§ flandrepo

Houdende diverse bepalingen tot gedeeltelijke uitvoering van verordening (EU) 2020/1055 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2020 houdende wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1071/2009, (EG) nr. 1072/2009 en (EU) nr. 1024/2012 teneinde ze aan te passen aan ontwikkelingen in de wegvervoersector #1561

Gemerged Vlaamse Regering voegde 2 artikels samen in decreet-2001-04-20 · 27 januari 2023 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier: : Ontwerp van decreet verzendcode: OPE ingediend op 28 februari 2023 (2022-2023) Verslag namens de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken uitgebracht door Martine Fournier en Sofie Mertens over het ontwerp van decreet houdende diverse bepalingen tot gedeeltelijke uitvoering van verordening (EU) 2020/1055 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2020 houdende wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1071/2009, (EG) nr. 1072/2009 en (EU) nr. 1024/2012 teneinde ze aan te passen aan ontwikkelingen in de wegvervoersector Samenstelling van de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken: Voorzitter: Bart Claes. Vaste leden: Annick De Ridder, Maarten De Veuster, Bert Maertens, Marius Meremans, Rita Moors; Bart Claes, Carmen Ryheul, Wim Verheyden; Martine Fournier, Sofie Mertens; Marino Keulen, Mercedes Van Volcem; Imade Annouri, Stijn Bex; Els Robeyns. Plaatsvervangers: Arnout Coel, Koen Daniëls, Inez De Coninck, Axel Ronse, Paul Van Miert; Roosmarijn Beckers, Johan Deckmyn, Leo Pieters; Karin Brouwers, Joke Schauvliege; Els Ampe, Stephanie D'Hose; Björn Rzoska, Jeremie Vaneeckhout; Annick Lambrecht. Toegevoegde leden: Jos D’Haese. INHOUD 1. Toelichting door minister Lydia Peeters .................................................... 4 2. Vraag om advies ................................................................................... 5 3. Bespreking ........................................................................................... 5 3.1. Algemene bespreking .................................................................... 5 3.2. Artikelsgewijze bespreking ............................................................. 8 4. Stemmingen ......................................................................................... 8 Gebruikte afkortingen .................................................................................. 9 Bijlage: zie de dossierpagina van dit document op www.vlaamsparlement.be De Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken besprak op 9 en 16 februari 2023 het ontwerp van decreet houdende diverse bepalingen tot gedeeltelijke uitvoering van verordening (EU) 2020/1055 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2020 houdende wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1071/2009, (EG) nr. 1072/2009 en (EU) nr. 1024/2012 teneinde ze aan te passen aan ontwikkelingen in de wegvervoersector (Parl.St. Vl.Parl. 2022-23, nr. 1561/1). Na de toelichting vroeg Els Robeyns aan de minister om een advies te vragen aan de vakorganisaties. BTB en ACV-Transcom bezorgden op 16 februari 2023 hun advies dat voor de vergadering werd overgemaakt aan de commissieleden. De adviezen zijn terug te vinden op de dossierpagina van dit document op www.vlaamsparlement.be. 1. Toelichting door minister Lydia Peeters Minister Lydia Peeters zegt dat het een vrij technisch ontwerp van decreet is. Het gaat om de omzetting van het Europese mobiliteitspakket in Vlaamse regelgeving. Meer specifiek gaat het om een beperkt aantal elementen van verordening (EU) 2020/1055 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2020. Omdat een EU-verordening een verordenende kracht heeft, zijn vele elementen al rechtstreeks van toepassing en moet hiervoor geen omzetting gebeuren door elke aparte lidstaat. Ze maken dus ook geen deel uit van het ontwerp van decreet. Dat is het geval voor de strengere cabotageregels voor het goederenvervoer met de verplichte cooling-offperiode. België heeft zich onder impuls van Vlaanderen aangesloten bij de rechtszaak van Malta bij het Europese Hof van Justitie tegen de verplichte cooling-offperiode van vier dagen na internationale cabotage. Deze regeling is immers erg nadelig voor de Vlaamse logistieke sector. Daarnaast zijn er elementen in de verordening (EU) 2020/1055 die geen rechtstreeks verordenende kracht hebben en die wel moeten omgezet worden in de regelgeving van de lidstaten. Sommige elementen zijn al eerder omgezet door oudere verordeningen en daarnaast is er een beperkte vrije beleidsruimte waardoor een aantal specifieke wijzigingen mogelijk zijn. Het gaat ten eerste over de uitbreiding van de scope goederenvervoer met voertuigen met een maximaal toegelaten massa tussen de 2,5 ton en 3,5 ton (artikel 4, 5 en 9). Initieel was het goederenvervoer gericht op internationale vervoersactiviteiten met motorvoertuigen met maximaal toegelaten massa boven de 3,5 ton. Momenteel worden ook kleinere vracht- en bestelwagens gebruikt. Er bestond eerder al een optie voor de lidstaten om regels op te leggen voor motorvoertuigen onder de 3,5 ton. Met de verordening (EU) 2020/1055 wil de Europese Unie uniforme regels opleggen voor motorvoertuigen tussen de 2,5 en 3,5 ton maximaal toegelaten massa. De mogelijkheid blijft bestaan om dit ook te doen voor motorvoertuigen onder de 2,5 ton. België had echter eerder al met artikel 2 van de wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg toegang tot het goederenvervoer toegestaan voor alle motorvoertuigen en slepen ongeacht hun gewichtsklasse. Dit blijft onveranderd. Een tweede wijziging gaat over de financiële draagkracht (artikel 7 en 15). Transportondernemingen moeten aantonen dat ze over voldoende financiële draagkracht beschikken. Initieel was het bedrag 9000 euro voor het eerste voertuig en 5000 euro voor elk bijkomend voertuig. Ook België hanteerde deze bedragen. Door de uitbreiding van het toepassingsgebied met motorvoertuigen met een maximaal toelaatbare massa tussen 2,5 en 3,5 ton, werd de verordening op dit vlak aangepast. Voortaan is er een gradatie, rekening houdend met de maximaal toelaatbare massa. Concreet geldt nu 9000 euro voor het eerste motorvoertuig, 5000 euro voor elk bijkomend motorvoertuig met een MTM boven de 3,5 ton, en 900 euro voor elk bijkomend motorvoertuig met een MTM tussen de 2,5 en 3,5 ton. De minister verwijst naar artikel 7 voor het goederenvervoer en artikel 15 voor het reizigersvervoer. Ook Nederland heeft een gelijkaardige regeling uitgewerkt. Voor …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd