§ flandrepo
20 regels · van kracht sinds 1 sep 2026

Artikel 118

§1. Leerlingen die voldoen aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 294, §2, voor wie het vanwege een handicap permanent onmogelijk is onderwijs te volgen op school, hebben na een gunstige beslissing van het centrum voor leerlingenbegeleiding, recht op permanent onderwijs aan huis.

Ouders kunnen een aanvraag voor permanent onderwijs aan huis indienen bij het begeleidende centrum voor leerlingenbegeleiding van de secundaire school van hun kind. Indien het kind nog niet ingeschreven is in een secundaire school, dan kan de ouder de vraag richten aan het centrum voor leerlingenbegeleiding van een onderwijsnet naar keuze, dichtst gelegen bij de woonplaats van de leerling.

Voor leerlingen die nog niet over een IAC-verslag of OV4-verslag beschikken, wordt er een handelingsgericht diagnostisch traject opgestart. Voor leerlingen die al over een IAC-verslag of OV4-verslag beschikken, sluit die aanvraag aan bij verdere stappen in hun handelingsgericht diagnostisch traject.

§2. De basis voor de beslissing door het centrum voor leerlingenbegeleiding over de overweging of permanent onderwijs aan huis voor de leerling het meest passende aanbod is, ligt in het handelingsgericht diagnostisch traject van de leerling. Die beslissing wordt toegevoegd aan het IAC-verslag of OV4-verslag van de leerling. Het centrum voor leerlingenbegeleiding kent het recht op permanent onderwijs aan huis toe op basis van de volgende criteria:

  1. 1°de mate waarin de leerling slechts een beperkt onderwijsaanbod aankan door de absolute prioriteit van de nood aan zorg en comfort;
  2. 2°de mate waarin in een school verzekerd kan worden dat de leerling veilig onderwijs kan volgen. Het centrum voor leerlingenbegeleiding maakt een afweging van de mate waarin een specifieke context is vereist voor de veiligheid van de leerling. Een specifieke context is vereist voor:
  3. a)Het tijdig opmerken van een medisch probleem met grote impact op het functioneren of de veiligheid van het kind en een gepaste reactie daarop;
  4. b)Het voorkomen en hanteren van een uitgesproken gedragsstoornis waarbij de leerling zichzelf of anderen regelmatig ernstig in gevaar brengt.
  5. 3°de mate waarin de verplaatsing naar de school mogelijk is omwille van de medische of psychische conditie van de leerling;
  6. 4°4de contextfactoren in combinatie met criterium 1°, 2° of 3° waardoor permanent onderwijs aan huis de enige mogelijkheid is om het leerrecht vorm te geven, Gebrek aan capaciteit kan in deze niet ingeroepen worden als een context-factor.

De motivatie door het centrum voor leerlingenbegeleiding op basis van bovenstaande criteria wordt aangevuld met een medisch attest van een arts-specialist dat bevestigt dat permanent onderwijs aan huis nodig is. Het medisch attest wordt ook toegevoegd aan het IAC- of OV4-verslag.

§3. Het centrum voor leerlingenbegeleiding, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, be-paalt hoe lang de leerling recht heeft op permanent onderwijs aan huis. Het centrum voor leerlingenbegeleiding kent dat recht toe voor een periode van maximaal drie schooljaren. Het recht kan verlengd worden met periodes van maximaal drie schooljaren na een nieuwe aanvraag door de ouders. Het centrum voor leerlingenbegeleiding kent de verlenging toe, tenzij er bij de leerling een evolutie vastgesteld wordt die een heroverweging ten gronde noodzakelijk maakt. Het recht loopt in ieder geval af op het einde van het buitengewoon secundair onderwijs.

In afwijking van het eerste lid is in geval van toekenning van permanent onderwijs aan huis op basis van een gedragsstoornis jaarlijks zowel een beslissing door het centrum voor leerlingenbegeleiding als een medisch attest door een arts-specialist nodig.

§4. De beslissing over de aanvraag voor permanent onderwijs aan huis door het centrum voor leerlingenbegeleiding wordt genomen binnen zestig kalenderdagen na de aanvraag.

§5. Als ouders en het centrum voor leerlingenbegeleiding geen akkoord bereiken over de behoefte aan permanent onderwijs aan huis als meest passende aanbod, kan een beroep gedaan worden op de klachtenprocedure die van toepassing is bij onenigheid over de noodzaak of inhoud van een IAC-verslag of OV4-verslag, conform artikel 16, §3, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding en artikel 294, §8, van deze codex.

§6. In afwijking van artikel 110/1 tot en met 110/27 en de bepalingen van deel V, titel 2, hoofdstuk 2, afdeling 2, hebben de leerlingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, onverkort recht op inschrijving in de vestigingsplaats voor buitengewoon secundair onderwijs op de kortst mogelijke afstand over de berijdbare weg van ofwel het offici-eel onderwijs ofwel het gesubsidieerd vrij onderwijs, naar keuze van de ouders, bij de verblijfplaats van de leerling dat het type en de opleidingsvorm vermeld in het IAC-verslag of het OV4-verslag aanbiedt.

De leerling met een IAC-verslag of OV4-verslag van type 4, 6 of 7 zonder vestigingsplaats van keuze met dat aanbod op een redelijke afstand van de verblijfplaats van de leerling kan het onverkort recht op inschrijving laten gelden in de dichtstbijzijnde school voor buitengewoon secundair onderwijs op de kortst mogelijke afstand over de berijdbare weg van ofwel het officieel onderwijs ofwel het gesubsidieerd vrij onderwijs, naar keuze van de ouders bij de verblijfplaats van de leerling.

In afwijking van artikel 110/1 tot en met 110/27 en de bepalingen van deel V, titel 2, hoofdstuk 2, afdeling 2, kan een schoolbestuur de inschrijving van een leerling met recht op permanent onderwijs aan huis weigeren in een andere vestigingsplaats dan vermeld in het eerste en tweede lid.

§7. In afwijking van paragraaf 1 en 2 kunnen de leerlingen die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 294, §2, en aan wie permanent onderwijs aan huis in het buitengewoon secundair onderwijs toegekend werd voor 1 september 2026, geduren-de maximaal drie schooljaren na 2025-2026 en uiterlijk tot het einde van het onder-wijsniveau verder gebruik maken van het permanent onderwijs aan huis in de school van het buitengewoon secundair onderwijs, binnen de door de onderwijsinspectie toegekende periode. Als de toegekende periode afloopt op het einde van het schooljaar 2026-2027 kan de periode door het centrum voor leerlingebegeleiding verlengd worden zonder een overweging ten gronde, met maximaal 1 schooljaar binnen hetzelfde onderwijsniveau.

§8. De toepassing door de CLB’s van de bepalingen opgenomen in dit artikel worden vanaf het schooljaar 2026-2027 gemonitord en in het schooljaar 2027-2028 geëvalueerd.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd