§ flandrepo
12 regels · van kracht sinds 1 mei 2023

Artikel 10

§ 1. De havenkapiteins zijn bevoegd om ter uitvoering van de havenpolitieverordeningen en de havenverkeersverordeningen bevelen te geven, inbreuken vast te stellen en er proces-verbaal van op te stellen.

Ze worden door het havenbedrijf benoemd of aangeworven, en ontslagen of uit hun functie ontheven. De beslissing van een havenbedrijf om een havenkapitein te ontslaan of uit zijn functie te ontheffen, is onderworpen aan de goedkeuring van de Vlaamse Regering, met als uitzondering de beëindiging met het oog op pensionering. In afwachting van de goedkeuring daarvan wordt de havenkapitein tijdelijk uit zijn functie ontheven. Het besluit van de Vlaamse Regering houdende goedkeuring of weigering van ontslag of ontheffing uit de functie wordt genomen binnen negentig kalenderdagen na de ontvangst van het per aangetekende brief verstuurde verzoek tot goedkeuring van het ontslag of de ontheffing uit de functie. Als de Vlaamse Regering binnen die termijn geen beslissing heeft genomen, wordt de goedkeuring geacht te zijn verworven en is het ontslag of de ontheffing uit de functie definitief. Als de Vlaamse Regering het ontslag of de ontheffing uit de functie heeft goedgekeurd of als de termijn van negentig dagen is verstreken zonder dat de Vlaamse Regering een beslissing heeft genomen, gaat dat ontslag of die ontheffing uit de functie in op de datum van de beslissing van het havenbedrijf.

De vereiste van een beslissing van de Vlaamse Regering, vermeld in het -tweede lid, vindt evenwel geen toepassing indien het gaat om een personeelslid dat in dienst is genomen met een arbeidsovereenkomst en ten aanzien van wie het havenbedrijf zich gehouden ziet tot een ontslag om dringende reden.

§ 2. Naast de bijzondere politiebevoegdheden, vermeld in artikel 4, eerste lid, en onverminderd de ambtsplichten die aan alle andere bevoegde officieren en agenten van gerechtelijke politie zijn opgelegd, kunnen de havenkapiteins de overtredingen van alle andere wetten en reglementen dan die, vermeld in artikel 4, eerste lid, alsmede alle andere misdrijven binnen het havengebied, opsporen, vaststellen en er proces-verbaal van opstellen.

§ 3. De havenkapiteins zijn, in de uitoefening van hun ambtsplichten, officieren van gerechtelijke politie, hulpofficieren van de procureur des Konings.

§ 4. Om benoemd te worden tot of aangeworven te worden als havenkapitein moet de kandidaat voldoen aan één van de volgende voorwaarden:

  1. 1°houder zijn of geweest zijn van een STCW'95-certificaat van master voor zeeschepen met een brutotonnage van 3000 of meer, en houder zijn van een bachelor- of masterdiploma in de nautische wetenschappen;
  2. 2°houder zijn van een brevet van kapitein ter lange omvaart;
  3. 3°houder zijn van een diploma van licentiaat of master in de nautische wetenschappen, ten minste 24 maanden effectieve vaart verricht hebben als hoofd van de wacht op zeeschepen met een brutotonnage van 3000 of meer, en gedurende ten minste drie jaar een door het havenbedrijf als relevant omschreven ambt hebben uitgeoefend;
  4. 4°officier zijn of geweest zijn bij de marine, ten minste 24 maanden effectieve vaart verricht hebben op zeeschepen met een brutotonnage van 3000 of meer en er een functie hebben uitgeoefend die direct betrekking had op het vaarwezen of de veiligheid van het schip in effectieve vaart.

Alvorens in dienst te treden leggen de havenkapiteins de eed af voor de rechtbank van eerste aanleg.

§ 5. Het havenbedrijf bepaalt de tuchtstraffen of sancties voor een havenkapitein. Het havenbedrijf kan tuchtstraffen of sancties, met uitzondering van ontslag of ontheffing uit de functie met toepassing van artikel 10, § 1, wegens een fout die werd begaan in de uitoefening van het ambt van gerechtelijke politie, alleen opleggen na een advies van de procureur-generaal dat het voorstel van het havenbedrijf daartoe goedkeurt.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd