Decreet tot wijziging van diverse decreten betreffende het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht
28 artikels gewijzigd
| 8 | De inservicetraining gebeurt in de vorm van een LIO-baan. | 8 | De inservicetraining gebeurt in de vorm van een LIO-baan. |
| 9 | §4. De LIO-baan voldoet aan al de volgende voorwaarden: | 9 | §4. De LIO-baan voldoet aan al de volgende voorwaarden: |
| 10 | 1° de LIO-baan wordt uitgeoefend in een of meer erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen van het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of deeltijds beroepssecundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs of de basiseducatie; | 10 | 1° de LIO-baan wordt uitgeoefend in een of meer erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen van het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of deeltijds beroepssecundair onderwijs, de GI-school, het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs of de basiseducatie; |
| 11 | 2° de leraar in opleiding is aangesteld in een ambt van het onderwijzend personeel en volgt een lerarenopleiding die opleiding biedt voor hetzelfde onderwijsniveau als waar het ambt wordt uitgeoefend; | 11 | 2° de leraar in opleiding is aangesteld in een ambt van het onderwijzend personeel en volgt een lerarenopleiding die opleiding biedt voor hetzelfde onderwijsniveau als waar het ambt wordt uitgeoefend; |
| 12 | 3° de leraar in opleiding wordt begeleid door een personeelslid van een of meer onderwijsinstellingen, dat belast is met het mentorschap; | 12 | 3° de leraar in opleiding wordt begeleid door een personeelslid van een of meer onderwijsinstellingen, dat belast is met het mentorschap; |
| 10 | 8° erkenningsvoorwaarden : de wettelijke of decretale voorwaarden waaraan een onderwijsinstelling moet voldoen om aan haar leerlingen of cursisten de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen of de wettelijke of decretale voorwaarden waaraan een CLB of een leersteuncentrum moet voldoen; | 10 | 8° erkenningsvoorwaarden : de wettelijke of decretale voorwaarden waaraan een onderwijsinstelling moet voldoen om aan haar leerlingen of cursisten de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen of de wettelijke of decretale voorwaarden waaraan een CLB of een leersteuncentrum moet voldoen; |
| 11 | 9° gezondheidsindex : het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen; | 11 | 9° gezondheidsindex : het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen; |
| 12 | 9°/1 GI-school: de school, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht; | ||
| 12 | 10° hoger beroepsonderwijs : het onderwijs zoals vermeld in de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013; | 13 | 10° hoger beroepsonderwijs : het onderwijs zoals vermeld in de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013; |
| 13 | 11° instelling : onderwijsinstelling, onderwijsinternaat, CLB of leersteuncentrum; | 14 | 11° instelling : onderwijsinstelling, onderwijsinternaat, CLB of leersteuncentrum; |
| 28 | b) artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding; | 29 | b) artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding; |
| 29 | 16° pedagogische begeleiding: de externe professionele ondersteuning van onderwijsinstellingen, CLB’s en leersteuncentra in hun zorg voor kwaliteitsonderwijs, kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding en kwaliteitsvolle leersteun ingebed in een duurzame instellingsnabije relatie; | 30 | 16° pedagogische begeleiding: de externe professionele ondersteuning van onderwijsinstellingen, CLB’s en leersteuncentra in hun zorg voor kwaliteitsonderwijs, kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding en kwaliteitsvolle leersteun ingebed in een duurzame instellingsnabije relatie; |
| 30 | 16°/1 referentiekader onderwijskwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvol onderwijs door onderwijsinstellingenuitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van de onderwijsinstelling; | 31 | 16°/1 referentiekader onderwijskwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvol onderwijs door onderwijsinstellingen, met uitzondering van de GI-school, uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van de onderwijsinstelling; |
| 31 | 16°/2 referentiekader CLB-kwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding door de CLB's uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het CLB; | 32 | 16°/2 referentiekader CLB-kwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding door de CLB's uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het CLB; |
| 32 | 16°/3 referentiekader kwaliteitsvolle leersteun: het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leersteun door de leersteuncentra uitzet; het kader is opgebouwd rond de drie rubrieken: resultaten en effecten, ontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het leersteuncentrum; | 33 | 16°/3 referentiekader kwaliteitsvolle leersteun: het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leersteun door de leersteuncentra uitzet; het kader is opgebouwd rond de drie rubrieken: resultaten en effecten, ontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het leersteuncentrum; |
| 34 | 16°/3/1 referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen: het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle onderwijstrajecten door de GI-school uitzet. Dat kader is opgebouwd rond de volgende vier rubrieken: resultaten en effecten, stimuleren van ontwikkeling, kwaliteitsontwikkeling en beleid. Het houdt rekening met de context en input van de onderwijsinstelling; | ||
| 33 | 16°/4 referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit: het kader dat de ver- wachtingen voor kwaliteitsvol verblijf en kwaliteitsvolle begeleiding uitzet. Het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken: resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, beleid en kwaliteitsontwikkeling en het houdt rekening met context en input van het onderwijsinternaat; | 35 | 16°/4 referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit: het kader dat de ver- wachtingen voor kwaliteitsvol verblijf en kwaliteitsvolle begeleiding uitzet. Het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken: resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, beleid en kwaliteitsontwikkeling en het houdt rekening met context en input van het onderwijsinternaat; |
| 34 | 17° representatieve vakorganisatie : personeelsvereniging die aangesloten is bij een syndicale organisatie die vertegenwoordigd is in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en die een werking ontplooit ten behoeve van de inspectie; | 36 | 17° representatieve vakorganisatie : personeelsvereniging die aangesloten is bij een syndicale organisatie die vertegenwoordigd is in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en die een werking ontplooit ten behoeve van de inspectie; |
| 36 | 19° secundair onderwijs : het gewoon voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs; | 38 | 19° secundair onderwijs : het gewoon voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs; |
| 37 | 20° structuuronderdeel : onderverdeling in het onderwijsaanbod die afzonderlijk erkend kan worden; | 39 | 20° structuuronderdeel : onderverdeling in het onderwijsaanbod die afzonderlijk erkend kan worden; |
| 38 | 20°/1 toezichtkader : kader dat de onderwijsinspectie gebruikt om haar doorlichtingsinstrumenten te ontwikkelen, gebaseerd op de referentiekaders zoals bedoeld in punt 16°/1, 16°/2, 16°/3en 16°/4. Het toezichtkader heeft betrekking op de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling, en beleid en houdt rekening met context en input van de instelling; | 40 | 20°/1 toezichtkader : kader dat de onderwijsinspectie gebruikt om haar doorlichtingsinstrumenten te ontwikkelen, gebaseerd op de referentiekaders zoals bedoeld in punt 16°/1, 16°/2, 16°/3, 16°/3/1 en 16°/4. Het toezichtkader heeft betrekking op de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling, en beleid en houdt rekening met context en input van de instelling; |
| 39 | 21° volwassenenonderwijs : onderwijs dat erkend en gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap en dat georganiseerd wordt door de erkende centra voor volwassenenonderwijs en de erkende centra voor basiseducatie, vermeld in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. | 41 | 21° volwassenenonderwijs : onderwijs dat erkend en gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap en dat georganiseerd wordt door de erkende centra voor volwassenenonderwijs en de erkende centra voor basiseducatie, vermeld in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. |
| 40 | 22° leeftijdsgrens : na het einde van het jaar waarin een personeelslid de leeftijd van 65 heeft bereikt. | ||
| 42 | 22° ... | ||
| 1 | Dit deel is, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde leersteuncentra, op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinternaten en op de pedagogische begeleidingsdiensten. | 1 | Dit deel is, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, de GI-school, op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde leersteuncentra, op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinternaten en op de pedagogische begeleidingsdiensten. |
