Artikel 6
§ 1. De dienstverleningsovereenkomst moet minimaal de volgende diensten, die de dienstaanbieder en de hoofddienstaanbieder verstrekken, omvatten :
- 1°het verschaffen aan de gebruiker van boordapparatuur, die moet beantwoorden aan de vereisten van de Europese verordeningen die genomen zijn ter uitvoering van de EETS-richtlijn, evenals de gebruiksaanwijzing ervan. De dienstaanbieder kan voor het gebruik van boordapparatuur van de gebruiker een waarborg verlangen die in redelijke verhouding staat tot de kostprijs van de boordapparatuur. De hoofddienstaanbieder is verplicht om die waarborg te eisen;
- 2°het instaan voor het verzenden en ontvangen van een draadloos overgebracht signaal vanuit de boordapparatuur, die alle gegevens bevat die vereist zijn voor het vaststellen van de verschuldigde kilometerheffing;
- 3°in voorkomend geval, de tijdige melding van het ontoereikend worden van het gegarandeerde betaalmiddel;
- 4°de verzending aan de tolheffer van de tolmelding, vermeld in artikel 9;
- 5°de storting van de kilometerheffing, verschuldigd door de houder van het voertuig, aan het Vlaamse Gewest;
- 6°de periodieke verzending, zo mogelijk op elektronische wijze, van het betalingsdocument met de bedragen die door de houder van het voertuig voor die periode zijn verschuldigd waarbij een onderscheid moet worden gemaakt tussen :
- a)het totaalbedrag van de kilometerheffing, het bedrag van de infrastructuurheffing en desgevallend het bedrag van de externekostenheffing;
- b)in voorkomend geval, de kosten van de diensten van de dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder voor optionele aanvullende diensten die de dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder heeft verstrekt. Deze kosten kunnen geen betrekking hebben op de diensten, vermeld onder punt 1° tot en met 5° ;
- c)in voorkomend geval, het saldo na aftrek van de met gegarandeerde betaalmiddelen betaalde bedragen.
- 7°de periodieke verzending, zo mogelijk op elektronische wijze, van een ontvangstbewijs met vermelding van het totaalbedrag van de kilometerheffing, het bedrag van de infrastructuurheffing en desgevallend het bedrag van de externekostenheffing.
Het betalingsdocument, vermeld in het eerste lid, 6°, moet de volgende gegevens bevatten :
- 1°de wijze waarop de houder van het voertuig het betalingsdocument kan betwisten, alsook de termijn waarin dat moet gebeuren;
- 2°tenzij de houder van het voertuig anders beslist, ten minste het tijdstip en de plaats van de heffing, alsook de voor de houder van het voertuig relevante samenstelling van de heffing.
Op verzoek van de houder van verschillende voertuigen, verzendt de dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder één betalingsdocument voor alle betrokken voertuigen.
§ 2. De dienstverleningsovereenkomst moet ook de volgende vermeldingen bevatten :
- 1°de identiteit en de contactgegevens van de houder van het voertuig;
- 2°het kentekennummer van het voertuig in kwestie, alsook het maximaal toegestane totaalgewicht, de CO2-emissieklasse en de EURO-emissieklasse ervan;
- 3°de rechten en verplichtingen van de houder van het voertuig en de dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder zoals opgelegd in artikel 5 tot en met 9 en artikel 3.3.1.0.11, 3.3.1.0.13 en 3.5.3.0.2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013;
- 4°de melding van de afgifte van de boordapparatuur met de bijbehorende gebruiksaanwijzing;
- 5°de ontvangstmelding van de voor de boordapparatuur gestorte waarborgsom;
- 6°de vermelding of een gegarandeerd betaalmiddel vereist is;
- 7°de wijze waarop om betaling wordt verzocht, conform de vereisten van paragraaf 1, eerste lid, 6°, en tweede lid;
- 8°de wijze waarop de dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder door de houder van het voertuig verrichte onverschuldigde betalingen terugstort;
- 9°de wijze waarop de overeenkomst kan worden beëindigd.
Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, wordt, in geval van een samenstel van voertuigen, het kentekennummer van het trekkend motorvoertuig bedoeld.