§ flandrepo
9 regels · van kracht sinds 1 jan 2024

Artikel III.67

§ 1. De sociale toelage voor de hogescholen en de universiteiten bedraagt in totaal respectievelijk 24.455.616,52 euro en 22.142.976,89 euro op prijsniveau 2015. Het bedrag van de sociale toelage voor de universiteiten wordt vanaf 2016 verhoogd met 1.000.000 euro.

Deze bedragen worden vanaf het begrotingsjaar 2016 met 2 % verminderd.

In het begrotingsjaar 2017 wordt in het kader van artikel II.117 een bedrag van 400.000 euro toegevoegd aan het bedrag van de sociale toelage van de universiteiten en een bedrag van 934.000 euro toegevoegd aan het bedrag van de hogescholen. Vanaf begrotingsjaar 2018 worden deze bedragen verhoogd tot respectievelijk 1.200.000 euro jaarlijks toe te voegen aan het bedrag van de sociale toelage van de universiteiten en 2.800.000 euro, jaarlijks toe te voegen aan het bedrag van de sociale toelage van de hogescholen.

In het begrotingsjaar 2019 wordt een bedrag van 163.719 euro toegevoegd aan het bedrag van de sociale toelage van de universiteiten en een bedrag van 803.211 euro aan het bedrag van de sociale toelage van de hogescholen. Vanaf het begrotingsjaar 2020 worden deze bedragen verhoogd tot respectievelijk 491.157 euro jaarlijks toe te voegen aan het bedrag van de sociale toelage van de universiteiten en 2.409.632 euro, jaarlijks toe te voegen aan het bedrag van de sociale toelage van de hogescholen.

Vanaf het begrotingsjaar 2024 wordt een bedrag van 2,8 miljoen euro toegevoegd aan het bedrag van de sociale toelage voor de universiteiten en een bedrag van 3,2 miljoen euro aan het bedrag van de sociale toelage van de hogescholen.

§ 2. De bedragen, berekend overeenkomstig dit artikel, worden binnen de perken van de jaarlijkse begrotingskredieten jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de volgende formule : I = 0,50 x (L1/L0) + 0,50 x (Cl/CO), waarbij

  1. 1°I : de indexformule;
  2. 2°L1/L0 : de verhouding tussen de geraamde index van de eenheidsloonkosten op het einde van het betreffende begrotingsjaar n en de index van de eenheidsloonkosten op het einde van begrotingsjaar n-1;
  3. 3°Cl/CO : de verhouding tussen de geraamde index van de consumptieprijzen op het einde van het betreffende begrotingsjaar n en de index van de consumptieprijzen op het einde van begrotingsjaar n-1.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd