Decreet houdende diverse bepalingen over het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer, het verkeersveiligheidsbeleid en VVM - De Lijn
Staatsblad 24 juni 2019 NUMAC 2019013067
35 artikels gewijzigd
| 1 | De Vlaamse Regering kan het uitzonderlijk vervoer verbieden op bepaalde tijdstippen, plaatsen of in bepaalde omstandigheden, of het onderwerpen aan bepaalde voorwaarden. | 1 | De Vlaamse Regering kan het uitzonderlijk vervoer verbieden op bepaalde tijdstippen, plaatsen of in bepaalde omstandigheden, of het onderwerpen aan bepaalde voorwaarden. |
| 2 | De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de toekenning, weigering, verlenging, schorsing en intrekking van de erkenning van de bestuurder van het uitzonderlijk voertuig, alsook van de verkeerscoördinator en de begeleiders die het uitzonderlijk vervoer begeleiden. | ||
| 3 | Aan elke rechtspersoon of natuurlijke persoon die een erkenningsaanvraag indient, kan voor de behandeling van de erkenningsaanvraag een retributie worden gevraagd. Dezelfde retributie kan worden gevraagd voor de uitoefening van het toezicht op de erkenningsvoorwaarden. De Vlaamse Regering bepaalt voor welke erkenningsaanvragen of toezichtverplichtingen een retributie is verschuldigd en stelt de bedragen vast, alsook de wijze waarop de retributie moet worden voldaan. |
| 1 | Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van richtlijn 2006/87/EG, en richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land. |
| 23 | 8° ter de organisatie van streek- en watergebonden overleg met regionale en lokale besturen en belangenvertegenwoordigingen; | 23 | 8° ter de organisatie van streek- en watergebonden overleg met regionale en lokale besturen en belangenvertegenwoordigingen; |
| 24 | 8° quater de verhoging van de trafiek via de waterwegen; | 24 | 8° quater de verhoging van de trafiek via de waterwegen; |
| 25 | 8° quinquies het toezicht op de naleving en de bestuurlijke handhaving van de regels van politie over het verkeer op de waterwegen; | ||
| 26 | 8° sexies het uitvoeren van de voorschriften voor de waterwegen en havens met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren, met uitzondering van de voorschriften voor het vervoer van radioactieve stoffen, explosieven en dierlijke stoffen die een gevaar vormen voor de bevolking. De vennootschap is ook belast met het toezicht op de naleving en de bestuurlijke handhaving van die voorschriften; | ||
| 25 | 9° alle andere soortgelijke werkzaamheden die aan de vennootschap worden opgedragen door de Vlaamse regering. | 27 | 9° alle andere soortgelijke werkzaamheden die aan de vennootschap worden opgedragen door de Vlaamse regering. |
| 26 | De taken, vermeld in het tweede lid, 2°, 3° en 4°, kunnen ook worden uitgeoefend op, onder of over onroerende goederen die behoren tot het openbare en het private domein van de federale overheid, het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de provincies, de gemeenten, de havenbedrijven en de instellingen die eronder ressorteren, met toestemming van de eigenaar. Die toestemming wordt met een aangetekende brief gevraagd. | 28 | De taken, vermeld in het tweede lid, 2°, 3° en 4°, kunnen ook worden uitgeoefend op, onder of over onroerende goederen die behoren tot het openbare en het private domein van de federale overheid, het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de provincies, de gemeenten, de havenbedrijven en de instellingen die eronder ressorteren, met toestemming van de eigenaar. Die toestemming wordt met een aangetekende brief gevraagd. |
| 29 | § 5. De vennootschap kan andere rechtspersonen oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen, als dat past in zijn opdrachten. De oprichting, deelname of vertegenwoordiging mag geen speculatieve oogmerken nastreven en gebeurt in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel, de regelgeving over mededinging en staatssteun, en het ondernemingsplan. De beslissing tot oprichting, deelname of vertegenwoordiging toont aan dat aan de voormelde voorwaarden is voldaan. | 31 | § 5. De vennootschap kan andere rechtspersonen oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen, als dat past in zijn opdrachten. De oprichting, deelname of vertegenwoordiging mag geen speculatieve oogmerken nastreven en gebeurt in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel, de regelgeving over mededinging en staatssteun, en het ondernemingsplan. De beslissing tot oprichting, deelname of vertegenwoordiging toont aan dat aan de voormelde voorwaarden is voldaan. |
| 30 | Het verzoek tot oprichting, deelname of vertegenwoordiging wordt binnen dertig dagen aan de Vlaamse Regering verzonden. Tot de oprichting, deelname of vertegenwoordiging kan pas worden overgegaan na machtiging van de Vlaamse Regering. | 32 | Het verzoek tot oprichting, deelname of vertegenwoordiging wordt binnen dertig dagen aan de Vlaamse Regering verzonden. Tot de oprichting, deelname of vertegenwoordiging kan pas worden overgegaan na machtiging van de Vlaamse Regering. |
| 33 | § 6. De vennootschap is belast met de scheepvaartcontrole. Ze is in het bijzonder belast met de volgende taken: | ||
| 34 | 1° de onderzoeken en de afgifte van certificaten, attesten, verklaringen en goedkeuringen over de technische voorschriften voor binnenschepen en binnenschepen die ook voor niet-internationale zeereizen worden gebruikt, met uitzondering van pleziervaartuigen. De vennootschap is ook belast met het toezicht op de naleving en de bestuurlijke handhaving van die technische voorschriften; | ||
| 35 | 2° de onderzoeken en de afgifte van certificaten, attesten, verklaringen en goedkeuringen over de voorschriften voor de schepen voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren, met uitzondering van het vervoer van radioactieve stoffen, explosieven en dierlijke stoffen die een gevaar vormen voor de bevolking. De vennootschap is ook belast met het toezicht op de naleving en de bestuurlijke handhaving van die voorschriften; | ||
| 36 | 3° de uitvoering van de regelgeving over de meting van binnenschepen, alsook het toezicht op de naleving en de bestuurlijke handhaving van de desbetreffende voorschriften; | ||
| 37 | 4° de uitvoering van de regelgeving over de bemanningsvoorschriften en de bekwaamheidsbewijzen in de binnenvaart, alsook het toezicht op de naleving en de bestuurlijke handhaving van die regelgeving; | ||
| 38 | 5° de uitvoering van het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart, ondertekend in Straatsburg op 9 september 1996, en van de regelgeving tot uitvoering van dat verdrag, alsook het toezicht op de naleving en de bestuurlijke handhaving van die regelgeving, binnen de perken van de gewestelijke bevoegdheden. | ||
| 39 | § 7. De Vlaamse Regering kan de maatschappelijke opdracht van de vennootschap nader omschrijven en de Vlaamse Regering kan randvoorwaarden vastleggen voor de uitvoering van haar taken. | ||
| 1 | Met behoud van de toepassing van artikel 5, § 3, oefent de vennootschap haar bevoegdheden uit op de volgende manier: | 1 | Met behoud van de toepassing van artikel 5, § 3, oefent de vennootschap haar bevoegdheden uit op de volgende manier: |
| 2 | 1° voor het doel, vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid: binnen de grenzen, vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering en de bijgevoegde plannen, vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid; | 2 | 1° voor het doel, vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid: binnen de grenzen, vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering en de bijgevoegde plannen, vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid; |
| 3 | 2° voor het doel, vermeld in artikel 5, § 1, derde lid: binnen het Vlaamse Gewest. | 3 | 2° voor het doel, vermeld in artikel 5, § 1, derde lid, en de taken, vermeld in artikel 5, § 6: binnen het Vlaamse Gewest. |
| 1 | De vennootschap is bevoegd binnen zijn gebiedsomschrijving zoals bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, tot het innen van rechten van welke aard ook, wegens het gebruik van een waterweg, van zijn infrastructuur en van zijn aanhorigheden, alsmede van de watervangen, van de watergebonden gronden en van de infrastructuur daarop. | 1 | De vennootschap is bevoegd binnen zijn gebiedsomschrijving zoals bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, tot het innen van rechten van welke aard ook, wegens het gebruik van een waterweg, van zijn infrastructuur en van zijn aanhorigheden, alsmede van de watervangen, van de watergebonden gronden en van de infrastructuur daarop. |
| 2 | De vennootschap is bevoegd om de volgende retributies te innen: | ||
| 3 | 1° retributies voor prestaties om vaartuigen voor de binnenvaart te certificeren en te meten; | ||
| 4 | 2° retributies voor de bemanningsvoorschriften en de bekwaamheidsbewijzen; | ||
| 5 | 3° retributies voor de verzameling, de afgifte en de inname van afval in de Rijn- en binnenvaart. | ||
| 2 | De rechten, bedoeld in het eerste lid, worden bij uitsluiting van alle andere overheden geïnd door de vennootschap en ze komen ten goede aan de vennootschap. | 6 | De rechten, bedoeld in het eerste en het tweede lid, worden bij uitsluiting van alle andere overheden geïnd door de vennootschap en ze komen ten goede aan de vennootschap. |
| 3 | De raad van bestuur stelt de tarieven vast. | 7 | De raad van bestuur stelt de tarieven vast. |
| 1 | Onder de binnenvaartcommissie binnen de vennootschap ressorteert een Commissie van Deskundigen. | ||
| 2 | De Commissie van Deskundigen is onder meer belast met de volgende taken: | ||
| 3 | 1° de taken van de Commissie van Deskundigen, vermeld in het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn en het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn, aangenomen door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart; | ||
| 4 | 2° al dan niet voorlopige Uniebinnenvaartcertificaten en aanvullende Uniebinnenvaartcertificaten, andere attesten, verklaringen en goedkeuringen over de technische voorschriften voor binnenschepen en scheepsonderdelen afleveren, vernieuwen en verlengen, en de onderzoeken met het oog daarop uitvoeren; | ||
| 5 | 3° het aanvullende Uniebinnenvaartcertificaat van binnenschepen die ook voor niet-internationale zeereizen worden gebruikt, annoteren en die annotatie bekrachtigen, en onderzoeken met het oog daarop uitvoeren; | ||
| 6 | 4° al dan niet voorlopige certificaten van goedkeuring, andere attesten, verklaringen en goedkeuringen over de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren afleveren, vernieuwen en verlengen, en toezicht houden op de onderzoeken met het oog daarop; | ||
| 7 | 5° verklaringen over de uitrustingsstandaarden waaraan binnenschepen al dan niet voldoen en de eventuele verhoging van de minimumbemanning waarmerken, inschrijven of afgeven, en de onderzoeken met het oog daarop uitvoeren; | ||
| 8 | 6° op grond van de regelgeving over de taken, vermeld in punt 1° tot en met 5°, individuele deskundigen, deskundige bedrijven en technische diensten, met uitzondering van de classificatiebureaus, erkennen of aanwijzen. | ||
| 9 | De Commissie van Deskundigen is niet belast met handhaving. | ||
| 10 | De Vlaamse Regering bepaalt, ter uitvoering van internationale of Unierechtelijke regels die met de hierboven vermelde taken samenhangen, de overige taken die aan de commissie worden opgedragen. | ||
| 11 | De Vlaamse Regering stelt de nadere voorschriften vast voor de samenstelling van de Commissie van Deskundigen en de aanstelling van de leden ervan en de voorschriften met het oog op de autonome en functioneel onafhankelijke besluitvorming ervan. |
| 1 | Als de vennootschap voor de burgers bindende voorschriften of inlichtingen bekendmaakt, worden ze bekendgemaakt op een website van de vennootschap, met vermelding van zowel de datum waarop ze voor de burgers bindend worden, als de datum waarop ze op de website zijn bekendgemaakt. De bekendmaking en de datum van bekendmaking blijken uit de aantekening in een speciaal register. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop dat speciale register bijgehouden wordt. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan, onder voorbehoud van goedkeuring door de Europese Commissie, binnen de perken van de kredieten die daarvoor beschikbaar zijn op de begroting, subsidies verlenen aan ondernemingen die de hinterland-connectiviteit van de Vlaamse zeehavens structureel verbeteren door de massificatie van het goederenvervoer per binnenschip en per spoor te stimuleren en de volumes beter te bundelen. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake de subsidies. |
| 3 | 2° het decreet basisbereikbaarheid: het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid; | 3 | 2° het decreet basisbereikbaarheid: het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid; |
| 4 | 3° het Wetboek van Vennootschappen: de wet van 7 mei 1999 houdende het Wetboek van Vennootschappen; | 4 | 3° het Wetboek van Vennootschappen: de wet van 7 mei 1999 houdende het Wetboek van Vennootschappen; |
| 5 | 4° de Maatschappij: de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn. | 5 | 4° de Maatschappij: de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn; |
| 6 | 5° de reisvoorwaarden: de reisvoorwaarden als vermeld in artikel 2, 20°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid; | ||
| 7 | 6° de lijncontroleur: het personeelslid dat gemachtigd is om de overtredingen, vermeld in artikel 44ter, § 1, eerste lid, vast te stellen; | ||
| 8 | 7° het sanctionerend personeelslid: het personeelslid dat de administratieve geldboetes, vermeld in artikel 44ter, § 1, eerste lid, oplegt; | ||
| 9 | 8° werkdagen: elke dag met uitzondering van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen. | ||
| 1 | De bestuursorganen van de Maatschappij zijn: | ||
| 2 | 1° de algemene vergadering; | ||
| 3 | 2° de raad van bestuur; | ||
| 4 | 3° de directeur-generaal. | ||
| 5 | Voor zover niet geregeld in dit decreet wordt de bevoegdheid en de werking van deze organen bepaald in de statuten. |
| 1 | De algemene vergadering keurt de jaarrekening goed en verleent aan de raad van bestuur kwijting voor de uitoefening van zijn mandaat. | ||
| 2 | De Maatschappij deelt de goedgekeurde jaarrekening en de kwijting van de leden van de raad van bestuur mee aan de Vlaamse regering. De Vlaamse regering deelt de goedgekeurde jaarrekening en de kwijting van de leden van de raad van bestuur mee aan het Vlaams Parlement. | ||
| 3 | De statuten kunnen slechts gewijzigd worden door een besluit van de Algemene Vergadering, genomen met een drie vierde (3/4) meerderheid van stemmen en na goedkeuring door de Vlaamse Regering. De statutenwijziging wordt van kracht op het ogenblik van de bekendmaking van het goedkeuringsbesluit van de Vlaamse Regering, met in bijlage de statutenwijziging, in het Belgisch Staatsblad, behoudens indien het in dat goedkeuringsbesluit anders wordt bepaald. |
| 1 | § 1. De directeur-generaal wordt benoemd door de Vlaamse regering, die hem of haar kan schorsen of afzetten. | ||
| 2 | De directeur-generaal worden jaarlijks geëvalueerd. Aan de hand van een evaluatierapport opgesteld door een door hem aangewezen extern bureau, formuleert de Raad van Bestuur hiertoe een voorstel tot evaluatie dat hij bezorgt aan de Vlaamse regering. De regering hecht binnen dertig kalenderdagen al dan niet haar goedkeuring aan dit voorstel. | ||
| 3 | Telkens de mandaatperiode voor de directeur-generaal verstrijkt, wordt de evaluatie doorgevoerd door de Vlaamse regering. De Vlaamse regering kan de Raad van Bestuur en een extern bureau hierover om advies vragen. | ||
| 4 | § 2. De Vlaamse regering bepaalt de modaliteiten van de aanwerving, de herbenoeming, de beëindiging, de voortijdige beëindiging en de evaluatie van het mandaat. | ||
| 5 | De bezoldigingsregeling van de directeur-generaal wordt vastgelegd door de Vlaamse regering. |
| 1 | § 1. De directeur-generaal voert de beslissingen genomen door de raad van bestuur uit en heeft de dagelijkse leiding van de Maatschappij. | ||
| 2 | Hij woont van rechtswege de vergaderingen van de raad van bestuur en van de algemene vergadering bij met adviserende stem. | ||
| 3 | § 2. ... |
| 1 | De raad van bestuur kan voorzien in de oprichting van een directiecomité waaraan de raad van bestuur zijn bevoegdheden kan delegeren. Die bevoegdheden mogen evenwel niet betrekking hebben op het algemene beleid van de onderneming, de controle op het directiecomité en de bevoegdheden die door de wetten specifiek zijn voorbehouden aan de raad van bestuur. | ||
| 2 | De directeur-generaal maakt van rechtswege deel uit van het directiecomité. | ||
| 3 | De leden van het directiecomité, de directeur-generaal uitgezonderd, worden aangesteld en ontslagen door de raad van bestuur. |
| 1 | § 1. De raad van bestuur benoemt, bevordert en ontslaat de personeelsleden van het hoogste niveau in de Maatschappij, op voorstel van de directeur-generaal. | ||
| 2 | § 2. De directeur-generaal is bevoegd voor de personeelszaken, mits de regels vastgelegd door de raad van bestuur worden geëerbiedigd, en met uitzondering van de bevoegdheden toegewezen in § 1 van dit artikel. | ||
| 3 | § 3. ... |
| 1 | § 1. Aan elke persoon die | ||
| 2 | 1° een overtreding begaat die is vastgesteld in de reisvoorwaarden als bedoeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid en die op het ogenblik waarop de feiten worden gepleegd veertien jaar is, of; | ||
| 3 | 2° niet beschikt over een geldig vervoerbewijs en die op het ogenblik van de feiten twaalf jaar is; | ||
| 4 | kan een administratieve geldboete van maximum 300 of 500 euro worden opgelegd naargelang de overtreder minderjarig of meerderjarig is. | ||
| 5 | De Vlaamse Regering legt de nadere regels vast over de administratieve kosten van de administratieve sanctieprocedure, de wijze van inning en invordering van de administratieve geldboetes en over de termijnen waarover de overtreder beschikt. | ||
| 6 | De Vlaamse Regering kan het niet bijhebben van een geldig vervoerbewijs alsmede de feiten en handelingen die overlast veroorzaken op en rond het voertuig, de dienstverlening verstoren of kunnen verstoren, of gevaar veroorzaken aanduiden als overtredingen op de reisvoorwaarden. Hiertoe duidt de Vlaamse Regering de reisvoorwaarden aan waarvan de overtreding aanleiding geeft tot het opleggen van een administratieve geldboete. | ||
| 7 | De ouders of andere personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over de minderjarige worden weerlegbaar vermoed een overtreding te begaan, wanneer minderjarigen, vanaf de leeftijd van zes jaar en tot twaalf jaar, niet beschikken over een geldig vervoerbewijs. | ||
| 8 | De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om, binnen de grenzen, vermeld in het eerste lid, het boetebedrag te bepalen. | ||
| 9 | § 2. Als de overtreding, vermeld in de reisvoorwaarden, plaatsvindt door middel van een voertuig, wordt de houder van de nummerplaat weerlegbaar vermoed de overtreder van de reisvoorwaarden te zijn. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van aanstelling van de lijncontroleurs en de sanctionerende personeelsleden. | ||
| 2 | De lijncontroleurs hebben de hoedanigheid van agent van gerechtelijke politie. Die personeelsleden leggen voorafgaand aan de uitoefening van hun functie de eed af conform artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831 betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie. | ||
| 3 | De lijncontroleurs kunnen, met het oog op de vaststelling van overtredingen op de reisvoorwaarden, ten aanzien van reizigers en derden, de volgende maatregelen nemen: | ||
| 4 | 1° zij zijn gemachtigd om vervoerbewijzen of verminderingskaarten in beslag te nemen; | ||
| 5 | 2° zij mogen inlichtingen inwinnen en controle uitoefenen door het ondervragen van personen en het inzage nemen van documenten en andere informatiedragers; | ||
| 6 | 3° zij mogen de betrokkenen om hun identiteitskaart vragen. Zij mogen degene die weigert zijn identiteitskaart te tonen of die er geen in zijn bezit heeft, tegenhouden tot de komst van de politie. | ||
| 7 | De Vlaamse Regering kan bijkomende maatregelen bepalen die de lijncontroleurs ten aanzien van het publiek en de reizigers mogen nemen met het oog op de vaststelling van inbreuken op de reisvoorwaarden. | ||
| 8 | Het sanctionerend personeelslid vervult zijn ambt in onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Hij kan niet tegelijkertijd de hoedanigheid van lijncontroleur hebben. De Vlaamse Regering kan de vereiste garanties voor onafhankelijkheid en onpartijdigheid preciseren. |
| 1 | § 1. De lijncontroleur stelt de overtredingen van de reisvoorwaarden vast bij proces-verbaal met bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. De lijncontroleur brengt, als dat mogelijk is, de overtreder ter plaatse ervan op de hoogte dat hij de administratieve sanctieprocedure voor het opleggen van een administratieve geldboete zal inleiden. | ||
| 2 | § 2. Op verzoek van de meerderjarige overtreder kan de lijncontroleur de geldboete, of een gedeelte daarvan, onmiddellijk innen. Het bedrag dat onmiddellijk wordt geïnd, is het basisbedrag van de geldboete voor de overtreding in kwestie, of een gedeelte daarvan. Betaling van de geldboete of een deel ervan, ontneemt de overtreder niet het recht om een administratief of gerechtelijk beroep in te stellen tegen het opleggen van het basisbedrag van de geldboete. | ||
| 3 | De lijncontroleur bezorgt zijn proces-verbaal aan een sanctionerend personeelslid. |
| 1 | Op het proces-verbaal, vermeld in artikel 44quinquies, § 1, wordt de identiteit van de lijncontroleur niet vermeld. Dat proces-verbaal vermeldt wel de individuele personeelscode van de lijncontroleur. | ||
| 2 | Als de overtreder de geldboete met verweermiddelen betwist en in dat kader vraagt om de bekendmaking van de identiteit van de lijncontroleur, worden de naam en het kantooradres van de lijncontroleur aan de overtreder bekendgemaakt. De overtreder bewaart de vertrouwelijkheid van die gegevens ten aanzien van derden. |
| 1 | Het sanctionerend personeelslid zendt een afschrift van het proces-verbaal binnen vijftien werkdagen na de vaststelling van de overtreding naar de overtreder. De Vlaamse Regering stelt de wijze van kennisgeving van het proces-verbaal vast. | ||
| 2 | Het proces-verbaal gaat vergezeld van een voorstel van beslissing van het sanctionerend personeelslid om de geldboete op te leggen. Als de overtreder de geldboete onmiddellijk aan de lijncontroleur heeft betaald als vermeld in artikel 44quinquies, § 2, bezorgt het sanctionerend personeelslid alleen een voorstel van beslissing als de overtreder maar een gedeelte van het basisbedrag van de geldboete heeft betaald, of, als hij zich in staat van herhaling bevindt, het basisbedrag van de geldboete, of een gedeelte daarvan, heeft betaald. In dat geval legt het sanctionerend personeelslid een bijkomend boetebedrag op, dat gelijk is aan het verschil tussen het bedrag dat al is betaald en het totale verschuldigde boetebedrag. | ||
| 3 | De overtreder beschikt over dertig dagen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal om ofwel de geldboete of het openstaande saldo te betalen, ofwel schriftelijk of met een e-mail zijn verweermiddelen te formuleren tegen het voorstel van beslissing, vermeld in het tweede lid. |
| 1 | § 1. Als de overtreder binnen de termijn, vermeld in artikel 44septies, derde lid, de geldboete betaalt of geen verweermiddelen formuleert, wordt het voorstel van beslissing van rechtswege omgezet in een definitieve beslissing bij het verstrijken van die termijn. | ||
| 2 | § 2. Als de overtreder tijdig verweermiddelen formuleert tegen het voorstel van beslissing, neemt het sanctionerend personeelslid binnen drie maanden na de ontvangst van het schriftelijk verweer een definitieve beslissing over de administratieve geldboete. | ||
| 3 | Op straffe van onontvankelijkheid kan de overtreder binnen de dertig dagen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal en het voorstel van beslissing in zijn verweer verzoeken om mondeling gehoord te worden. In voorkomend geval hoort het sanctionerend personeelslid de overtreder mondeling, vooraleer een definitieve beslissing te nemen over de administratieve geldboete, waarna binnen drie maanden na de hoorzitting een definitieve beslissing wordt genomen over de administratieve geldboete. |
| 1 | Voor minderjarige overtreders gelden, in afwijking van artikel 44septies en 44octies, de volgende procedurevoorschriften: | ||
| 2 | 1° het sanctionerend personeelslid zendt een afschrift van het proces-verbaal samen met een voorstel tot beslissing naar de overtreder binnen vijftien werkdagen na de vaststelling van de overtreding. De Vlaamse Regering stelt de wijze van kennisgeving van het proces-verbaal vast; | ||
| 3 | 2° het proces-verbaal vermeldt het recht van de minderjarige overtreder om zich te laten bijstaan door een advocaat, zijn vader, moeder, voogd of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben; | ||
| 4 | 3° de minderjarige overtreder beschikt over dertig dagen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal om ofwel de geldboete te betalen, ofwel schriftelijk of met een e-mail zijn verweermiddelen te formuleren tegen het voorstel van beslissing, vermeld in punt 1° ; | ||
| 5 | 4° op straffe van onontvankelijkheid kan de minderjarige overtreder binnen de dertig dagen vanaf de kennisgeving van het proces-verbaal en het voorstel van beslissing in zijn verweer verzoeken om mondeling gehoord te worden. In voorkomend geval hoort het sanctionerend personeelslid de minderjarige overtreder. De minderjarige overtreder heeft het recht om zich voor de hoorzitting te laten bijstaan door zijn advocaat, en door zijn vader, moeder en voogden of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben; | ||
| 6 | 5° als de geldboete binnen de termijn, vermeld in punt 3°, wordt betaald of geen verweermiddelen worden geformuleerd, wordt het voorstel van beslissing van rechtswege omgezet in een definitieve beslissing bij het verstrijken van die termijn; | ||
| 7 | 6° als de minderjarige overtreder tijdig verweermiddelen formuleert tegen het voorstel van beslissing, en in voorkomend geval na de overtreder mondeling te hebben gehoord, neemt het sanctionerend personeelslid binnen drie maanden na het schriftelijk verweer, of binnen drie maanden na de hoorzitting, een definitieve beslissing over de administratieve geldboete. | ||
| 8 | De vader, moeder en voogden of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben, worden op dezelfde wijze, vermeld in het eerste lid, op de hoogte gebracht van elk proces-verbaal en van elke schriftelijke mededeling of beslissing. Ze beschikken ook over het recht op verweer, vermeld in het eerste lid, 3°. Ze worden op verzoek als vermeld in het eerste lid, 4°, door het sanctionerend personeelslid gehoord. | ||
| 9 | De vader, moeder en eventueel andere personen die het ouderlijk gezag over de minderjarige uitoefenen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor het betalen van de administratieve geldboete die aan de minderjarige wordt opgelegd. |
| 1 | § 1. De minderjarige overtreder kan binnen zestig dagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing met een kosteloos verzoekschrift een beroep instellen tegen de administratieve geldboete bij de jeugdrechtbank. | ||
| 2 | Als het voorstel van beslissing conform artikel 44novies, eerste lid, 5°, van rechtswege in een definitieve beslissing wordt omgezet, gaat de termijn, vermeld in het eerste lid, in op de dag dat het voorstel van beslissing van rechtswege wordt omgezet in een definitieve beslissing. | ||
| 3 | De jeugdrechtbank blijft bevoegd als de overtreder op het moment van de uitspraak meerderjarig is geworden. | ||
| 4 | Het beroep, vermeld in het eerste lid, kan ook worden ingesteld door de vader en moeder, voogden of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben. | ||
| 5 | § 2. De jeugdrechtbank beslist in het kader van een tegensprekelijk debat over de beroepen, vermeld in paragraaf 1. De Lijn kan tussenkomen in het tegensprekelijk debat en wordt als een procespartij beschouwd. De Lijn kan bij algemene volmacht vertegenwoordigd worden. | ||
| 6 | De jeugdrechtbank oordeelt over de wettigheid en de proportionaliteit van de opgelegde boete. | ||
| 7 | De jeugdrechtbank kan de beslissing over de administratieve geldboete ofwel bevestigen, ofwel herzien. | ||
| 8 | De jeugdrechtbank kan, als een beroep tegen de administratieve geldboete aan haar ter behandeling wordt voorgelegd, in de plaats daarvan de sancties opleggen als vermeld in het artikel 29 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade bevelen. In dat geval is artikel 60 van de wet van 8 april 1965 van toepassing. | ||
| 9 | De beslissing van de jeugdrechtbank is niet vatbaar voor hoger beroep. Als de jeugdrechtbank echter beslist om de administratieve geldboete te vervangen door een van de sancties als vermeld in het artikel 29 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, is haar beslissing wel vatbaar voor hoger beroep. In dat geval zijn de procedures, vermeld in hoofdstuk 4 van de wet van 8 april 1965, van toepassing. | ||
| 10 | § 3. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 en 2, en hoofdstuk 4 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op het beroep bij de jeugdrechtbank. |
| 1 | De administratieve geldboetes verjaren na verloop van vijf jaar vanaf de datum waarop ze moeten worden betaald. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, vermeld in artikel 2244 tot en met artikel 2250 van het Burgerlijk Wetboek. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden de lijncontroleur bij de vaststelling van een overtreding aan de overtreder een vervoersbewijs geeft. |
| 1 | In dit decreet wordt verstaan onder: | 1 | In dit decreet wordt verstaan onder: |
| 2 | 1° Havendecreet: het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens; | 2 | 1° Havendecreet: het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens; |
| 3 | 2° Havenbedrijf Gent: de naamloze vennootschap van publiek recht Havenbedrijf Gent; | 3 | 2° North Sea Port Flanders: de naamloze vennootschap van publiek recht North Sea Port Flanders; |
| 4 | 3° holdingvennootschap: de rechtspersoon, vermeld in artikel 3, via dewelke de stad Gent, de provincie Oost-Vlaanderen en de gemeenten op het grondgebied waarvan een deel van het havengebied van Gent ligt, kunnen deelnemen in het Havenbedrijf Gent. | 4 | 3° holdingvennootschap: de rechtspersoon, vermeld in artikel 3, via dewelke de stad Gent, de provincie Oost-Vlaanderen en de gemeenten op het grondgebied waarvan een deel van het havengebied van Gent ligt, kunnen deelnemen in North Sea Port Flanders. |
| 5 | De definities, vermeld in het decreet van 2 maart 1999, zijn ook van toepassing in dit decreet. | 5 | De definities, vermeld in het decreet van 2 maart 1999, zijn ook van toepassing in dit decreet. |
| 1 | De stad Gent, de provincie Oost-Vlaanderen en de gemeenten op het grondgebied waarvan een deel van het havengebied van Gent ligt, zijn gemachtigd om rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen in een rechtspersoon met publiek- of privaatrechtelijke rechtsvorm naar Belgisch of buitenlands recht die deelneemt in het Havenbedrijf Gent. | 1 | De stad Gent, de provincie Oost-Vlaanderen en de gemeenten op het grondgebied waarvan een deel van het havengebied van Gent ligt, zijn gemachtigd om rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen in een rechtspersoon met publiek- of privaatrechtelijke rechtsvorm naar Belgisch of buitenlands recht die deelneemt in North Sea Port Flanders. |
| 1 | § 1. In afwijking van artikel 5, § 1, van het Havendecreet kan de holdingvennootschap deelnemen in het Havenbedrijf Gent als: | 1 | § 1. In afwijking van artikel 5, § 1, van het Havendecreet kan de holdingvennootschap deelnemen in North Sea Port Flanders als: |
| 2 | 1° alle aandelen van de holdingvennootschap, rechtstreeks of onrechtstreeks, alleen worden aangehouden door rechtspersonen met een publiekrechtelijk karakter, andere dan het Vlaamse Gewest; | 2 | 1° alle aandelen van de holdingvennootschap, rechtstreeks of onrechtstreeks, alleen worden aangehouden door rechtspersonen met een publiekrechtelijk karakter, andere dan het Vlaamse Gewest; |
| 3 | 2° minstens de helft van alle aandelen van de holdingvennootschap, rechtstreeks of onrechtstreeks, door rechtspersonen met een publiekrechtelijk karakter naar Belgisch recht worden aangehouden; | 3 | 2° minstens de helft van alle aandelen van de holdingvennootschap, rechtstreeks of onrechtstreeks, door rechtspersonen met een publiekrechtelijk karakter naar Belgisch recht worden aangehouden; |
| 4 | 3° de gewestelijke havencommissaris met raadgevende stem kan deelnemen aan de vergaderingen van de algemene vergadering en de raad van bestuur of, in voorkomend geval, van het toezichthoudend orgaan van de holdingvennootschap zonder dat hij lid is van dat orgaan. De gewestelijke havencommissaris wordt ten minste zeven dagen op voorhand uitgenodigd voor alle vergaderingen van de algemene vergadering en de raad van bestuur of, in voorkomend geval, van het toezichthoudend orgaan van de holdingvennootschap en in kennis gesteld van het voornemen een nieuwe deelneming op te richten of aan te gaan, of om een deelneming in een filiaal te wijzigen. Bij de uitnodiging zijn de agenda en de stukken gevoegd. De holdingvennootschap stelt binnen twintig dagen de gewestelijke havencommissaris op de hoogte van de beslissingen van de algemene vergadering en de raad van bestuur of, in voorkomend geval, van het toezichthoudend orgaan; | 4 | 3° de gewestelijke havencommissaris met raadgevende stem kan deelnemen aan de vergaderingen van de algemene vergadering en de raad van bestuur of, in voorkomend geval, van het toezichthoudend orgaan van de holdingvennootschap zonder dat hij lid is van dat orgaan. De gewestelijke havencommissaris wordt ten minste zeven dagen op voorhand uitgenodigd voor alle vergaderingen van de algemene vergadering en de raad van bestuur of, in voorkomend geval, van het toezichthoudend orgaan van de holdingvennootschap en in kennis gesteld van het voornemen een nieuwe deelneming op te richten of aan te gaan, of om een deelneming in een filiaal te wijzigen. Bij de uitnodiging zijn de agenda en de stukken gevoegd. De holdingvennootschap stelt binnen twintig dagen de gewestelijke havencommissaris op de hoogte van de beslissingen van de algemene vergadering en de raad van bestuur of, in voorkomend geval, van het toezichthoudend orgaan; |
| 5 | 4° de gewestelijke havencommissaris het recht heeft om met het oog op de uitvoering van zijn toezicht te allen tijde ter plaatse inzage te hebben in al de boeken, brieven, notulen en, in het algemeen, alle documenten en geschriften van de holdingvennootschap. Hij kan van de voorzitter van de raad van bestuur of, in voorkomend geval, van de voorzitter van het toezichthoudend orgaan, alsook van het management alle ophelderingen en inlichtingen vorderen die hij nodig acht voor de uitvoering van dit toezicht. | 5 | 4° de gewestelijke havencommissaris het recht heeft om met het oog op de uitvoering van zijn toezicht te allen tijde ter plaatse inzage te hebben in al de boeken, brieven, notulen en, in het algemeen, alle documenten en geschriften van de holdingvennootschap. Hij kan van de voorzitter van de raad van bestuur of, in voorkomend geval, van de voorzitter van het toezichthoudend orgaan, alsook van het management alle ophelderingen en inlichtingen vorderen die hij nodig acht voor de uitvoering van dit toezicht. |
| 6 | In afwijking van artikel 646 van het Wetboek van Vennootschappen kan de holdingvennootschap alle aandelen bezitten in het Havenbedrijf Gent zonder beperking van duur en zonder hoofdelijk borg te staan voor de verbintenissen van het Havenbedrijf Gent. | 6 | In afwijking van artikel 646 van het Wetboek van Vennootschappen kan de holdingvennootschap alle aandelen bezitten in North Sea Port Flanders zonder beperking van duur en zonder hoofdelijk borg te staan voor de verbintenissen van North Sea Port Flanders. |
| 7 | § 2. De gewestelijke havencommissaris kan in België de uitwerking opschorten van alle beslissingen van de algemene vergadering en de raad van bestuur of, in voorkomend geval, van het toezichthoudend orgaan van de holdingvennootschap, voor zover hij die beslissingen strijdig acht met dit decreet, met het Havendecreet, met de wettelijke bepalingen inzake de financiering van haveninvesteringen, met de besluiten die genomen zijn ter uitvoering van het Havendecreet of met de overeenkomsten die vermeld worden in artikel 40 van het Havendecreet. | 7 | § 2. De gewestelijke havencommissaris kan in België de uitwerking opschorten van alle beslissingen van de algemene vergadering en de raad van bestuur of, in voorkomend geval, van het toezichthoudend orgaan van de holdingvennootschap, voor zover hij die beslissingen strijdig acht met dit decreet, met het Havendecreet, met de wettelijke bepalingen inzake de financiering van haveninvesteringen, met de besluiten die genomen zijn ter uitvoering van het Havendecreet of met de overeenkomsten die vermeld worden in artikel 40 van het Havendecreet. |
| 8 | Om beroep aan te tekenen tegen de beslissingen, vermeld in artikel 4, § 2, eerste lid, beschikt de gewestelijke havencommissaris over een termijn van acht vrije dagen, die ingaat op de dag waarop hij van de beslissing op de hoogte werd gesteld conform paragraaf 1, 3°. | 8 | Om beroep aan te tekenen tegen de beslissingen, vermeld in artikel 4, § 2, eerste lid, beschikt de gewestelijke havencommissaris over een termijn van acht vrije dagen, die ingaat op de dag waarop hij van de beslissing op de hoogte werd gesteld conform paragraaf 1, 3°. |
| 1 | Zolang de holdingvennootschap met toepassing van artikel 4 van dit decreet deelneemt in het Havenbedrijf Gent, kunnen de statuten van het Havenbedrijf Gent, in afwijking van artikel 5, § 3, eerste lid, van het Havendecreet, bepalen dat het Havenbedrijf Gent enkel bestuurd wordt door een raad van bestuur. De statuten kunnen in dat geval ook bepalen dat, in afwijking van artikel 518, § 1, eerste lid, van het Wetboek van Vennootschappen, de raad van bestuur van de naamloze vennootschap van publiek recht Havenbedrijf Gent uit minder dan drie leden bestaat. | 1 | Zolang de holdingvennootschap met toepassing van artikel 4 van dit decreet deelneemt in North Sea Port Flanders, kunnen de statuten van North Sea Port Flanders, in afwijking van artikel 5, § 3, eerste lid, van het Havendecreet, bepalen dat North Sea Port Flanders enkel bestuurd wordt door een raad van bestuur. De statuten kunnen in dat geval ook bepalen dat, in afwijking van artikel 518, § 1, eerste lid, van het Wetboek van Vennootschappen, de raad van bestuur van de naamloze vennootschap van publiek recht North Sea Port Flanders uit minder dan drie leden bestaat. |
| 2 | Zolang de holdingvennootschap met toepassing van artikel 4 van dit decreet deelneemt in het Havenbedrijf Gent en de raad van bestuur of, in voorkomend geval, het toezichthoudend orgaan van die holdingvennootschap ten hoogste voor twee derde uit leden van hetzelfde geslacht bestaat, is artikel 5, § 3, vierde lid, van het Havendecreet niet van toepassing op de raad van bestuur van het Havenbedrijf Gent. Deze bepaling houdt op uitwerking te hebben op 1 januari 2022. | 2 | Zolang de holdingvennootschap met toepassing van artikel 4 van dit decreet deelneemt in North Sea Port Flanders en de raad van bestuur of, in voorkomend geval, het toezichthoudend orgaan van die holdingvennootschap ten hoogste voor twee derde uit leden van hetzelfde geslacht bestaat, is artikel 5, § 3, vierde lid, van het Havendecreet niet van toepassing op de raad van bestuur van North Sea Port Flanders. Deze bepaling houdt op uitwerking te hebben op 1 januari 2022. |
| 1 | De instelling die een erkenning wenst te bekomen, is bij de aanvraag tot erkenning en hierna jaarlijks, zolang de erkenning behouden blijft, een retributie verschuldigd. | ||
| 2 | De lesgever die een onderdeel van het terugkommoment wenst te geven en hiertoe een erkenning wenst te bekomen, is bij de aanvraag tot erkenning een retributie verschuldigd. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering stelt de bedragen van deze retributies alsook de wijze waarop aan de retributie moet worden voldaan, vast. |
| 1 | Zowel de erkende instellingen als de lesgevers die erkend zijn om een onderdeel van het terugkommoment te geven, kunnen door inspecteurs gecontroleerd worden op de naleving van de bepalingen van dit decreet en van zijn uitvoeringsbesluiten. | ||
| 2 | De nadere regels betreffende deze controle en de aanwijzing van de inspecteurs die deze controle verrichten, worden bepaald door de Vlaamse Regering. |
| 1 | Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de inspecteurs, vermeld in artikel 7/1 van dit decreet, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het tiende lid. | ||
| 2 | De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de inspecteurs, vermeld in artikel 7/1 van dit decreet, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast. | ||
| 3 | De persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt. | ||
| 4 | De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die los staan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid, rechtvaardigt. | ||
| 5 | Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan. | ||
| 6 | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen de termijn van een maand na ontvangst van het verzoek, over elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid. De informatie over de weigering of beperking hoeft niet te worden verstrekt als de verstrekking daarvan de decretale en reglementaire opdrachten van de inspecteurs, vermeld in artikel 7/1 van dit decreet, zou ondermijnen, met behoud van het achtste lid. Indien nodig kan die termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel. | ||
| 7 | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig artikel 10/5, van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen. | ||
| 8 | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voornoemde Vlaamse toezichtcommissie. | ||
| 9 | Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast. | ||
| 10 | Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen. |
| 1 | Iedereen die het terugkommoment, vermeld in artikel 4, niet tijdig volgt, wordt gestraft met een geldboete van 50 euro tot 500 euro. | 1 | Iedereen die het terugkommoment, vermeld in artikel 4, niet tijdig volgt, wordt gestraft met een geldboete van 50 euro tot 500 euro. |
| 2 | De strafvordering die het gevolg is van dit misdrijf, verjaart één jaar na de dag waarop het misdrijf is begaan, onverminderd een eventuele stuiting of schorsing. | 2 | De strafvordering die het gevolg is van dit misdrijf, verjaart twee jaar na de dag waarop het misdrijf is begaan, onverminderd een eventuele stuiting of schorsing. |
| 1 | Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en de taken vermeld in of ter uitvoering van dit decreet worden gegevens, inclusief de gegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, en 10 van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, verwerkt. | ||
| 2 | Die gegevens worden verwerkt met naleving van de regelgeving op de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden verwerkt, stelt de wijze vast waarop die gegevens worden verwerkt en wijst de verantwoordelijke voor de verwerking aan. |