§ flandrepo

Decreet houdende diverse bepalingen over het gemeenschappelijk vervoer, het algemeen mobiliteitsbeleid, de weginfrastructuur en het wegenbeleid, en de waterinfrastructuur en het waterbeleid

Vlaamse Regering #380 Staatsblad 27 november 2020 NUMAC 2020016108
62 artikels gewijzigd
+2 −0 decreet-2013-05-03/art. 4/1
65° de voorwaarden voor de beroepsbekwaamheid van de bestuurder.65° de voorwaarden voor de beroepsbekwaamheid van de bestuurder.
7De Vlaamse Regering kan het maximum aantal vergunningen dat in het kader van een proefproject kan worden afgeleverd, bepalen.7De Vlaamse Regering kan het maximum aantal vergunningen dat in het kader van een proefproject kan worden afgeleverd, bepalen.
8De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de toekenning, weigering, verlenging, schorsing en intrekking van de erkenning van de instellingen en de lesgevers in het kader van de opleiding om de beroepsbekwaamheid van bestuurder van langere en zwaardere voertuigen te behalen.
9Aan elke rechtspersoon of natuurlijke persoon die een erkenningsaanvraag indient, kan een retributie worden gevraagd om de erkenningsaanvraag te behandelen. Dezelfde retributie kan worden gevraagd om het toezicht op de erkenningsvoorwaarden uit te oefenen. De Vlaamse Regering bepaalt voor welke erkenningsaanvragen of toezichtverplichtingen een retributie is verschuldigd en stelt de bedragen vast, en de wijze waarop de retributie moet worden voldaan.
+3 −2 decreet-2013-05-03/art. 17
1§ 1. Voor inbreuken op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan kunnen de door de Vlaamse Regering aangewezen wegeninspecteurs-controleurs en de Vlaamse Regering in graad van beroep een administratieve geldboete opleggen overeenkomstig de hierna bepaalde regels.1§ 1. Voor inbreuken op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan kunnen de door de Vlaamse Regering aangewezen wegeninspecteurs-controleurs en de Vlaamse Regering in graad van beroep een administratieve geldboete opleggen overeenkomstig de hierna bepaalde regels.
2§ 2. Het tarief van de administratieve geldboete is gelijk aan de minimumgeldboete, vermeld in artikel 14, verhoogd met de opdeciemen.2§ 2. Het tarief van de administratieve geldboete is gelijk aan de minimumgeldboete, vermeld in artikel 14, verhoogd met de opdeciemen.
3In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse Regering, voor specifieke inbreuken, het tarief van de administratieve geldboete bepalen op een bedrag dat hoger ligt dan de minimumgeldboete, vermeld in artikel 14, verhoogd met de opdeciemen, zonder evenwel de maximumgeldboete, vermeld in artikel 14, verhoogd met de opdeciemen, te overschrijden.
3Als een overtreder binnen de positieve referentieperiode opnieuw een inbreuk op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan pleegt, kan de administratieve geldboete bepaald worden op het dubbel van de minimumgeldboete, vermeld in artikel 14, verhoogd met de opdeciemen.4Als een overtreder binnen de positieve referentieperiode opnieuw een inbreuk op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan pleegt, kan de administratieve geldboete bepaald worden op het dubbel van de administratieve geldboete, vermeld in het eerste of het tweede lid.
4In het tweede lid wordt verstaan onder positieve referentieperiode : de periode van drie jaar die volgt op de datum waarop een definitieve administratieve geldboete of een definitieve strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een inbreuk op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan.5In het derde lid wordt verstaan onder positieve referentieperiode : de periode van drie jaar die volgt op de datum waarop een definitieve administratieve geldboete of een definitieve strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een inbreuk op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan.
5Als er verzachtende omstandigheden zijn, kan de wegeninspecteur-controleur of de Vlaamse Regering een administratieve geldboete onder de betreffende minimumbedragen opleggen.6Als er verzachtende omstandigheden zijn, kan de wegeninspecteur-controleur of de Vlaamse Regering een administratieve geldboete onder de betreffende minimumbedragen opleggen.
6§ 3. De wegeninspecteurs brengen de wegeninspecteur-controleur op de hoogte van de door hen vastgestelde inbreuken en, in voorkomend geval, van de onmiddellijke inningen of consignaties, vermeld in paragraaf 6.7§ 3. De wegeninspecteurs brengen de wegeninspecteur-controleur op de hoogte van de door hen vastgestelde inbreuken en, in voorkomend geval, van de onmiddellijke inningen of consignaties, vermeld in paragraaf 6.
+2 −2 decreet-2004-04-02/art. 2
1Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:1Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:
21° Bestuursdecreet: het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
21° ...;
32° het Wetboek van vennootschappen : de wet van 7 mei 1999 houdende het Wetboek van vennootschappen ;32° Wetboek van vennootschappen en verenigingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 2 maart 2019;
43° de vennootschap: het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap, bedoeld in artikel 3, § 1;43° de vennootschap: het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap, bedoeld in artikel 3, § 1;
54° watergebonden gronden: gronden die aan de vennootschap in eigendom toebehoren, waarop de vennootschap een erfpacht-, opstal- of enig ander zakelijk recht heeft of die aan de vennootschap in concessie, in beheer of in huur worden gegeven;54° watergebonden gronden: gronden die aan de vennootschap in eigendom toebehoren, waarop de vennootschap een erfpacht-, opstal- of enig ander zakelijk recht heeft of die aan de vennootschap in concessie, in beheer of in huur worden gegeven;
+3 −3 decreet-2004-04-02/art. 3
1§ 1. De openbare instelling met rechtspersoonlijkheid "Dienst der Scheepvaart", bedoeld in artikel 1 van de wet van 17 mei 1976 tot oprichting van de Dienst voor de Scheepvaart en een "Office de la Navigation", zal volgens de bepalingen van dit decreet worden omgezet in een in artikel III.7 van het Bestuursdecreet bedoeld publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, naamloze vennootschap van publiek recht, met als benaming De Vlaamse Waterweg nv. Het betreft een orgaan met een van het Vlaamse Gewest onderscheiden rechtspersoonlijkheid.1§ 1. De openbare instelling met rechtspersoonlijkheid "Dienst der Scheepvaart", bedoeld in artikel 1 van de wet van 17 mei 1976 tot oprichting van de Dienst voor de Scheepvaart en een "Office de la Navigation", zal volgens de bepalingen van dit decreet worden omgezet in een in artikel III.7 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 bedoeld publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, naamloze vennootschap van publiek recht, met als benaming De Vlaamse Waterweg nv. Het betreft een orgaan met een van het Vlaamse Gewest onderscheiden rechtspersoonlijkheid.
2De omzetting, bedoeld in het eerste lid, gebeurt zonder enige onderbreking van de continuïteit van de rechtspersoonlijkheid.2De omzetting, bedoeld in het eerste lid, gebeurt zonder enige onderbreking van de continuïteit van de rechtspersoonlijkheid.
3De raad van bestuur van de Dienst voor de Scheepvaart beslist bij gewone meerderheid binnen een termijn van drie maanden vanaf de bekendmaking van dit decreet tot de in dit artikel bedoelde omzetting. Die termijn kan door de Vlaamse regering met maximaal zes maanden worden verlengd.3De raad van bestuur van de Dienst voor de Scheepvaart beslist bij gewone meerderheid binnen een termijn van drie maanden vanaf de bekendmaking van dit decreet tot de in dit artikel bedoelde omzetting. Die termijn kan door de Vlaamse regering met maximaal zes maanden worden verlengd.
9De raad van bestuur stelt voor de regering een toelichtende nota op.9De raad van bestuur stelt voor de regering een toelichtende nota op.
10§ 2. De raad van bestuur van de Dienst voor de Scheepvaart stelt tegelijkertijd de eerste statuten van De Vlaamse Waterweg nv vast. De statuten worden, tezamen met de staat van activa en passiva, alsmede met het verslag van de bedrijfsrevisor, vooraf door de Vlaamse regering goedgekeurd.10§ 2. De raad van bestuur van de Dienst voor de Scheepvaart stelt tegelijkertijd de eerste statuten van De Vlaamse Waterweg nv vast. De statuten worden, tezamen met de staat van activa en passiva, alsmede met het verslag van de bedrijfsrevisor, vooraf door de Vlaamse regering goedgekeurd.
11Latere statutenwijzigingen kunnen gebeuren conform de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen , toepasselijk op de naamloze vennootschap.11Latere statutenwijzigingen kunnen gebeuren conform de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, toepasselijk op de naamloze vennootschap.
12Artikel 783 en 784, derde lid, van het Wetboek van vennootschappen zijn van overeenkomstige toepassing op de omzetting, met dien verstande dat in de authentieke akte de goedkeuring door de Vlaamse regering wordt vermeld.12Artikel 14:10 en 14:11, derde lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen zijn van overeenkomstige toepassing op de omzetting, met dien verstande dat in de authentieke akte de goedkeuring door de Vlaamse regering wordt vermeld.
+2 −2 decreet-2004-04-02/art. 21
1De vennootschap is onderworpen aan dit decreet, aan het Bestuursdecreet en aan de statuten bedoeld in artikel 3, § 2. Zonder aan het voorgaande afbreuk te doen, zijn de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen met betrekking tot de naamloze vennootschap van toepassing op de vennootschap voor alles wat niet door dit decreet, het Bestuursdecreet en door de statuten van de vennootschap is bepaald.1De vennootschap is onderworpen aan dit decreet, aan het Bestuursdecreet van 7 december 2018 en aan de statuten bedoeld in artikel 3, § 2. Zonder aan het voorgaande afbreuk te doen, zijn de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen met betrekking tot de naamloze vennootschap van toepassing op de vennootschap voor alles wat niet door dit decreet, het Bestuursdecreet van 7 december 2018 en door de statuten van de vennootschap is bepaald.
2De bepalingen van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord en de faillissementswet van 8 augustus 1997 zijn evenwel niet toepasselijk op de vennootschap, evenmin als de rechtsregels die betrekking hebben op een toestand van algemene samenloop van schuldeisers.2De bepalingen van boek XX van het Wetboek van economisch recht zijn evenwel niet toepasselijk op de vennootschap, evenmin als de rechtsregels die betrekking hebben op een toestand van algemene samenloop van schuldeisers.
+2 −2 decreet-2004-04-02/art. 23
1De Scheepvaart wordt bij de omzetting, bedoeld in artikel 3, § 1, van dit decreet, voor onbepaalde duur opgericht.1De Scheepvaart wordt bij de omzetting, bedoeld in artikel 3, § 1, van dit decreet, voor onbepaalde duur opgericht.
2Tot de ontbinding van de vennootschap kan alleen bij decreet worden beslist. Dat decreet bepaalt tevens de wijze en de voorwaarden van vereffening.2Tot de ontbinding van de vennootschap kan alleen bij decreet worden beslist. Dat decreet bepaalt tevens de wijze en de voorwaarden van vereffening.
3Het Vlaamse Gewest verbindt er zich in het geval, vermeld in het tweede lid, toe die aandeelhouders van groep B en C bedoeld in artikel 28, § 1, eerste lid, 2° en 3°, van dit decreet, die kapitaal onderschreven en afbetaald hebben in de naamloze vennootschap Zeekanaal en Haveninrichtingen van Brussel, als ze in de vennootschap daarvoor aandelen hebben ontvangen, terug te betalen als dat kapitaal niet is afgelost door dividenden en zonder intresten. De som die het Vlaamse Gewest aan die aandeelhouders moet betalen, is niet groter dan het bedrag van hun onderschrijving in de naamloze vennootschap Zeekanaal en Haveninrichtingen van Brussel.3Het Vlaamse Gewest verbindt er zich in het geval, vermeld in het tweede lid, toe die aandeelhouders van groep B en C als vermeld in artikel 26, § 1, 2° en 3°, die kapitaal onderschreven en afbetaald hebben in de naamloze vennootschap Zeekanaal en Haveninrichtingen van Brussel, als ze in de vennootschap daarvoor aandelen hebben ontvangen, terug te betalen als dat kapitaal niet is afgelost door dividenden en zonder intresten. De som die het Vlaamse Gewest aan die aandeelhouders moet betalen, is niet groter dan het bedrag van hun onderschrijving in de naamloze vennootschap Zeekanaal en Haveninrichtingen van Brussel.
4Het Vlaamse Gewest verbindt er zich in het geval, vermeld in het tweede lid, toe die aandeelhouders van groep B en C bedoeld in artikel 28, § 1, eerste lid, 2° en 3° , van dit decreet, die kapitaal onderschreven en afbetaald hebben in Waterwegen en Zeekanaal NV of de huidige vennootschap, als ze in de vennootschap daarvoor aandelen hebben ontvangen, terug te betalen als dat kapitaal niet is afgelost door dividenden en zonder intresten. De som die het Vlaamse Gewest aan die aandeelhouders moet betalen, wordt bepaald volgens de vermeldingen in de aandelenovereenkomst die daarvoor bij de onderschrijving in het kapitaal wordt gesloten.4Het Vlaamse Gewest verbindt er zich in het geval, vermeld in het tweede lid, toe die aandeelhouders van groep B en C als vermeld in artikel 26, § 1, 2° en 3° , die kapitaal onderschreven en afbetaald hebben in Waterwegen en Zeekanaal NV of de huidige vennootschap, als ze in de vennootschap daarvoor aandelen hebben ontvangen, terug te betalen als dat kapitaal niet is afgelost door dividenden en zonder intresten. De som die het Vlaamse Gewest aan die aandeelhouders moet betalen, wordt bepaald volgens de vermeldingen in de aandelenovereenkomst die daarvoor bij de onderschrijving in het kapitaal wordt gesloten.
+1 −1 decreet-2004-04-02/art. 24
1§ 1. Bij de omzetting van de Dienst voor de Scheepvaart in het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Scheepvaart wordt het kapitaal, dat door het Vlaamse Gewest is ingebracht, vergoed door aandelen op naam die, door de raad van bestuur, in hun totaliteit aan het Vlaamse Gewest worden toegekend.1§ 1. Bij de omzetting van de Dienst voor de Scheepvaart in het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Scheepvaart wordt het kapitaal, dat door het Vlaamse Gewest is ingebracht, vergoed door aandelen op naam die, door de raad van bestuur, in hun totaliteit aan het Vlaamse Gewest worden toegekend.
2De bepalingen van het Wetboek van vennootschappen inzake de effecten op naam zijn van overeenkomstige toepassing op die aandelen op naam.2De bepalingen van het Wetboek van vennootschappen inzake de effecten op naam zijn van overeenkomstige toepassing op die aandelen op naam.
3§ 2. Artikel 454, 456, 458 en 646 van het Wetboek van vennootschappen zijn niet van toepassing op de vennootschap.3§ 2. Artikel 7:15, 7:17, 7:18, 7:20 en 7:231 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen zijn niet van toepassing op de vennootschap.
+1 −1 decreet-2004-04-02/art. 28
1§ 1. Elk voorstel tot kapitaalsverhoging vanwege de raad van bestuur, waardoor het kapitaal door anderen dan het Vlaamse Gewest kan worden gevormd, is aan de voorafgaande toestemming van de Vlaamse regering onderworpen.1§ 1. Elk voorstel tot kapitaalsverhoging vanwege de raad van bestuur, waardoor het kapitaal door anderen dan het Vlaamse Gewest kan worden gevormd, is aan de voorafgaande toestemming van de Vlaamse regering onderworpen.
2Het vennootschapskapitaal kan in een of meer keren worden verhoogd of verlaagd door een besluit van de algemene vergadering, genomen conform artikel 3, § 2, tweede lid.2Het vennootschapskapitaal kan in een of meer keren worden verhoogd of verlaagd door een besluit van de algemene vergadering, genomen conform artikel 3, § 2, tweede lid.
3§ 2. In afwijking van het Wetboek van vennootschappen worden de aandelen waarop bij kapitaalsverhoging in geld wordt ingeschreven, steeds eerst aangeboden aan de aandeelhouder van groep A, vervolgens aan de aandeelhouders van groep B en, ten slotte, onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen in § 3, aan de aandeelhouders van groep C die dan van het voorkeurrecht kunnen gebruik maken overeenkomstig de desbetreffende bepalingen opgenomen in de statuten en het Wetboek van vennootschappen .3§ 2. In afwijking van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen worden de aandelen waarop bij kapitaalsverhoging in geld wordt ingeschreven, steeds eerst aangeboden aan de aandeelhouder van groep A, vervolgens aan de aandeelhouders van groep B en, ten slotte, onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen in § 3, aan de aandeelhouders van groep C die dan van het voorkeurrecht kunnen gebruik maken overeenkomstig de desbetreffende bepalingen opgenomen in de statuten en het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
4§ 3. Onder geen enkele omstandigheden kan een kapitaalsverhoging ertoe leiden dat de aandeelhouder van groep A niet langer, rechtstreeks, meer dan 75% van het kapitaal van de vennootschap bezit.4§ 3. Onder geen enkele omstandigheden kan een kapitaalsverhoging ertoe leiden dat de aandeelhouder van groep A niet langer, rechtstreeks, meer dan 75% van het kapitaal van de vennootschap bezit.
5De inschrijving op aandelen die tot gevolg zou hebben dat de aandeelhouder van groep A niet langer, rechtstreeks, meer dan 75 % van dat maatschappelijk kapitaal bezit, wordt voor ongeschreven gehouden en is derhalve noch aan de aandeelhouders van groep A, noch aan de vennootschap tegenwerpbaar.5De inschrijving op aandelen die tot gevolg zou hebben dat de aandeelhouder van groep A niet langer, rechtstreeks, meer dan 75 % van dat maatschappelijk kapitaal bezit, wordt voor ongeschreven gehouden en is derhalve noch aan de aandeelhouders van groep A, noch aan de vennootschap tegenwerpbaar.
+1 −1 decreet-2004-04-02/art. 33
1Onverminderd de toepassing van artikel III.11 van het Bestuursdecreet , zijn de bestuurders hetzij jegens de vennootschap, hetzij jegens derden hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van een overtreding van de statuten van de vennootschap.1Onverminderd de toepassing van artikel III.11 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, zijn de bestuurders hetzij jegens de vennootschap, hetzij jegens derden hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van een overtreding van de statuten van de vennootschap.
+1 −1 decreet-2004-04-02/art. 34
1Onverminderd de onverenigbaarheden vermeld in artikel III.12 van het Bestuursdecreet , is het mandaat van bestuurder onverenigbaar met het mandaat of de functie van:1Onverminderd de onverenigbaarheden vermeld in artikel III.12 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, is het mandaat van bestuurder onverenigbaar met het mandaat of de functie van:
21° lid van de Europese Commissie;21° lid van de Europese Commissie;
32° lid van de rechterlijke macht; lid van de staatsraad of assessor in de Raad van State of lid van het auditoraat van de Raad van State; rechter of referendaris van het Arbitragehof;32° lid van de rechterlijke macht; lid van de staatsraad of assessor in de Raad van State of lid van het auditoraat van de Raad van State; rechter of referendaris van het Arbitragehof;
+1 −1 decreet-2004-04-02/art. 37
1De controle op de financiële toestand, op de jaarrekeningen en op de regelmatigheid, ten aanzien van de wetten, decreten en de statuten van de vennootschap, van de in de jaarrekeningen weergegeven verrichtingen wordt opgedragen aan een commissaris revisor. De commissaris revisor wordt door de algemene vergadering gekozen uit de leden, natuurlijke of rechtspersonen, van het Instituut der Bedrijfsrevisoren.1De controle op de financiële toestand, op de jaarrekeningen en op de regelmatigheid, ten aanzien van de wetten, decreten en de statuten van de vennootschap, van de in de jaarrekeningen weergegeven verrichtingen wordt opgedragen aan een commissaris revisor. De commissaris revisor wordt door de algemene vergadering gekozen uit de leden, natuurlijke of rechtspersonen, van het Instituut der Bedrijfsrevisoren.
2De commissaris revisor heeft de rechten, verplichtingen, taken, bevoegdheden en actiemiddelen die in het Wetboek van Vennootschappen zijn bepaald.2De commissaris revisor heeft de rechten, verplichtingen, taken, bevoegdheden en actiemiddelen die in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen zijn bepaald.
3Als de publiekrechtelijke aard van de vennootschap dat vereist, kan de Vlaamse regering de opdracht en de actiemiddelen van de commissaris revisor uitbreiden.3Als de publiekrechtelijke aard van de vennootschap dat vereist, kan de Vlaamse regering de opdracht en de actiemiddelen van de commissaris revisor uitbreiden.
+1 −1 decreet-2001-04-20/art. 2
93° vervoer voor eigen rekening: vervoer voor niet-lucratieve en niet-commerciële doeleinden dat verricht wordt door een natuurlijke persoon of rechtspersoon;93° vervoer voor eigen rekening: vervoer voor niet-lucratieve en niet-commerciële doeleinden dat verricht wordt door een natuurlijke persoon of rechtspersoon;
104° ...;104° ...;
114° bis : onwettig ronselen : hetzij kandidaat-klanten aanspreken op openbare plaatsen op het grondgebied van een gemeente waar men niet vergund is, hetzij met het voertuig heen en weer rijden op het grondgebied van een gemeente waar men niet vergund is, hetzij daar stationeren, telkens met het oogmerk om klanten te vervoeren;
114° bis : ...;
125° ...;125° ...;
136° ...;136° ...;
+4 −2 decreet-2019-04-26/art. 2
1514° Mobiliteitscentrale: het orgaan, vermeld in artikel 33;1514° Mobiliteitscentrale: het orgaan, vermeld in artikel 33;
1615° mobiliteitsplan: een plan als vermeld in artikel 11;1615° mobiliteitsplan: een plan als vermeld in artikel 11;
1716° Mobiliteitsplan Vlaanderen: een mobiliteitsplan voor het Vlaamse Gewest;
1716° ...;
1817° Mobiliteitsregie: centrale modusonafhankelijke regie die in handen is van de Vlaamse overheid;1817° Mobiliteitsregie: centrale modusonafhankelijke regie die in handen is van de Vlaamse overheid;
1918° openbaar personenvervoer: de personenvervoerdiensten van algemeen belang die, ongeacht de vervoersmodus, op permanente en niet-discriminerende basis aan het publiek worden aangeboden;1918° openbaar personenvervoer: de personenvervoerdiensten van algemeen belang die, ongeacht de vervoersmodus, op permanente en niet-discriminerende basis aan het publiek worden aangeboden;
2018°/1 openbaar personenvervoer over water: de personenvervoerdiensten van algemeen belang over water die op permanente en niet-discriminerende basis aan het publiek worden aangeboden;
2019° projectstuurgroep: het orgaan vermeld in artikel 26, § 1;2119° projectstuurgroep: het orgaan vermeld in artikel 26, § 1;
2120° reisvoorwaarden: bepalingen die betrekking kunnen hebben op onder meer de rechten en plichten van de reizigers en derden;2220° reisvoorwaarden: bepalingen die betrekking kunnen hebben op onder meer de rechten en plichten van de reizigers en derden;
2524° vervoer op maat: de vervoerslaag, vermeld in artikel 32, § 4;2624° vervoer op maat: de vervoerslaag, vermeld in artikel 32, § 4;
2625° vervoerregio: een cluster van gemeenten die een samenhangend geheel vormen voor mobiliteit met een vervoerskern en een invloedsgebied;2725° vervoerregio: een cluster van gemeenten die een samenhangend geheel vormen voor mobiliteit met een vervoerskern en een invloedsgebied;
2726° vervoerregioraad: het orgaan, vermeld in artikel 7, § 1.2826° vervoerregioraad: het orgaan, vermeld in artikel 7, § 1;
2927° Vlaamse Mobiliteitsvisie: de mobiliteitsvisie, vermeld in artikel 10/1.
+2 −1 decreet-2019-04-26/art. 7
64° een vertegenwoordiging van de interne exploitant van het kernnet en het aanvullend net;64° een vertegenwoordiging van de interne exploitant van het kernnet en het aanvullend net;
75° een vertegenwoordiging van De Vlaamse Waterweg nv;75° een vertegenwoordiging van De Vlaamse Waterweg nv;
86° een vertegenwoordiger van de provincie indien het grondgebied van de provincie gelijk valt met de afbakening van de vervoerregio.86° een vertegenwoordiger van de provincie indien het grondgebied van de provincie gelijk valt met de afbakening van de vervoerregio;
97° een vertegenwoordiging van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust.
9Een vertegenwoordiger voorgedragen door de gemeenten vervult de voorzittersrol, samen met het Departement Mobiliteit en Openbare Werken. In afwachting van de voordracht door de gemeenten kan de voorzittersrol enkel door het Departement Mobiliteit en Openbare Werken opgenomen worden.10Een vertegenwoordiger voorgedragen door de gemeenten vervult de voorzittersrol, samen met het Departement Mobiliteit en Openbare Werken. In afwachting van de voordracht door de gemeenten kan de voorzittersrol enkel door het Departement Mobiliteit en Openbare Werken opgenomen worden.
10De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de samenstelling en werking van de vervoerregioraad.11De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de samenstelling en werking van de vervoerregioraad.
+4 −2 decreet-2019-04-26/art. 8
1De vervoerregioraad is verantwoordelijk voor het voorbereiden, opmaken, opvolgen, evalueren en, in voorkomend geval, herzien van het regionaal mobiliteitsplan.1§ 1. De vervoerregioraad is verantwoordelijk voor het voorbereiden, opmaken, opvolgen, evalueren en, in voorkomend geval, herzien van het regionaal mobiliteitsplan.
2Binnen de krijtlijnen van het regionaal mobiliteitsplan heeft de vervoerregioraad, ondersteund door de mobiliteitsregie, de volgende taken:2Binnen de krijtlijnen van het regionaal mobiliteitsplan heeft de vervoerregioraad, ondersteund door de mobiliteitsregie, de volgende taken:
31° regionale mobiliteitsprogramma's en -projecten die van strategisch belang zijn op het niveau van de vervoerregio prioriteren, opvolgen en evalueren;31° regionale mobiliteitsprogramma's en -projecten die van strategisch belang zijn op het niveau van de vervoerregio prioriteren, opvolgen en evalueren;
75° het verknopen van de vervoers- en infrastructuurnetten bewaken en de combimobiliteit en de synchromodaliteit faciliteren;75° het verknopen van de vervoers- en infrastructuurnetten bewaken en de combimobiliteit en de synchromodaliteit faciliteren;
86° maatregelen inzake verkeersveiligheid prioriteren, opvolgen en evalueren. Aandacht kan daarbij onder meer gaan naar het netwerk van trage wegen, schoolomgevingen en de verkeersveilige bereikbaarheid van scholen en tewerkstellingspolen voor voetgangers en fietsers;86° maatregelen inzake verkeersveiligheid prioriteren, opvolgen en evalueren. Aandacht kan daarbij onder meer gaan naar het netwerk van trage wegen, schoolomgevingen en de verkeersveilige bereikbaarheid van scholen en tewerkstellingspolen voor voetgangers en fietsers;
97° maatregelen inzake doorstroming prioriteren, opvolgen en evalueren.97° maatregelen inzake doorstroming prioriteren, opvolgen en evalueren;
108° beslissen over het openbaar personenvervoer over water, vermeld in artikel 32/1;
10In het tweede lid, 4°, wordt verstaan onder bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk: het netwerk voor gemeentegrensoverschrijdende fietsinfrastructuur in het Vlaamse Gewest, dat het gewenste fietsroutenetwerk weergeeft dat woonkernen en attractiepolen verbindt.11In het tweede lid, 4°, wordt verstaan onder bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk: het netwerk voor gemeentegrensoverschrijdende fietsinfrastructuur in het Vlaamse Gewest, dat het gewenste fietsroutenetwerk weergeeft dat woonkernen en attractiepolen verbindt.
11In het tweede lid, 4°, wordt verstaan onder fietssnelweg: de ruggengraat van het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk, namelijk potentieel intensief te gebruiken doorgaande fietsroutes tussen steden en belangrijke attractiepolen, die met kwalitatief hoogwaardige infrastructuur worden uitgerust.12In het tweede lid, 4°, wordt verstaan onder fietssnelweg: de ruggengraat van het bovenlokale functionele fietsroutenetwerk, namelijk potentieel intensief te gebruiken doorgaande fietsroutes tussen steden en belangrijke attractiepolen, die met kwalitatief hoogwaardige infrastructuur worden uitgerust.
13§ 2. Als de vervoerregioraad geen beslissing neemt omtrent de opdrachten en taken, vermeld in paragraaf 1, kan de Vlaamse Regering op eigen initiatief beslissen over de onder haar ressorterende bevoegdheden.
+0 −1 decreet-2019-04-26/art. 10 opgeheven
1De provinciale en gemeentelijke beslissingen en reglementen zijn niet van die aard dat het regionaal mobiliteitsplan niet kan worden uitgevoerd of dat de effectiviteit van andere mobiliteitsinvesteringen vermindert.
+2 −0 decreet-2019-04-26/art. 10/1 nieuw
1Op gewestelijk niveau wordt de Vlaamse Mobiliteitsvisie opgemaakt.
2De Vlaamse Mobiliteitsvisie is een strategische langetermijnvisie op de gewenste mobiliteitsontwikkeling in het Vlaamse Gewest voor het hele grondgebied van het Vlaamse Gewest. Die voldoet aan de missie, vermeld in artikel 3.
+2 −0 decreet-2019-04-26/art. 10/2 nieuw
1De Vlaamse Mobiliteitsvisie is een beleidskader voor het Vlaamse Gewest, de diensten en agentschappen die eronder ressorteren, de provincies en gemeenten, en de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die in het Vlaamse Gewest belast zijn met taken van openbaar nut.
2De entiteiten, vermeld in het eerste lid, kunnen gemotiveerd afwijken van de Vlaamse Mobiliteitsvisie.
+5 −0 decreet-2019-04-26/art. 10/3 nieuw
1§ 1. Voor de Vlaamse Mobiliteitsvisie wordt vastgesteld, wordt een onderzoek verricht naar de maatschappelijke ontwikkelingen en de mobiliteitsbehoeften.
2De Vlaamse Mobiliteitsvisie komt tot stand via een participatieproces dat door de Vlaamse Regering ruim wordt bekend gemaakt.
3De Vlaamse Regering stelt de Vlaamse Mobiliteitsvisie vast en bepaalt de datum van de inwerkingtreding ervan.
4De Vlaamse Regering zorgt ervoor dat de Vlaamse Mobiliteitsvisie op ruime schaal wordt bekendgemaakt.
5§ 2. De Vlaamse Regering kan de regels vaststellen voor de inhoud, de methodologie en de procedure voor de opmaak, de evaluatie, de herziening en de bekendmaking van de Vlaamse Mobiliteitsvisie.
+2 −2 decreet-2019-04-26/art. 11
1§ 1. Een mobiliteitsplan voldoet inhoudelijk aan de missie en de doelstellingen, vermeld in artikel 3 en 4, en is de basis voor het mobiliteitsbeleid. Het beoogt samenhang te brengen in de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van beslissingen over personenmobiliteit en goederenvervoer met betrokkenheid van de aanverwante beleidsdomeinen. Het is realisatiegericht.1§ 1. Een regionaal of lokaal mobiliteitsplan vormt de basis voor het mobiliteitsbeleid. Het voldoet inhoudelijk aan de doelstellingen, vermeld in artikel 4, en is afgestemd op de Vlaamse Mobiliteitsvisie. Het beoogt samenhang te brengen in de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van beslissingen over personenmobiliteit en goederenvervoer met betrokkenheid van de aanverwante beleidsdomeinen. Het is realisatiegericht.
2§ 2. Een mobiliteitsplan bestaat uit:2§ 2. Een mobiliteitsplan bestaat uit:
31° een strategische visie op de gewenste mobiliteitsontwikkeling;31° een strategische visie op de gewenste mobiliteitsontwikkeling;
42° operationele beleidsdoelstellingen op korte termijn;42° operationele beleidsdoelstellingen;
53° een actieplan.53° een actieplan.
6De strategische visie omvat een langetermijnvisie voor de gewenste mobiliteitsontwikkeling. Het mobiliteitsplan heeft een tijdshorizon van tien jaar en een doorkijkperiode van minimum tien en maximum dertig jaar.6De strategische visie omvat een langetermijnvisie voor de gewenste mobiliteitsontwikkeling. Het mobiliteitsplan heeft een tijdshorizon van tien jaar en een doorkijkperiode van minimum tien en maximum dertig jaar.
+3 −6 decreet-2019-04-26/art. 12
1§ 1. Er wordt een mobiliteitsplan opgemaakt op de volgende niveaus:1§ 1. Er wordt een regionaal mobiliteitsplan opgemaakt voor het hele grondgebied van de vervoerregio.
21° op gewestelijk niveau, voor het geheel van het grondgebied van het Vlaamse Gewest: het Mobiliteitsplan Vlaanderen;
32° op regionaal niveau, voor het geheel van het grondgebied van de vervoerregio: een regionaal mobiliteitsplan.
4§ 2. Er kan ook een mobiliteitsplan worden opgemaakt op lokaal niveau, voor een deel of het geheel van het grondgebied van een of meer gemeenten.2§ 2. Er kan ook een lokaal mobiliteitsplan worden opgemaakt, voor een deel of het geheel van het grondgebied van een of meer gemeenten.
5De mobiliteitsplanning op het niveau van één gemeente of meerdere gemeenten omvat het opstellen van een lokaal mobiliteitsplan, dat bepalingen kan bevatten op intergemeentelijk en op gemeentelijk niveau.3De mobiliteitsplanning op het niveau van één gemeente of meerdere gemeenten omvat het opstellen van een lokaal mobiliteitsplan, dat bepalingen kan bevatten op intergemeentelijk en op gemeentelijk niveau.
6§ 3. In elk mobiliteitsplan wordt aangegeven hoe het zich verhoudt tot de mobiliteitsplannen van de andere niveaus.
7Bij het formuleren van keuzes, doelstellingen, eigen engagementen en verwachtingen ten aanzien van andere actoren die in het mobiliteitsplan worden opgenomen, wordt rekening gehouden met de budgettaire ruimte van de betrokken gewestelijke entiteiten en worden de bevoegdheidsbepalende regels, vermeld in artikel 2 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en andere regelgeving die relevant is voor het thema in kwestie, nageleefd.4§ 3. Bij het formuleren van keuzes, doelstellingen, eigen engagementen en verwachtingen ten aanzien van andere actoren die in het mobiliteitsplan worden opgenomen, wordt rekening gehouden met de budgettaire ruimte van de betrokken gewestelijke entiteiten en worden de bevoegdheidsbepalende regels, vermeld in artikel 2 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en andere regelgeving die relevant is voor het thema in kwestie, nageleefd.
+5 −5 decreet-2019-04-26/art. 13
1§ 1. Geen van de onderdelen van een mobiliteitsplan heeft verordenende kracht.1§ 1. Geen van de onderdelen van een mobiliteitsplan heeft verordenende kracht.
2Het Mobiliteitsplan Vlaanderen en de regionale mobiliteitsplannen zijn richtinggevend voor het Vlaamse Gewest, de eronder ressorterende diensten en agentschappen , de provincies en gemeenten, en de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die in het Vlaamse Gewest belast zijn met taken van openbaar nut.2De regionale mobiliteitsplannen zijn bindend voor het Vlaamse Gewest, de diensten en agentschappen die eronder ressorteren, de provincies en gemeenten, en de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die in het Vlaamse Gewest belast zijn met taken van openbaar nut.
3De lokale mobiliteitsplannen zijn richtinggevend voor de gemeente en de eronder ressorterende diensten en agentschappen .3De lokale mobiliteitsplannen zijn bindend voor de gemeente en de diensten en agentschappen die eronder ressorteren.
4§ 2. Van een mobiliteitsplan kan niet worden afgeweken, behalve in geval van:4§ 2. Van een mobiliteitsplan kunnen de entiteiten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, niet afwijken, behalve in geval van:
51° onvoorziene ontwikkelingen in de mobiliteitsvraag;51° onvoorziene ontwikkelingen in de mobiliteitsvraag;
62° dringende sociale, economische of budgettaire redenen.62° dringende sociale, economische of budgettaire redenen.
7De beslissing over de afwijking, vermeld in het eerste lid, wordt gemotiveerd.7De beslissing over de afwijking, vermeld in het eerste lid, wordt gemotiveerd.
8§ 3. Het Mobiliteitsplan Vlaanderen, de regionale en de lokale mobiliteitsplannen worden afgestemd op:8§ 3. De regionale en de lokale mobiliteitsplannen worden afgestemd op:
91° ten minste de ruimtelijke beleidsplannen, de beleidsplannen die opgemaakt zijn in het kader van milieubeleid en de waterbeheerplannen;91° ten minste de ruimtelijke beleidsplannen, de beleidsplannen die opgemaakt zijn in het kader van milieubeleid en de waterbeheerplannen;
102° de relevante beleidsdocumenten.102° de relevante beleidsdocumenten
+1 −1 decreet-2019-04-26/art. 14
1§ 1. Het vervoers- en infrastructuurnet wordt hiërarchisch gestructureerd en is ingedeeld in verschillende complementaire vervoerslagen.1§ 1. Het vervoers- en infrastructuurnet wordt hiërarchisch gestructureerd en is ingedeeld in verschillende complementaire vervoerslagen.
2Via de mobiliteitsplannen wordt de coherentie tussen alle vervoerslagen en de afstemming van de vervoerslagen met de ruimtelijke organisatie bewaakt.2Via de mobiliteitsplannen wordt de coherentie tussen alle vervoerslagen en de afstemming van de vervoerslagen met de ruimtelijke organisatie bewaakt.
3§ 2. De Vlaamse Regering beslist over de netwerken van structurerend belang op het niveau van het Vlaamse Gewest.
3§ 2. ...
+0 −4 decreet-2019-04-26/art. 15 opgeheven
1§ 1. De Vlaamse Regering besluit om het Mobiliteitsplan Vlaanderen op te maken en treft daarvoor de nodige maatregelen.
2§ 2. De Vlaamse Regering stelt het Mobiliteitsplan Vlaanderen vast voor een termijn van tien jaar en bepaalt de datum van inwerkingtreding van het plan.
3De Vlaamse Regering draagt er zorg voor dat het Mobiliteitsplan Vlaanderen ruim wordt bekendgemaakt.
4§ 3. De Vlaamse Regering kan de regels vaststellen voor de procedure voor de opmaak, de evaluatie, de herziening en de bekendmaking van het Mobiliteitsplan Vlaanderen.
+0 −3 decreet-2019-04-26/art. 16 opgeheven
1Voordat het Mobiliteitsplan Vlaanderen wordt vastgesteld, gebeurt een onderzoek naar de maatschappelijke ontwikkelingen, de mobiliteitsbehoeften en een verkenning van de redelijkerwijs in aanmerking te nemen alternatieven.
2Het Mobiliteitsplan Vlaanderen omvat de categorisering van de netwerken.
3De Vlaamse Regering kan de regels vaststellen voor de inhoud en de methodologie van het Mobiliteitsplan Vlaanderen.
+0 −4 decreet-2019-04-26/art. 17 opgeheven
1Bij de vaststelling van het Mobiliteitsplan Vlaanderen melden de provincies, de vervoerregio's en de gemeenten aan de Vlaamse Regering, binnen de door haar bepaalde termijn, alle potentiële strijdigheden van de bepalingen van de bestaande regionale mobiliteitsplannen, de provinciale en gemeentelijke ruimtelijke beleidsplannen en lokale mobiliteitsplannen met het Mobiliteitsplan Vlaanderen.
2De provincie in kwestie brengt binnen de termijn, die de Vlaamse Regering bepaalt, de wijzigingen aan in het provinciaal ruimtelijk beleidsplan die noodzakelijk zijn om de onderlinge afstemming van de bepalingen, vermeld in het eerste lid, te verzekeren en brengt de Vlaamse Regering daarvan op de hoogte.
3De vervoerregio in kwestie brengt binnen de termijn, die de Vlaamse Regering bepaalt, de wijzigingen aan in het regionaal mobiliteitsplan die noodzakelijk zijn om de onderlinge afstemming van de bepalingen, vermeld in het eerste lid, te verzekeren en brengt de Vlaamse Regering daarvan op de hoogte.
4De gemeente in kwestie brengt binnen de termijn, die de Vlaamse Regering bepaalt, de wijzigingen aan in het lokaal mobiliteitsplan en in het gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan die noodzakelijk zijn om de onderlinge afstemming van de bepalingen, vermeld in het eerste lid, te verzekeren en brengt de Vlaamse Regering daarvan op de hoogte.
+5 −5 decreet-2019-04-26/art. 18
1§ 1. De vervoerregioraad neemt het initiatief om een regionaal mobiliteitsplan op te maken of te herzien.1§ 1. De vervoerregioraad neemt het initiatief om een regionaal mobiliteitsplan op te maken of te herzien.
2§ 2. Het regionaal mobiliteitsplan geeft het kader aan voor het gewenste mobiliteitsbeleid voor de vervoerregio.2§ 2. Het regionaal mobiliteitsplan geeft het kader aan voor het gewenste mobiliteitsbeleid voor de vervoerregio.
3Het regionaal mobiliteitsplan geeft uitvoering aan het Mobiliteitsplan Vlaanderen, waarvan het de bepalingen aanvult op regionaal niveau.
3Het regionale mobiliteitsplan geeft aan hoe het zich verhoudt tot de Vlaamse Mobiliteitsvisie.
4§ 3. De vervoerregioraad stelt het ontwerp van het regionaal mobiliteitsplan vast.4§ 3. De vervoerregioraad stelt het voorlopig ontwerp van regionaal mobiliteitsplan vast.
5Het ontwerp van het regionaal mobiliteitsplan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraden van de vervoerregio. De goedkeuring door de gemeenteraad is voor de gemeente een voorwaarde om subsidies te verkrijgen als vermeld in artikel 29.
6Bij gebrek aan consensus binnen de vervoerregioraad beslist de Vlaamse Regering minstens over het aanvullend net en het vervoer op maat.
7De vervoerregioraad draagt er zorg voor dat het regionaal mobiliteitsplan ruim wordt bekendgemaakt.
5De Vlaamse Regering keurt het voorlopig ontwerp van regionaal mobiliteitsplan goed.
6§ 3/1. De vervoerregioraad stelt het ontwerp van het regionaal mobiliteitsplan vast en duidt de door de gemeenten te nemen beslissingen aan.
7De Vlaamse Regering keurt het regionaal mobiliteitsplan goed.
8§ 4. De Vlaamse Regering kan regels vaststellen voor de procedure voor de opmaak, de evaluatie, de herziening en de bekendmaking van de regionale mobiliteitsplannen.8§ 4. De Vlaamse Regering kan regels vaststellen voor de procedure voor de opmaak, de evaluatie, de herziening en de bekendmaking van de regionale mobiliteitsplannen.
+1 −1 decreet-2019-04-26/art. 19
1Voorafgaand aan de vaststelling van het regionaal mobiliteitsplan, vermeld in artikel 18, § 3, eerste lid, gebeurt een omgevingsanalyse en een onderzoek naar de maatschappelijke ontwikkelingen, de mobiliteitsbehoeften en een verkenning van de redelijkerwijs in aanmerking te nemen alternatieven.1Voorafgaand aan de vaststelling van het regionaal mobiliteitsplan, vermeld in artikel 18, § 3, eerste lid, gebeurt een omgevingsanalyse en een onderzoek naar de maatschappelijke ontwikkelingen, de mobiliteitsbehoeften en een verkenning van de redelijkerwijs in aanmerking te nemen alternatieven.
2Het regionaal mobiliteitsplan geeft aan hoe het voorgenomen mobiliteitsbeleid bijdraagt tot de realisatie van het Mobiliteitsplan Vlaanderen, de beleidsopties in de relevante ruimtelijke structuur- en beleidsplannen, de beleidsplannen die opgemaakt zijn in het kader van het milieubeleid, en andere relevante beleidsdocumenten.2Het regionale mobiliteitsplan geeft aan hoe het mobiliteitsbeleid is afgestemd op, de beleidsopties in de relevante ruimtelijke structuur- en beleidsplannen, de beleidsplannen die opgemaakt zijn in het kader van het milieubeleid, en andere relevante beleidsdocumenten.
3De vervoersknooppunten die van belang zijn op het niveau van de vervoerregio om combimobiliteit en synchromodaliteit te faciliteren, worden bepaald in het regionaal mobiliteitsplan.3De vervoersknooppunten die van belang zijn op het niveau van de vervoerregio om combimobiliteit en synchromodaliteit te faciliteren, worden bepaald in het regionaal mobiliteitsplan.
4De Vlaamse Regering kan de regels vaststellen voor de inhoud en de methodologie van het regionaal mobiliteitsplan.4De Vlaamse Regering kan de regels vaststellen voor de inhoud en de methodologie van het regionaal mobiliteitsplan.
+1 −1 decreet-2019-04-26/art. 21
2Als het een mobiliteitsplan betreft dat betrekking heeft op het grondgebied van meerdere gemeenten, besluiten de betrokken colleges van burgemeester en schepenen samen tot de opmaak ervan.2Als het een mobiliteitsplan betreft dat betrekking heeft op het grondgebied van meerdere gemeenten, besluiten de betrokken colleges van burgemeester en schepenen samen tot de opmaak ervan.
3§ 2. Het lokaal mobiliteitsplan geeft het kader aan voor het gewenste lokaal mobiliteitsbeleid.3§ 2. Het lokaal mobiliteitsplan geeft het kader aan voor het gewenste lokaal mobiliteitsbeleid.
4Het lokaal mobiliteitsplan richt zich naar het Mobiliteitsplan Vlaanderen en naar het regionaal mobiliteitsplan waartoe de gemeente behoort, waarvan het de bepalingen aanvult op gemeentelijk niveau.4Het lokale mobiliteitsplan geeft aan hoe het zich verhoudt tot de Vlaamse Mobiliteitsvisie en tot het regionale mobiliteitsplan waartoe de gemeente behoort. Het vult de bepalingen ervan aan op gemeentelijk niveau.
5§ 3. De gemeenteraad stelt het lokaal mobiliteitsplan vast.5§ 3. De gemeenteraad stelt het lokaal mobiliteitsplan vast.
6Het vaststellingsbesluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het lokaal mobiliteitsplan treedt in werking veertien dagen na de bekendmaking ervan. Het college van burgemeester en schepenen geeft een ruime bekendheid aan het lokaal mobiliteitsplan.6Het vaststellingsbesluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het lokaal mobiliteitsplan treedt in werking veertien dagen na de bekendmaking ervan. Het college van burgemeester en schepenen geeft een ruime bekendheid aan het lokaal mobiliteitsplan.
