§ flandrepo
10 regels · van kracht sinds 29 jun 2019

Artikel 107

De beheerplannen voor natuurreservaten die vóór de inwerkingtreding van dit decreet zijn vastgesteld, overeenkomstig artikel 34 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, en de beheersplannen voor de bosreservaten en de bossen die vóór de inwerkingtreding van dit decreet zijn vastgesteld, overeenkomstig artikel 25 en 43 van het Bosdecreet van 13 juni 1990, worden binnen een termijn van zes jaar na de inwerkingtreding van de opheffing of de vervanging, vermeld in respectievelijk artikel 84, 66 en 71 van dit decreet, geëvalueerd in functie van het beslist beleid inzake natuurbehoud en de vrijwaring van het natuurlijk milieu en zo nodig aangepast. Deze termijn bedraagt vier jaar in het geval het terreinen betreft die een bijdrage kunnen leveren aan de realisatie van het instandhoudingsbeleid. Het agentschap kan aan de beheerders richtlijnen geven over de evaluatiegegevens die ze aan het agentschap moeten bezorgen. Het agentschap maakt een evaluatieverslag op en bezorgt dat aan de beheerder.

In het evaluatieverslag, vermeld in het eerste lid, wordt bepaald of er wijzigingen of aanvullingen noodzakelijk zijn opdat het beheerplan zou kunnen gelden als een natuurbeheerplan als vermeld in artikel 16ter, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en dit onverminderd de toepassing van artikel 106, § 1:

  1. 1°als er geen wijzigingen of aanvullingen noodzakelijk zijn, geldt het beheerplan als een natuurbeheerplan als vermeld in artikel 16ter, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Het als dusdanig vastgestelde natuurbeheerplan geldt voor de resterende looptijd van het oorspronkelijke beheerplan, vermeld in het eerste lid;
  2. 2°als er wel wijzigingen of aanvullingen noodzakelijk zijn, bepaalt het evaluatieverslag een overzicht van noodzakelijke wijzigingen of aanvullingen opdat het beheerplan zou kunnen gelden als een natuurbeheerplan als vermeld in artikel 16ter, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. De beheerder beschikt over een termijn van zes maanden om het beheerplan in overleg met het agentschap aan te passen conform het evaluatieverslag, en in te dienen bij het agentschap. Het agentschap beslist binnen zes maanden vanaf de ontvangst van het aangepaste beheerplan, en vanaf die beslissing geldt het aangepaste plan als een natuurbeheerplan voor de resterende looptijd van het oorspronkelijke beheerplan, vermeld in het eerste lid. Als de beheerder binnen zes maanden geen aangepast beheerplan indient, neemt het agentschap een beslissing waardoor het oorspronkelijke plan als een natuurbeheerplan geldt voor de resterende looptijd van het oorspronkelijke beheerplan, vermeld in het eerste lid en waardoor het oorspronkelijke plan aangepast wordt volgens de noodzakelijke wijzigingen of aanvullingen uit het evaluatieverslag. De beheerder beschikt dan over een termijn van dertig dagen na kennisgeving van de beslissing door het agentschap om via beveiligde zending aan het agentschap te laten weten dat hij het beheerplan stopzet. Het agentschap noteert de stopzetting in het register zoals bedoeld in artikel 16octies, § 4, en deelt dit mee aan de gemeente of gemeenten waarin het terrein geheel of gedeeltelijk ligt.

Voor natuurdomeinen gebeurt de indiening van het aangepast beheerplan, vermeld in het tweede lid, 2°, met het oog op het nemen van een beslissing bij de Vlaamse Regering.

De beheerder van het terrein kan tegen de beslissing van het agentschap, vermeld in het tweede lid, 2°, een beroep instellen volgens de bepalingen van artikel 16undecies en artikel 16duodecies van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

Vanaf het moment van een definitieve beslissing, hetzij overeenkomstig het tweede lid, 2°, van dit artikel, hetzij overeenkomstig de beroepsprocedure van het derde lid, is het oorspronkelijke beheerplan, vermeld in het eerste lid, niet meer geldig. Bij de definitieve beslissing wordt een natuurbeheerplan van minstens type 2 vastgesteld, dat geldt voor de resterende looptijd van het oorspronkelijke beheerplan, tenzij bij goedkeuring anders is bepaald.

Tot aan de kennisgeving van het evaluatieverslag, vermeld in het eerste lid, zijn de volgende bepalingen van toepassing op de wijziging en de uitvoering ervan:

  1. 1°voor de wijziging van beheerplannen voor natuurreservaten en van bosbeheerplannen: artikel 16novies van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
  2. 2°voor de maatregelen die zijn opgenomen in beheerplannen voor natuurreservaten en van bosbeheerplannen: die maatregelen mogen worden uitgevoerd.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd