Tot wijziging van boek 6, deel 9, titel 2, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat het gebruik van hernieuwbare energie door sociale huurders betreft, en tot wijziging van artikel 6.16, 6.17 en 6.19 van dezelfde codex (opschrift gewijzigd door de commissie: ... tot wijziging van boek 6, deel 9, titel 2, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat het gebruik van hernieuwbare energie door sociale huurders betreft, en tot wijziging van artikel 6.3/1, 6.16, 6.17 en 6.19 van dezelfde codex) #981
Gemerged 




N-VA, cd&v, Open Vld voegde 6 artikels samen in codex-wonen · 26 oktober 2021 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
– Nr. 2: Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking
van persoonsgegevens
– Nr. 3: Amendementen
verzendcode: WON
ingediend op 22 april 2022 (2021-2022)
Verslag
namens de Commissie voor Wonen en Onroerend Erfgoed
uitgebracht door Nadia Sminate
over het voorstel van decreet
van Allessia Claes, Vera Jans, Mercedes Van Volcem,
Sarah Smeyers, Joke Schauvliege en Katja Verheyen
tot wijziging van boek 6, deel 9, titel 2,
van de Vlaamse Codex Wonen van 2021,
wat het gebruik van hernieuwbare energie
door sociale huurders betreft,
en tot wijziging van artikel 6.16, 6.17 en 6.19
van dezelfde codex
Samenstelling van de Commissie voor Wonen en Onroerend Erfgoed:
Voorzitter: Kurt De Loor.
Vaste leden:
Allessia Claes, Sarah Smeyers, Nadia Sminate, Manuela Van Werde, Katja Verheyen;
Adeline Blancquaert, Guy D'haeseleer, Kristof Slagmulder;
Vera Jans, Joke Schauvliege;
Gwenny De Vroe, Mercedes Van Volcem;
An Moerenhout, Tine Van den Brande;
Kurt De Loor.
Plaatsvervangers:
Inez De Coninck, Veerle Geerinckx, Liesbeth Homans, Sofie Joosen, Rita Moors;
Leo Pieters, Klaas Slootmans, Frieda Verougstraete-Deschacht;
Katrien Partyka, Katrien Schryvers;
Steven Coenegrachts, Jean-Jacques De Gucht;
Ann De Martelaer, Jeremie Vaneeckhout;
Maxim Veys.
Toegevoegde leden:
Tom De Meester.
INHOUD
1. Toelichting door Allessia Claes ............................................................... 4
2. Algemene bespreking ........................................................................... 5
2.1. Vragen en opmerkingen van Guy D’haeseleer .................................. 5
2.2. Vragen en opmerkingen van Jeremie Vaneeckhout ........................... 5
2.3. Repliek van Allessia Claes ............................................................. 6
2.4. Reactie van Jeremie Vaneeckhout .................................................. 6
2.5. Slotrepliek van Allessia Claes ......................................................... 6
3. Artikelsgewijze bespreking en stemming ................................................. 7
4. Stemming over het gehele voorstel van decreet ...................................... 8
Tekst aangenomen door de commissie........................................................... 9
De Commissie voor Wonen en Onroerend Erfgoed besprak op 21 april 2022 het
voorstel van decreet van Allessia Claes, Vera Jans, Mercedes Van Volcem, Sarah
Smeyers, Joke Schauvliege en Katja Verheyen tot wijziging van boek 6, deel 9,
titel 2, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat het gebruik van hernieuwbare
energie door sociale huurders betreft, en tot wijziging van artikel 6.16, 6.17 en
6.19 van dezelfde codex.
Het voorstel van decreet werd na amendering aangenomen door de commissie.
1. Toelichting door Allessia Claes
Allessia Claes licht kort zowel het tamelijk technische voorstel van decreet toe als
de drie amendementen die werden ingediend door de indieners van het voorstel
van decreet (zie Parl.St. Vl.Parl. 2021-22, nr. 981/3).
Met het decreet van 23 maart 2018 houdende wijziging van artikel 97 van de
Vlaamse Wooncode, wat het stimuleren van hernieuwbare energie betreft, heeft
de decreetgever er in de toenmalige Vlaamse Wooncode voor gezorgd dat de sociale verhuurder aan zijn huurder een periodieke vergoeding kan vragen als de verhuurde sociale woning met hernieuwbare energiebronnen is uitgerust. Zo worden
investeringen in hernieuwbare energiebronnen door sociale verhuurders gestimuleerd. Tegelijkertijd werd bepaald dat die vergoeding nooit meer mag bedragen
dan het werkelijke voordeel dat de huurder in diezelfde periode heeft genoten.
Daarmee heeft ook de sociale huurder voordeel bij de investering in hernieuwbare
energiebronnen.
Met het arrest van het Grondwettelijk Hof van 14 januari 2021 en de nieuwe tariefmethodologie 2021-2024 van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en
Gasmarkt (VREG), werd er een einde gemaakt aan het principe van de virtueel
terugdraaiende teller.
Het is dan ook noodzakelijk om zicht te krijgen op hoeveel van de geproduceerde
stroom de sociale huurder direct verbruikt. Met dit voorstel van decreet worden bij
de berekening van de vergoeding die de sociale huurders betalen ter compensatie
van het gebruik van hernieuwbare energie, expliciet de werkelijke verbruiksgegevens naar voren geschoven.
De berekening van die vergoeding gebeurt op basis van de werkelijke verbruiksgegevens, gemeten met de digitale meter. Het werkelijke voordeel van de installatie voor hernieuwbare energie voor de sociale huurder van een woning die met
een digitale meter is uitgerust, is voortaan gelijk aan de energie die verbruikt wordt
op het moment dat die door de installatie wordt geproduceerd. Daarmee wordt
enkel de hoeveelheid stroom bedoeld die de sociale huurder effectief heeft verbruikt van de totale productieopbrengst van de installatie.
Waar het technisch niet mogelijk is om de werkelijke verbruikskosten te achterhalen, zoals bij een mechanische, terugdraaiende teller of als er geen individuele
teller is per huishouden, wordt er gebruikgemaakt van een forfaitaire vergoeding.
Omdat het niet eenvoudig is om bij een grootschalige investering de specifieke
investeringskosten per huishouden uit te splitsen, zal de Vlaamse Regering de gevallen bepalen waarvoor die forfaitaire vergoeding van toepassing is en de investeringskosten die als begrenzing voor de periodieke vergoeding gelden, vaststellen.
De verhuurder wordt verplicht te zorgen voor een gecertificeerde productiemeter
om de productieopbrengst op te volgen. Die productieopbrengst is immers nodig
voor de berekening van zowel de vergoeding op basis van het werkelijke verbruik
als voor de berekening van de forfaitaire vergoeding op basis van het normatieve
verbruik.
De regeling betekent concreet dat er pas geïnvesteerd zal worden in hernieuwbare
energie als de jaarlijkse kosten die een sociale verhuurder mag doorrekenen voor
de investering, minder bedragen dan de prijs van de uitgespaarde …