§ flandrepo

Bij de aanpassing van de begroting 2022 #1302

Gemerged Vlaamse Regering voegde 11 artikels samen in decreet-1994-12-21decreet-2006-05-19-1014686decreet-2013-06-28 · 20 mei 2022 Alle checks geslaagd
Aangenomen tekst
7 juli 2022 · 9 blz.
1302/6 Officiële PDF
11 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 7 jul 2022. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

decreet-1994-12-21/art. 53 wijzigt · §4
Art. 2. Aan artikel 53, §4, van het decreet van 21 december 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1995, het laatst gewijzigd bij het decreet van 7 december 2018, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt: “5° de ontvangen middelen als gevolg van de waarborgen, vermeld in artikel 18, vierde lid, van het decreet van 13 december 2002 houdende de oprichting van de naamloze vennootschap van publiek recht Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) en in artikel 13 van het Indemniteitsdecreet van 21 januari 2022.”. Hoofdstuk 3. Landbouw en Visserij Afdeling 1. Uitbreiding Vlaams Fonds voor Landbouw en Visserij voor cofinanciering van het Vlaams Klimaatfonds voor land- en tuinbouw

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+2 −1 decreet-2006-05-19-1014686/art. 2 berekend
65° visserijproducten : producten van de visvangst op zee en in de binnenwateren en van de aquacultuur die al dan niet een verwerking of bewerking hebben ondergaan;65° visserijproducten : producten van de visvangst op zee en in de binnenwateren en van de aquacultuur die al dan niet een verwerking of bewerking hebben ondergaan;
76° Vlaams Landbouwfonds : Vlaams Fonds voor Landbouw en Visserij;76° Vlaams Landbouwfonds : Vlaams Fonds voor Landbouw en Visserij;
87° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij.87° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de Zeevisserij;
98° Vlaams Klimaatfonds: het Vlaams Klimaatfonds, vermeld in artikel 14 van het decreet van 13 juli 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2020.
+1 −0 decreet-2006-05-19-1014686/art. 4 berekend
8b) de schade niet voortvloeit uit bestrijdingsprogramma's met betrekking tot de dieren- of plantengezondheid;8b) de schade niet voortvloeit uit bestrijdingsprogramma's met betrekking tot de dieren- of plantengezondheid;
96° ...96° ...
107° uitgaven die betrekking hebben op de cofinanciering vanuit het Vlaams Klimaatfonds voor land- en tuinbouw gerelateerde initiatieven.
+2 −1 decreet-2006-05-19-1014686/art. 5 berekend
1211° de verplichte bijdragen die opgelegd worden aan de bedrijven of personen die door de aard van hun activiteiten schade kunnen veroorzaken aan planten of dieren en aan plantaardige of dierlijke producten of visserijproducten;1211° de verplichte bijdragen die opgelegd worden aan de bedrijven of personen die door de aard van hun activiteiten schade kunnen veroorzaken aan planten of dieren en aan plantaardige of dierlijke producten of visserijproducten;
1312° andere middelen die hem bij decreet zijn toegewezen;1312° andere middelen die hem bij decreet zijn toegewezen;
1413° bij achterstal van betaling, de intresten op de bedragen, vermeld in punt 1° tot en met 12°.1413° bij achterstal van betaling, de intresten op de bedragen, vermeld in punt 1° tot en met 12°;
1514° financiering uit het Vlaams Klimaatfonds.
15De verplichte bijdragen, retributies, rechten en vergoedingen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, kunnen worden geheven op planten of plantaardige producten, dieren of dierlijke producten of visserijproducten die worden voortgebracht, geoogst, aangeland, verhandeld, vervoerd, bewerkt of verwerkt. Ze kunnen ook worden geheven op de ondernemingen die planten of plantaardige producten, dieren of dierlijke producten of visserijproducten voortbrengen, verhandelen, vervoeren, bewerken of verwerken.16De verplichte bijdragen, retributies, rechten en vergoedingen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, kunnen worden geheven op planten of plantaardige producten, dieren of dierlijke producten of visserijproducten die worden voortgebracht, geoogst, aangeland, verhandeld, vervoerd, bewerkt of verwerkt. Ze kunnen ook worden geheven op de ondernemingen die planten of plantaardige producten, dieren of dierlijke producten of visserijproducten voortbrengen, verhandelen, vervoeren, bewerken of verwerken.
+1 −0 decreet-2006-05-19-1014686/art. 7 berekend
7De raad kan aan de minister elk voorstel voorleggen voor het toepassingsdomein van het Vlaams Landbouwfonds.7De raad kan aan de minister elk voorstel voorleggen voor het toepassingsdomein van het Vlaams Landbouwfonds.
8§ 3. ...8§ 3. ...
9§4. De raad verleent geen advies over de middelen en uitgaven gerelateerd aan het Vlaams Klimaatfonds.
+3 −4 decreet-2013-06-28/art. 12 berekend
1In het kader van de landbouwvorming kunnen naschoolse activiteiten die inhoudelijk gericht zijn op vorming op het vlak van de landbouwactiviteit en primaire verwerking, worden georganiseerd met als doel :1In het kader van de landbouwvorming kunnen naschoolse activiteiten worden georganiseerd.
21° de beroepsopleiding bevorderen van personen die een landbouwactiviteit of activiteit in de primaire verwerking uitoefenen of zullen uitoefenen door hen via naschoolse vorming in staat te stellen vakbekwaamheid en deskundigheid te verwerven of die te verbeteren voor landbouwactiviteiten of de primaire verwerking en de daaraan verbonden activiteiten en voor de omschakeling van landbouwactiviteiten;
32° de personen die landbouwactiviteiten of activiteiten in de primaire verwerking uitoefenen of zullen uitoefenen voorbereiden op een kwalitatieve heroriëntering van de productie en op de toepassing van productiemethoden die verenigbaar zijn met landschapsbehoud, landschapsverbetering, milieubescherming, hygiënische normen en dierenwelzijn, alsook hen de vaardigheden laten verwerven die nodig zijn om een economisch levensvatbaar landbouwbedrijf te beheren;
43° de opleiding vervolmaken van de lesgevers die in de naschoolse landbouwvorming actief zijn of willen worden.
2De Vlaamse Regering kan de doelgroepen van de naschoolse activiteiten, vermeld in het eerste lid, en de doelen waartoe die activiteiten moeten bijdragen, bepalen.
3In het kader van de naschoolse activiteiten, vermeld in het eerste lid, kunnen examens georganiseerd worden en getuigschriften en attesten uitgereikt worden.
+0 −8 decreet-2013-06-28/art. 14 opgeheven
1Een vereniging kan als centrum voor landbouwvorming erkend worden als ze aan de volgende voorwaarden voldoet :
21° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met als statutair doel de organisatie van naschoolse vormingsactiviteiten als vermeld in artikel 12;
32° ze stelt op eenvoudig verzoek alle gegevens ter beschikking die nodig zijn voor de controle op en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is;
43° ze biedt alle waarborgen voor een adequate organisatie en planning van de verschillende types vormingsactiviteiten, bepaald door de Vlaamse Regering;
54° ze aanvaardt de administratieve en financiële controle van de Vlaamse overheid en de Europese Unie.
6De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, en aanvullende voorwaarden en regels voor de erkenning en de gevolgen van de erkenning.
7De erkenning kan worden geschorst of opgeheven als niet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt voldaan. De Vlaamse Regering kan de regels voor de schorsing en de opheffing nader bepalen en kan ook nog andere gevallen bepalen die leiden tot schorsing of opheffing van de erkenning als centrum.
8De erkenning wordt geschorst als het centrum ook andere subsidiëring aanvraagt en krijgt voor activiteiten die worden gesubsidieerd ter uitvoering van deze afdeling.
+3 −2 decreet-2013-06-28/art. 15 berekend
2Met betrekking tot de subsidies, vermeld in het eerste lid, kan de Vlaamse Regering bepalen :2Met betrekking tot de subsidies, vermeld in het eerste lid, kan de Vlaamse Regering bepalen :
31° wie in aanmerking komt voor subsidiëring;31° wie in aanmerking komt voor subsidiëring;
42° aan welke regels de centra moeten voldoen;42° aan welke regels de begunstigden moeten voldoen;
52°/1 dat de begunstigden erkend of geregistreerd moeten worden om voor subsidiëring in aanmerking te komen en aan welke voorwaarden ze in voorkomend geval moeten voldoen;
53° wat de aard is van de naschoolse activiteiten;63° wat de aard is van de naschoolse activiteiten;
64° aan welke kwaliteitseisen de begeleiding moet voldoen;74° aan welke kwaliteitseisen de begeleiding moet voldoen;
75° aan welke kwaliteitseisen de lesgevers moeten voldoen;85° aan welke kwaliteitseisen de lesgevers moeten voldoen;
86° hoe de installatieproeven die afgelegd moeten worden om een installatieattest te krijgen, moeten worden georganiseerd.
96° op welke wijze examens georganiseerd worden, en onder welke voorwaarden een attest of getuigschrift verkregen kan worden.
9De subsidiëring van de organisatie van naschoolse vormingsactiviteiten, vermeld in artikel 12, kan afhankelijk gesteld worden van het type centrum, het type vormingsactiviteit of de kwalificaties van de lesgever.10De subsidiëring van de organisatie van naschoolse vormingsactiviteiten, vermeld in artikel 12, kan afhankelijk gesteld worden van het type centrum, het type vormingsactiviteit of de kwalificaties van de lesgever.
10Om voor subsidie in aanmerking te komen, mogen de deelnemers aan de naschoolse vormingsactiviteiten, vermeld in artikel 12, bij de aanvang van de activiteiten niet meer leerplichtig zijn, overeenkomstig de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht.11Om voor subsidie in aanmerking te komen, mogen de deelnemers aan de naschoolse vormingsactiviteiten, vermeld in artikel 12, bij de aanvang van de activiteiten niet meer leerplichtig zijn, overeenkomstig de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht.
+8 −1 decreet-2013-06-28/art. 16 berekend
1Met behoud van de toepassing van artikel 10, § 1, tweede lid, kunnen, ter bevordering van een duurzame landbouw, sensibiliseringsacties worden georganiseerd rond de thema's, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid.
1Binnen de grenzen van de jaarlijks toegestane begrotingskredieten kunnen subsidies worden toegekend voor de organisatie van sensibiliseringsacties om een duurzame landbouw te bevorderen.
2Met betrekking tot de subsidies, vermeld in het eerste lid, kan de Vlaamse Regering bepalen:
31° wie in aanmerking komt voor subsidiëring;
42° dat de begunstigden erkend of geregistreerd moeten worden om voor subsidiëring in aanmerking te komen en aan welke voorwaarden ze in voorkomend geval moeten voldoen;
53° aan welke regels de sensibiliseringsacties moeten voldoen;
64° aan welke verplichtingen de begunstigden moeten voldoen;
75° onder welke voorwaarden de subsidie verleend wordt;
86° welke procedure gevolgd moet worden.
+1 −0 decreet-2018-04-27/art. 40 berekend
31° aan de gefinancierde, de gesubsidieerde officiële en de gesubsidieerde vrije permanente ondersteuningscellen worden respectievelijk 5,89 omkaderingsgewichten, 1,99 omkaderingsgewichten en 12,49 omkaderingsgewichten toegekend;31° aan de gefinancierde, de gesubsidieerde officiële en de gesubsidieerde vrije permanente ondersteuningscellen worden respectievelijk 5,89 omkaderingsgewichten, 1,99 omkaderingsgewichten en 12,49 omkaderingsgewichten toegekend;
42° 1015 omkaderingsgewichten worden verdeeld over de centra volgens het aantal leerlingen met SES-kenmerken in de scholen voor gewoon onderwijs waarmee ze samenwerken.42° 1015 omkaderingsgewichten worden verdeeld over de centra volgens het aantal leerlingen met SES-kenmerken in de scholen voor gewoon onderwijs waarmee ze samenwerken.
5Van de omkaderingsgewichten aan de gesubsidieerde officiële permanente ondersteuningscellen, vermeld in het eerste lid, 1°, worden 1,44 omkaderingsgewichten toegekend aan de permanente ondersteuningscel van de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten enerzijds en 0,55 omkaderingsgewichten aan de permanente ondersteuningscel van het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen anderzijds.
5Bij de berekening wordt rekening gehouden met de leerlingenkenmerken 1 tot en met 3, vermeld in artikel 133 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 242 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.6Bij de berekening wordt rekening gehouden met de leerlingenkenmerken 1 tot en met 3, vermeld in artikel 133 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 242 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
6406 van de omkaderingsgewichten worden over de centra evenredig verdeeld op basis van het aantal regelmatige leerlingen in de scholen waarmee ze samenwerken die beantwoorden aan leerlingenkenmerk 1.7406 van de omkaderingsgewichten worden over de centra evenredig verdeeld op basis van het aantal regelmatige leerlingen in de scholen waarmee ze samenwerken die beantwoorden aan leerlingenkenmerk 1.
decreet-2001-07-06/art. 33 wijzigt
Art. 21. Aan artikel 33 van het decreet van 6 juli 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001, gewijzigd bij de decreten van 22 december 2006, 21 november 2008, 18 december 2009, 30 juni 2017 en 20 december 2019, wordt een paragraaf 10 toegevoegd, die luidt als volgt: “§10. De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, verkregen op basis van paragraaf 2, kunnen eveneens aangewend worden voor de betaling van facturen voor het tijdelijk inhuren van personeel via uitzendarbeid of externe ICT-profielen ter vervanging van de personeelsleden binnen WVG die ten laste genomen worden door andere organisaties of overheden.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd