§ flandrepo
  1. +13 −9 art. 4.3.3
    1In het geval de Vlaamse Nutsregulator de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1 , opheft, of als de toegang van een leverancier tot het net wordt beëindigd, of in geval van het faillissement van een leverancier of vanaf de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht, ten aanzien van die leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De periode voor de noodlevering bedraagt maximaal zestig dagen voor niet-huishoudelijke afnemers en maximaal twaalf maanden voor huishoudelijke afnemers.De Vlaamse Regering kan die maximale periodes beperken en kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerders de taak van noodleverancier uitvoeren.1§1. In het geval de Vlaamse Nutsregulator de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1 van dit decreet, opheft, of als de toegang van een leverancier tot het net wordt beëindigd, of in geval van het faillissement van een leverancier of vanaf de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie of overdracht onder gerechtelijk gezag overeenkomstig boek XX, titels V, V/I en V/II van het Wetboek van economisch recht, ten aanzien van die leverancier, zorgt de netbeheerder voor de continuïteit van de levering van elektriciteit en aardgas aan de afnemers van die leverancier, en treedt daarbij op als noodleverancier. De netbeheerder is voor het uitoefenen van zijn taken als noodleverancier beheersmatig en juridisch onafhankelijk ten aanzien van de transmissienetbeheerder, de beheerder van het vervoersnet, de leveranciers andere dan de netbeheerder handelend met toepassing van artikel 4.1.22, tussenpersonen, aanbieders van energiediensten, ESCO’s, aggregatoren, dienstverleners van flexibiliteit en producenten, en de met deze ondernemingen verbonden en geassocieerde ondernemingen en financieel en organisatorisch onafhankelijk ten aanzien van het uitoefenen van zijn taken overeenkomstig artikel 4.1.6, artikel 4.1.6/1 en artikel 4.1.8/2. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen die gelden voor de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid en de financiële en organisatorische onafhankelijkheid.
    2De noodleverancier wijst na een eerlijke, transparante en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure, een leverancier aan die instaat voor de levering van aardgas en elektriciteit aan de noodleverancier voor de overgedragen afnemers. De noodleverancier staat verder in voor de levering aan en de facturatie van de overgedragen afnemers en alle andere toepasselijke verplichtingen die daaraan zijn verbonden. De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden bepalen voor de aanbestedingsprocedure.
    3§2. Afnemers die aan de noodleverancier worden overgedragen, behouden hun rechten, vermeld in artikel 4.4.1, eerste lid, 1° en 2°, en hun rechten vastgesteld ter uitvoering van artikel 4.3.2, 1° en 2°.
    4§3. De periode voor de noodlevering bedraagt maximaal zes maanden voor niet-huishoudelijke afnemers en maximaal twaalf maanden voor huishoudelijke afnemers. De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerders de taak van noodleverancier uitvoeren.
    5De noodleverancier deelt onmiddellijk de algemene voorwaarden mee aan de overgedragen afnemers. De noodleverancier contacteert alle afnemers die gedurende dertig dagen door de noodleverancier worden beleverd, en deelt hen mee dat ze zullen terugkeren naar een leverancier op de markt. De mededeling vermeldt bijkomend dat er op de markt contracten tegen een voordeliger aanbod te vinden zijn dan bij de noodleverancier. Daarbij wordt in de mededeling door middel van een link, en als het communicatiemiddel dit toelaat, een QR-code, verwezen naar het vergelijkingsinstrument van de Vlaamse Nutsregulator, vermeld in artikel 4.4.3. Voor beschermde afnemers wordt in de mededeling niet verwezen naar het vergelijkingsinstrument van de Vlaamse Nutsregulator, maar wordt vermeld dat ze bij de overstap naar een leverancier op de markt verder kunnen verbruiken tegen het sociaal tarief zolang hun statuut ongewijzigd blijft.
    2Het Openbaar Ministerie brengt de Vlaamse Nutsregulator op de hoogte van elke dagvaarding die het uitbrengt tot faillietverklaring of in het kader van boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht, met betrekking tot een elektriciteits- of aardgasleverancier die in het Vlaamse Gewest actief is.6§4. Het Openbaar Ministerie brengt de Vlaamse Nutsregulator op de hoogte van elke dagvaarding die het uitbrengt tot faillietverklaring of elke dagvaarding in het kader van de toepassing van boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht die het uitbrengt, tegen een elektriciteits- of aardgasleverancier die in het Vlaamse Gewest actief is.
    3De griffier van de ondernemingsrechtbank brengt de Vlaamse Nutsregulator zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vierentwintig uur op de hoogte van:7De griffier van de ondernemingsrechtbank brengt de Vlaamse Nutsregulator zo snel mogelijk en uiterlijk binnen 24 uur op de hoogte van:
    41° elke aangifte tot faillietverklaring en elke indiening van een verzoekschrift tot aanvraag van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie door een leverancier als vermeld in het tweede lid;81° elke aangifte tot faillietverklaring en elke indiening van een verzoekschrift tot aanvraag van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie of van overdracht onder gerechtelijk gezag door een leverancier als vermeld in het eerste lid;
    52° elke dagvaarding tot faillietverklaring met betrekking tot een leverancier als vermeld in het tweede lid, die is uitgebracht door een andere partij dan het Openbaar Ministerie;92° elke dagvaarding tot faillietverklaring van een leverancier als vermeld in het eerste lid, die is uitgebracht door een andere partij dan het Openbaar Ministerie;
    63° elke beslissing tot faillietverklaring die de rechtbank neemt met betrekking tot een leverancier als vermeld in het tweede lid;103° elke beslissing tot faillietverklaring die de rechtbank neemt over een leverancier als vermeld in het eerste lid;
    74° elke beslissing die de voorzitter van de rechtbank neemt met betrekking tot een leverancier als vermeld in het tweede lid, in het kader van artikel XX.30 en XX.32 van het Wetboek van Economisch Recht;114° elke beslissing die de voorzitter van de rechtbank neemt over een leverancier als vermeld in het eerste lid, in het kader van de toepassing van artikel XX.30 en XX.32 van het Wetboek van economisch recht;
    85° elke beslissing die de rechtbank neemt op verslag van de gedelegeerd rechter of op verzoek of dagvaarding van het Openbaar Ministerie of van elke belanghebbende met betrekking tot een leverancier als vermeld in het tweede lid, in het kader van artikel XX.31 en boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht.125° elke beslissing die de rechtbank neemt over een leverancier als vermeld in het eerste lid, in het kader van de artikelen XX.49/1, XX.49/2, XX.61 en XX.62 van het Wetboek van economisch recht.
    9Het tweede en derde lid laten de verplichtingen van de leverancier, vermeld in het tweede lid, over de informatieverstrekking aan het publiek onverlet.13Het eerste en tweede lid laten de verplichtingen van de leverancier, vermeld in het eerste lid, over de informatieverstrekking aan het publiek onverlet.
  2. +3 −3 art. 4.3.3
    1In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, opheft, of als de toegang van een leverancier tot het net wordt beëindigd, of in geval van het faillissement van een leverancier of vanaf de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht, ten aanzien van die leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De periode voor de noodlevering bedraagt maximaal zestig dagen voor niet-huishoudelijke afnemers en maximaal twaalf maanden voor huishoudelijke afnemers. De Vlaamse Regering kan die maximale periodes beperken en kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerders de taak van noodleverancier uitvoeren.1In het geval de Vlaamse Nutsregulator de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, opheft, of als de toegang van een leverancier tot het net wordt beëindigd, of in geval van het faillissement van een leverancier of vanaf de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht, ten aanzien van die leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De periode voor de noodlevering bedraagt maximaal zestig dagen voor niet-huishoudelijke afnemers en maximaal twaalf maanden voor huishoudelijke afnemers. De Vlaamse Regering kan die maximale periodes beperken en kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerders de taak van noodleverancier uitvoeren.
    2Het Openbaar Ministerie brengt de VREG op de hoogte van elke dagvaarding die het uitbrengt tot faillietverklaring of in het kader van boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht, met betrekking tot een elektriciteits- of aardgasleverancier die in het Vlaamse Gewest actief is.2Het Openbaar Ministerie brengt de Vlaamse Nutsregulator op de hoogte van elke dagvaarding die het uitbrengt tot faillietverklaring of in het kader van boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht, met betrekking tot een elektriciteits- of aardgasleverancier die in het Vlaamse Gewest actief is.
    3De griffier van de ondernemingsrechtbank brengt de VREG zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vierentwintig uur op de hoogte van:3De griffier van de ondernemingsrechtbank brengt de Vlaamse Nutsregulator zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vierentwintig uur op de hoogte van:
    41° elke aangifte tot faillietverklaring en elke indiening van een verzoekschrift tot aanvraag van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie door een leverancier als vermeld in het tweede lid;41° elke aangifte tot faillietverklaring en elke indiening van een verzoekschrift tot aanvraag van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie door een leverancier als vermeld in het tweede lid;
    52° elke dagvaarding tot faillietverklaring met betrekking tot een leverancier als vermeld in het tweede lid, die is uitgebracht door een andere partij dan het Openbaar Ministerie;52° elke dagvaarding tot faillietverklaring met betrekking tot een leverancier als vermeld in het tweede lid, die is uitgebracht door een andere partij dan het Openbaar Ministerie;
  3. +1 −1 art. 4.3.3
    1In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, opheft, of indien een leverancier de toegang tot het net wordt ontzegd, of in geval van het faillissement van een leverancier of vanaf de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht, ten aanzien van die leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De periode voor de noodlevering bedraagt maximaal zestig dagen voor niet-huishoudelijke afnemers en maximaal twaalf maanden voor huishoudelijke afnemers. De Vlaamse Regering kan die maximale periodes beperken en kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerders de taak van noodleverancier uitvoeren.1In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, opheft, of als de toegang van een leverancier tot het net wordt beëindigd, of in geval van het faillissement van een leverancier of vanaf de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht, ten aanzien van die leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De periode voor de noodlevering bedraagt maximaal zestig dagen voor niet-huishoudelijke afnemers en maximaal twaalf maanden voor huishoudelijke afnemers. De Vlaamse Regering kan die maximale periodes beperken en kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerders de taak van noodleverancier uitvoeren.
    2Het Openbaar Ministerie brengt de VREG op de hoogte van elke dagvaarding die het uitbrengt tot faillietverklaring of in het kader van boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht, met betrekking tot een elektriciteits- of aardgasleverancier die in het Vlaamse Gewest actief is.2Het Openbaar Ministerie brengt de VREG op de hoogte van elke dagvaarding die het uitbrengt tot faillietverklaring of in het kader van boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht, met betrekking tot een elektriciteits- of aardgasleverancier die in het Vlaamse Gewest actief is.
    3De griffier van de ondernemingsrechtbank brengt de VREG zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vierentwintig uur op de hoogte van:3De griffier van de ondernemingsrechtbank brengt de VREG zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vierentwintig uur op de hoogte van:
  4. +8 −0 art. 4.3.3
  5. +1 −1 art. 4.3.3
  6. +1 −1 art. 4.3.3
  7. +1 −1 art. 4.3.3
  8. 24 december 2018 Codificatie: Energiedecreet 2009035580
    +1 −0 art. 4.3.3 nieuw
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd