Artikel 15
Bij een veroordeling voor een inbreuk die gepleegd is op gewestwegen, bestraft overeenkomstig artikel 14, § 1, 3°, en § 2, spreekt de rechter bovendien de verplichting uit om een forfaitair bedrag te betalen aan het Vlaamse Gewest.
Voor inbreuken, bestraft overeenkomstig artikel 14, § 1, 3°, wordt dat bedrag vastgesteld op 100 euro.
Voor inbreuken, bestraft overeenkomstig artikel 14, § 2, wordt dat bedrag vastgesteld
als volgt :
- 1°25 euro bij een overlading met minder dan 500 kg;
- 2°50 euro bij een overlading met 500 kg tot minder dan 1000 kg;
- 3°87,5 euro bij een overlading met 1000 kg tot minder dan 1500 kg;
- 4°125 euro bij een overlading met 1500 kg tot minder dan 2000 kg;
- 5°175 euro bij een overlading met 2000 kg tot minder dan 2500 kg;
- 6°250 euro bij een overlading met 2500 kg tot minder dan 3000 kg;
- 7°375 euro bij een overlading met 3000 kg en meer.
De bedragen, vermeld in het tweede en het derde lid, zijn onderworpen aan de verhoging, vermeld in de bepalingen over de opdeciemen op de strafrechtelijke geldboetes.
De bijdragen, vermeld in het eerste lid, worden ingevorderd door de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen volgens de regels die van toepassing zijn op de invordering van de strafrechtelijke geldboetes. De ingevorderde bedragen worden driemaandelijks door die administratie overgemaakt aan het Vlaamse Gewest.
De onderneming is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de solidariteitsbijdrage waartoe de personen voor wie ze overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is, veroordeeld worden.