Tot wijziging van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming en artikel 59 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, wat betreft BelRAI en de verwerking van persoonsgegevens #2088
Gemerged Vlaamse Regering voegde 9 artikels samen in decreet-2018-05-18woonzorgdecreet-van-15-februari-2019 · 6 maart 2024 Alle checks geslaagd
9 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 2 mei 2024. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 13 | 8° decreet houdende de persoonsvolgende financiering: het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap; | 13 | 8° decreet houdende de persoonsvolgende financiering: het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap; |
| 14 | 8°/1 decreet van 6 juli 2018: het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging; | 14 | 8°/1 decreet van 6 juli 2018: het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging; |
| 15 | 8°/2 Departement Zorg: het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; | ||
| 15 | 9° erkende zorgkas: een zorgkas, opgericht door een instantie als vermeld in artikel 18, die erkend is krachtens artikel 19; | 16 | 9° erkende zorgkas: een zorgkas, opgericht door een instantie als vermeld in artikel 18, die erkend is krachtens artikel 19; |
| 16 | 10° Expertencommissie: de Expertencommissie gespecialiseerde zorg, vermeld in artikel 39; | 17 | 10° Expertencommissie: de Expertencommissie gespecialiseerde zorg, vermeld in artikel 39; |
| 15 | 10° de Bijzondere Technische Commissie, vermeld in artikel 133 van dit decreet; | 15 | 10° de Bijzondere Technische Commissie, vermeld in artikel 133 van dit decreet; |
| 16 | 11° de actoren die belast zijn met de behandeling van administratieve beroepen, conform artikel 71, artikel 76, § 5, artikel 80, § 5, artikel 88, § 3, en artikel 92, § 5, van dit decreet; | 16 | 11° de actoren die belast zijn met de behandeling van administratieve beroepen, conform artikel 71, artikel 76, § 5, artikel 80, § 5, artikel 88, § 3, en artikel 92, § 5, van dit decreet; |
| 17 | 12° de adviserend artsen van de verzekeringsinstellingen, de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 50. | 17 | 12° de adviserend artsen van de verzekeringsinstellingen, de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 50; |
| 18 | 13° het Departement Zorg. | ||
| 18 | De instanties, vermeld in het eerste lid, verwerken de volgende persoonsgegevens van de gebruiker: | 19 | De instanties, vermeld in het eerste lid, verwerken de volgende persoonsgegevens van de gebruiker: |
| 19 | 1° de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de identificatie van de gebruiker in kwestie en in voorkomend geval de vertegenwoordiger of mantelzorger van de gebruiker; | 20 | 1° de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de identificatie van de gebruiker in kwestie en in voorkomend geval de vertegenwoordiger of mantelzorger van de gebruiker; |
| 35 | De Vlaamse Regering specificeert per doeleinde welke identificatie-, opleidings- of tewerkstellingsgegevens worden verwerkt. | 36 | De Vlaamse Regering specificeert per doeleinde welke identificatie-, opleidings- of tewerkstellingsgegevens worden verwerkt. |
| 36 | Als dat noodzakelijk is, vraagt het agentschap de gegevens, vermeld in het eerste lid, aan de zorgvoorzieningen in kwestie. | 37 | Als dat noodzakelijk is, vraagt het agentschap de gegevens, vermeld in het eerste lid, aan de zorgvoorzieningen in kwestie. |
| 38 | §3/3. Het Departement Zorg kan de identificatiegegevens, inclusief het Rijksregisternummer of het bis-nummer, opleidingsgegevens en tewerkstellingsgegevens verwerken van de personen die een indicatiestelling kunnen afnemen in het kader van het beheer van de databank, vermeld in artikel 70/2. | ||
| 37 | § 4. De verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming zijn: | 39 | § 4. De verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming zijn: |
| 38 | 1° het agentschap, voor de verwerking van persoonsgegevens van gebruikers in het kader van de controles op indicatiestellingen en de aansturing van die controles, in het kader van de behandeling van de administratieve beroepen tegen beslissingen van de zorgkas, met het oog op de uitvoering van de opdrachten van de Expertencommissie, met het oog op de uitvoering van de opdrachten van de Bijzondere Technische Commissie en voor het beheer van de databank, vermeld in artikel 70, voor de verwerking van persoonsgegevens van leden van de Zorgkassencommissie, de Expertencommissie, de sectorale adviescommissies, de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen en de Bijzondere Technische Commissie en voor de verwerking van persoonsgegevens van medewerkers die ingezet worden in de zorgvoorzieningen en de zelfstandigen die met een ondernemingscontract aan de zorgvoorziening verbonden zijn en die worden ingeschakeld in de werking van de zorgvoorzieningen; | 40 | 1° het agentschap, voor de verwerking van persoonsgegevens van gebruikers in het kader van de controles op indicatiestellingen en de aansturing van die controles, in het kader van de behandeling van de administratieve beroepen tegen beslissingen van de zorgkas, met het oog op de uitvoering van de opdrachten van de Expertencommissie, met het oog op de uitvoering van de opdrachten van de Bijzondere Technische Commissie en voor het beheer van de databank, vermeld in artikel 70, voor de verwerking van persoonsgegevens van leden van de Zorgkassencommissie, de Expertencommissie, de sectorale adviescommissies, de Adviescommissie Mobiliteitshulpmiddelen en de Bijzondere Technische Commissie en voor de verwerking van persoonsgegevens van medewerkers die ingezet worden in de zorgvoorzieningen en de zelfstandigen die met een ondernemingscontract aan de zorgvoorziening verbonden zijn en die worden ingeschakeld in de werking van de zorgvoorzieningen; |
| 40 | 3° het agentschap en de zorgkassen, voor de verwerking van persoonsgegevens van gebruikers in het kader van het digitaal platform Vlaamse Sociale Bescherming en de gemeenschappelijke applicaties Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 28; | 42 | 3° het agentschap en de zorgkassen, voor de verwerking van persoonsgegevens van gebruikers in het kader van het digitaal platform Vlaamse Sociale Bescherming en de gemeenschappelijke applicaties Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 28; |
| 41 | 4° de zorgvoorzieningen, de deelnemers aan het multidisciplinair overleg en de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen, voor de verwerking van persoonsgegevens van gebruikers in het kader van hun zorgrelatie met de gebruiker; | 43 | 4° de zorgvoorzieningen, de deelnemers aan het multidisciplinair overleg en de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen, voor de verwerking van persoonsgegevens van gebruikers in het kader van hun zorgrelatie met de gebruiker; |
| 42 | 5° het Departement Zorg, vermeld in artikel 23 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, voor het beheer van de databank met BelRAI-indicatiestellingen, vermeld in artikel 70/2 van dit decreet . | 44 | 5° het Departement Zorg, vermeld in artikel 23 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, voor het beheer van de databank met BelRAI-indicatiestellingen, vermeld in artikel 70/2 van dit decreet en voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 9, tweede lid. |
| 43 | § 5. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, gedurende welke termijn de verwerkte persoonsgegevens, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, maximaal zullen worden bewaard. | 45 | § 5. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, gedurende welke termijn de verwerkte persoonsgegevens, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, maximaal zullen worden bewaard. |
| 46 | In afwijking van het eerste lid worden de gegevens, vermeld in paragraaf 3/3, door het Departement Zorg maximaal vijftig jaar bewaard. | ||
| 44 | § 6. De verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, vindt plaats met respect voor de rechten van de betrokken gebruikers. | 47 | § 6. De verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, vindt plaats met respect voor de rechten van de betrokken gebruikers. |
| 45 | De zorgkassen zijn verantwoordelijk voor het verstrekken van informatie in hun individuele communicatie en interactie met gebruikers en hun vertegenwoordigers, met inbegrip van de contactgegevens van de functionaris van de gegevensbescherming als bedoeld in artikel 37 van de algemene verordening gegevensbescherming. | 48 | De zorgkassen zijn verantwoordelijk voor het verstrekken van informatie in hun individuele communicatie en interactie met gebruikers en hun vertegenwoordigers, met inbegrip van de contactgegevens van de functionaris van de gegevensbescherming als bedoeld in artikel 37 van de algemene verordening gegevensbescherming. |
| 47 | § 8. De zorgkassen bezorgen aan het Intermutualistisch Agentschap alle gegevens waarover ze beschikken in het kader van de uitvoering van dit decreet, met het oog op de analyse van die gegevens door het Intermutualistisch Agentschap. De doorgifte en analyse vindt plaats met het doel om verdere beleidsvorming te informeren. Die gegevens zijn gepseudonimiseerd. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, welke gegevens bezorgd worden, alsook de wijze waarop en de periodiciteit waarmee de gegevens bezorgd worden. | 50 | § 8. De zorgkassen bezorgen aan het Intermutualistisch Agentschap alle gegevens waarover ze beschikken in het kader van de uitvoering van dit decreet, met het oog op de analyse van die gegevens door het Intermutualistisch Agentschap. De doorgifte en analyse vindt plaats met het doel om verdere beleidsvorming te informeren. Die gegevens zijn gepseudonimiseerd. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, welke gegevens bezorgd worden, alsook de wijze waarop en de periodiciteit waarmee de gegevens bezorgd worden. |
| 48 | In het eerste lid wordt verstaan onder het Intermutualistisch Agentschap: het Intermutualistisch Agentschap opgericht overeenkomstig artikel 278 van de programmawet I van 24 december 2002. | 51 | In het eerste lid wordt verstaan onder het Intermutualistisch Agentschap: het Intermutualistisch Agentschap opgericht overeenkomstig artikel 278 van de programmawet I van 24 december 2002. |
| 52 | §9. Het Departement Zorg verwerkt de volgende gegevens: | ||
| 53 | 1° de leeftijdscategorie; | ||
| 54 | 2° de postcode van de hoofdverblijfplaats; | ||
| 55 | 3° de periode van overlijden; | ||
| 56 | 4° de gezondheidsgegevens; | ||
| 57 | 5° de gegevens van socio-economische, levensbeschouwelijke en culturele aard; | ||
| 58 | 6° de gegevens over de zelfbeschikking en factoren uit het dagelijkse leven van de gebruikers van wie een indicatiestelling wordt opgeslagen in de databank, vermeld in artikel 70/2. | ||
| 59 | De gegevens, vermeld in het eerste lid, worden verwerkt voor de volgende doelstellingen: | ||
| 60 | 1° het toezicht op de naleving van de erkennings- en financieringsvoorwaarden door de zorgvoorzieningen; | ||
| 61 | 2° de uitvoering van een kwaliteitsbeleid aan de hand van indicatoren en groepsstatistieken uit de BelRAI-gegevens; | ||
| 62 | 3° het vastleggen van een programmatieplanning aan de hand van BelRAI- gegevens; | ||
| 63 | 4° het nemen van beleidsmaatregelen om de financiering van zorgvoorzieningen en gebruikers binnen de Vlaamse Sociale Bescherming te versterken aan de hand van BelRAI-gegevens. | ||
| 64 | De gegevens, vermeld in het eerste lid, zijn gepseudonimiseerd. | ||
| 65 | De gegevens, vermeld in het eerste lid, worden door het Departement Zorg bewaard voor een periode van maximaal dertig jaar. | ||
| 10 | § 6. Elke gebruiker die een administratief beroep indient, is een dossiertaks verschuldigd aan het agentschap op straffe van onontvankelijkheid van het beroep. | 10 | § 6. Elke gebruiker die een administratief beroep indient, is een dossiertaks verschuldigd aan het agentschap op straffe van onontvankelijkheid van het beroep. |
| 11 | De dossiertaks, vermeld in het eerste lid, bedraagt 75 euro. | 11 | De dossiertaks, vermeld in het eerste lid, bedraagt 75 euro. |
| 12 | [... (vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023)] | ||
| 13 | In afwijking van het eerste lid zijn de volgende gebruikers vrijgesteld van de betaling van een dossiertaks: | 12 | In afwijking van het tweede lid bedraagt de dossiertaks 30 euro voor de volgende gebruikers: |
| 13 | 1° de gebruiker die op 1 januari van het kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarin de dossiertaks betaald moet worden, recht heeft op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, vermeld in artikel 37, §19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994; | ||
| 14 | 1° de gebruiker die het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, die in staat van faillissement is verklaard of die door een gerechtsdeurwaarder insolvabel is verklaard; | 14 | 2° de gebruiker die het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, die in staat van faillissement is verklaard of die door een gerechtsdeurwaarder insolvabel is verklaard; |
| 15 | 3° de gebruiker die het voorwerp is van: | ||
| 15 | 2° de gebruiker die het voorwerp is van budgetbegeleiding of budgetbeheer door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende instelling voor schuldbemiddeling of van een minnelijke schuldbemiddeling, vermeld in artikel 519, § 2, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek; | 16 | a) budgetbegeleiding of budgetbeheer door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of door een instelling voor schuldbemiddeling die door de Vlaamse Gemeenschap is erkend; |
| 17 | b) een minnelijke schuldbemiddeling als vermeld in artikel 519, §2, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek; | ||
| 16 | 3° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie; | 18 | 4° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie; |
| 17 | 4° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap; | 19 | 5° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap; |
| 18 | 5° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering als vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en waarbij het gezinsinkomen van de gebruiker alleen bestaat uit deze uitkering; | 20 | 6° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering, vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, waarbij het gezinsinkomen van de gebruiker alleen bestaat uit deze uitkering; |
| 19 | 6° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op de inkomensgarantie voor ouderen als vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen | 21 | 7° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op de inkomensgarantie voor ouderen, vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. |
| 20 | [Commentaar : het vierde lid werd vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023 in zoverre die bepalingen niet voorzien in een volledige vrijstelling van de dossiertaks ten aanzien van rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming krachtens artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, die niet tot de zes categorieën van volledig vrijgestelden behoren)] | 22 | [Commentaar : het vierde lid werd vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023 in zoverre die bepalingen niet voorzien in een volledige vrijstelling van de dossiertaks ten aanzien van rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming krachtens artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, die niet tot de zes categorieën van volledig vrijgestelden behoren)] |
| 21 | In de gevallen waarin het administratief beroep gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort | 23 | In de gevallen waarin het administratief beroep gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort |
Art. 5. Aan artikel 81 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“In de gevallen waarin het beroep door de arbeidsrechtbank gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 3 | § 2. De zorgkas herziet de beslissing over de tegemoetkoming ambtshalve als nieuwe gegevens aanleiding geven tot een wijziging van het bedrag van de tegemoetkoming. De Vlaamse Regering regelt de herzieningsprocedure. | 3 | § 2. De zorgkas herziet de beslissing over de tegemoetkoming ambtshalve als nieuwe gegevens aanleiding geven tot een wijziging van het bedrag van de tegemoetkoming. De Vlaamse Regering regelt de herzieningsprocedure. |
| 4 | § 3. De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kan administratief beroep aantekenen tegen de beslissing van de zorgkas. De Vlaamse Regering regelt de administratieve beroepsprocedure. Ze kan een multidisciplinair samengestelde administratieve beroepscommissie oprichten of bepalen wie het administratieve beroep behandelt. De Vlaamse Regering kan binnen die administratieve beroepscommissie verschillende kamers instellen. Ze kan presentiegelden en vergoedingen bepalen. | 4 | § 3. De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kan administratief beroep aantekenen tegen de beslissing van de zorgkas. De Vlaamse Regering regelt de administratieve beroepsprocedure. Ze kan een multidisciplinair samengestelde administratieve beroepscommissie oprichten of bepalen wie het administratieve beroep behandelt. De Vlaamse Regering kan binnen die administratieve beroepscommissie verschillende kamers instellen. Ze kan presentiegelden en vergoedingen bepalen. |
| 5 | § 4. Elke gebruiker die een administratief beroep indient , is een dossiertaks verschuldigd aan het agentschap op straffe van onontvankelijkheid van het beroep. | 5 | § 4. Elke gebruiker die een administratief beroep indient tegen een beslissing waarbij de vaststelling van de verminderde zelfredzaamheid wordt betwist , is een dossiertaks verschuldigd aan het agentschap op straffe van onontvankelijkheid van het beroep. |
| 6 | De dossiertaks, vermeld in het eerste lid, bedraagt 75 euro. | 6 | De dossiertaks, vermeld in het eerste lid, bedraagt 75 euro. |
| 7 | [... (vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023)] | ||
| 8 | In afwijking van het eerste lid zijn de volgende gebruikers vrijgesteld van de betaling van een dossiertaks: | 7 | In afwijking van het tweede lid bedraagt de dossiertaks 30 euro voor de volgende gebruikers: |
| 8 | 1° de gebruiker die op 1 januari van het kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarin de dossiertaks betaald moet worden, recht heeft op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, vermeld in artikel 37, §19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994; | ||
| 9 | 1° de gebruiker die het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, die in staat van faillissement is verklaard of die door een gerechtsdeurwaarder insolvabel is verklaard; | 9 | 2° de gebruiker die het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, die in staat van faillissement is verklaard of die door een gerechtsdeurwaarder insolvabel is verklaard; |
| 10 | 3° de gebruiker die het voorwerp is van: | ||
| 10 | 2° de gebruiker die het voorwerp is van budgetbegeleiding of budgetbeheer door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende instelling voor schuldbemiddeling of van een minnelijke schuldbemiddeling, vermeld in artikel 519, § 2, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek; | 11 | a) budgetbegeleiding of budgetbeheer door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of door een instelling voor schuldbemiddeling die door de Vlaamse Gemeenschap is erkend; |
| 12 | b) een minnelijke schuldbemiddeling als vermeld in artikel 519, §2, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek; | ||
| 11 | 3° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie; | 13 | 4° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie; |
| 12 | 4° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap; | 14 | 5° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap; |
| 13 | 5° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering als vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en waarbij het gezinsinkomen van de gebruiker alleen bestaat uit deze uitkering; | 15 | 6° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering, vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, waarbij het gezinsinkomen van de gebruiker alleen bestaat uit deze uitkering; |
| 14 | 6° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op de inkomensgarantie voor ouderen als vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen (vierde lid | 16 | 7° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op de inkomensgarantie voor ouderen, vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. |
| 15 | [Commentaar: het vierde lid werd vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023 in zoverre die bepalingen niet voorzien in een volledige vrijstelling van de dossiertaks ten aanzien van rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming krachtens artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, die niet tot de zes categorieën van volledig vrijgestelden behoren)] | 17 | [Commentaar: het vierde lid werd vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023 in zoverre die bepalingen niet voorzien in een volledige vrijstelling van de dossiertaks ten aanzien van rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming krachtens artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, die niet tot de zes categorieën van volledig vrijgestelden behoren)] |
| 16 | In de gevallen waarin het administratief beroep gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort. | 18 | In de gevallen waarin het administratief beroep gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort. |
Art. 7. Aan artikel 89 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“In de gevallen waarin het beroep door de arbeidsrechtbank gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 9 | § 6. Elke gebruiker die een administratief beroep indient, is een dossiertaks verschuldigd aan het agentschap op straffe van onontvankelijkheid van het beroep. | 9 | § 6. Elke gebruiker die een administratief beroep indient, is een dossiertaks verschuldigd aan het agentschap op straffe van onontvankelijkheid van het beroep. |
| 10 | De dossiertaks, vermeld in het eerste lid, bedraagt 75 euro. | 10 | De dossiertaks, vermeld in het eerste lid, bedraagt 75 euro. |
| 11 | [... (vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023)] | ||
| 12 | In afwijking van het eerste lid zijn de volgende gebruikers vrijgesteld van de betaling van een dossiertaks: | 11 | In afwijking van het tweede lid bedraagt de dossiertaks 30 euro voor de volgende gebruikers: |
| 12 | 1° de gebruiker die op 1 januari van het kalenderjaar vóór het kalenderjaar waarin de dossiertaks betaald moet worden, recht heeft op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, vermeld in artikel 37, §19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994; | ||
| 13 | 1° de gebruiker die het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, die in staat van faillissement is verklaard of die door een gerechtsdeurwaarder insolvabel is verklaard; | 13 | 2° de gebruiker die het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling, die in staat van faillissement is verklaard of die door een gerechtsdeurwaarder insolvabel is verklaard; |
| 14 | 3° de gebruiker die het voorwerp is van: | ||
| 14 | 2° de gebruiker die het voorwerp is van budgetbegeleiding of budgetbeheer door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende instelling voor schuldbemiddeling of van een minnelijke schuldbemiddeling, vermeld in artikel 519, § 2, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek; | 15 | a) budgetbegeleiding of budgetbeheer door een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of door een instelling voor schuldbemiddeling die door de Vlaamse Gemeenschap is erkend; |
| 16 | b) een minnelijke schuldbemiddeling als vermeld in artikel 519, §2, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek; | ||
| 15 | 3° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie; | 17 | 4° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie; |
| 16 | 4° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap; | 18 | 5° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op een inkomensvervangende tegemoetkoming als vermeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap; |
| 17 | 5° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering als vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en waarbij het gezinsinkomen van de gebruiker alleen bestaat uit deze uitkering; | 19 | 6° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op het minimumdagbedrag van de werkloosheidsuitkering, vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, waarbij het gezinsinkomen van de gebruiker alleen bestaat uit deze uitkering; |
| 18 | 6° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op de inkomensgarantie voor ouderen als vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen | 20 | 7° de gebruiker die of een lid van zijn gezin dat recht heeft op de inkomensgarantie voor ouderen, vermeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. |
| 19 | [Commentaar: het vierde lid werd vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023 in zoverre die bepalingen niet voorzien in een volledige vrijstelling van de dossiertaks ten aanzien van rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming krachtens artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, die niet tot de zes categorieën van volledig vrijgestelden behoren)] | 21 | [Commentaar: het vierde lid werd vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023 in zoverre die bepalingen niet voorzien in een volledige vrijstelling van de dossiertaks ten aanzien van rechthebbenden op een verhoogde tegemoetkoming krachtens artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, die niet tot de zes categorieën van volledig vrijgestelden behoren)] |
| 20 | In de gevallen waarin het administratief beroep gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort. | 22 | In de gevallen waarin het administratief beroep gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort. |
Art. 9. Aan artikel 93 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“In de gevallen waarin het beroep door de arbeidsrechtbank gegrond wordt verklaard, wordt de dossiertaks integraal teruggestort.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 10. In artikel 59 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, gewijzigd bij de decreten van 20 december 2019 en 21 april 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de zin “De Vlaamse Regering specificeert welke personen of instanties toegang hebben tot voormelde gezondheidsgegevens.” opgeheven;
2° in paragraaf 4 worden tussen het tweede en het derde lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
“De persoonsgegevens van de gebruiker, vermeld in het eerste lid, worden minimaal tot twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker bewaard en mogen maximaal tot vijf jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker worden bewaard. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.
De persoonsgegevens van de personeelsleden, de vrijwilligers, de verenigingswerkers en de bestuurders worden bewaard tot tien jaar na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, het ondernemingscontract, het bestuursmandaat of het verenigings- of vrijwilligerswerk. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.”;
3° in paragraaf 4 worden in het bestaande derde lid, dat het vijfde lid wordt, punt 2° en 3° opgeheven;
4° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt:
“§5. Om woonzorgvoorzieningen en verenigingen te vergunnen, te erkennen en te subsidiëren binnen de programmatie en voor het toezicht op de erkenningsvoorwaarden en de handhaving ervan, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming, en de persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders verwerkt door het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de gebruiker:
1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de betrokken gebruiker, inclusief het Rijksregisternummer of bis-nummer;
2° de geboortedatum;
3° het geslacht;
4° de gemeente waar de hoofdverblijfplaats gelegen is;
5° de datum van overlijden;
6° de gezondheidsgegevens over de gebruiker;
7° de gegevens over de zorg en ondersteuning die door de woonzorgvoorziening wordt verleend;
8° de plaats waar de zorg en ondersteuning wordt verleend door de woonzorgvoorziening.
In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders:
1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders, inclusief het Rijksregisternummer of het bis-nummer;
2° de geboortedatum;
3° het geslacht;
4° de gemeente waar de hoofdverblijfplaats gelegen is;
5° de datum van overlijden;
6° de gegevens over de tewerkstelling van de personeelsleden;
7° de gegevens over de bekwaamheid en integriteit van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders, namelijk:
a) de genoten opleiding;
b) de gegevens van het uittreksel uit het strafregister die noodzakelijk zijn om na te gaan of de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders geen eigenschappen hebben die onverzoenbaar zijn met hun functie.
De Vlaamse Regering kan de persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, nader preciseren.
De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard tot maximaal twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de gebruiker door een woonzorgvoorziening of vereniging. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.
De persoonsgegevens van de personeelsleden, vermeld in het derde lid, worden minimaal twee jaar en maximaal vijftig jaar bewaard. De persoonsgegevens van de vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders, vermeld in het derde lid, worden bewaard tot maximaal vijf jaar na het einde van de activiteit als vrijwilliger, verenigingswerker of bestuurder en ten hoogste voor een termijn van vijftig jaar. De persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.
De persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, kunnen worden overgemaakt aan het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de opdrachten en taken van dat agentschap bepaald in of ter uitvoering van het voornoemde decreet van 18 mei 2018.
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, al de volgende elementen:
1° de regels voor de wijze van verwerking van de gegevens;
2° de vorm waarin en de wijze waarop de gegevens worden uitgewisseld.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (het op te heffen deel niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.