+1 −1 decreet-2019-04-26/art. 22
1§ 1. Het lokaal mobiliteitsplan gaat uit van de lokale maatschappelijke ontwikkelingen, de mobiliteitsbehoeften, de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een verkenning van de redelijkerwijs in aanmerking te nemen alternatieven.1§ 1. Het lokaal mobiliteitsplan gaat uit van de lokale maatschappelijke ontwikkelingen, de mobiliteitsbehoeften, de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een verkenning van de redelijkerwijs in aanmerking te nemen alternatieven.
2Het lokaal mobiliteitsplan geeft aan in hoeverre het voorgenomen mobiliteitsbeleid is afgestemd op het Mobiliteitsplan Vlaanderen, het relevante regionaal mobiliteits-plan, de relevante provinciale en gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen, de relevante provinciale en gemeentelijke beleidsplannen die opgemaakt zijn in het kader van milieubeleid, en andere relevante provinciale en gemeentelijke beleidsdocumenten, of aanleiding geeft tot een wijziging van gemeentelijke beleidsplannen of gemeentelijke beleidsdocumenten.2Het lokale mobiliteitsplan geeft aan hoe het mobiliteitsbeleid is afgestemd op, het relevante regionaal mobiliteitsplan, de relevante provinciale en gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen, de relevante provinciale en gemeentelijke beleidsplannen die opgemaakt zijn in het kader van milieubeleid, en andere relevante provinciale en gemeentelijke beleidsdocumenten, of aanleiding geeft tot een wijziging van gemeentelijke beleidsplannen of gemeentelijke beleidsdocumenten.
3§ 2. De Vlaamse Regering kan de regels vaststellen voor de inhoud en de methodologie van het lokaal mobiliteitsplan.3§ 2. De Vlaamse Regering kan de regels vaststellen voor de inhoud en de methodologie van het lokaal mobiliteitsplan.
+17 −13 decreet-2019-04-26/art. 24
1§ 1. De Vlaamse Regering legt de regels vast betreffende de inhoud, ontwikkeling en beheer van een mobiliteitsmonitoringsysteem, dat ertoe strekt de vereiste gegevens over de mobiliteitstoestand te verzamelen, te beheren en te toetsen zodat kan worden nagegaan of de operationele doelstellingen die opgenomen zijn in de mobiliteitsplannen en het verkeersveiligheidsplan, op een efficiënte wijze worden bereikt.1§ 1. De Vlaamse Regering legt de regels vast voor de inhoud, de ontwikkeling en het beheer van een mobiliteitsmonitoringsysteem. Dat strekt ertoe de vereiste gegevens over de mobiliteitstoestand te verzamelen, te beheren en te toetsen. Zo kan worden nagegaan of de operationele doelstellingen die opgenomen zijn in de mobiliteitsplannen, in het verkeersveiligheidsplan en de gewenste mobiliteitsontwikkeling in het Vlaamse Gewest op een efficiënte wijze worden bereikt.
2Bij de vaststelling of herziening van de mobiliteitsplannenen bij het opstellen van de voortgangsrapporten wordt altijd rekening gehouden met de resultaten van de mobiliteitsmonitoring, vermeld in deze paragraaf.2Bij de vaststelling of herziening van de mobiliteitsplannen, het verkeersveiligheidsplan en bij het opstellen van de voortgangsrapporten wordt altijd rekening gehouden met de resultaten van de mobiliteitsmonitoring, vermeld in deze paragraaf.
3Om het mobiliteitsmonitoringsysteem uit te bouwen worden de volgende gepseudonimiseerde gegevens, vermeld in de zin van artikel 4, 5), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, verzameld:
3Om het mobiliteitsmonitoringsysteem uit te bouwen worden de volgende gepseudonimiseerde gegevens verzameld:
41° technische kenmerken van voertuigen zoals onder meer het voertuigtype, het soort brandstof en de euronorm;41° technische kenmerken van voertuigen met een kentekenplaat die door een ANPR-camera kan worden gedetecteerd, zoals het voertuigtype, de soort brandstof en de euronorm;
52° tijdstippen, locaties, snelheden van voertuigen ;52° tijdstippen, locaties en snelheden van voertuigen als vermeld in punt 2° ;
63° gecodeerde nummerplaten van voertuigen ;63° gecodeerde nummerplaten van voertuigen als vermeld in punt 2° ;
74° metadata van de metingsapparatuur.74° metadata van de meetapparatuur.
8Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken beheert het mobiliteitsmonitoringsysteem overeenkomstig het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer. Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken kwalificeert als verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in de zin van artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens , voor de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in dit artikel. De verwerkingsverantwoordelijke is onderworpen aan de verplichtingen, vermeld in artikel 5, 2, van de voormelde verordening, die op hem rusten.8Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken beheert het mobiliteitsmonitoringsysteem conform het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer. Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken is gekwalificeerd als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in de zin van artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), voor de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in dit artikel.
9Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken kan bij de bevoegde instanties, zoals de federale politie, de instantie die belast is met de inschrijving van de voertuigenen de lokale besturen, de gegevens, vermeld in het derde lid, opvragen.9Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken kan bij de bevoegde instanties, zoals de federale politie, de instantie die belast is met de inschrijving van de voertuigen, en de lokale besturen, de gegevens, vermeld in het derde lid, opvragen.
10Het opvragen van deze gegevens, het beheer van het mobiliteitsmonitoringsysteem en de ontsluiting door de lokale besturen en de vervoerregio's van bepaalde gegevens uit het mobiliteitsmonitoringsysteem gebeuren in overeenstemming met de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens en het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer.10Het opvragen van de gegevens, vermeld in het derde lid, het beheer van het mobiliteitsmonitoringsysteem en de ontsluiting door de lokale besturen en de vervoerregio's van bepaalde gegevens uit het mobiliteitsmonitoringsysteem worden uitgevoerd in overeenstemming met:
111° de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens;
122° het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer.
11De gegevens worden bewaard gedurende vijf jaar.13De voormelde gegevens worden bewaard gedurende vijf jaar.
14§ 2. In het kader van onderzoeken ter ondersteuning van het mobiliteitsmonitoringsysteem kan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken bij het Rijksregister steekproefsgewijs persoonsgegevens opvragen die noodzakelijk zijn voor contactopname met personen die representatief zijn voor het doel van het onderzoek.
15Na afsluiting van de contactprocedure worden de persoonsgegevens, verkregen van het Rijksregister, vernietigd.
12§ 2. Voor het Mobiliteitsplan Vlaanderen en de regionale mobiliteitsplannen wordt een voortgangsrapport opgesteld dat ertoe strekt de uitvoering van het desbetreffende plan op te volgen en bij te sturen.16§ 3. Voor de regionale mobiliteitsplannen wordt een voortgangsrapport opgesteld dat ertoe strekt de uitvoering van het plan in kwestie op te volgen en bij te sturen.
13Bij het opstellen van het voortgangsrapport worden de gegevens verwerkt overeenkomstig de bepalingen, vermeld in paragraaf 1.17In het voortgangsrapport worden de gegevens verwerkt conform paragraaf 1.
14De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de inhoud, de methodologie en de frequentie van het voortgangsrapport.18De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de inhoud, de methodologie en de frequentie van het voortgangsrapport.
+0 −1 decreet-2019-04-26/art. 31
3§ 2. Op regionaal niveau bepaalt de vervoerregioraad de participatie in het kader van de opmaak van het regionaal mobiliteitsplan. De vervoerregioraad maakt dat participatietraject ruim bekend.3§ 2. Op regionaal niveau bepaalt de vervoerregioraad de participatie in het kader van de opmaak van het regionaal mobiliteitsplan. De vervoerregioraad maakt dat participatietraject ruim bekend.
4De vervoerregioraad bepaalt tevens de structurele participatie van burgers en middenveld in het mobiliteitsbeleid van de vervoerregio.4De vervoerregioraad bepaalt tevens de structurele participatie van burgers en middenveld in het mobiliteitsbeleid van de vervoerregio.
5Als geen regels worden vastgesteld voor de participatie, vermeld in het eerste lid, onderwerpen de respectieve colleges van burgemeester en schepenen het voorlopige ontwerp van regionaal mobiliteitsplan minstens aan een openbaar onderzoek.
6De Vlaamse Regering kan de minimale regels bepalen voor de participatie, vermeld in het eerste en tweede lid.5De Vlaamse Regering kan de minimale regels bepalen voor de participatie, vermeld in het eerste en tweede lid.
7§ 3. Op lokaal niveau bepaalt het college van burgemeester en schepenen de participatie. In voorkomend geval kunnen betrokken colleges van burgemeester en schepenen samen het participatietraject vaststellen.6§ 3. Op lokaal niveau bepaalt het college van burgemeester en schepenen de participatie. In voorkomend geval kunnen betrokken colleges van burgemeester en schepenen samen het participatietraject vaststellen.
+1 −1 decreet-2019-04-26/art. 32
1§ 1. Het vervoersnet voor het Vlaamse openbaar personenvervoer bestaat uit complementaire vervoerslagen:1§ 1. Het vervoersnet voor het Vlaamse openbaar personenvervoer over de weg of het spoor bestaat uit complementaire vervoerslagen:
21° het kernnet;21° het kernnet;
32° het aanvullend net;32° het aanvullend net;
+2 −0 decreet-2019-04-26/art. 32/1 nieuw
1Het openbaar personenvervoer over water bestaat uit één vervoerslaag, namelijk het vervoer op maat.
2De exploitant van het openbaar personenvervoer over water formuleert een voorstel voor de reisweg, de plaats van de halte en de kwaliteitscriteria en legt dat voorstel voor aan de vervoerregioraad. De Vlaamse Regering legt de minimale normering voor de kwaliteitseisen op. De vervoerregioraad neemt een beslissing. De financiële middelen bestemd voor het openbaar personenvervoer over water kunnen enkel voor andere vervoermodi gebruikt worden onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.
+1 −1 decreet-2019-04-26/art. 33
64° ritprijzen factureert;64° ritprijzen factureert;
75° klachten van gebruikers behandelt.75° klachten van gebruikers behandelt.
8De Vlaamse Regering bepaalt de nadere taken en de werking van de Mobiliteitscentrale .8De Vlaamse Regering kan de nadere taken en de werking van de Mobiliteitscentrale bepalen.
9De Vlaamse Regering kan de regels vastleggen om de continuïteit van de werking van de Mobiliteitscentrale te waarborgen.9De Vlaamse Regering kan de regels vastleggen om de continuïteit van de werking van de Mobiliteitscentrale te waarborgen.
10Bij de uitoefening van haar taken verwerkt de Mobiliteitscentrale persoonsgegevens overeenkomstig de bepalingen, vermeld in artikel 37, § 3.10Bij de uitoefening van haar taken verwerkt de Mobiliteitscentrale persoonsgegevens overeenkomstig de bepalingen, vermeld in artikel 37, § 3.
+1 −0 decreet-2019-04-26/art. 34/1 nieuw
1De Vlaamse Regering wijst voor de exploitatie van het openbaar personenvervoer over water één instantie van de Vlaamse administratie aan als vermeld in artikel I.3, 2°, a) tot en met c), van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
+1 −0 decreet-2019-04-26/art. 36
1§ 1. De Vlaamse Regering coördineert het tariefbeleid voor het kernnet en het aanvullend net en bepaalt de tarieven.1§ 1. De Vlaamse Regering coördineert het tariefbeleid voor het kernnet en het aanvullend net en bepaalt de tarieven.
2De Vlaamse Regering coördineert het tariefbeleid voor het openbaar personenvervoer over water en bepaalt de tarieven.
2§ 2. De vervoerregioraad coördineert het tariefbeleid voor het vervoer op maat en bepaalt de tarieven.3§ 2. De vervoerregioraad coördineert het tariefbeleid voor het vervoer op maat en bepaalt de tarieven.
3De exploitanten kunnen onderbouwde voorstellen voorleggen voor de tariefbepaling en de tarievenstructuur vermeld in paragraaf 1 en 2.4De exploitanten kunnen onderbouwde voorstellen voorleggen voor de tariefbepaling en de tarievenstructuur vermeld in paragraaf 1 en 2.
+3 −3 decreet-2019-04-26/art. 37
1§ 1. De exploitanten bezorgen de Mobiliteitscentrale alle informatie over hun vervoersaanbod.1§ 1. De exploitanten bezorgen de Mobiliteitscentrale alle informatie over hun vervoersaanbod.
2§ 2. De Vlaamse Regering stelt de regels vast voor interoperabiliteit, open data, realtimedata en de standaarden voor de informatie over het personenvervoer.2§ 2. De Vlaamse Regering stelt de regels vast voor interoperabiliteit, open data, realtimedata en de standaarden voor de informatie over het personenvervoer.
3§ 3. De exploitanten van het kernnet en aanvullend neten de Mobiliteitscentrale kunnen persoonsgegevens van de reizigers en derden verwerken met het oog op:3§ 3. De exploitanten van het kernnet en aanvullend net, de exploitant voor het openbaar personenvervoer over water en de Mobiliteitscentrale kunnen persoonsgegevens van de reizigers en derden verwerken met het oog op:
41° een efficiënte exploitatie van de openbaarvervoerdiensten, waarbij combimobiliteit wordt gefaciliteerd;41° een efficiënte exploitatie van de openbaarvervoerdiensten, waarbij combimobiliteit wordt gefaciliteerd;
52° het promoten van het openbaar personenvervoer en combimobiliteit;52° het promoten van het openbaar personenvervoer en combimobiliteit;
63° statistische doeleinden voor het openbaar personenvervoer en het globale mobiliteitsbeleid, om de evolutie inzake personenmobiliteit, vervoersstromen, modale verdeling en verkeersveiligheid in kaart te brengen.63° statistische doeleinden voor het openbaar personenvervoer en het globale mobiliteitsbeleid, om de evolutie inzake personenmobiliteit, vervoersstromen, modale verdeling en verkeersveiligheid in kaart te brengen.
7Voor zover de gegevens, vermeld in het eerste lid, 3°, persoonsgegevens bevatten, worden deze zo veel als mogelijk geanonimiseerd en in ondergeschikt geval gepseudonimiseerd.7Voor zover de gegevens, vermeld in het eerste lid, 3°, persoonsgegevens bevatten, worden deze zo veel als mogelijk geanonimiseerd en in ondergeschikt geval gepseudonimiseerd.
8De Mobiliteitscentrale en de exploitanten van het kernnet en het aanvullend net verwerken persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 1), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en de persoonsgegevens, vermeld in artikel 9 van de voormelde verordening.8De Mobiliteitscentrale en de exploitanten van het kernnet en het aanvullend net en ook de exploitant voor het openbaar personenvervoer over water verwerken persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 1), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en de persoonsgegevens, vermeld in artikel 9 van de voormelde verordening.
9De exploitanten van het kernnet en het aanvullend neten de Mobiliteitscentrale kwalificeren als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de voormelde verordening voor de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in dit artikel. De verwerkingsverantwoordelijke is onderworpen aan de verplichtingen, vermeld in artikel 5, 2, van de voormelde verordening, die op hem rusten.9De exploitanten van het kernnet en het aanvullend net, de exploitant voor het openbaar personenvervoer over water en de Mobiliteitscentrale kwalificeren als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de voormelde verordening voor de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in dit artikel. De verwerkingsverantwoordelijke is onderworpen aan de verplichtingen, vermeld in artikel 5, 2, van de voormelde verordening, die op hem rusten.
10De verwerkingsverantwoordelijke draagt zijn verwerkers op om de personen in kwestie te informeren over de verwerking van hun persoonsgegevens en om te zorgen voor een effectieve uitvoering van de aan de betrokkenen toegekende rechten, vermeld in hoofdstuk III van de voormelde verordening.10De verwerkingsverantwoordelijke draagt zijn verwerkers op om de personen in kwestie te informeren over de verwerking van hun persoonsgegevens en om te zorgen voor een effectieve uitvoering van de aan de betrokkenen toegekende rechten, vermeld in hoofdstuk III van de voormelde verordening.
11De gegevens die verzameld en verwerkt worden voor de doeleinden, vermeld in het eerste lid, worden bewaard gedurende:11De gegevens die verzameld en verwerkt worden voor de doeleinden, vermeld in het eerste lid, worden bewaard gedurende:
+1 −1 decreet-2019-04-26/art. 38
1In afwijking van artikel 1 van de wet 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting, moeten de exploitanten van het kernnet en aanvullend neten de Mobiliteitscentrale verloren voorwerpen niet afgeven aan het gemeentebestuur.1In afwijking van artikel 1 van de wet 30 december 1975 betreffende de goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting, moeten de exploitanten van het kernnet en aanvullend net, de exploitant voor het openbaar personenvervoer over water en de Mobiliteitscentrale verloren voorwerpen niet afgeven aan het gemeentebestuur.
+1 −1 decreet-2019-04-26/art. 39
1De Vlaamse Regering kan de wijze van klachtenbehandeling, de reisvoorwaarden en de exploitatievoorwaarden, waaronder de vereisten voor de voertuigen en het personeel, nader bepalen.1De Vlaamse Regering kan de wijze van klachtenbehandeling, de reisvoorwaarden en de exploitatievoorwaarden, waaronder de vereisten voor de voertuigen en het personeel, nader bepalen.
2De bevoegdheid van de Vlaamse Regering om de exploitatievoorwaarden te bepalen, doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de exploitanten van het kernnet en het aanvullend net, en de Mobiliteitscentrale om zelf algemene reisvoorwaarden vast te stellen, aanvullend aan het toepasselijke regelgevende kader, voor zover dit de voorwaarden betreft van de vervoersovereenkomst die de exploitanten en de Mobiliteitscentrale sluiten met hun gebruikers.2De bevoegdheid van de Vlaamse Regering om de exploitatievoorwaarden te bepalen, doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de exploitanten van het kernnet en het aanvullend net, de exploitant voor het openbaar personenvervoer over water en de Mobiliteitscentrale om zelf algemene reisvoorwaarden vast te stellen, aanvullend aan het toepasselijke regelgevende kader, voor zover dit de voorwaarden betreft van de vervoersovereenkomst die de exploitanten en de Mobiliteitscentrale sluiten met hun gebruikers.
+16 −0 decreet-2019-04-26/art. 40/1 nieuw
1§ 1. Het wegennet wordt ingedeeld in drie lagen:
21° het hoofdwegennet: de Europese hoofdwegen en de Vlaamse hoofdwegen;
32° het dragende netwerk: de regionale wegen en de interlokale wegen;
43° het lokale wegennet: de ontsluitingswegen en de erftoegangswegen.
5§ 2. De Europese hoofdwegen vormen een zelfstandig grofmazig raster van verbindingswegen. De Europese hoofdwegen zijn drager van internationaal verkeer en verbinden de internationale knooppunten met het buitenland.
6De volgende knooppunten zijn internationale knooppunten als vermeld in het eerste lid:
71° zeehavens;
82° luchthavens;
93° grootsteden met hst-stations.
10De Europese hoofdwegen behoren tot het Europese TEN-T-netwerk, vermeld in artikel 2 van de verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU.
11De Vlaamse hoofdwegen zijn verbindingen tussen de Europese hoofdwegen. Ze vormen op zich geen zelfstandig netwerk, maar verfijnen samen met de Europese hoofdwegen een raster van hoofdwegen. Vlaamse hoofdwegen kunnen deel uitmaken van het Europese TEN-T-netwerk. De Vlaamse hoofdwegen die geen deel uitmaken van het TEN-T-netwerk kunnen de internationale knooppunten aansluiten op het TEN-T-netwerk.
12§ 3. De regionale wegen vormen verbindingen tussen gemeenten onderling en het hoofdwegennet enerzijds en tussen het hoofdwegennet en de regionale logistieke knopen anderzijds.
13De interlokale wegen verbinden niet-aanpalende gemeenten. Ze ontsluiten belangrijke recreatieve en economische attractiepolen. Dit zijn attractiepolen op regionaal niveau.
14§ 4. De lokale wegen hebben geen verbindingsfunctie. Ze ontsluiten aanpalende gemeenten voor elkaar. Ze ontsluiten het gebied tussen de wegen die de Vlaamse Regering selecteert met toepassing van artikel 40/3, vierde lid, of functioneren als erftoegangswegen. De lokale wegen vormen boomstructuren.
15§ 5. Het dragende netwerk kan bij capaciteitsproblemen van het hoofdwegennet ingeschakeld worden om het hoofdwegennet te ondersteunen, waarbij de lokale wegen vrij van doorgaand verkeer blijven.
16In het eerste lid wordt verstaan onder doorgaand verkeer: het verkeer dat in het gebied in kwestie geen herkomst of bestemming heeft.
+1 −0 decreet-2019-04-26/art. 40/2 nieuw
1De Vlaamse Regering kan de selectiecriteria en de inrichtingsprincipes van de wegencategorisering, vermeld in artikel 40/1, bepalen.
+5 −0 decreet-2019-04-26/art. 40/3 nieuw
1De Vlaamse Regering beslist over het ontwerp van de selectie van het hoofdwegennet, vermeld in artikel 40/1, § 1, 1°.
2De vervoerregioraden geven advies over de selectie, vermeld in het eerste lid.
3De vervoerregioraden formuleren een voorstel voor de selectie van het dragende netwerk, vermeld in artikel 40/1, § 1, 2°. Als de vervoerregioraden binnen een redelijke termijn geen voorstel hebben gedaan, bepaalt de Vlaamse Regering het dragende netwerk conform het vierde lid.
4De Vlaamse Regering bepaalt de selectie van het hoofdwegennet en het dragende netwerk.
5De wegen die de Vlaamse Regering niet selecteert op basis van het vierde lid, zijn lokale wegen.
+1 −0 decreet-2019-04-26/art. 40/4 nieuw
1De Vlaamse Regering bepaalt het Vlaamse waterwegennetwerk.
+1 −0 decreet-2019-04-26/art. 47
2De Vlaamse Regering kan regels bepalen inzake streefwaarde gerelateerd aan de doorstroming van het openbaar vervoer.2De Vlaamse Regering kan regels bepalen inzake streefwaarde gerelateerd aan de doorstroming van het openbaar vervoer.
3§ 2. De wegbeheerders garanderen de vlotte doorstroming voor het kernnet en aanvullend net, brengen daarvoor de nodige infrastructuur aan en onderhouden die.3§ 2. De wegbeheerders garanderen de vlotte doorstroming voor het kernnet en aanvullend net, brengen daarvoor de nodige infrastructuur aan en onderhouden die.
4De waterwegbeheerders zorgen voor een vlotte doorstroming voor het openbaar personenvervoer over water, brengen daarvoor de nodige infrastructuur aan en onderhouden die.
+0 −1 decreet-2019-04-26/art. 69
1Het Mobiliteitsplan Vlaanderen dat tot stand is gekomen in het kader van de regeling van het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid, wordt gelijkgesteld met het Mobiliteitsplan Vlaanderen dat opgemaakt is op basis van dit decreet.
2De gemeentelijke mobiliteitsplannen die tot stand zijn gekomen in het kader van de regeling van het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid, worden gelijkgesteld met de lokale mobiliteitsplannen die opgemaakt zijn op basis van dit decreet.1De gemeentelijke mobiliteitsplannen die tot stand zijn gekomen in het kader van de regeling van het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid, worden gelijkgesteld met de lokale mobiliteitsplannen die opgemaakt zijn op basis van dit decreet.
