Artikel 2
In dit decreet wordt verstaan onder:
- 1°het decreet van 2 maart 1999: het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens;
- 2°havenbedrijf: een havenbedrijf als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 2 maart 1999;
- 3°havengebied: een havengebied als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 2 maart 1999 of indien het de toepassing van een havenverkeersverordening betreft een havengebied als vermeld in artikel 14bis, § 1, van het decreet van 2 maart 1999;
- 4°havenpolitieverordening: een door het havenbedrijf uitgevaardigd reglement van bijzondere administratieve politie inzake de goederenbehandeling en opslag, het in- en ontschepen van passagiers, de toegankelijkheid van en de verkeersafwikkeling in het havengebied, de vrijwaring van het milieu en de veiligheid van het havengebied en de regeling van de vrijheid van handel en nijverheid op het vlak van havengebonden dienstverlening;
- 5°gezagvoerder: elke persoon aan wie het bevel over het vervoermiddel is toevertrouwd of die het feitelijke bevel voert;
- 6°vervoermiddel: elk bemand of onbemand vaar- of voertuig over land, te water of in de lucht dat zich al dan niet op eigen krachten kan verplaatsen;
- 7°lading: de vracht die door middel van een vervoermiddel wordt verplaatst, met inbegrip van het eventuele toebehoren en de verpakking;
- 8°havenverkeersverordening: een door de Vlaamse Regering vastgesteld reglement van bijzondere administratieve politie inzake het verkeer te land van havenvoertuigen in het havengebied;
- 9°havenvoertuig: een voertuig als vermeld in artikel 14bis, § 1, laatste lid, van het decreet van 2 maart 1999;
- 10°bevel: een onderrichting, aanwijzing, opdracht, of verbod gegeven of uitgevaardigd door een havenkapitein, haveninspecteur of havenagent ongeacht de wijze waarop dit gegeven wordt, of voorwaarden opgelegd in een door de havenkapiteinsdienst verleende vergunning of toelating.