Artikel 5.26
§1. Onverminderd de uitzonderingen die in dit hoofdstuk zijn bepaald en rekening houdend met de bepalingen van artikel 4.6, eerste lid, kan subsidie, zoals bedoeld in artikel 5.22, worden verleend aan de volgende initiatiefnemers:
- 1°de VMSW en de woonmaatschappijen;
- 2°het VWF;
- 3°de gemeenten;
- 4°de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, evenwel beperkt tot de subsidie voor wooninfrastructuur;
- 5°de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en welzijnsverenigingen.
§2. In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- 1°Algemene Overeenkomst: de Algemene Overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, en Serviceflats Invest nv, gesloten op 18 oktober 1995 en gewijzigd door een addendum van 3 december 1996 en 22 juli 2008;
- 2°serviceflats: individuele wooneenheden in een serviceflatgebouw als vermeld in artikel 2, 5°, van de gecoördineerde decreten van 18 december 1991 inzake voorzieningen voor bejaarden;
- 3°Serviceflats Invest nv: de bij besluit van de Vlaamse Regering van 18 oktober 1995 erkende vastgoedbeleggingsvennootschap met vast kapitaal.
Zolang Serviceflats Invest nv de in de Algemene Overeenkomst opgenomen doelstelling om 2 000 serviceflats te realiseren niet heeft bereikt, kan in afwijking van paragraaf 1 de subsidie voor verrichtingen als vermeld in artikel 5.23, ook worden verleend aan een OCMW of een vereniging zonder winstoogmerk als er serviceflats worden opgericht in het kader van een onroerende leasingovereenkomst tussen Serviceflats Invest nv en het OCMW of de vereniging zonder winstoogmerk.
§3. In afwijking van paragraaf 1, kunnen subsidies, vermeld in artikel 5.23, ook worden verleend aan initiatiefnemers, opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, overeenkomstig de wet van 27 juni 1921, waarbij aan verenigingen zonder winstgevend doel en aan instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend.