Tot instemming met de overeenkomst tot beëindiging van bilaterale investeringsverdragen tussen de lidstaten van de Europese Unie, ondertekend te Brussel op 5 mei 2020 #950
Gemerged Vlaamse Regering wijzigt geen gevolgde wet · 7 oktober 2021 1 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
verzendcode: BUI
ingediend op 17 november 2021 (2021-2022)
Verslag
namens de Commissie voor Buitenlands Beleid,
Europese Aangelegenheden, Internationale Samenwerking
en Toerisme
uitgebracht door Johan Deckmyn en Bart Tommelein
over het ontwerp van decreet
tot instemming
met de overeenkomst tot beëindiging
van bilaterale investeringsverdragen
tussen de lidstaten van de Europese Unie,
ondertekend te Brussel op 5 mei 2020
Samenstelling van de Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden,
Internationale Samenwerking en Toerisme:
Voorzitter: Cathy Coudyser.
Vaste leden:
Cathy Coudyser, Maarten De Veuster, Philippe Muyters, Joris Nachtergaele, Karl Vanlouwe;
Johan Deckmyn, Carmen Ryheul, Kristof Slagmulder;
Karin Brouwers, Vera Jans;
Emmily Talpe, Bart Tommelein;
Staf Aerts, Tine Van den Brande;
Annick Lambrecht.
Plaatsvervangers:
Maaike De Vreese, Andries Gryffroy, Sofie Joosen, Steven Vandeput, Manuela Van Werde;
Adeline Blancquaert, Stefaan Sintobin, Anke Van dermeersch;
Orry Van de Wauwer, Loes Vandromme;
Jean-Jacques De Gucht, Marino Keulen;
Chris Steenwegen, Jeremie Vaneeckhout;
Steve Vandenberghe.
Toegevoegde leden:
Jos D’Haese.
INHOUD
I. Inleidende uiteenzetting door Jan Jambon, minister-president van de
Vlaamse Regering, Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur,
Digitalisering en Facilitair Management ................................................... 4
1. Algemene situering van de overeenkomst ........................................ 4
2. Gemengd karakter van de overeenkomst ......................................... 4
II. Bespreking .......................................................................................... 5
1. Vragen en opmerkingen van de leden .............................................. 5
1.1. Tussenkomst van Karin Brouwers ........................................... 5
1.2. Tussenkomst van Philippe Muyters .......................................... 5
1.3. Tussenkomst van Bart Tommelein ........................................... 6
2. Antwoorden van de minister-president ............................................ 6
III. Stemming ........................................................................................... 7
Gebruikte afkortingen .................................................................................. 8
In de Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Internationale
Samenwerking en Toerisme stond op 9 november 2021 het ontwerp van decreet
tot instemming met de overeenkomst tot beëindiging van bilaterale investeringsverdragen tussen de lidstaten van de Europese Unie, ondertekend te Brussel op 5
mei 2020, op de agenda. Het ontwerp van decreet werd na bespreking aangenomen
met unanimiteit van stemmen.
(Deze vergadering werd als hybride vergadering georganiseerd.)
I. Inleidende uiteenzetting door Jan Jambon, ministerpresident van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van
Buitenlandse Zaken, Cultuur, Digitalisering en Facilitair
Management
1. Algemene situering van de overeenkomst
Minister-president Jan Jambon legt uit dat het doel van de voorliggende overeenkomst erin bestaat de intra-EU bilaterale investeringsovereenkomsten gelijktijdig
en op een gecoördineerde manier te beëindigen. In dergelijke bilaterale investeringsovereenkomsten wordt vastgesteld onder welke voorwaarden investeringen tussen
twee staten verlopen. In het kader van de Belgisch-Luxemburgse Economische
Unie is Vlaanderen partij bij vele overeenkomsten inzake de wederzijdse bevordering
en bescherming van investeringen. Intra-EU bilaterale investeringsovereenkomsten
zijn overeenkomsten die specifiek zijn aangegaan tussen landen die lid zijn van de
Europese Unie.
De spreker preciseert dat een groot aantal van die intra-EU bilaterale investeringsovereenkomsten werden afgesloten in de loop van de jaren negentig. Dat gebeurde
dus voor de EU-uitbreidingen van respectievelijk 2004 (Estland, Letland, Litouwen,
Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Cyprus en Malta), 2007 (Roemenië en
Bulgarije) en 2013 (Kroatië). Het ligt voor de hand dat deze investeringsbeveiliging
sinds de uitbreiding van de Unie niet meer zou hoeven te bestaan, aangezien alle
lidstaten gelijkelijk gebonden zijn door dezelfde regels in de interne markt.
Het Europees Hof van Justitie oordeelde in de zaak Slowakije tegen Achmea BV
(zaak C-284/16) dan ook dat de arbitrageclausules in de bilaterale investeringsovereenkomsten tussen EU-lidstaten niet verenigbaar zijn met het Europees recht.
Dientengevolge werd beslist om een plurilaterale overeenkomst op te stellen die het
mogelijk moest maken de intra-EU bilaterale investeringsovereenkomsten gelijktijdig en op een gecoördineerde wijze te beëindigen.
Tijdens de onderhandelingen die daarover gevoerd werden, golden voor Vlaanderen
de volgende prioritaire aandachtspunten: (1) rechtszekerheid; (2) behoud van een
gelijk speelveld; (3) nastreven van een consensus tussen de lidstaten omwille van
de impact op de interne markt; en (4) toekomstige investeringsbescherming en de
bijbehorende geschillenbeslechting.
Specifiek voor wat Vlaanderen betreft, heeft de voorliggende overeenkomst een
impact op dertien BLEU-investeringsakkoorden die met andere EU-lidstaten werden
gesloten.
2. Gemengd karakter van de overeenkomst
In 2018 werd geconcludeerd dat het hier om een gemengd verdrag gaat, waarbij
zowel de federale overheid als de gewesten betrokken zijn. Begin 2021 werd de
overeenkomst opnieuw beoordeeld naar aanleiding van het op 12 november 2020
door de Raad van State uitgebrachte advies bij het voorontwerp van decreet. De Raad
van State was immers van oordeel dat het hier om een dubbelgemengd verdrag
ging, waarbij ook de gemeenschappen betrokken waren. Na herevaluatie werd beslist
om het karakter zoals vastgelegd in 2018 te behouden. Er zijn immers geen zaken
bekend van buitenlandse investeerders tegen België, of van Belgische investeerders
tegen andere EU-landen. Hierdoor is de …