Artikel 64
§1. Met behoud van de toepassing van de ambtsbevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie worden overtredingen op dit decreet, op de uitvoe-ringsbesluiten ervan en op de Europese verordeningen, beschikkingen en besluiten ter zake opgespoord en vastgesteld door:
- 1°de leden van de federale en lokale politie. Per zone van de lokale politie wordt een verantwoordelijke dierenwelzijn aangeduid;
- 2°de statutaire en contractuele personeelsleden van het departement die de Vlaamse Regering aanwijst.
De contractuele personeelsleden van het departement, vermeld in het eerste lid, 2°, leggen voorafgaand aan de uitoefening van hun functie de eed af in handen van de Vlaamse Regering.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, 2°, hebben een legitimatie-bewijs bij zich en tonen dat onmiddellijk als dat wordt gevraagd. De Vlaamse Regering kan bepalen wie het legitimatiebewijs verleent, en wat het model en de inhoud van het legimitatiebewijs zijn.
§2. De personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, kunnen zich alle inlichtingen en documenten doen bezorgen die ze nodig achten om hun taak uit te voeren en ze kunnen overgaan tot alle nuttige vaststellingen.
Om hun opdracht uit te voeren, kunnen de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, alle vervoermiddelen, gronden, bedrijven of lokalen betreden waar levende dieren gehouden of gebruikt worden. Het bezoek van lokalen die tot woning dienen, is alleen toegestaan in een van de volgende gevallen:
- 1°van 5 uur ’s morgens tot 9 uur ’s avonds met verlof van de rechter in de politierechtbank;
- 2°na toestemming of op verzoek van de persoon die het werkelijke genot heeft van die lokalen.
Naast het geval, vermeld in het tweede lid, 1°, is het verlof van de rechter in de politierechtbank ook vereist voor het bezoek, buiten de uren, vermeld in het tweede lid, 1°, van lokalen die niet voor het publiek toegankelijk zijn.
De personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, kunnen assistentie vorderen van de politie voor de opdrachten waarbij er een risico kan worden geïdentificeerd voor de veiligheid van die personen.
De personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, kunnen zich bij de uitoefening van hun bevoegdheden laten bijstaan door personen die ze daarvoor hebben aangewezen op grond van hun deskundigheid.
De personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, kunnen over-gaan tot het verhoor van de overtreder en tot elk ander nuttig verhoor.
§2/1. De personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, kunnen alle andere nodige maatregelen dan de maatregelen, vermeld in het tweede lid, treffen of opleggen om de naleving te verzekeren van de bepalingen van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan en de Europese verordeningen, beschikkingen en besluiten ter zake.
Naast de maatregelen, vermeld in het eerste lid, kan de Vlaamse Regering het volgende bepalen:
- 1°de maatregelen aangaande de huisvesting en verzorging van de dieren of het aantal dieren dat gehouden kan worden, die beperkingen van grondrechten inhouden die de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, kunnen treffen of opleggen en de voorwaarden waaronder hiervan gebruikgemaakt kan worden;
- 2°de dwingende toezichtrechten die de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, kunnen gebruiken.
De persoon aan wie de maatregelen, vermeld in het eerste en tweede lid, worden opgelegd, is verplicht die uit te voeren. Het is verboden de maatregelen, getroffen door de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, teniet te doen, tenzij het anders bepaald is door de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°.
De eventuele kosten voor het departement als gevolg van de maatregelen, vermeld in het eerste en tweede lid, worden verhaald op de verantwoordelijke van het dier.
§3. Zonder afbreuk te doen aan de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens, kunnen de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, vaststellingen doen met audiovisuele middelen. Ze kunnen ook audiovisueel materiaal van derden gebruiken, als die derden dat materiaal rechtmatig hebben gemaakt of verkregen.
§4. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder bevoegde autoriteit: de bevoegde autoriteit, vermeld in artikel 3, 3. van verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) Nr. 4069/2009, (EG) Nr. 4107/2009, (EU) Nr. 4151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) Nr. 4/2005 en (EG) Nr. 4099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles), en bevoegd voor het uitoefenen van officiële controles op naleving van de op Unieniveau vastgestelde regels aangaande de in artikel 1, 2., a), c), d), e) en f), van dezelfde verordening bepaalde toepassingsgebieden.
Het proces-verbaal dat wordt opgemaakt door de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, heeft bewijskracht tot het tegenbewijs is geleverd. De personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, kunnen ook een proces-verbaal opstellen voor overtredingen op de verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97 die begaan zijn op het grondgebied van het Vlaamse Gewest, na vaststellingen op basis van een melding door een bevoegde autoriteit in het buitenland. Een afschrift van het proces-verbaal wordt, op straffe van verval van de bewijswaarde tot het tegendeel, binnen vijftien dagen nadat het proces-verbaal is afgesloten, aan de overtreders toegezonden.
§5. Een proces-verbaal dat is opgesteld door de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt bezorgd aan het openbaar ministerie. Een afschrift van het proces-verbaal, opgesteld door de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, wordt, op hetzelfde moment als de verzending van het proces-verbaal aan het openbaar ministerie, bezorgd aan de personeelsleden, vermeld in artikel 70, §2.
§6. Als een overtreding van dit decreet of van een uitvoeringsbesluit ervan of van de Europese verordeningen en beschikkingen en besluiten ter zake is vastgesteld, kunnen de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, een proces-verbaal van waarschuwing opstellen waarin de overtreder tot stopzetting van de overtreding wordt aangemaand.
Het proces-verbaal van waarschuwing, vermeld in het eerste lid, wordt binnen vijftien dagen nadat het proces-verbaal van waarschuwing is afgesloten, aan de overtreder toegezonden.
Het proces-verbaal van waarschuwing, vermeld in het eerste lid, bevat de volgende elementen:
- 1°de ten laste gelegde feiten en de overtreden bepaling of bepalingen van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan of de Europese verordeningen, beschikkingen en besluiten ter zake;
- 2°de termijn waarin de feiten, vermeld in punt 1°, moeten worden stopgezet;
- 3°de vermelding dat, als er geen gevolg wordt gegeven aan de waarschuwing, een proces-verbaal van overtreding wordt opgesteld dat wordt bezorgd aan het openbaar ministerie en aan de personeelsleden, vermeld in artikel 70, §2.
§6/1. Het proces-verbaal, vermeld in paragraaf 4, en het proces-verbaal van waarschuwing, vermeld in paragraaf 6, kunnen worden ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening als vermeld in artikel 3, punt 12, van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
§7. Het is verboden de in dit artikel bedoelde bevoegdheden van de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, te verhinderen.