§ flandrepo

Tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2023/2661 en tot wijziging van het decreet van 29 maart 2013 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen #755

Gemerged Vlaamse Regering voegde 5 artikels samen in decreet-2013-03-29 · 20 maart 2026 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be ingediend op 1 juni 2026 (2025-2026) Verslag namens de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken uitgebracht door An Christiaens en Sarah T'Joens over het ontwerp van decreet tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2023/2661 en tot wijziging van het decreet van 29 maart 2013 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen Samenstelling van de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken: Voorzitter: Paul Van Miert. Vaste leden: Bert Maertens, Andy Pieters, Tomas Roggeman, Paul Van Miert; Frédéric Erens, Carmen Ryheul, Sarah T'Joens, Wim Verheyden; Els Robeyns, Stephanie Vanden Eede; An Christiaens, Kris Poelaert; Amina Vandenheuvel; Bogdan Vanden Berghe; Jasper Pillen. Plaatsvervangers: Arnout Coel, Koen Daniëls, Karolien Grosemans, Andries Gryffroy; Bart Claes, Immanuel De Reuse, Tom Lamont, Anke Van dermeersch; Hiba Faraji, Gianna Werbrouck; Sofie Mertens, Brecht Warnez; Jos D'Haese; Mieke Schauvliege; Marianne Verhaert. 1. Toelichting door minister Annick De Ridder ............................................. 4 2. Bespreking .......................................................................................... 4 2.1. Algemene bespreking ................................................................... 4 2.2. Artikelsgewijze bespreking ............................................................ 7 3. Stemmingen........................................................................................ 7 3.1. Artikelsgewijze stemming .............................................................. 7 3.2. Stemming over het geheel ............................................................ 7 Gebruikte afkortingen .................................................................................. 8 INHOUD De Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken besprak op 21 mei 2026 het ontwerp van decreet tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2023/2661 en tot wijziging van het decreet van 29 maart 2013 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen (Parl.St. Vl.Parl. 2025-26, nr. 755/1). 1. Toelichting door minister Annick De Ridder Annick De Ridder, Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Havens en Sport, zegt dat het ontwerp van decreet een zuiver technisch, zeer administratief ontwerp van decreet is waarbij Europese regelgeving wordt omgezet naar Vlaamse regelgeving. De bedoeling is om de beschikbaarheid van digitale gegevens te versnellen en de interoperabiliteit ervan te verbeteren. Het ontwerp van decreet is een een-op-eenomzetting van een deel van een nieuwe Europese richtlijn, waarvoor Vlaanderen bevoegd is. 2. Bespreking 2.1. Algemene bespreking 2.1.1. Vragen en opmerkingen van de leden Frédéric Erens stelt vast dat de minister het voorliggende ontwerp van decreet als een louter technische omzetting van Europese regelgeving rond intelligente vervoerssystemen ziet. Maar achter die technische verpakking schuilt een fundamenteel debat over privacy, gegevensbescherming en de vrijheid van Vlamingen om zich te verplaatsen zonder nodeloze digitale opvolging. Het Vlaams Belang is niet tegen slimme mobiliteit en technologieën die de verkeersveiligheid verhogen, files verminderen of hulpdiensten sneller laten optreden. Maar slimme mobiliteit mag geen excuus worden voor domme privacywetgeving. En net daar wringt het schoentje. Zowel de VTC als de Raad van State hebben duidelijke opmerkingen gemaakt. De VTC stelt dat een aantal essentiële elementen ontbreken, zoals de rechtsgrond voor de verwerking en de aanduiding van de verwerkingsverantwoordelijken, en de vermelding van wie toegang krijgt tot die gegevens. Dat zijn geen details, maar basisgaranties voor elke burger. Ook de Raad van State is bijzonder duidelijk. Volgens de Raad van State vereist artikel 22 van de Grondwet dat essentiële elementen van de verwerking van persoonsgegevens in het decreet zelf wordt vastgelegd, wat niet het geval is. De Vlaamse Regering legt die kritiek naast zich neer en stelt dat het ontwerp van decreet geen nieuwe verwerking van persoonsgegevens in het leven roept. Dat argument overtuigt niet. Het ontwerp van decreet creëert wel een breed kader voor intelligente vervoerssystemen, gegevensuitwisseling, digitale mobiliteitsdiensten en samenwerking met publieke en private actoren. Bijgevolg moet men ook de grenzen vastleggen in het ontwerp van decreet, want anders verschuift men de echte privacykeuzes door naar uitvoeringsbesluiten of concrete toepassingen buiten het parlementaire debat. Dat is voor het Vlaams Belang onaanvaardbaar. De vrijheid om zich te verplaatsen zonder permanente digitale sporen is geen detail, maar een fundamenteel onderdeel van de persoonlijke levenssfeer. Waarom weigerde de Vlaamse Regering om de opmerkingen van de Raad van State en de VTC decretaal te verankeren? Wie krijgt toegang tot de gegevens? Welke private spelers kunnen worden betrokken? Hoe lang mogen de gegevens worden bewaard? Wie is er verantwoordelijk bij misbruik of bij datalekken over de gegevens? Waarom wordt een voorafgaande gegevensbeschermingseffectenbeoordeling niet verplicht opgelegd? Tomas Roggeman is het niet eens met Frédéric Erens. De antwoorden op zijn vragen staan in de memorie van toelichting: “Het doeleinde van dit ontwerp van decreet is namelijk niet om een nieuwe verwerking van persoonsgegevens in het leven te roepen. De doelstelling van dit ontwerp van decreet is om een kader te scheppen waarin intelligente vervoerssystemen kunnen functioneren.” (Parl.St. Vl.Parl. 2025-26, nr. 755/1, p. 4). Het gaat dus niet over een nieuwe verwerking van persoonsgegevens. De MORA formuleert in zijn advies een aantal opmerkingen die Tomas Roggeman tot een aantal vragen brengen. Wat is de timing voor het samenwerkingsakkoord tussen de gewesten en de federale …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd