Artikel 39
§1. De beheerder van het vervoersnetwerk maakt ten minste tweejaarlijks een indicatief ontwikkelingsplan op.
Het ontwikkelingsplan bevat ten minste de volgende elementen:
- 1°een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften, met aanduiding van de onderliggende hypothesen, en de toekomstverwachtingen voor een periode van drie jaar en een periode van tien jaar;
- 2°een investeringsprogramma voor de bouw van het vervoersnetwerk om aan de behoeften te voldoen. Het investeringsprogramma bevat ten minste de concreet geplande investeringen voor een periode van drie jaar en de geplande investeringen voor een periode van tien jaar;
- 3°een gedetailleerd plan van de bestaande of te bouwen delen van het vervoersnetwerk;
- 4°een technische beschrijving van de bestaande of te bouwen pijpleidingen en de kwaliteitsnormen voor koolstofdioxide waarmee ze compatibel zullen zijn;
- 5°de potentiële verbinding van lokale clusters met andere lokale clusters;
- 6°de potentiële verbinding van lokale clusters met terminals voor vloeibaarmaking;
- 7°de potentiële verbinding van lokale clusters met een pijpleiding of een netwerk van pijpleidingen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Waalse Gewest en pijpleidingen in de territoriale wateren van België;
- 8°de potentiële verbinding van lokale clusters met een pijpleiding of een netwerk van pijpleidingen in lidstaten van de Europese Unie of derde landen;
- 9°in voorkomend geval, de terminals voor vloeibaarmaking waar het vervoersnetwerk op zal aansluiten;
- 10°in voorkomend geval, de voorziene alternatieve modi voor het vervoer van koolstofdioxide waarop het vervoersnetwerk zal aansluiten.
De Vlaamse Regering kan, na advies van de Vlaamse Nutsregulator, bijkomende elementen van het ontwikkelingsplan bepalen.
Het ontwikkelingsplan, vermeld in het eerste lid, wordt goedgekeurd door de Vlaamse Regering conform paragraaf 3.
§2. De beheerder van het vervoersnetwerk consulteert alle relevante nationale en internationale marktpartijen en de relevante overheden over het ontwikkelingsplan, vermeld in paragraaf 1. De resultaten van de voormelde consultatie worden bij het ontwikkelingsplan gevoegd.
De Vlaamse Regering kan, na advies van de Vlaamse Nutsregulator, de nadere regels bepalen voor de vorm, de procedure en de inhoud van de consultatie, vermeld in het eerste lid.
§3. De Vlaamse Regering beslist binnen vijfenveertig dagen na de dag waarop ze het advies van de Vlaamse Nutsregulator en het VEKA over het ontwerp van ontwikkelingsplan heeft ontvangen, over de goedkeuring, vermeld in para-graaf 1. Als de minister aan de beheerder van het vervoersnetwerk bijko-mende inlichtingen vraagt, wordt de voormelde termijn om een beslissing te nemen met vijfenveertig dagen verlengd vanaf de dag waarop de bijkomende inlichtingen zijn gevraagd. Die bijkomende inlichtingen worden meegedeeld aan de Vlaamse Nutsregulator en het VEKA.
De Vlaamse Regering kan de procedure bepalen voor het indienen van het ontwikkelingsplan.
Weigert de Vlaamse Regering de goedkeuring van het ontwikkelingsplan, dan vraagt de minister, na overleg, de beheerder van het vervoersnetwerk het ontwikkelingsplan binnen een redelijke termijn aan te passen.
Het goedgekeurde ontwikkelingsplan wordt op de website van de beheerder van het vervoersnetwerk bekendgemaakt.