§ flandrepo

Tot instemming met de overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het personeel van de diplomatieke missies en consulaire posten, ondertekend te Brussel op 17 november 2021 #1423

Gemerged Vlaamse Regering wijzigt geen gevolgde wet · 29 september 2022 1 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier: : Ontwerp van decreet verzendcode: BUI ingediend op 15 november 2022 (2022-2023) Verslag namens de Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Internationale Samenwerking en Toerisme uitgebracht door Bart Tommelein en Annick Lambrecht over het ontwerp van decreet tot instemming met de overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het personeel van de diplomatieke missies en consulaire posten, ondertekend te Brussel op 17 november 2021 Samenstelling van de Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Internationale Samenwerking en Toerisme: Voorzitter: Cathy Coudyser. Vaste leden: Cathy Coudyser, Maarten De Veuster, Philippe Muyters, Joris Nachtergaele, Karl Vanlouwe; Johan Deckmyn, Carmen Ryheul, Kristof Slagmulder; Karin Brouwers, Vera Jans; Emmily Talpe, Bart Tommelein; Staf Aerts, Tine Van den Brande; Annick Lambrecht. Plaatsvervangers: Maaike De Vreese, Andries Gryffroy, Sofie Joosen, Steven Vandeput, Manuela Van Werde; Adeline Blancquaert, Stefaan Sintobin, Anke Van dermeersch; Orry Van de Wauwer, Loes Vandromme; Jean-Jacques De Gucht, Marino Keulen; Chris Steenwegen, Jeremie Vaneeckhout; Steve Vandenberghe. Toegevoegde leden: Jos D’Haese. In de Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Internationale Samenwerking en Toerisme werd op 8 november 2022 het ontwerp van decreet tot instemming met de overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het personeel van de diplomatieke missies en consulaire posten, ondertekend te Brussel op 17 november 2021 besproken. Het werd daarna met unanimiteit van stemmen aangenomen. 1. Toelichting door minister-president Jan Jambon, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, Digitalisering en Facilitair Management 1.1. Inhoud van de overeenkomst Bij de aanvang van zijn uiteenzetting wijst minister-president Jan Jambon erop dat de status van diplomatiek en consulair personeel dat door de zogenaamde zendstaat wordt aangesteld in de ontvangende staat geregeld wordt door het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer uit 1961 en het Verdrag van Wenen inzake consulair verkeer uit 1963. De meeste landen, waaronder ook België en Luxemburg, zijn partij bij deze twee verdragen. In deze verdragen wordt bepaald dat het voor gezinsleden van diplomatiek en consulair personeel niet verboden is om in de ontvangende staat betaalde werkzaamheden te verrichten. Maar de facto blijken hun status en de daaruit voortvloeiende voorrechten en immuniteiten onverenigbaar te zijn met het uitoefenen van een beroep. In de meeste staten is de toegang van buitenlanders tot bezoldigde arbeid trouwens beperkt. Voor landen die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte, plus Zwitserland, stelt er zich in dit verband normalerwijze geen probleem. Belgische onderdanen hebben daar op grond van het vrij verkeer immers sowieso reeds toegang tot de arbeidsmarkt. Met die landen worden er over deze materie dan ook geen verdragen gesloten. Desalniettemin wenste het Groothertogdom Luxemburg toch een akkoord te sluiten. Indien een gezinslid van een diplomaat werkzaamheden wenst te verrichten, dient het gezinslid nu namelijk zijn of haar bevoorrecht statuut op te geven en de bijzondere verblijfstitel, afgegeven door de directie Protocol, in te leveren. De gezinsleden in kwestie vallen dan onder het gemeenrechtelijk statuut. Luxemburg stelt dat de gezinsleden van Belgische personeelsleden van de ambassade in Luxemburg kunnen werken met een gedeeltelijk behoud van hun bevoorrecht statuut, en wenst dat hetzelfde zou gelden in België. Rekening houdend met de nauwe en goede relatie die wij onderhouden met Luxemburg, werd beslist om op deze vraag in te gaan. De ondertekening van de voorliggende overeenkomst vond plaats op 17 november 2021 in Brussel, in de marge van de viering van honderd jaar Belgisch-Luxemburgse Economische Unie. Doel van de overeenkomst is om het verrichten van betaalde werkzaamheden – hetzij als loontrekkende, hetzij als zelfstandige – door bepaalde gezinsleden van de ambtenaren en andere personeelsleden van diplomatieke zendingen en consulaire posten te vergemakkelijken. 1.2. Gemengd karakter van de overeenkomst De minister-president komt dan tot de betrokkenheid van Vlaanderen bij de overeenkomst. Hij preciseert dat de Werkgroep Gemengde Verdragen, adviesorgaan van de Interministeriële Conferentie Buitenlands Beleid (ICBB), op 13 juli 2021 het gemengde karakter van de overeenkomst vastlegde. Zowel de federale overheid als de gewesten en de Duitstalige Gemeenschap worden in dezen bevoegd geacht. De ICBB heeft deze beslissing van de Werkgroep Gemengde Verdragen stilzwijgend bekrachtigd op 30 oktober 2021. Minister-president Jan Jambon legt uit dat deze materie tot de zesde staatshervorming een exclusief federale bevoegdheid vormde. Ook in de huidige stand der dingen blijven de normen betreffende de arbeidskaart, afgeleverd in het kader van de specifieke verblijfssituatie van de betrokken personen, vanuit regelgevend oogpunt een federale bevoegdheid (cf. artikel 6, §1, IX, 3°, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen (BWHI)). Het zijn echter de gewesten die bevoegd zijn om deze normen toe te passen (cf. artikel 6, §1, IX, 4°, van de BWHI). De gewesten zijn evenwel bevoegd voor de regelgeving inzake beroepskaarten, daar waar de federale overheid enkel bevoegd is voor vrijstellingen van beroepskaarten verbonden aan de specifieke verblijfssituatie van de betrokken personen (cf. opnieuw artikel 6, §1, IX, 3°, van de BWHI). De regelgeving in kwestie ligt momenteel vervat in het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd