§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat betreft de harmonisatie in functie van het nieuwe Strafwetboek en overige wijzigingen #896

Gemerged Vlaamse Regering voegde 20 artikels samen in woonzorgdecreet-van-15-februari-2019decreet-2024-04-19-1039685 · 15 juni 2026 19 checks vragen aandacht
Amendementen
24 juni 2026 · 3 blz.
896/2 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be ingediend op 23 juni 2026 (2025-2026) Amendementen op het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat betreft de harmonisatie in functie van het nieuwe Strafwetboek en overige wijzigingen AMENDEMENT NR. 1 voorgesteld door Bart Van Opstal, Adeline Blancquaert, Stefaan Sintobin, Immanuel De Reuse, Freija Van den Driessche, Mercina Claesen en Chris Janssens Artikel 6 In de voorgestelde tekst, vierde lid, 6°, de zinsnede “, en voor zover dat feit een daad is van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging als vermeld in artikel 405 van het Strafwetboek, of van een criminele organisatie als vermeld in artikel 409 van het Strafwetboek, in de hoedanigheid van leidend persoon” schrappen. VERANTWOORDING Met artikel 6 van dit ontwerp van decreet actualiseren de stellers de uitsluitingsgronden waarbij tijdens de voorafgaande rechtspleging het opleggen van elektronische monitoring niet wordt toegestaan. Als motivering voor deze uitsluitingsgrond voeren de stellers onder meer aan dat het ernstige feiten betreft met verstrekkende gevolgen ervan voor slachtoffers, waardoor het verantwoord wordt geacht om voor deze categorieën van misdrijven strengere voorwaarden te verbinden aan de toepassing van bepaalde maatregelen of sancties. Wanneer misdrijven vanuit de thuisomgeving bovendien geheel of gedeeltelijk kunnen worden voortgezet of gefaciliteerd, dan is de uitsluiting van elektronisch toezicht volgens de stellers zelfs absoluut verantwoord, lees: noodzakelijk. Het kan onmogelijk in redelijkheid worden betwist dat feiten die verband houden met de invoer, de uitvoer, de vervaardiging, de verkoop of het te koop stellen van drugs bijzonder eenvoudig geheel of gedeeltelijk kunnen worden verdergezet of gefaciliteerd vanuit een thuisomgeving, alsook dat dergelijke handelingen een bijzonder destructieve impact hebben op niet alleen slachtoffers die drugsverslaafd zijn en afhankelijk zijn van criminelen die dergelijke feiten plegen, maar ook op alle naasten van dergelijke slachtoffers. Toch voorzien de stellers op dit punt alleen maar in een uitsluitingsgrond voor elektronische monitoring als het een minderjarige leidinggevende drugscrimineel betreft voor feiten inzake invoer, de uitvoer, de vervaardiging, de verkoop of het te koop stellen van drugs in het kader van deelneming aan de hoofdof bijkomende bedrijvigheid van een vereniging als vermeld in artikel 405 van het (nieuwe) Strafwetboek, of van een criminele organisatie als vermeld in artikel 409 van het (nieuwe) Strafwetboek. Om deze inconsistentie inzake de uitsluitingsgronden voor elektronisch toezicht weg te werken, komt het gepast voor om de voorwaarde dat het moet gaan om een leidend persoon in het kader van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging of van een criminele organisatie, te schrappen. ◼ AMENDEMENT NR. 2 voorgesteld door Bart Van Opstal, Adeline Blancquaert, Stefaan Sintobin, Immanuel De Reuse, Freija Van den Driessche, Mercina Claesen en Chris Janssens Artikel 9 In de voorgestelde tekst , vierde lid, 6°, de zinsnede “, en voor zover dat feit een daad is van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging als vermeld in artikel 405 van het Strafwetboek, of van een criminele organisatie als vermeld in artikel 409 van het Strafwetboek, in de hoedanigheid van leidend persoon” schrappen. VERANTWOORDING Zie de verantwoording bij amendement nr. 1. ◼
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd