Artikel 9
§1. De Vlaamse Regering zal uiterlijk op 31 december 2026 de reductiepercentages voor de deelsectoren van de rundveehouderij actualiseren overeenkomstig artikel 55. De exploitant van een rundveehouderij als vermeld in artikel 5, eerste lid, zorgt ervoor, behoudens bij toepassing van artikel 5, tweede lid, dat tegen 31 december 2030, ten opzichte van de ammoniakemissies in de referentiesituatie 2021, vermeld in artikel 5, derde lid, die geactualiseerde reductiepercentages gerealiseerd zijn op de rundveehouderij.
Als de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 december 2026 de reductiepercentages voor de deelsectoren van de rundveehouderij niet heeft geactualiseerd overeenkomstig artikel 55, zorgt de exploitant van een rundveehouderij als vermeld in artikel 5, eerste lid, ervoor, behoudens bij toepassing van artikel 5, tweede lid, dat tegen 31 december 2030 ten opzichte van de ammoniakemissies in de referentiesituatie 2021, vermeld in artikel 5, derde lid, de ammoniakemissie die afkomstig is van:
- 1°vleesvee, niet gestegen is;
- 2°melkvee, met 25% gereduceerd is;
- 3°mestkalveren, met 28% gereduceerd is.
Als de exploitant van een rundveehouderij vóór de vaststelling van de geactualiseerde reductiepercentages overeenkomstig artikel 55 de PAS-referentie 2030 wil realiseren, worden de relevante percentages, vermeld in het tweede lid, gehanteerd.
De Vlaamse Regering zal de reductiepercentages jaarlijks aanpassen op basis van de evaluatie van de deelsectorinspanningen zoals vermeld in artikel 4, §3.
§2. De exploitant van een rundveehouderij realiseert tegen 31 december 2030 zijn PAS-referentie 2030 door:
- 1°een al dan niet bijkomende ammoniakemissiereducerende maatregel toe te passen;
- 2°het aantal dierplaatsen en, in de mate dat ze gepaard gaan met ammoniakemissies, de inrichtingen, activiteiten of aanhorigheden die eraan verbonden zijn, te verminderen;
- 3°een combinatie van punt 1° en 2°.
De exploitant kan de PAS-referentie 2030 realiseren binnen het geheel van de diersoorten varkens, pluimvee of rundvee van de veehouderij in kwestie.
Om bij een omgevingsvergunningsaanvraag te toetsen of voldaan is aan de PAS-referentie 2030, wordt de stikstofemissie die wordt ondervangen door projectgebonden ingrepen of mitigerende maatregelen, in mindering gebracht voor de berekening van de totale stikstofemissie, op voorwaarde dat die ingrepen of maatregelen betrekking hebben op elementen die behoren tot dezelfde vergunningsaanvraag en die, behalve indien toepassing gemaakt wordt van extern salderen in uitvoering van artikel 38, vijfde lid, gesitueerd zijn op één en dezelfde locatie.
Als de exploitant de PAS-referentie 2030 wil realiseren op de wijze, vermeld in het eerste lid, 1° of 3°, beschikt hij daarvoor uiterlijk op 30 september 2029 over een aangepaste omgevingsvergunning.
Als de exploitant voor de toepassing van het vierde lid gebruik wil maken van beweiden als ammoniakemissiereducerende maatregel, wordt in afwijking van artikel 82/1 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning voor deze bijstelling van de milieuvoorwaarden, de meldingsprocedure, vermeld in hoofdstuk 8 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, op overeenkomstige wijze toegepast. De Vlaamse Regering zal bijkomende ammoniakemissiereducerende maatregelen vaststellen die onder de toepassing van dit lid vallen.
Als de exploitant de PAS-referentie 2030 wil realiseren op de wijze, vermeld in het eerste lid, 2°, doet hij daarvoor uiterlijk op 30 september 2029 een melding van volledige of gedeeltelijke stopzetting overeenkomstig artikel 98 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Als de exploitant de PAS-referentie 2030 wil realiseren op de wijze, vermeld in paragraaf 1, derde lid, dient hij daarvoor een omgevingsvergunningsaanvraag in vóór de inwerkingtreding van de geactualiseerde reductiepercentages, vermeld in artikel 55.
Als de exploitant niet tijdig of onvoldoende uitvoering geeft aan de verplichtingen, vermeld in het vierde, zesde of zevende lid, of als de omgevingsvergunning niet verleend is, wordt, behoudens de toepassing van artikel 5, tweede lid, vanaf 1 oktober 2029 de vergunning ambtshalve aangepast conform de PAS-referentie 2030 door het aantal dierplaatsen en, in de mate dat ze gepaard gaan met ammoniakemissies, de inrichtingen, activiteiten of aanhorigheden die eraan verbonden zijn, te verminderen. Daarvoor wordt de procedure, vermeld in artikel 91/1, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, op overeenkomstige wijze toegepast. De procedure tot ambtshalve aanpassing wordt stopgezet als tijdens die procedure alsnog de vereiste omgevingsvergunning wordt verkregen.
§3. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de toepassing van dit artikel.