB gerechtigd alle activiteiten te verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde missie en voormelde taken. |
| 2 | § 2. Als rechtspersoon is de VDAB algemeen rechts-, handelings- en procesbekwaam, zulks binnen de perken van zijn missie en takenstelling als bedoeld in respectievelijk de artikelen 4 en 5 en binnen de perken van het Bestuursdecreet. | 2 | § 2. Als rechtspersoon is de VDAB algemeen rechts-, handelings- en procesbekwaam, zulks binnen de perken van zijn missie en takenstelling als bedoeld in respectievelijk de artikelen 4 en 5 en binnen de perken van het Bestuursdecreet. |
| 3 | Onverminderd het bepaalde in het Bestuursdecreet, in dit decreet, in andere decreten en in hun uitvoeringsbesluiten, beschikt de VDAB, met het oog op de vervulling van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken, tevens over de hierna vermelde bijzondere bevoegdheden die de VDAB uitoefent in overeenstemming met het bepaalde in het Bestuursdecreet en in dit decreet, zijn uitvoeringsbesluiten en de beheersovereenkomst die de VDAB verbindt: | 3 | Onverminderd het bepaalde in het Bestuursdecreet, in dit decreet, in andere decreten en in hun uitvoeringsbesluiten, beschikt de VDAB, met het oog op de vervulling van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken, tevens over de hierna vermelde bijzondere bevoegdheden die de VDAB uitoefent in overeenstemming met het bepaalde in het Bestuursdecreet en in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan: |
| 4 | 1° rekening houdende met het bepaalde in artikel 5, § 4, het bepalen en opleggen van een vergoeding voor de dienstverlening van VDAB, de universele dienstverlening uitgezonderd; | 4 | 1° rekening houdende met het bepaalde in artikel 5, § 4, het bepalen en opleggen van een vergoeding voor de dienstverlening van VDAB, de universele dienstverlening uitgezonderd; |
| 5 | 2° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met één of meer van de hierna vermelde instellingen of personen, indien zulks nodig is voor de vervulling van zijn missie en taakstelling: | 5 | 2° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met één of meer van de hierna vermelde instellingen of personen, indien zulks nodig is voor de vervulling van zijn missie en taakstelling: |
| 8 | 4° het bepalen van de regels op grond waarvan de VDAB samenwerkingsovereenkomsten met private arbeidsmarktactoren kan sluiten; | 8 | 4° het bepalen van de regels op grond waarvan de VDAB samenwerkingsovereenkomsten met private arbeidsmarktactoren kan sluiten; |
| 9 | 5° het beslissen over de deelname van de VDAB aan de oprichting van of de deelname in, alsmede het bestuur of de leiding en de financiering van publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen; | 9 | 5° het beslissen over de deelname van de VDAB aan de oprichting van of de deelname in, alsmede het bestuur of de leiding en de financiering van publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen; |
| 10 | 6° de goedkeuring van de rapportering aan de Vlaamse regering over de uitvoering van de beheersovereenkomst; | 10 | 6° de goedkeuring van de rapportering aan de Vlaamse regering over de uitvoering van het jaarlijkse ondernemingsplan; |
| 11 | 7° het rapporteren over de uitvoering van de begroting; | 11 | 7° het rapporteren over de uitvoering van de begroting; |
| 12 | 8° het vaststellen van de vergoedingen bedoeld in artikel 5, § 4, tweede lid. | 12 | 8° het vaststellen van de vergoedingen bedoeld in artikel 5, § 4, tweede lid. |
| 1 | § 1. Onverminderd andere wettelijke en/of decretale bepalingen en hun uitvoeringsbesluiten is de gedelegeerd bestuurder, binnen de perken van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, alsmede van het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 16, belast met het dagelijks bestuur van de VDAB. | ||
| 2 | De inhoud van het dagelijks bestuur wordt nader vastgelegd in het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 16 en omvat in elk geval: | ||
| 3 | 1° inzake het management van de dienstverlening: de voorbereiding en de uitvoering van de strategische meerjarenplannen en jaarlijkse ondernemingsplannen, voortvloeiende uit de beleidscyclus en goedgekeurd door de raad van bestuur; | ||
| 4 | 2° over de productontwikkeling: | ||
| 5 | a) nieuwe diensten, producten en processen ontwikkelen, na goedkeuring | ||
| 6 | door de raad van bestuur als er een strategische impact is; | ||
| 7 | b) bestaande diensten, producten en processen verbeteren; | ||
| 8 | 3° inzake het personeelsbeleid: het voeren van een coherent personeelsbeleid, afgestemd op de strategische evolutie van het agentschap en de omgevingsfactoren waarbinnen de dienstverlening plaatsvindt overeenkomstig de rechtspositieregeling van het personeel alsmede met de richtlijnen van de raad van bestuur dienaangaande; | ||
| 9 | 4° inzake het financieel beleid: de uitvoering van alle budgettaire en boekhoudkundige verrichtingen, met inbegrip van het registreren van de verbintenissen, de goedkeuring en de boeking van de verplichtingen, de boeking van de vorderingen en het doen van alle ontvangsten en uitgaven binnen de machtigende begroting; | ||
| 10 | 5° inzake het beheer van de infrastructuur: het voeren van een coherent beleid voor gebouwen, verbruiks- en patrimoniumgoederen, een efficiënt voorraadbeheer, alsmede het optimaal beheren van de infrastructuur van de VDAB binnen de limieten van de vastgoedstrategie die de raad van bestuur goedkeurt; | ||
| 11 | 6° inzake communicatie en public relations: het voeren van een eigentijds intern en extern communicatiebeleid, met inbegrip van een proactief en reactief mediabeleid, in voorkomend geval in overeenstemming met de door de raad van bestuur vastgelegde richtlijnen dienaangaande. | ||
| 12 | Al de diensten, producten en processen, vermeld in het tweede lid, 2°, passen in het beleid van VDAB en zijn inpasbaar in de strategische planning. | ||
| 13 | § 2. De gedelegeerd bestuurder is belast met de voorbereiding van de beslissingen van de raad van bestuur.Hij verstrekt aan de raad van bestuur alle inlichtingen en brengt alle voorstellen die voor de werking van de VDAB nuttig of nodig zijn op de agenda van de raad van bestuur. | ||
| 14 | § 3. De gedelegeerd bestuurder vertegenwoordigt de VDAB in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen, inbegrepen het optreden voor administratieve rechtscolleges, en treedt rechtsgeldig in naam en voor rekening van VDAB op, zonder dat hij zulks aan de hand van een beslissing van de raad van bestuur moet staven. | ||
| 15 | § 4. Onverminderd de rechtspositieregeling van het personeel, mag de gedelegeerd bestuurder onder zijn verantwoordelijkheid één of meer specifieke bevoegdheden, met inbegrip van die bedoeld in de § 3, delegeren aan één of meer personeelsleden van de VDAB. | ||
| 16 | § 5. De gedelegeerd bestuurder voert de beslissingen van de raad van bestuur uit. |
| 1 | VDAB past geen geautomatiseerde individuele besluitvorming met rechtsgevolgen toe. | ||
| 2 | In het eerste lid wordt verstaan onder geautomatiseerde individuele besluitvorming met rechtsgevolgen: beslissingen nemen op basis van louter technische systemen, zonder enige dienstige menselijke tussenkomst, die gevolgen hebben voor de wettelijke rechten van het individu of die significante, gelijkaardige gevolgen voor zijn persoon met zich meebrengen. | ||
| 3 | Elk proces waarbij het technische systeem geen enkele impact op de vooraf geprogrammeerde uitkomst heeft, valt niet onder het verbod, vermeld in het eerste lid. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering kan bepalen welke processen niet vallen onder het verbod, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | Er wordt een Ethische Raad opgericht die toezicht houdt op en onafhankelijk advies verleent over het gebruik van artificiële intelligentie, profilering, zoals bedoeld in artikel 4, 4), van de algemene verordening gegevensbescherming, en geautomatiseerde individuele besluitvorming binnen VDAB. | ||
| 2 | Minstens de helft van de leden van de Ethische Raad werkt niet bij VDAB. De samenstelling van de Ethische Raad wordt vastgesteld door de raad van bestuur. De raad van bestuur wijst ook de voorzitter van de Ethische Raad aan onder de leden die niet bij VDAB werken. | ||
| 3 | De raad van bestuur stelt de leden en de voorzitter van de Ethische Raad aan voor een periode van vijf jaar. | ||
| 4 | De werkingsprincipes van de Ethische Raad worden vastgelegd in een huishoudelijk reglement dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de raad van bestuur. |
| 1 | § 1. Tussen de entiteit binnen de Vlaamse overheid die instaat voor de vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen en de VDAB kan een samenwerkingsovereenkomst inzake de versterking van het competentiebeleid worden gesloten. | ||
| 1 | § 1. ... | ||
| 2 | Tussen het Departement Onderwijs/Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming en de VDAB kan een samenwerkingsovereenkomst inzake de versterking van het competentiebeleid worden gesloten. | 2 | Tussen het Departement Onderwijs/Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming en de VDAB kan een samenwerkingsovereenkomst inzake de versterking van het competentiebeleid worden gesloten. |
| 3 | § 2. Opdat de in § 1 bedoelde samenwerkingsovereenkomst uitvoerbaar zou worden, is een voorafgaandelijke goedkeuring vereist van de Vlaamse regering. | 3 | § 2. Opdat de in § 1 bedoelde samenwerkingsovereenkomst uitvoerbaar zou worden, is een voorafgaandelijke goedkeuring vereist van de Vlaamse regering. |
| 3 | Als een individu bepaalde diensten inzake arbeidsbemiddeling, trajectbegeleiding, loopbaanbegeleiding of competentieontwikkeling vraagt, kunnen dienstverleners, met inbegrip van de VDAB, de betrokkene opleggen om een persoonlijk bestand aan te maken. | 3 | Als een individu bepaalde diensten inzake arbeidsbemiddeling, trajectbegeleiding, loopbaanbegeleiding of competentieontwikkeling vraagt, kunnen dienstverleners, met inbegrip van de VDAB, de betrokkene opleggen om een persoonlijk bestand aan te maken. |
| 4 | In het derde lid wordt onder dienstverleners verstaan : alle publieke of private organisaties of personen die activiteiten aanbieden op het vlak van beroepskeuzevoorlichting, competentieontwikkeling, trajectbegeleiding, loopbaanbegeleiding, arbeidsbemiddeling of erkenning van verworven competenties. | 4 | In het derde lid wordt onder dienstverleners verstaan : alle publieke of private organisaties of personen die activiteiten aanbieden op het vlak van beroepskeuzevoorlichting, competentieontwikkeling, trajectbegeleiding, loopbaanbegeleiding, arbeidsbemiddeling of erkenning van verworven competenties. |
| 5 | De Vlaamse Regering legt de gevallen vast waarin wordt afgeweken van het principe dat de betrokkene zelf een persoonlijk bestand aanmaakt, vermeld in het tweede lid. | ||
| 1 | De erkende centra, vermeld in artikel 22/20, eerste lid, organiseren de theoretische vorming en de taalcursussen. | ||
| 2 | Aan een centrum kan de VDAB conform de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt, en conform eventuele bijkomende voorwaarden opgenomen in het ondernemingsplan, de volgende subsidies en financiële compensaties toekennen: | ||
| 3 | 1° een subsidie voor de leertijd; | ||
| 4 | 2° een subsidie of financiële compensatie voor de huur, het verwerven, de nieuwbouw, het eigenaarsonderhoud en de uitrusting van gebouwen conform de regels die de Vlaamse Regering vaststelt; | ||
| 5 | 3° een subsidie of financiële compensatie voor innovatie en productontwikkeling conform de regels die de Vlaamse Regering vaststelt; | ||
| 6 | 4° een subsidie of financiële compensatie voor projecten in het kader van de uitvoering van het ondernemingsplan conform de regels die de Vlaamse Regering vaststelt; | ||
| 7 | 5° een subsidie voor het doel- en kansengroepenbeleid in de leertijd. | ||
| 8 | De subsidies, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, kunnen de volgende vormen aannemen: | ||
| 9 | 1° een productiesubsidie; | ||
| 10 | 2° een effectiviteitssubsidie. | ||
| 11 | De subsidies, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, worden geval per geval toegekend op grond van een ondernemingsplan dat aan de VDAB ter goedkeuring wordt voorgelegd en op grond van de voorwaarden bepaald in het vijfde lid. | ||
| 12 | Een centrum als vermeld in het eerste lid komt in aanmerking voor een subsidie als het in het kader van de leertijd: | ||
| 13 | 1° deelneemt aan en samenwerkt binnen een of meer overlegfora als vermeld in artikel 357/32 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010; | ||
| 14 | 2° binnen zijn opdrachten maximale inspanningen levert om het voltijds engagement voor elke jongere te realiseren; | ||
| 15 | 3° deelneemt aan en samenwerkt binnen een lokaal overlegplatform opgericht overeenkomstig deel VIII, hoofdstuk 1, afdeling 2, van het besluit van 28 oktober 2016 betreffende codificatie van sommige bepalingen voor het onderwijs. | ||
| 16 | In het vijfde lid, 3°, wordt verstaan onder samenwerken: | ||
| 17 | 1° de gegevens leveren, vermeld in deel VIII, hoofdstuk 1, afdeling 3, van het besluit van 28 oktober 2016 betreffende codificatie van sommige bepalingen voor het onderwijs; | ||
| 18 | 2° de afspraken naleven, vermeld in deel VIII, hoofdstuk 1, afdeling 3, van het besluit van 28 oktober 2016 betreffende codificatie van sommige bepalingen voor het onderwijs. | ||
| 19 | De subsidiëring voor de leertijd van een centrum dat niet meer voldoet aan alle subsidiëringsvoorwaarden, wordt door de VDAB volledig of gedeeltelijk ingehouden. Met behoud van de toepassing van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begroting, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, kan de inhouding ook op voorstel van de onderwijsinspectie als het gaat om de voorwaarden, vermeld in het vijfde lid. De Vlaamse Regering bepaalt de aanvullende bepalingen voor die inhouding en regelt de beroepsprocedure. |
| 10 | 9° de subsidies waarvoor het agentschap als begunstigde in aanmerking komt; | 10 | 9° de subsidies waarvoor het agentschap als begunstigde in aanmerking komt; |
| 11 | 10° terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven; | 11 | 10° terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven; |
| 12 | 11° vergoedingen voor prestaties aan derden, volgens de modaliteiten bepaald in de beheersovereenkomst. | 12 | 11° vergoedingen voor prestaties aan derden. |
| 13 | § 2. ... | 13 | § 2. ... |
| 14 | § 3. Het agentschap kan schenkingen of legaten aanvaarden. Het daartoe gemandateerde orgaan beoordeelt vooraf de opportuniteit en de risico's van de aanvaarding. | 14 | § 3. Het agentschap kan schenkingen of legaten aanvaarden. Het daartoe gemandateerde orgaan beoordeelt vooraf de opportuniteit en de risico's van de aanvaarding. |