§ flandrepo
29 regels · van kracht sinds 17 jun 2024

Artikel 53/2

§1. De Vlaamse Regering wijst ambtenaren aan die bevoegd zijn om maatregelen te nemen om blootstelling aan chemische factoren in het leefmilieu, die een potentieel gevaar voor schadelijke gezondheidseffecten bij de mens inhouden, tegen te gaan.

§2. De ambtenaren, vermeld in paragraaf 1:

  1. 1°nemen, zo nodig, contact op met andere binnenlandse, buitenlandse of internationale gezondheidsautoriteiten die ter zake bevoegd zijn om de gezondheidsrisico’s van blootstelling aan chemische factoren tegen te gaan;
  2. 2°hebben, binnen de perken van hun opdracht en als dat noodzakelijk wordt geacht, van vijf uur ’s morgens tot negen uur ’s avonds vrije toegang tot alle plaatsen en ruimten waar een mogelijke bron is vastgesteld of wordt vermoed van een chemische factor die een bijzonder gevaar vormt voor de volksgezondheid. Tussen negen uur ’s avonds en vijf uur ’s morgens is de toegang beperkt tot collectieve inrichtingen waar personen overnachten;
  3. 3°mogen binnen de perken van hun opdracht en als dat noodzakelijk wordt geacht:
  4. a)elk onderzoek, elke controle en elke enquête instellen, alsook alle inlichtingen inwinnen die ze nodig achten om zich ervan te vergewis-sen dat de decreets- en reglementsbepalingen worden nageleefd;
  5. b)bij de uitoefening van hun ambt de bijstand van de lokale of federale politie vorderen.

§3. De ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, kunnen, met behoud van de toepassing van de verantwoordelijkheden van de toezichthoudende ambtena-ren die aangewezen zijn in het kader van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en na voorafgaand overleg met die toezichthoudende ambtenaren:

  1. 1°monitoring bevelen om de oorzaak van de verspreiding van de chemische factoren in het leefmilieu, vermeld in paragraaf 1, op te sporen en te karakteriseren;
  2. 2°maatregelen als vermeld in paragraaf 1 bevelen die onder meer kunnen strekken tot:
  3. a)de sluiting van de plaats, ruimte of inrichting die de oorzaak kan zijn van het gevaar, vermeld in paragraaf 1;
  4. b)de stopzetting, al dan niet gedeeltelijk in tijd en ruimte, van de activi-teit of installatie die de oorzaak kan zijn van het gevaar, vermeld in paragraaf 1;
  5. c)de detoxificatie van de plaats, ruimte, inrichting of installatie die de oorzaak kan zijn van het gevaar, vermeld in paragraaf 1;
  6. d)het aanbrengen van wijzigingen in de procesvoering die de oorzaak kan zijn van het gevaar, vermeld in paragraaf 1;
  7. e)het uitvoeren van werkzaamheden aan de plaats, ruimte, inrichting of installatie die de oorzaak kan zijn van het gevaar, vermeld in paragraaf 1.

De ambtenaren, vermeld in artikel 44, §3, 5°, passen de maatregel, ver-meld in het eerste lid, aan of beëindigen de maatregel in functie van de vermindering van het risico op verdere verspreiding van de contaminatie vanuit de plaats, ruimte, inrichting of installatie.

§4. De ambtenaar die de maatregelen, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1° en 2°, genomen heeft deelt aan de betrokkene schriftelijk minstens de volgende gegevens mee:

  1. 1°de inhoud van de maatregel;
  2. 2°de motivering van de maatregel;
  3. 3°de periode waarbinnen gevolg gegeven moet worden aan de maatregel;
  4. 4°de naam, de functie en de standplaats van de betrokken ambtenaar;
  5. 5°de vermelding van de mogelijkheid om beroep aan te tekenen;
  6. 6°de beroepsprocedure;
  7. 7°de wijze van evaluatie van de genomen maatregel, de duur ervan, alsook de wijze van een eventuele aanpassing van de maatregel.

De elementen, vermeld in het eerste lid, 1°, 2°, 3° en 6°, worden voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is ook mondeling toegelicht aan de betrokke-ne.

In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen de elementen, vermeld in het eerste lid, in geval van hoogdringendheid ook mondeling aan de betrokkene worden meegedeeld, op voorwaarde dat de maatregelen binnen een periode van vijf werkdagen schriftelijk bekrachtigd worden.

§5. Iedere betrokkene heeft de plicht de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, de aanvullende informatie mee te delen die de ambtenaren noodzakelijk achten om de maatregelen te bevelen die aan de situatie aangepast zijn.

§6. Als niet binnen de periode, vermeld in paragraaf 4, eerste lid, 3°, gevolg wordt gegeven aan de bevelen, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, kunnen de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, de nodige maatregelen ambtshalve uitvoeren of doen uitvoeren.

§7. Als de bevolen maatregelen, vermeld in paragraaf 3, niet worden nageleefd, zijn de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, onverminderd de bevoegdheden van de toezichthoudende ambtenaren die aangewezen zijn in het kader van titel XVI het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, bevoegd om een proces-verbaal op te stellen. Hun processen-verbaal hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen is. Een afschrift van hun proces-verbaal wordt de betrokkene binnen vijf werkdagen aangetekend toegestuurd.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd