Artikel 2
Voor de toepassing van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder:
- -[grondwater: al het water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of de ondergrond staat; (verv. decr. 21 december 2001, art. 18, I: 1 januari 2002) ]
- -grondwaterwinning: alle putten, opvangplaatsen, draineerinrichtingen, bronbemalingen en over het algemeen alle werken en installaties die tot doel of tot gevolg hebben grondwater op te vangen, met inbegrip van het opvangen van bronnen op het uitvloeiingspunt en het tijdelijk of bestendig verlagen van de grondwatertafel ingevolge grondwerken;
- -waterwingebied: het geografisch gebied dat overeenkomstig artikel 3, 2°, is afgebakend en waar kunstwerken en inrichtingen zijn of zullen worden gevestigd voor het winnen en vergaren van grondwater, hoofdzakelijk bestemd voor de drinkwatervoorziening;
- -beschermingszone: het geografisch gebied dat overeenkomstig artikel 3, 2°, is afgebakend om het grondwater in het waterwingebied tegen verontreiniging te vrijwaren;
- -direkt lozen: het toevoegen of verspreiden van stoffen in het grondwater zonder doorsijpeling in de bodem of de ondergrond;
- -indirekt lozen: het toevoegen of verspreiden van stoffen, in het grondwater na doorsijpeling in de bodem of de ondergrond. De hoogste grondwaterstand in het gebied is steeds bepalend voor het vaststellen van een direkte of indirekte lozing;
- -bodem: het bovenste, losse deel van de aardkorst dat de wortelzone omvat;
- -ondergrond: het gedeelte van de aardkorst dat onder de bodem gelegen is;
- -verontreiniging: het door de mens direkt of indirekt lozen van stoffen of energiedragers in het grondwater, die een gevaar inhouden voor de drinkwatervoorziening, de natuurlijke ecosystemen of andere vormen van rechtmatig gebruik van grondwater;
[- grondwaterwinningseenheid: de verschillende grondwaterwinningen, uitgezonderd deze die bestemd zijn voor de openbare drinkwatervoorziening, waarvan het gewonnen water is bestemd voor eenzelfde milieutechnische eenheid als gedefinieerd in het artikel 1.1.2. van titel II van het VLAREM;
het feit dat verschillende grondwaterwinningen een verschillend eigendomsstatuut hebben, belet niet dat zij een grondwaterwinningseenheid kunnen vormen; (ing. decr. 20 december 1996, art. 45, I: 1 januari 1997) ]
[- hydrogeologische hoofdeenheid: een opeenvolging van geologische lagen die globaal dezelfde hydrologische eigenschappen bezitten. De hydrogeologische hoofdeenheden zijn opgesomd in de bijlage gevoegd bij dit decreet ; (ing. decr. 21 december 2001, art. 19, I: 1 januari 2002) ]
[- afgesloten watervoerende laag: watervoerende laag die voorkomt onder één van de volgende afsluitende hydrogeologische hoofdeenheden die gekenmerkt worden door de unieke code 0300, 0500, 0700 of 0900 zoals weergegeven in bijlage bij dit decreet. De Vlaamse Regering legt deze gebieden op kaart vast. Daarbij wordt er voor gezorgd dat elke winning eenduidig is vastgelegd. (ing. decr. 23 december 2005, art. 54, I: 1 januari 2006) ]