Artikel 216
§ 1. Een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan blijft van kracht tot het wordt vervangen door een eerste gemeentelijk beleidsplan ruimte voor de gemeente in kwestie.
Artikel 2.1.2, § 2, § 3, § 6 en § 7, en artikel 2.2.18, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zoals ze golden tot voor de datum van inwerkingtreding van artikel 23 van dit decreet, blijven van toepassing zolang het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van kracht is.
Artikel 2.2.23, § 2, 1°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zoals het gold tot voor de datum van inwerkingtreding van artikel 42 van dit decreet, aangevuld met de door dit decreet ingevoegde mogelijkheid om de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan in kwestie te vernietigen, is van toepassing zolang het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van kracht is.
§ 2. Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen die voorlopig zijn vastgesteld op het ogenblik van de inwerkingtreding van het gemeentelijk beleidsplan ruimte, kunnen definitief worden vastgesteld ter uitvoering van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan zoals het gold tot aan de inwerkingtreding van het gemeentelijk beleidsplan ruimte, mits daarbij artikel 2.1.2, § 2, § 3 en § 6, en artikel 2.2.18, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zoals ze golden tot voor de datum van inwerkingtreding van artikel 23 van dit decreet of krachtens paragraaf 1, worden nageleefd.
De Vlaamse Regering of de deputatie kan, met toepassing van artikel 2.2.23 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan schorsen of vernietigen dat vastgesteld wordt in strijd met de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, met dien verstande dat de deputatie alleen kan schorsen.