3De plannen en projecten, vermeld in artikel 26/10, § 1, van het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid, zoals van toepassing op de dag voor de datum van de inwerkingtreding van artikel 68 van dit decreet, die zijn opgestart voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, kunnen gesubsidieerd worden onder de voorwaarden, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013 tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid, met uitzondering van de toepassing van artikel 28 tot en met 35, 38, § 1, 2°, en § 2, tweede lid, 39, § 2, 1°, 44, § 2, 46, tweede lid, 48, § 2, 50, § 2, gewijzigd bij het besluit van 15 december 2017.2De plannen en projecten, vermeld in artikel 26/10, § 1, van het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid, zoals van toepassing op de dag voor de datum van de inwerkingtreding van artikel 68 van dit decreet, die zijn opgestart voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, kunnen gesubsidieerd worden onder de voorwaarden, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013 tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid, met uitzondering van de toepassing van artikel 28 tot en met 35, 38, § 1, 2°, en § 2, tweede lid, 39, § 2, 1°, 44, § 2, 46, tweede lid, 48, § 2, 50, § 2, gewijzigd bij het besluit van 15 december 2017.
+14 −0 decreet-1995-04-19-1003968/art. 17
1§ 1. De gezagvoerders zijn verplicht de loodsgelden en de in artikel 15 bepaalde vergoedingen en kosten binnen één maand en in elk geval voor het eerstvolgende vertrek van het vaartuig naar zee of naar het buitenland, te betalen bij de door de Vlaamse regering aangewezen ontvangers, tenzij een door de bevoegde ontvanger voldoende geachte zekerheid is gesteld.
2§ 2. De gezagvoerders van naar zee of naar het buitenland vertrekkende vaartuigen moeten in elk geval bij de bevoegde ontvanger een voldoende zekerheid stellen om de bedragen te dekken die na het vertrek van het vaartuig verschuldigd blijven.
3§ 2bis. De volgende elementen worden als voldoende geachte zekerheid aanvaard:
41° een conventionele borgstelling door een scheepvaartvereniging voor haar onderschreven leden;
52° een Europees domiciliëringsmandaat van het type business-to-business (b2b);
63° een waarborg die een kredietinstelling of een verzekeringsinstelling van een lidstaat die behoort tot de Europese Economische Ruimte, of een andere land waartoe het vrije verkeer inzake bankwaarborgen is uitgebreid, toestaat voor de geraamde omzet per maand van het loodsgeld, de bunker adjustment factor (BAF) en de VBS-vergoeding;
74° een individuele borgstelling in speciën per aanloop voor een forfait van het loodsgeld, de bunker adjustment factor (BAF) en de VBS-vergoeding.
8§ 3. Aan de vaartuigen waarvoor niet tijdig voldaan wordt aan de in dit artikel bepaalde verplichtingen tot betaling of zekerheidsstelling, of waarvoor anderszins enig bedrag aan de loodsdienst of het Vlaamse Gewest schuldig blijft in verband met de in dit decreet bedoelde aangelegenheden, wordt door de dienst die met de inning van het betrokken bedrag is belast, een verbod tot afvaart opgelegd.
9Een dergelijk verbod wordt van kracht na eenvoudige mededeling ervan door de betrokken dienst aan de gezagvoerder, de reder of zijn aangestelde.
10Om de naleving of de tenuitvoerlegging van het verbod te verzekeren, kan de betrokken dienst een beroep doen op de medewerking van de havenkapiteindiensten, de havenmeesters, de brug- en sluiswachters en de andere bevoegde ambtenaren.
11Het verbod wordt opgeheven nadat de betrokken dienst meegedeeld heeft dat het vaartuig aan de uit dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan.
12De Vlaamse regering kan ter zake nadere procedurevoorschriften vaststellen en bepalen welke ambtenaren met het nemen van de in dit artikel bedoelde maatregelen belast zijn.
13§ 4. Indien tegen het vaartuig waarop de vordering van de loodsdienst of het Vlaamse Gewest betrekking heeft, geen afdoend afvaartverbod kon worden uitgesproken, kan eenzelfde verbod ook worden uitgesproken tegen elk zusterschip van het vaartuig waarop de bedoelde vordering betrekking heeft, zelfs al is dit zusterschip gereed om uit te varen.
14Voor de toepassing van dit artikel wordt onder zusterschip verstaan, elk vaartuig waarvan de betrokken dienst weet of althans redelijkerwijze kan vermoeden, dat de eigenaar of eigenaars, of de bevrachter, dezelfde of voor een overwegend gedeelte dezelfde zijn als die van het vaartuig waarop de vordering van de betrokken dienst betrekking heeft.
+8 −0 decreet-1992-12-18/art. 43
9De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels.9De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels.
10De waterzuiveringsinfrastructuur, zoals onder meer rioleringen, collectoren, overstorten, pompstations en zuiveringsinstallaties, aangebracht door de vennootschap bedoeld in artikel 32septies van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van oppervlaktewateren is vrijgesteld van vaste en variabele retributie.10De waterzuiveringsinfrastructuur, zoals onder meer rioleringen, collectoren, overstorten, pompstations en zuiveringsinstallaties, aangebracht door de vennootschap bedoeld in artikel 32septies van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van oppervlaktewateren is vrijgesteld van vaste en variabele retributie.
11De laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen wordt vrijgesteld van vaste en variabele retributie tot en met 31 december 2024.
12In het zesde lid wordt verstaan onder laadinfrastructuur:
131° de ingenomen oppervlakte van de elektriciteitskast;
142° de ingenomen oppervlakte van de laadpaal zelf;
153° de ondergrondse leiding van de kast naar de laadpaal;
164° de oppervlakte van de parking;
175° de vervoerleiding voor de aansluiting van de elektriciteitskast, vermeld in punt 1°.
18De Vlaamse Regering kan de laadinfrastructuur, vermeld in het zesde en zevende lid, vrijstellen vanaf 1 januari 2025.
+6 −0 decreet-2003-01-31/art. 1/1 nieuw
1In dit decreet wordt verstaan onder Vlaamse administratie:
21° de departementen, vermeld in artikel 1, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
32° de intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel 1quater van het voormelde besluit;
43° de intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel III.4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
54° de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen, vermeld in artikel III.7 van het voormelde decreet;
65° de privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen, vermeld in artikel III.14 van het voormelde decreet.
+3 −0 decreet-2003-01-31/art. 4
1Het EVFH heeft tot doel:
21° toegepaste onderzoeks-, studie-, expertise-, opleidings- en dienstverleningsopdrachten uitvoeren op het domein van de waterbouwkunde, de nautische wetenschappen, de milieukunde, en andere aangelegenheden die betrekking hebben op water, zee, waterwegen, havens en de scheepvaart in de ruime zin van het woord, voor andere organisaties dan de Vlaamse administratie;
32° het economisch valoriseren van resultaten van de activiteiten bedoeld onder 1°.
+3 −0 decreet-2003-01-31/art. 5bis nieuw
1§ 1. De personeelsleden van het Eigen Vermogen Flanders Hydraulics die ingezet worden voor het gebruik, het onderhoud en de aanpassingen van de scheepsmanoeuvreersimulatoren kunnen door het departement Mobiliteit en Openbare Werken worden overgenomen onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.
2§ 2. Als bij de overname van de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, blijkt dat ze een hogere geldelijke verloning genieten dan wat voor eenzelfde functie bij het departement Mobiliteit en Openbare Werken van toepassing is, dan behouden de betrokken personeelsleden de verloning die op het moment van de overname geldt, zonder afbreuk te doen aan de wettelijke mechanismen inzake de aanpassing van de lonen aan de evolutie van de consumptieprijzen, tot op het ogenblik dat de verloning overeenstemt met de lonen die gelden voor een zelfde functie bij het departement Mobiliteit en Openbare Werken. Als binnen het departement Mobiliteit en Openbare Werken eenzelfde functie niet aanwezig is, bepaalt de Vlaamse Regering de salarisschalen van de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1.
3§ 3. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, kunnen alleen worden overgenomen als ze slagen voor een objectieve selectieproef, waarvan de voorwaarden worden vastgelegd door de Vlaamse Regering.
+2 −8 decreet-2003-01-31/art. 6
1§ 1. Het EVFH wordt bestuurd door een Beheerscommissie.1§ 1. Het EVFH wordt bestuurd door een Beheerscommissie.
2§ 2. De leden van de beheerscommissiezijn :2§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van de beheerscommissie, waarbij de meerderheid van de leden vertegenwoordigers van de Vlaamse administratie zijn.
31° het hoofd van de cel Internationale Betrekkingen, afdeling Haven- en Waterbeleid, departement Mobiliteit en Openbare Werken, die ambtshalve voorzitter van de beheerscommissie is;
42° de secretaris-generaal van het departement Mobiliteit en Openbare Werken, of zijn vertegenwoordiger;
53° de administrateur-generaal van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, of zijn vertegenwoordiger;
64° het afdelingshoofd van de afdeling Waterbouwkundig Laboratorium, departement Mobiliteit en Openbare Werken;
75° een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begroting, die door hem aangewezen is;
86° een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, die door hem aangewezen is.
9§ 3. De voorzitter kan bevoegde personen uitnodigen om met raadgevende stem aan de bespreking van een punt van de agenda van een vergadering van de Beheerscommissie deel te nemen.3§ 3. De voorzitter kan bevoegde personen uitnodigen om met raadgevende stem aan de bespreking van een punt van de agenda van een vergadering van de Beheerscommissie deel te nemen.
10§ 4. De Beheerscommissie vergadert minstens tweemaal per jaar, met name voor het vaststellen van de begroting en de rekening overeenkomstig artikel 9.4§ 4. De Beheerscommissie vergadert minstens tweemaal per jaar, met name voor het vaststellen van de begroting en de rekening.
11§ 5. Het mandaat van lid van de Beheerscommissie is onbezoldigd.5§ 5. Het mandaat van lid van de Beheerscommissie is onbezoldigd.
+7 −0 decreet-2003-01-31/art. 7
1De inkomsten van het EVFH worden gevormd door:
21° de gelden en vergoedingen betaald voor onderzoeken, studies, ontledingen, proeven, keuringen, opleidingen en andere diensten in verband met het doel omschreven in artikel 4;
32° de giften, legaten, schenkingen, beurzen, prijzen of alle andere giften die zijn aanvaard krachtens de wet van 12 juli 1931 betreffende de uitbreiding tot alle rechtspersonen van het voordeel van de voorlopige aanvaarding van bij akten gedane schenkingen ander de levenden;
43° de inkomsten uit de verkoop van rapporten, brochures, kaarten, plans of andere publicaties en producten;
54° de inkomsten van het valoriseren van de resultaten van de uitgevoerde activiteiten, waaronder het exploiteren van intellectuele eigendomsrechten;
65° de inkomsten van het beheer, de exploitatie en de vervreemding van goederen en installaties die behoren tot het vermogen van het EVFH, en de inkomsten van de uitbating van installaties en diensten;
76° de inkomsten van het beheer en de exploitatie van goederen en installaties die het EVFH, overeenkomstig artikel 7/2, in beheer heeft gekregen, en de inkomsten van de uitbating van installaties en diensten.
+3 −0 decreet-2003-01-31/art. 7/1 nieuw
1§ 1. Het EVFH kan de domeingoederen die het in eigendom heeft, affecteren en desaffecteren.
2§ 2. Het EVFH kan op de domeingoederen die het in eigendom heeft of die het beheert, rechten aan derden toekennen, als dat niet onverenigbaar is met de bestemming van het goed.
3De beheerscommissie stelt de voorwaarden vast waaronder het EVFH de goederen aan derden ter beschikking stelt.
+2 −0 decreet-2003-01-31/art. 7/2 nieuw
1Het EVFH kan concessies, huur of andere rechten, zoals erfpachten opstalrechten, verkrijgen op of met betrekking tot domeingoederen die de Vlaamse administratie in eigendom heeft.
2De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder een openbaardomeingoed van de Vlaamse administratie opgenomen kan worden in het openbaar domein van het EVFH.
+1 −0 decreet-2003-01-31/art. 11
1Het administratief toezicht op het EVFH wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel III.13 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
+0 −0 decreet-2003-01-31/art. 14 opgeheven
+1 −0 decreet-2019-03-29-1031682/art. 9
2§ 2. De vergunning is persoonlijk en onoverdraagbaar.2§ 2. De vergunning is persoonlijk en onoverdraagbaar.
3Na een voorafgaande toelating van het bevoegde college mag de echtgeno(o)t(e) of de duurzaam samenwonende partner of mogen bloed- of aanverwanten tot de tweede graad bij overlijden of permanente arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder, onder dezelfde voorwaarden de exploitatie van de dienst voortzetten tot het einde van de in de vergunning gestelde termijn.3Na een voorafgaande toelating van het bevoegde college mag de echtgeno(o)t(e) of de duurzaam samenwonende partner of mogen bloed- of aanverwanten tot de tweede graad bij overlijden of permanente arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder, onder dezelfde voorwaarden de exploitatie van de dienst voortzetten tot het einde van de in de vergunning gestelde termijn.
4§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de vrijwillige stopzetting door de exploitant van de dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer.
+1 −0 decreet-2019-03-29-1031682/art. 12
2Alleen de houders van een vergunning kunnen een machtiging aanvragen.2Alleen de houders van een vergunning kunnen een machtiging aanvragen.
3§ 2. De machtiging wordt afgegeven door de gemeente en is geldig voor eender welke standplaats op haar grondgebied.3§ 2. De machtiging wordt afgegeven door de gemeente en is geldig voor eender welke standplaats op haar grondgebied.
4In afwijking van het eerste lid kunnen de gemeenten de toegang tot de standplaatsen die bestemd zijn voor zero-emissievoertuigen, beperken tot die categorie van voertuigen.
4De gemeente legt de wijze van afgifte, de vorm en de voorwaarden van de machtigingen vast in een gemeentelijk reglement.5De gemeente legt de wijze van afgifte, de vorm en de voorwaarden van de machtigingen vast in een gemeentelijk reglement.
+28 −6 decreet-2019-03-29-1031682/art. 31
54° de ingetrokken vergunningen, machtigingen en bestuurderspassen, de datum waarop de beslissing tot intrekking is genomen en de reden ervan, met inbegrip van strafrechtelijke veroordelingen en medische ongeschiktheid als vermeld in artikel 44 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;54° de ingetrokken vergunningen, machtigingen en bestuurderspassen, de datum waarop de beslissing tot intrekking is genomen en de reden ervan, met inbegrip van strafrechtelijke veroordelingen en medische ongeschiktheid als vermeld in artikel 44 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
65° de beroepen tegen de schorsingen en de intrekkingen, alsook de beslissingen die genomen zijn over die beroepen;65° de beroepen tegen de schorsingen en de intrekkingen, alsook de beslissingen die genomen zijn over die beroepen;
76° de klachten en aanbevelingen van het klachtenorgaan, vermeld in artikel 29, § 2.76° de klachten en aanbevelingen van het klachtenorgaan, vermeld in artikel 29, § 2;
87° per uitgevoerde rit:
9a) de identificatie van de exploitant;
10b) de identificatie van de bestuurder;
11c) de kentekenplaat van het voertuig;
12d) de datum;
13e) de starten aankomstplaats;
14f) de start- en aankomsttijd;
15g) het unieke ritnummer;
16h) de eindprijs van de rit;
17i) de afstand van de rit;
188° per bestelde rit:
19a) de vastgelegde datum, het vastgelegde tijdstip en de start- en aankomstplaats van de bestelde rit;
20b) het tijdstip van de bestelling;
21c) de prijsafspraak bij bestelling;
229° per dienst:
23a) het aantal uitgevoerde ritten sinds het begin van de dienst;
24b) de totale afgelegde afstand;
25c) de afgelegde beladen afstand;
26d) de uren van de effectief genomen rustpauze;
27e) de datum en het uur van de effectieve beëindiging van de dienst.
8De strafrechtelijke veroordelingen, vermeld in het eerste lid, 2°, 3° en 4°, betreffen de inbreuken op de vereisten en verplichtingen over de zedelijkheid van de exploitant of de bestuurder, vermeld in artikel 21, § 2, 1° en 2°, en de inbreuken, vermeld in artikel 33, § 1 en § 2. De gegevensbank beperkt zich tot een weergave of de persoon al dan niet het voorwerp is geweest van een strafrechtelijke veroordeling, zonder vermelding van de inbreuk.28De strafrechtelijke veroordelingen, vermeld in het eerste lid, 2°, 3° en 4°, betreffen de inbreuken op de vereisten en verplichtingen over de zedelijkheid van de exploitant of de bestuurder, vermeld in artikel 21, § 2, 1° en 2°, en de inbreuken, vermeld in artikel 33, § 1 en § 2. De gegevensbank beperkt zich tot een weergave of de persoon al dan niet het voorwerp is geweest van een strafrechtelijke veroordeling, zonder vermelding van de inbreuk.
9De gegevensbank beperkt zich tot een weergave van het al dan niet medisch geschikt zijn van de persoon, vermeld in het eerste lid, 2°, 3° en 4°, zonder informatie over de eventuele aandoening.29De gegevensbank beperkt zich tot een weergave van het al dan niet medisch geschikt zijn van de persoon, vermeld in het eerste lid, 2°, 3° en 4°, zonder informatie over de eventuele aandoening.
30De Vlaamse Regering kan de gegevensbank verfijnen met uitsluitend technische gegevens.
10§ 2. De gegevens worden verzameld en verwerkt om:31§ 2. De gegevens worden verzameld en verwerkt om:
111° het administratief beheer van het vergunningensysteem door de Vlaamse steden en gemeenten te vergemakkelijken;321° het administratieve beheer van het vergunningensysteem door de Vlaamse steden en gemeenten te vergemakkelijken;
122° de controle op de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbepalingen te verhogen door een betere communicatie tussen lokale besturen en de bevoegde Vlaamse en federale dienstenen tussen de lokale besturen onderling.332° de controle en handhaving op de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan te verhogen door de gegevensdeling tussen gemeenten en de bevoegde Vlaamse en federale diensten, de politie, het klachtenorgaan en de gemeenten onderling;
13§ 3. De gemeenten voeren de nodige gegevens in de gegevensbank in.
343° statistische doeleinden te realiseren voor het personenvervoer, het multimodale personenvervoer en het globale mobiliteitsbeleid, waaronder de opvolging van de evolutie van de prijzen.
35§ 3. De gemeenten voeren de gegevens, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 6°, in de gegevensbank in. De vergunninghouders of hun tussenpersonen bezorgen de gegevens, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 7° tot en met 9°, bij de eventuele reservatie van een rit, bij de start van een rit en bij het einde van een rit.
14Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken en de gemeenten kwalificeren als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4(7) van de verordening (EU) 2016/679 en zullen voldoen aan de verplichtingen vervat in artikel 26 van de verordening (EU) 2016/679 die in dat verband op hen rusten.36Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken en de gemeenten kwalificeren als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4(7) van de verordening (EU) 2016/679 en zullen voldoen aan de verplichtingen vervat in artikel 26 van de verordening (EU) 2016/679 die in dat verband op hen rusten.
15De Vlaamse Regering bepaalt tot welke gegevens uit de gegevensbank de gemeenten, de exploitanten, de beroepsinstantie, de politie en de overheidsdiensten die belast zijn met het administratieve beheer of de controle van de diensten voor individueel bezoldigd personenvervoer, toegang hebben.37De Vlaamse Regering bepaalt tot welke gegevens uit de gegevensbank de gemeenten, de exploitanten, de beroepsinstantie, de politie het klachtenorgaan, de federale overheidsdiensten en de overheidsdiensten die belast zijn met het administratieve beheer of de controle van de diensten voor individueel bezoldigd personenvervoer, toegang hebben.
16De gegevensbank is onderworpen aan een strikt gebruikers- en toegangsbeheer, waarbij toegang beperkt wordt tot die gegevens die strikt noodzakelijk zijn voor de toepassing van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, rekening houdend met de rol die iedere toegangsgerechtigde vervult.38De gegevensbank is onderworpen aan een strikt gebruikers- en toegangsbeheer, waarbij toegang beperkt wordt tot die gegevens die strikt noodzakelijk zijn voor de toepassing van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, rekening houdend met de rol die iedere toegangsgerechtigde vervult.
17§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de gegevensbank, de gegevensinvoer en -verwerking en de passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen.39§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de gegevensbank, de gegevensinvoer en -verwerking en de passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen.
213° het adres van de exploitatiezetel;433° het adres van de exploitatiezetel;
224° de identificatiecode van de voertuigen;444° de identificatiecode van de voertuigen;
235° de nummerplaat van de voertuigen;455° de kentekenplaat van de voertuigen;
246° of de exploitant beschikt over aangepaste voertuigen;466° of de exploitant beschikt over aangepaste voertuigen;
257° de geldigheidsduur van de vergunning.477° de geldigheidsduur van de vergunning.
+2 −1 decreet-2019-03-29-1031682/art. 34
52° inlichtingen inwinnen en controle uitoefenen door personen te ondervragen en documenten en andere informatiedragers in te kijken;52° inlichtingen inwinnen en controle uitoefenen door personen te ondervragen en documenten en andere informatiedragers in te kijken;
63° de bijstand van de lokale en federale politie vorderen;63° de bijstand van de lokale en federale politie vorderen;
74° de vergunning inhouden totdat de inbreuk ophoudt te bestaan.74° de vergunning inhouden totdat de inbreuk ophoudt te bestaan;
85° toegang verkrijgen tot de voertuigen die voor diensten voor individueel bezoldigd personenvervoer worden gebruikt, en hun garages.
8§ 3. De personen, vermeld in paragraaf 1, zijn bevoegd om de inbreuken vast te stellen bij proces-verbaal met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen veertien dagen na vaststelling van de inbreuk naar de overtreder gestuurd en, in voorkomend geval, naar de exploitant toegestuurd.9§ 3. De personen, vermeld in paragraaf 1, zijn bevoegd om de inbreuken vast te stellen bij proces-verbaal met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen veertien dagen na vaststelling van de inbreuk naar de overtreder gestuurd en, in voorkomend geval, naar de exploitant toegestuurd.
9De exploitant verklaart, binnen acht dagen na de ontvangst van het afschrift van het proces-verbaal aan de personen, vermeld in paragraaf 1, of hij, conform artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek, burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de overtreder.10De exploitant verklaart, binnen acht dagen na de ontvangst van het afschrift van het proces-verbaal aan de personen, vermeld in paragraaf 1, of hij, conform artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek, burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de overtreder.
+1 −1 decreet-2019-03-29-1031682/art. 43
1De houders van vergunningen voor een taxidienst of voor een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder, die afgegeven zijn krachtens het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet, worden ertoe gemachtigd hun diensten te blijven exploiteren conform de voorwaarden en gedurende de resterende duurtijd van de lopende vergunning.1De houders van vergunningen voor een taxidienst of voor een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder, die afgegeven zijn krachtens het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit decreet, worden ertoe gemachtigd hun diensten te blijven exploiteren conform de bepalingen van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder, zoals van kracht op 31 december 2019 en gedurende de resterende duurtijd van de lopende vergunning.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd