§ flandrepo
21 regels · van kracht sinds

Artikel 17

§1. De uitbating van hondenkwekerijen, kattenkwekerijen, dierenasielen, opvangcentra voor uitheemse wilde dieren in nood, dierenpensions, handelszaken voor dieren, dierentuinen en opleidingscentra voor interventiehonden is onderworpen aan een voorafgaande erkenning van de Vlaamse Regering.

De naam, de gemeente en het erkenningsnummer van de inrichting die conform het eerste lid wordt erkend, worden openbaar gemaakt.

§2. De Vlaamse Regering stelt, afhankelijk van de aard van de inrichting, van de gehouden diersoorten en van het aantal gehouden dieren, de voorwaarden vast voor de erkenning van de inrichtingen, vermeld in paragraaf 1. De voormelde voorwaarden kunnen betrekking hebben op de volgende elementen:

  1. 1°de bouw en de uitrusting;
  2. 2°de hygiëne, de veiligheid en de identificatie van de dieren;
  3. 3°het kweken van dieren;
  4. 4°het aantal dieren dat maximaal kan gehouden worden;
  5. 5°de diergeneeskundige controle en de begeleiding;
  6. 6°de voorschriften van hoofdstuk 3;
  7. 7°de verzorging van de dieren.

De Vlaamse Regering kan voor de erkenning van dierenasielen ook voor-waarden vaststellen die betrekking hebben op de opvolging van dieren in het asiel en op de adoptie.

De Vlaamse Regering stelt de voorwaarden voor de erkenning van dieren-tuinen vast op advies van een comité van deskundigen die ze opricht, hierna de Vlaamse Dierentuinencommissie te noemen. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling en de werking van de Vlaamse Dierentuinencommissie en kan voorzien in een vergoeding van de leden ervan.

De Vlaamse Regering kan bekwaamheidsvoorwaarden opleggen voor personen die dieren houden en verzorgen in de inrichtingen, vermeld in paragraaf 1.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen van de procedure voor het aanvragen en verlenen van de erkenning en voor het schorsen en intrekken ervan.

§3. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de retributie voor het aanvragen van de erkenning die de kosten van de behandeling van de erkenningsaanvraag dekt, en kan de dierenasielen vrijstellen van de betaling van de voormelde retributie.

§4. De Vlaamse Regering kan de erkenning, vermeld in paragraaf 1, uitbreiden naar andere inrichtingen en ze kan de erkenningsvoorwaarden daarvoor vastleggen.

De Vlaamse Regering kan, voor inrichtingen met een beperkte capaciteit, de voorafgaande erkenning vervangen door een voorafgaande registratie. De bepalingen van dit artikel en de bepalingen die zijn genomen ter uitvoering van paragraaf 2, zijn ook van toepassing op de voormelde inrichtingen, tenzij anders bepaald door de Vlaamse Regering.

§5. De Vlaamse Regering kan de erkenning van een inrichting intrekken. De voormelde intrekking heeft voor de eigenaar of de houder die de betrokken inrichting beheert en er een direct toezicht uitoefent op de dieren de volgende gevolgen:

  1. 1°gedurende een bepaalde of onbepaalde tijd of definitief kan de voormelde eigenaar of houder geen nieuwe erkenning aanvragen;
  2. 2°de voormelde eigenaar of houder kan gedurende de periode, vermeld in punt 1°, geen inrichting als vermeld in paragraaf 1 beheren noch er een direct toezicht uitoefenen op de dieren.

§6. Het is verboden een inrichting als vermeld in paragraaf 1 uit te baten als er een gerechtelijke sluiting van toepassing is die is opgelegd op grond van artikel 68, 1°.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd