§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft het stimuleren van de audiovisuele sector door financiële bijdragen aan de productie van audiovisuele werken #1933

Gemerged Vlaamse Regering voegde 14 artikels samen in decreet-2009-03-27-1017858 · 20 december 2023 Alle checks geslaagd
Amendementen
28 februari 2024 · 6 blz.
1933/6 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier: : Ontwerp van decreet – Nr. 2: Amendementen – Nr. 3: Verslag – Nr. 4: Verslag van de hoorzitting – Nr. 5: Amendementen 28 februari 2024 (2023-2024) Amendementen voorgesteld na indiening van het verslag op het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft het stimuleren van de audiovisuele sector door financiële bijdragen aan de productie van audiovisuele werken ingediend op verzendcode: CUL — 1011 B russel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be AMENDEMENT Nr. 28 voorgesteld door Meyrem Almaci na indiening van het verslag Artikel 2 In de bij punt 2° voorgestelde tekst, in punt 49°, b), 1), tweede lid, op de derde regel, de woorden “te goeder trouw” vervangen door de woorden “door een onafhankelijke derde”. VERANTWOORDING ‘Te goeder trouw’ is een te vaag begrip. Dat kan correcter en scherper worden gesteld door een beroep te doen op de expertise van een onafhankelijke derde, bijvoorbeeld een revisor. ¢ AMENDEMENT Nr. 29 voorgesteld door Meyrem Almaci na indiening van het verslag Artikel 2 In de bij punt 2° voorgestelde tekst, in punt 49°, b), 2), eerste lid, op de vierde regel, het bedrag “10 miljoen euro” vervangen door het bedrag “2 miljoen euro”. VERANTWOORDING Met betrekking tot de drempel voor lage omzet die als basis voor een vrijstelling op grond van artikel 13, lid 6, van de richtlijn audiovisuele mediadiensten (AVMD 2018) moet dienen verwijst de Europese Commissie in haar richtsnoeren van 7 juli 2020 naar aanbeveling 2003/361/EG46 en naar de omzetdrempel die in deze aanbeveling wordt gehanteerd bij de definitie van micro-ondernemingen: ondernemingen met een totale jaaromzet van maximaal 2 miljoen euro. De jaaromzet van de onderneming moet worden bepaald overeenkomstig de bepalingen van die aanbeveling, waarbij ook rekening wordt gehouden met de omzet van partnerondernemingen en verbonden ondernemingen. Met het oog op uniformiteit is het logisch om de aanbeveling van de Europese Commissie aan te houden. ¢ AMENDEMENT Nr. 30 voorgesteld door Meyrem Almaci na indiening van het verslag Artikel 2 In de bij punt 2° voorgestelde tekst, in punt 49°, b), 2), tweede lid, op de laatste regel, de woorden “te goeder trouw” vervangen door de woorden “door een onafhankelijke derde”. VERANTWOORDING Zie de verantwoording bij amendement nr. 28. ¢ AMENDEMENT Nr. 31 voorgesteld door Katia Segers en Meyrem Almaci na indiening van het verslag Artikel 3 Dit artikel vervangen door wat volgt: “Art. 3. In artikel 155, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden “door van de televisieomroeporganisaties onafhankelijke producenten” vervangen door de zinsnede “door onafhankelijke producenten in de zin van artikel 2, 49°”.”. VERANTWOORDING Het doel is om de intragroepinvesteringen onmogelijk te maken. Met het ontwerp van decreet zet de decreetgever de deur open naar toegang voor de afhankelijke productiehuizen, wat de onafhankelijke, kleinere spelers nog kwetsbaarder maakt. Deel uitmaken van een grotere groep maakt een productiehuis immers niet alleen financieel sterker, tot een omroep behoren geeft het ook een concurrentieel voordeel. Het ontwerp van decreet laat bovendien toe dat investeringen die mediabedrijven in de lokale audiovisuele sector moeten doen, deels binnen de eigen mediagroep kunnen gebeuren. Een vestzak-broekzakoperatie dus. Dat leidt uiteraard niet tot een bijkomende investering in de sector. ¢ AMENDEMENT Nr. 32 voorgesteld door Meyrem Almaci na indiening van het verslag Artikel 8 In de voorgestelde tekst, aan paragraaf 2, tweede lid, de volgende zin toevoegen: “Meer bepaald kan de marktconforme vergoeding die de investeerder betaalt om uitzendrechten te verwerven op een productieproject gericht op het Nederlandse taalgebied, mee in rekening worden genomen voor maximaal 20% van de financiele bijdrage die hij verschuldigd is, op voorwaarde dat de investeerder voor minstens 20% participeert in de productie van het audiovisuele werk als het een fictie-, of documentaireserie betreft of een fictie- of documentairefilm, en voor minstens 10% als het een animatieserie of animatiefilm betreft.”. VERANTWOORDING De voorziene uitbreiding om ook rechtenvergoedingen te laten meetellen als onderdeel van de investeringsbijdrage is nieuw en moet in het ontwerp van decreet zelf worden beperkt om ervoor te zorgen dat de initiële insteek van de stimuleringsplicht behouden blijft. ¢ AMENDEMENT Nr. 33 voorgesteld door Meyrem Almaci na indiening van het verslag Artikel 8/1 (nieuw) Een artikel 8/1 invoegen, dat luidt als volgt: “Artikel 8/1. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 12 februari 2021, wordt in titel I, ingevoegd bij artikel 7, een artikel 188/11 ingevoegd, dat luidt als volgt: “Art. 188/11. De rechtstreekse financiële bijdrage van een investeerder, vermeld in artikel 188/1, §1, van het decreet van 27 maart 2009, moet voor minimaal 80% toekomen aan productieprojecten van onafhankelijke producenten als vermeld in artikel 1, 49°. De rechtstreekse financiële bijdrage van een investeerder, vermeld in artikel 188/1, §1, 1°, van het decreet van 27 maart 2009, en die deel uitmaakt van een mediagroep bestaande uit een of meerdere producenten en/of omroeporganisaties, mag jaarlijks maximaal voor 20% besteed worden aan productieprojecten die worden aangeboden door televisieomroeporganisaties die vallen onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en die rechtstreeks of onrechtstreeks behoren tot de mediagroep van de investeerder. Als de investeerder zijn volledige bijdrage investeert in coproducties bij een onafhankelijk producent als vermeld in artikel 1, 49°, dan mag hij maximaal 40% van zijn bijdrageplicht besteden aan coproducties met omroeporganisaties die direct of indirect deel uitmaken van zijn mediagroep. De Vlaamse Regulator voor de Media zal in zijn jaarlijkse rapportering over de stimuleringsplicht transparantie geven over de producenten en omroepen waarmee elke …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd