§ flandrepo
47 regels · van kracht sinds 1 apr 2026

Artikel 61

§1. Titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid is van toepassing op de handhaving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, met inbegrip van de verplichtingen die op grond daarvan worden opgelegd.

§2. In afwijking van paragraaf 1, maar met behoud van hoofdstuk 2, afdeling 1 en 2, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, worden de inbreuken, vermeld in artikel 63, vastgesteld en gesanctioneerd conform dit decreet.

§3. De toezichthouders, die aangewezen zijn om toezicht te houden op het Mestdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten, zijn bevoegd om in geval van overtreding proces-verbaal met bewijswaarde tot het tegendeel bewezen is, op te stellen.

§4. Als de in § 3 vermelde toezichthouders vaststellen dat dit decreet of zijn uitvoeringsbesluiten dreigt overtreden te worden, kunnen zij alle raadgevingen geven die zij nuttig achten om dat te voorkomen.

§5. Als de in § 3 vermelde toezichthouders bij de uitoefening van hun toezichtopdracht een overtreding op dit decreet of zijn uitvoeringsbesluiten vaststellen, kunnen zij de vermoedelijke overtreder en eventuele andere betrokkenen aanmanen om de nodige maatregelen te nemen om deze overtreding te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of een herhaling ervan te voorkomen.

§6. De in § 3 vermelde toezichthouders kunnen een bevel geven aan de vermoedelijke overtreder om maatregelen te nemen om de overtreding te beëindigen, de gevolgen ervan ongedaan te maken of herhaling te voorkomen.

De in paragraaf 3 vermelde toezichthouders kunnen samen met het bevel als vermeld in het eerste lid ook een dwangsom opleggen voor in het geval de maatregelen, opgenomen in het bevel, niet nageleefd worden. De dwangsom kan worden opgelegd per tijdseenheid en per schending, alsook per onderscheiden opgelegde maatregel. De bepalingen van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 zijn van overeenkomstige toepassing.

§7. Alle staalnames en analyses, die ter uitvoering van dit decreet verricht worden, moeten gebeuren door daartoe erkende laboratoria. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot de voorwaarden voor de erkenning van laboratoria en de manier waarop deze erkenning wordt aangevraagd, verleend en geheel of gedeeltelijk kan worden opgeheven of geschorst. De Vlaamse Regering kan ook een bedrag aan de aanvrager van de erkenning opleggen ter delging van de kosten.

§8. De staalnames en de analyses in het kader van dit decreet moeten gebeuren overeenkomstig het door de Mestbank beheerde "methodenboek met bemonsterings- en analysemethodes voor meststoffen, bodem en diervoeders in het kader van het Mestdecreet". De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de wijze waarop de staalnames en de analyses, die ter uitvoering van dit decreet verricht worden, moeten uitgevoerd worden.

De Vlaamse Regering kan bepalen dat een erkend laboratorium dat een staalname of een analyse uitvoert, in het kader van dit decreet, de Mestbank uiterlijk de werkdag voor de staalname of de analyse hiervan in kennis stelt via een door de Mestbank ter beschikking gestelde webapplicatie.

§9. De begeleiding van een landbouwer door een adviesinstantie die gebeurt in het kader van dit decreet heeft tot doel de waterverontreiniging door nitraten en fosfaten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging van die aard te voorkomen evenals bij te dragen tot de overige doelstellingen van dit decreet, vermeld in artikel 2, eerste lid.

De adviesinstantie bekijkt hiervoor:

  1. 1°het bemestingsplan van het betrokken bedrijf. Als het bedrijf niet over een bemestingsplan beschikt, wordt er eerst een bemestingsplan opgemaakt;
  2. 2°de gegevens van de bodemstaalnames, bemestingsadviezen en nitraatresiduresultaten van de landbouwgronden die de landbouwer in kwestie in gebruik heeft;
  3. 3°de gegevens die over het bedrijf van de betrokken landbouwer op het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket beschikbaar zijn;
  4. 4°het bedrijfsmanagement dat op het bedrijf in kwestie gevoerd wordt;
  5. 5°in voorkomend geval alle andere relevante informatie.

De adviesinstantie analyseert de gegevens, vermeld in het tweede lid, en bekijkt op welke aspecten de landbouwer de nutriëntenverliezen extra kan verminderen en kan bijdragen tot de doelstellingen, vermeld in het eerste lid. De adviesinstantie formuleert op basis van de uitgevoerde analyse een aantal aanbevelingen op maat van het bedrijf in kwestie. Als de landbouwer meent dat hij de aanbevelingen niet kan nakomen, motiveert hij waarom dit niet mogelijk is en koppelt hierover terug met de adviesinstantie. De adviesinstantie beoordeelt deze motivering en past in voorkomend geval de gedane aanbevelingen aan. De landbouwer dient de in voorkomend geval aangepaste aanbevelingen te volgen.

De aanbevelingen, vermeld in het derde lid, hebben ten minste betrekking op: 1° het oordeelkundig gebruiken van meststoffen. De aanbeveling vermeldt ook een aantal concrete manieren waarop de landbouwer het oordeel kundig gebruik van meststoffen kan realiseren. Onder het oordeelkundig

gebruiken van meststoffen wordt minstens begrepen:

  1. a)bemesten met de juiste mestsoort;
  2. b)bemesten aan de juiste dosis;
  3. c)bemesten op het juiste tijdstip;
  4. d)bemesten met de juiste bemestingstechniek;
  5. e)bemesten op de juiste plaats;
  6. f)keuze van het juiste teeltplan of de juiste teeltrotatie;
  7. 2°het toepassen, optimaliseren en stimuleren van vanggewassen en van duurzame bemestingspraktijken, teelttechnieken en teeltrotaties;
  8. 3°de aan- en afvoer van meststoffen naar en van het bedrijf en de opslagmogelijkheden op het bedrijf;
  9. 4°in geval op het betrokken bedrijf er een dierlijke mestproductie is, de productie van dierlijke mest op het betrokken bedrijf en de mogelijkheden om de dierlijke mestproductie en de emissie ten gevolge van de dierlijke mestproductie te verminderen.

De aanbevelingen, vermeld in het vierde lid, de gegevens aangaande de acties die de landbouwer in kwestie genomen heeft om de gedane aanbevelingen te volgen en alle andere resultaten van de gedane begeleiding worden op eenvoudig verzoek aan de Mestbank ter beschikking gesteld en toegelicht.

De Vlaamse Regering zal de nadere regels vaststellen ter uitvoering van dit artikel en:

  1. 1°kan bepalen waaraan een persoon of instantie moet voldoen om als adviesinstantie als vermeld in deze paragraaf te worden beschouwd, over welke expertise op het gebied van bemesting, bodem, water, milieu en landbouw de betrokkenen moeten beschikken en wat de nadere eisen zijn waaraan een persoon of instantie moet voldoen om begeleiding in uitvoering van dit decreet te kunnen geven;
  2. 2°kan een controlesysteem opstellen voor het toezicht op de adviesinstanties die begeleiding in uitvoering van dit decreet geven;
  3. 3°kan de nadere regels bepalen aangaande de wijze waarop begeleiding aangevraagd wordt en aangaande de wijze waarop de gegevens aangaande de begeleiding overgemaakt worden aan de betrokken landbouwers en aan de Mestbank;
  4. 4°kan aan de adviesinstanties die begeleiding in uitvoering van dit decreet willen geven, een bedrag opleggen ter delging van de kosten die ten gevolge van punt 1° tot en met 3° gemaakt worden.

§10. De bemestingsadviezen die opgemaakt worden in het kader van dit decreet hebben tot doel de waterverontreiniging door nitraten en fosfaten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging van die aard te voorkomen evenals bij te dragen tot de overige doelstellingen van dit decreet, vermeld in artikel 2, eerste lid.

De Vlaamse Regering zal de nadere regels vaststellen ter uitvoering van dit artikel en:

  1. 1°kan bepalen welke personen of instanties met expertise op het gebied van bemesting, bodem, water, milieu en landbouw de bemestingsadviezen in het kader van dit decreet kunnen opmaken en kan de nadere eisen bepalen waaraan voldaan moet zijn opdat een persoon of instantie bemestingsadviezen in uitvoering van dit decreet kan geven;
  2. 2°zal de nadere eisen bepalen waaraan een bemestingsadvies in uitvoering van dit decreet moet voldoen. De Vlaamse Regering kan hierbij bepalen:
  3. a)welke analyses uitgevoerd moeten worden voorafgaand aan de opmaak van het bemestingsadvies;
  4. b)in welke periode het bemestingsadvies en de bijhorende analyses uitgevoerd moeten worden;
  5. c)welke elementen in rekening gebracht moeten worden, en in voorkomend geval met welke waarde bepaalde elementen in rekening gebracht moeten worden;
  6. d)op welke elementen het bemestingsadvies betrekking moet hebben;
  7. e)welke vorm het bemestingsadvies moet aannemen;
  8. 3°kan een controlesysteem opstellen voor het toezicht op de personen of instanties die bemestingsadviezen in uitvoering van dit decreet opmaken;
  9. 4°kan de nadere regels bepalen aangaande de wijze waarop bemestingsadviezen aangevraagd worden en aangaande de wijze waarop de gegevens aangaande de bemestingsadviezen overgemaakt worden aan de betrokken landbouwers en aan de Mestbank;
  10. 5°kan aan de personen of instanties die bemestingsadviezen in uitvoering van dit decreet willen opmaken, een bedrag opleggen ter delging van de kosten die ten gevolge van punt 1° tot en met 4° gemaakt worden.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd