Houdende instemming met de Aanvullende Overeenkomst, ondertekend te Brussel op 24 mei 2017 bij het Verdrag ter oprichting van een Europees Ruimteagentschap van 30 mei 1975, tussen het Koninkrijk België en de Europese Ruimtevaartorganisatie inzake de voorrechten en immuniteiten van het Europees Ruimteagentschap in België #356
Gemerged Vlaamse Regering wijzigt geen gevolgde wet · 10 juni 2020 1 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: BUI
ingediend op 24 juni 2020 (2019-2020)
Verslag
namens de Commissie voor Buitenlands Beleid,
Europese Aangelegenheden, Internationale Samenwerking en
Toerisme
uitgebracht door Emmily Talpe
over het ontwerp van decreet
houdende instemming met de
Aanvullende Overeenkomst,
ondertekend te Brussel op 24 mei 2017
bij het Verdrag ter oprichting van een
Europees Ruimteagentschap van 30 mei 1975,
tussen het Koninkrijk België en de
Europese Ruimtevaartorganisatie inzake
de voorrechten en immuniteiten van het
Europees Ruimteagentschap in België
Samenstelling van de Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Internationale
Samenwerking en Toerisme:
Voorzitter: Cathy Coudyser.
Vaste leden:
Cathy Coudyser, Maarten De Veuster, Philippe Muyters, Joris Nachtergaele, Karl Vanlouwe;
Johan Deckmyn, Kristof Slagmulder, Frieda Verougstraete-Deschacht;
Karin Brouwers, Vera Jans;
Emmily Talpe, Bart Tommelein;
Tine Van den Brande, Jeremie Vaneeckhout;
Annick Lambrecht.
Plaatsvervangers:
Maaike De Vreese, Andries Gryffroy, Sofie Joosen, Steven Vandeput, Manuela Van Werde;
Adeline Blancquaert, Stefaan Sintobin, Anke Van dermeersch;
Martine Fournier, Orry Van de Wauwer;
Jean-Jacques De Gucht, Marino Keulen;
Mieke Schauvliege, Chris Steenwegen;
Steve Vandenberghe.
Toegevoegde leden:
Jos D'Haese.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
Op 23 juni 2020 besprak de Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Internationale Samenwerking en Toerisme het ontwerp van decreet
houdende instemming met de Aanvullende Overeenkomst, ondertekend te Brussel
op 24 mei 2017 bij het Verdrag ter oprichting van een Europees Ruimteagentschap
van 30 mei 1975, tussen het Koninkrijk België en de Europese Ruimtevaartorganisatie inzake de voorrechten en immuniteiten van het Europees Ruimteagentschap
in België.
(Tijdens de vergadering van de commissie waren alleen de commissievoorzitter en
commissiesecretaris fysiek in de commissiezaal aanwezig. De vaste leden, plaatsvervangende leden en de toegevoegde leden van de commissie kregen de mogelijkheid om online aan de vergadering deel te nemen via het platform Zoom. Andere
volksvertegenwoordigers konden alleen na motivering online aan de vergadering
deelnemen.)
1. Toelichting door minister-president Jan Jambon
Minister-president Jan Jambon start met een toelichting bij het zetelakkoord. Met
Brussel als belangrijk diplomatiek centrum, is ons land gaststaat voor vele internationale organisaties die hier hun hoofdzetel of een vertegenwoordiging hebben.
Zetelakkoorden bepalen de voorrechten en immuniteiten van deze organisaties. Ze
volgen een vast stramien. Verschillende Vlaamse bevoegdheden worden erdoor
geraakt: onteigeningsregelgeving, tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten, fiscaliteit en retributies, Vlaamse sociale bescherming of huiszoeking in het
kader van bijzondere strafwetgeving.
Het Europees Ruimteagentschap (ESA) werd opgericht bij het verdrag van 30 mei
1975. Het oprichtingsverdrag trad op 30 oktober 1980 in werking.
Het ESA ondersteunt en bevordert de Europese samenwerking op het gebied van
ruimteonderzoek en -technologie. Dit agentschap bundelt de financiële en nietfinanciële hulpbronnen van de verschillende lidstaten. Zo kunnen ruimtevaartprogramma's en -activiteiten uitgevoerd worden die buiten de capaciteit van individuele Europese lidstaten vallen.
Het ESA telt tweeëntwintig lidstaten, waaronder twintig lidstaten van de Europese
Unie. Daarnaast zit Canada in de ESA-Raad en neemt het deel aan bepaalde projecten in het kader van een samenwerkingsovereenkomst. Door middel van een
kaderovereenkomst onderhoudt Canada nauwe banden met de Europese Unie. De
hoofdzetel van het ESA is in Parijs gevestigd.
De activiteiten van het ESA bestaan uit het ontwikkelen van draagraketten, ruimtevoertuigen en grondstations, het lanceren van satellieten voor aardobservatie,
navigatie, telecommunicatie en astronomie en het sturen van ruimtesondes. Het
ESA werkt ook mee aan de bemande exploratie van het heelal.
Wat is de inhoud van het voorliggende akkoord? De voorrechten en immuniteiten
van het agentschap werden opgenomen in de bijlage I bij het verdrag van 1975.
Aansluitend hierbij sloten België en ESA op 26 januari 1993 een zetelakkoord met
een aantal bijkomende voorrechten en immuniteiten. De voorliggende Aanvullende
Overeenkomst vervangt het zetelakkoord van 1993.
De Aanvullende Overeenkomst moet de voorrechten en immuniteiten nader bepalen die vereist zijn voor het goed functioneren van het agentschap en voor de
goede uitvoering door het personeel van zijn opdracht. Die voorrechten en immuniteiten worden toegekend in het belang van de onafhankelijkheid en de goede
werking van het agentschap.
Zetelakkoorden hebben volgens de adviespraktijk van de Werkgroep Gemengde
Verdragen (WGV) vrijwel altijd een gemengd karakter aangezien zij de bevoegdheidsuitoefening van alle overheden inperken.
In haar vergadering van 12 november 2014 legde de Werkgroep Gemengde Verdragen, het adviesorgaan van de Interministeriële Conferentie voor Buitenlands
Beleid (ICBB), het gemengde karakter van de aanvullende overeenkomst vast. Zowel de federale overheid als de gewesten en de gemeenschappen zijn bevoegd
verklaard.
In een brief van 23 april 2015 deelde de voorzitter van de ICBB mee dat geen enkel
bezwaar werd geformuleerd. De ICBB heeft de consensus, bereikt in de WGV dus
stilzwijgend bekrachtigd en deze intrafederale consensus bijgevolg uitvoerbaar gemaakt.
De Aanvullende Overeenkomst werd ondertekend volgens formule 2 van de ICBB,
dat wil zeggen één handtekening, met volmachten van alle betrokken overheden
en in naam van alle betrokken overheden, met de vermelding in de verdragstekst
van de deelstaten in de aanhef en boven de handtekening.
Het Waalse Gewest (decreet van 31 januari 2019), de Duitstalige Gemeenschap
(decreet van 25 februari 2019) en de Franse Gemeenschap (decreet van 14 maart
2019) hebben hun instemmingsprocedure al beëindigd.
De impact …