| 3 | Elk leersteuncentrum is, rekening houdend met de eigen visie en het eigen beleid, ervoor verantwoordelijk kwaliteitsvolle leersteun te verstrekken aan de scholen voor gewoon onderwijs. | 3 | Elk leersteuncentrum is, rekening houdend met de eigen visie en het eigen beleid, ervoor verantwoordelijk kwaliteitsvolle leersteun te verstrekken aan de scholen voor gewoon onderwijs. |
| 4 | Elk onderwijsinternaat zorgt, rekening houdend met de eigen missie en visie, voor kwaliteitsvol verblijf voor en begeleiding van internen, gericht op hun ontwikkeling en de realisatie van hun schoolloopbaan. | 4 | Elk onderwijsinternaat zorgt, rekening houdend met de eigen missie en visie, voor kwaliteitsvol verblijf voor en begeleiding van internen, gericht op hun ontwikkeling en de realisatie van hun schoolloopbaan. |
| 5 | § 2. Het verstrekken van kwaliteitsonderwijs, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, houdt minimaal in dat de onderwijsinstelling: | 5 | § 2. Het verstrekken van kwaliteitsonderwijs, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, houdt minimaal in dat de onderwijsinstelling, met uitzondering van de GI-school: |
| 6 | 1° de onderwijsreglementering respecteert; | 6 | 1° de onderwijsreglementering respecteert; |
| 7 | 2° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader onderwijskwaliteit, vastgelegd door de Vlaamse Regering, tegemoetkomt. | 7 | 2° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader onderwijskwaliteit, vastgelegd door de Vlaamse Regering, tegemoetkomt. |
| 15 | 1° de onderwijsinternaatsreglementering respecteert; | 15 | 1° de onderwijsinternaatsreglementering respecteert; |
| 16 | 2° aan de kwaliteitsverwachtingen tegemoetkomt die opgenomen zijn in het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vastgelegd door de Vlaamse Regering. | 16 | 2° aan de kwaliteitsverwachtingen tegemoetkomt die opgenomen zijn in het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vastgelegd door de Vlaamse Regering. |
| 17 | Het verstrekken van kwaliteitsonderwijs als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, houdt minimaal in dat de GI-school: | ||
| 18 | 1° de reglementering respecteert die van toepassing is op de GI-school; | ||
| 19 | 2° voldoet aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen, vastgelegd door de Vlaamse Regering. | ||
| 1 | § 1. De personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdiensten wordt per schooljaar vastgesteld, afzonderlijk voor : | 1 | § 1. De personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdiensten wordt per schooljaar vastgesteld, afzonderlijk voor : |
| 2 | 1° het basisonderwijs; | 2 | 1° het basisonderwijs; |
| 3 | 2° het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs samen; | 3 | 2° het secundair onderwijs, de GI-school, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs samen; |
| 4 | 3° de CLB's; | 4 | 3° de CLB's; |
| 5 | 4° de leersteuncentra. | 5 | 4° de leersteuncentra. |
| 1 | § 1. Tijdens een doorlichting van een onderwijsinstellinggaat de onderwijsinspectie na of de onderwijsinstelling : | 1 | § 1. Tijdens een doorlichting van een onderwijsinstelling, met uitzondering van de GI-school, gaat de onderwijsinspectie na of de onderwijsinstelling : |
| 2 | 1° de onderwijsreglementering respecteert; | 2 | 1° de onderwijsreglementering respecteert; |
| 3 | 2° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader onderwijskwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, eerste lid, tegemoetkomt. | 3 | 2° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader onderwijskwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, eerste lid, tegemoetkomt. |
| 17 | 2° tegemoetkomt aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun, vermeld in artikel 4, §2, tweede | 17 | 2° tegemoetkomt aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun, vermeld in artikel 4, §2, tweede |
| 18 | lid. | 18 | lid. |
| 19 | Tijdens een doorlichting van de GI-school gaat de onderwijsinspectie na of de GI-school: | ||
| 20 | 1° de reglementering respecteert die van toepassing is op de GI-school; | ||
| 21 | 2° voldoet aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen, vermeld in artikel 4, §2, vijfde lid. | ||
| 19 | De inspectie onderzoekt daarbij ook de opdrachten die de instelling eventueel heeft toegewezen aan de scholengemeenschap of de scholengroep waartoe zij behoort. De scholengemeenschappen of de scholengroepen zijn ertoe gehouden de inspectie alle informatie hierover te verstrekken. | 22 | De inspectie onderzoekt daarbij ook de opdrachten die de instelling eventueel heeft toegewezen aan de scholengemeenschap of de scholengroep waartoe zij behoort. De scholengemeenschappen of de scholengroepen zijn ertoe gehouden de inspectie alle informatie hierover te verstrekken. |
| 20 | Als de inspectie tijdens een doorlichting tekorten vaststelt, onderzoekt ze of de instelling deze tekorten al dan niet zelfstandig en zonder externe ondersteuning weg kan werken. | 23 | Als de inspectie tijdens een doorlichting tekorten vaststelt, onderzoekt ze of de instelling deze tekorten al dan niet zelfstandig en zonder externe ondersteuning weg kan werken. |
| 21 | § 2. ... | 24 | § 2. ... |
| 22 | §3. De onderwijsinspectie stelt op basis van het referentiekader onderwijskwaliteit, op basis van het referentiekader CLB-kwaliteit, op basis van het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun en op basis van het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit , vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vierde lid, het toezichtkader en de doorlichtingsinstrumenten op en maakt die bekend. | 25 | §3. De onderwijsinspectie stelt op basis van het referentiekader onderwijskwaliteit, op basis van het referentiekader CLB-kwaliteit, op basis van het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun, op basis van het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit en op basis van het referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen, vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vijfde lid, het toezichtkader en de doorlichtingsinstrumenten op en maakt die bekend. |
| 23 | Voor scholen peilt het toezichtkader in ieder geval vanuit het referentiekader onderwijskwaliteit naar de reglementaire verplichtingen van instellingen inzake de onderwijsdoelen, de erkenningsvoorwaarden en de financierings- en subsidiëringsvoorwaarden en naar de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van: | 26 | Voor scholen peilt het toezichtkader in ieder geval vanuit het referentiekader onderwijskwaliteit naar de reglementaire verplichtingen van instellingen inzake de onderwijsdoelen, de erkenningsvoorwaarden en de financierings- en subsidiëringsvoorwaarden en naar de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van: |
| 24 | 1° het beleid inzake gelijke onderwijskansen; | 27 | 1° het beleid inzake gelijke onderwijskansen; |
| 31 | 8° het beleid inzake participatie. | 34 | 8° het beleid inzake participatie. |
| 32 | § 4. De inspectie baseert zich voor de bepaling van de frequentie en de intensiteit van de doorlichting op het profiel van de instelling dat tot stand komt op basis van : | 35 | § 4. De inspectie baseert zich voor de bepaling van de frequentie en de intensiteit van de doorlichting op het profiel van de instelling dat tot stand komt op basis van : |
| 33 | 1° een reeks vooraf vastgestelde en meegedeelde gegevens over de instelling. Die gegevens zijn te relateren aan elementen in het referentiekader onderwijskwaliteit, het referentiekader CLB-kwaliteit, het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun of het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit , vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vierde lid; | 36 | 1° een reeks vooraf vastgestelde en meegedeelde gegevens over de instelling. Die gegevens zijn te relateren aan elementen in het referentiekader onderwijskwaliteit, het referentiekader CLB-kwaliteit, het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun, het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit of het referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen, vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vijfde lid; |
| 34 | 2° het vorige doorlichtingsverslag en, in voorkomend geval, de opvolgingsverslagen. | 37 | 2° het vorige doorlichtingsverslag en, in voorkomend geval, de opvolgingsverslagen. |
| 35 | In afwijking van het eerste lid, kan de inspectie, naar aanleiding van ernstige klachten over een instelling, op vraag van de Vlaamse Regering een doorlichting uitvoeren. | 38 | In afwijking van het eerste lid, kan de inspectie, naar aanleiding van ernstige klachten over een instelling, op vraag van de Vlaamse Regering een doorlichting uitvoeren. |
| 3 | De Vlaamse Regering stelt voorwaarden vast om de transparantie en de uitoefening van de rechten van de betrokkenen te verzekeren. | 3 | De Vlaamse Regering stelt voorwaarden vast om de transparantie en de uitoefening van de rechten van de betrokkenen te verzekeren. |
| 4 | §2. De inspecteurs respecteren het vertrouwelijke karakter van de gegevens waarvan ze kennis hebben gekregen bij de uitoefening van hun opdracht met betrekking tot de controle op de kwaliteit en op de toepassing van de onderwijsreglementering, conform artikel 32 en artikel 38 van dit decreet. Ze wenden die gegevens uitsluitend aan voor de vervulling van hun opdracht en delen die niet mee aan andere instanties. | 4 | §2. De inspecteurs respecteren het vertrouwelijke karakter van de gegevens waarvan ze kennis hebben gekregen bij de uitoefening van hun opdracht met betrekking tot de controle op de kwaliteit en op de toepassing van de onderwijsreglementering, conform artikel 32 en artikel 38 van dit decreet. Ze wenden die gegevens uitsluitend aan voor de vervulling van hun opdracht en delen die niet mee aan andere instanties. |
| 5 | In afwijking van artikel 57, dragen de inspecteurs die belast zijn met de inspectie van de centra voor leerlingenbegeleiding kennis van geheimen die hun zijn toevertrouwd, in de zin van artikel 458 van het Strafwetboek, voor wat betreft de persoonsgegevens die door de centra voor leerlingenbegeleiding worden meegedeeld. De personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding delen de persoonsgegevens mee aan de onderwijsinspectie, in afwijking van artikel 11 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs of artikel 14 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding en artikel 7 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp. | 5 | In afwijking van artikel 57, dragen de inspecteurs die belast zijn met de inspectie van de centra voor leerlingenbegeleiding en de GI-school kennis van geheimen die hun zijn toevertrouwd, in de zin van artikel 458 van het Strafwetboek, voor wat betreft de persoonsgegevens die door de centra voor leerlingenbegeleiding en de GI-school worden meegedeeld. De personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding en de GI-school delen de persoonsgegevens mee aan de onderwijsinspectie, in afwijking van artikel 11 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs of artikel 14 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding en artikel 7 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp. |
| 6 | De inspecteurs bewaren de persoonsgegevens die ze bij de uitoefening van hun opdracht verwerken, niet langer dan nodig voor de uitoefening van die opdracht en in elk geval niet langer dan nodig voor de eindredactie van het verslag of het rapport. | 6 | De inspecteurs bewaren de persoonsgegevens die ze bij de uitoefening van hun opdracht verwerken, niet langer dan nodig voor de uitoefening van die opdracht en in elk geval niet langer dan nodig voor de eindredactie van het verslag of het rapport. |
| 7 | §3. De onderwijsinspectie is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), voor de persoonsgegevens die inspecteurs bij de uitoefening van hun opdracht verwerken. | 7 | §3. De onderwijsinspectie is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), voor de persoonsgegevens die inspecteurs bij de uitoefening van hun opdracht verwerken. |
| 9 | 4° bis/2 Agion : Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs; | 9 | 4° bis/2 Agion : Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs; |
| 10 | 4° ter Agodi : Agentschap voor Onderwijsdiensten; | 10 | 4° ter Agodi : Agentschap voor Onderwijsdiensten; |
| 11 | 4° quater anderstalige nieuwkomer : | ||
| 12 | a) een leerling die uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar of ouder is en die op de dag van de voorziene instap in de school gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet : | ||
| 13 | 1) hij is een nieuwkomer, dit wil zeggen dat hij maximaal één jaar ononderbroken in België verblijft; | ||
| 14 | 2) hij heeft niet het Nederlands als thuistaal of moedertaal; | ||
| 11 | 4° quater anderstalige nieuwkomer: een regelmatige leerling die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet: | ||
| 12 | a) de leerling is zeven jaar of ouder voor 1 januari van het lopende schooljaar; | ||
| 13 | b) de leerling beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c); | ||
| 14 | c) de leerling was niet in een door de Vlaamse overheid gefinancierde of gesubsidieerde school ingeschreven op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar of het daaraan voorafgaande schooljaar; | ||
| 15 | 3) hij beheerst onvoldoende de onderwijstaal om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen; | 15 | d) de leerling beheerst onvoldoende de onderwijstaal om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen; |
| 16 | 4) hij is maximaal negen maanden ingeschreven, vakantiemaanden juli en augustus niet inbegrepen, in een school met het Nederlands als onderwijstaal; | ||
| 17 | b) een leerling die officieel verblijft in een open asielcentrum, zijnde een collectieve opvangstructuur zoals bedoeld in artikel 2, 10°, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde categorieën van vreemdelingen en die uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar of ouder is. | ||
| 18 | Dat de leerling voldoet aan de voorwaarden, vermeld in punt a), 1) en 2), wordt bewezen aan de hand van een verklaring op eer van de ouders. Met die verklaring op eer wordt voor het beantwoorden aan de voorwaarde vermeld in punt 1) echter geen rekening gehouden, als in het inschrijvings- of leerlingendossier documenten aanwezig zijn die deze verklaring tegenspreken. Dat de leerling voldoet aan de voorwaarde vermeld in punt b) wordt bewezen aan de hand van een attest, uitgereikt door het open asielcentrum waar hij officieel verblijft. De verklaringen die aantonen dat anderstalige nieuwkomers voldoen aan de voorwaarden, worden ten minste vijf jaar in de school bewaard en moeten eventueel ter verificatie worden voorgelegd. | ||
| 19 | 5° het Gemeenschapsonderwijs: een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs; | 16 | 5° het Gemeenschapsonderwijs: een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs; |
| 20 | 6° basisschool: school waar kleuteronderwijs en lager onderwijs georganiseerd wordt; | 17 | 6° basisschool: school waar kleuteronderwijs en lager onderwijs georganiseerd wordt; |
| 62 | 24° huisonderwijs : | 59 | 24° huisonderwijs : |
| 63 | - het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om hen niet in te schrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school; | 60 | - het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om hen niet in te schrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school; |
| 64 | - onder huisonderwijs wordt eveneens verstaan het onderwijs dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in het kader van de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan; | 61 | - onder huisonderwijs wordt eveneens verstaan het onderwijs dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra die ressorteren onder de bijzondere jeugdbijstand; |
| 65 | 24°/1 IAC-verslag: een verslag individueel aangepast curriculum, een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum als vermeld in artikel 15; | 62 | 24°/1 IAC-verslag: een verslag individueel aangepast curriculum, een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum als vermeld in artikel 15; |
| 66 | 24° bis kadastraal perceel : een deel van het Belgisch grondgebied dat door een kadastraal perceelnummer wordt geïdentificeerd zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de vergeldingen en de nadere regels voor de afgifte van kadastrale uittreksels en inlichtingen; | 63 | 24° bis kadastraal perceel : een deel van het Belgisch grondgebied dat door een kadastraal perceelnummer wordt geïdentificeerd zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de vergeldingen en de nadere regels voor de afgifte van kadastrale uittreksels en inlichtingen; |
| 129 | 52° bis/1/2 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg; | 126 | 52° bis/1/2 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg; |
| 130 | 52° bis/2 taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal: een afdeling in een school voor het gewoon basisonderwijs waar leerlingen les krijgen in Vlaamse Gebarentaal en in het Nederlands; | 127 | 52° bis/2 taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal: een afdeling in een school voor het gewoon basisonderwijs waar leerlingen les krijgen in Vlaamse Gebarentaal en in het Nederlands; |
| 128 | 52° bis/3 taalheldklas: klas als vermeld in artikel 139vicies semel; | ||
| 131 | 52° ter trekkende bevolking: binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, bedoeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden; | 129 | 52° ter trekkende bevolking: binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, bedoeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden; |
| 132 | 53° type: indeling van het buitengewoon onderwijs op basis van de bijzondere opvoedings- en onderwijsbehoeften die een bepaalde groep leerlingen gemeenschappelijk heeft; | 130 | 53° type: indeling van het buitengewoon onderwijs op basis van de bijzondere opvoedings- en onderwijsbehoeften die een bepaalde groep leerlingen gemeenschappelijk heeft; |
| 1 | De artikelen 26bis tot en met 26quater zijn niet van toepassing op het huisonderwijs als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan. | ||
| 1 | De artikelen 26bis tot en met 26quater zijn niet van toepassing op het huisonderwijs , vermeld in artikel 3, 24°, tweede streepje. |
| 19 | §5. De codificatie is niet van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde onderwijsinternaten en semi-internaten. (1) | 19 | §5. De codificatie is niet van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde onderwijsinternaten en semi-internaten. (1) |
| 20 | §6. Op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen, ingericht door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, zijn de volgende artikelen van toepassing: artikel 4 tot en met 10, artikel 12, artikel 14, § 1 en § 3, artikel 15, uitgezonderd paragraaf 1, 16°, artikel 35 tot en met 38, artikel 41 tot en met 43, artikel 47, 48, artikel 70, artikel 100 tot en met 103, artikel 106 tot en met 108, artikel 110/1 tot en met 110/18, artikel 111 tot en met 117/1, artikel 122 tot en met 123/19, artikel 134/2, artikel 136 tot en met 136/6, artikel 150, artikel 157/1, artikel 169 tot en met 173, artikel 252, 252/1, 253, artikel 253/1 tot en met 253/6, artikel 253/21 tot en met 253/37, artikel 253/54 tot en met 253/63 en 256/11. | 20 | §6. Op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen, ingericht door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, zijn de volgende artikelen van toepassing: artikel 4 tot en met 10, artikel 12, artikel 14, § 1 en § 3, artikel 15, uitgezonderd paragraaf 1, 16°, artikel 35 tot en met 38, artikel 41 tot en met 43, artikel 47, 48, artikel 70, artikel 100 tot en met 103, artikel 106 tot en met 108, artikel 110/1 tot en met 110/18, artikel 111 tot en met 117/1, artikel 122 tot en met 123/19, artikel 134/2, artikel 136 tot en met 136/6, artikel 150, artikel 157/1, artikel 169 tot en met 173, artikel 252, 252/1, 253, artikel 253/1 tot en met 253/6, artikel 253/21 tot en met 253/37, artikel 253/54 tot en met 253/63 en 256/11. |
| 21 | §7. De codificatie is niet van toepassing op de GI-school, tenzij het uitdrukkelijk anders is bepaald. | ||
| 48 | 14°/2 ...; | 48 | 14°/2 ...; |
| 49 | 14°/3 Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages (CEFR); | 49 | 14°/3 Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages (CEFR); |
| 50 | 14°/4 GI-school: de school, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht; | ||
| 50 | 15° hoofdvestigingsplaats : vestigingsplaats waar de administratieve zetel van de school wordt ondergebracht; | 51 | 15° hoofdvestigingsplaats : vestigingsplaats waar de administratieve zetel van de school wordt ondergebracht; |
| 51 | 15°/1 huisonderwijs : | 52 | 15°/1 huisonderwijs : |
| 52 | - het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om hen niet in te schrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school of centrum; | 53 | - het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om hen niet in te schrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school of centrum; |
| 53 | - onder huisonderwijs wordt eveneens verstaan het onderwijs dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in het kader van één van volgende regelingen : | 54 | - onder huisonderwijs wordt ook het onderwijs verstaan dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in de onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra die ressorteren onder de bijzondere jeugdbijstand; |
| 54 | 1° het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan; | ||
| 55 | 2° het koninklijk besluit van 1 maart 2002 tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd; | ||
| 56 | 3° het koninklijk besluit van 12 november 2009 tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd; | ||
| 57 | 15°/2 IAC-verslag: een verslag individueel aangepast curriculum, een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 294, §2, 1°, van deze codex; | 55 | 15°/2 IAC-verslag: een verslag individueel aangepast curriculum, een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 294, §2, 1°, van deze codex; |
| 58 | 16° inhaallessen : de lessen die facultatief kunnen georganiseerd worden met het oog op een bijkomende gedifferentieerde benadering van de leerling; | 56 | 16° inhaallessen : de lessen die facultatief kunnen georganiseerd worden met het oog op een bijkomende gedifferentieerde benadering van de leerling; |
| 1 | In het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd voltijds secundair onderwijs en deeltijds beroepssecundair onderwijs kan geen direct of indirect inschrijvingsgeld worden gevraagd. | 1 | In het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd voltijds secundair onderwijs en deeltijds beroepssecundair onderwijs kan geen direct of indirect inschrijvingsgeld worden gevraagd. |
| 2 | Na overleg binnen de schoolraad bepalen de schoolbesturen de lijst van bijdragen die aan de betrokken personen kunnen worden gevraagd, evenals de afwijkingen die op deze bijdrageregeling worden toegekend. De bijdrageregeling wordt door middel van het school- of centrumreglement aan de betrokken personen meegedeeld. Zowel de bijdrageregeling als de schoolfacturen vermelden dat gespreide betaling mogelijk is evenals een contactpersoon tot wie de betrokken personen die dergelijke gespreide betaling wensen, zich kunnen richten. | 2 | Na overleg binnen de schoolraad bepalen de schoolbesturen de lijst van bijdragen die aan de betrokken personen kunnen worden gevraagd, evenals de afwijkingen die op deze bijdrageregeling worden toegekend. De bijdrageregeling wordt door middel van het school- of centrumreglement aan de betrokken personen meegedeeld. Zowel de bijdrageregeling als de schoolfacturen vermelden dat gespreide betaling mogelijk is evenals een contactpersoon tot wie de betrokken personen die dergelijke gespreide betaling wensen, zich kunnen richten. |
| 3 | Voor een leerling die een onderwijstraject volgt in de GI-school, wordt de bijdrageregeling opgeschort in de school waar de leerling conform artikel 253 of 295 als regelmatige leerling blijft ingeschreven. Die opschorting geldt gedurende de volledige periode dat de leerling een onderwijstraject volgt in de GI-school. |
| 2 | Betrokken personen die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer bekomen op aanvraag een vrijstelling. | 2 | Betrokken personen die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer bekomen op aanvraag een vrijstelling. |
| 3 | De Vlaamse Regering legt het model van de ondertekende verklaring en de procedure tot het bekomen van de vrijstelling vast en bepaalt op welke wijze de lesuren waarvoor men is vrijgesteld moeten ingevuld worden. De lesuren waarvoor men is vrijgesteld mogen niet worden ingevuld met activiteiten die betrekking hebben op andere onderdelen van het leerprogramma. | 3 | De Vlaamse Regering legt het model van de ondertekende verklaring en de procedure tot het bekomen van de vrijstelling vast en bepaalt op welke wijze de lesuren waarvoor men is vrijgesteld moeten ingevuld worden. De lesuren waarvoor men is vrijgesteld mogen niet worden ingevuld met activiteiten die betrekking hebben op andere onderdelen van het leerprogramma. |
| 4 | § 2. Is de leerling 12 jaar of ouder, dan gebeurt de keuze voor het onderricht in één der erkende godsdiensten of de niet-confessionele zedenleer, evenals de eventuele aanvraag tot vrijstelling in samenspraak met de leerling. (97) | 4 | § 2. Is de leerling 12 jaar of ouder, dan gebeurt de keuze voor het onderricht in één der erkende godsdiensten of de niet-confessionele zedenleer, evenals de eventuele aanvraag tot vrijstelling in samenspraak met de leerling. |
| 5 | §3. De betrokken personen van leerplichtige leerlingen die ingeschreven zijn in het officieel voltijds secundair onderwijs en die les volgen in de GI-school, kunnen er in samenspraak met de leerling, conform artikel 10 van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, voor kiezen dat de leerplichtige leerling via interactief afstandsonderwijs de cursus over een van de erkende godsdiensten of de cursus niet-confessionele zedenleer die werd gekozen bij de inschrijving in het officieel voltijds secundair onderwijs of bij wijziging voor het volgende schooljaar, vermeld in paragraaf 1, te blijven volgen in de school voor het voltijds secundair onderwijs waar de leerling ingeschreven is. | ||
| 6 | §4. De betrokken personen van leerplichtige leerlingen die niet ingeschreven zijn in het voltijds secundair onderwijs en die les volgen in de GI-school, kunnen er in samenspraak met de leerling voor kiezen dat de leerling een cursus over een van de erkende godsdiensten of de cursus niet-confessionele zedenleer volgt in een school van het officieel voltijds secundair onderwijs via interactief afstandsonderwijs, zonder dat de leerling ingeschreven wordt in die school. | ||
| 7 | De GI-school neemt contact op met een school van het officieel voltijds secundair onderwijs die de gekozen cursus in een van de erkende godsdiensten of niet-confessionele zedenleer al inricht. De school voor het officieel secundair onderwijs kan de deelname aan gekozen cursus van de erkende godsdiensten of niet-confessionele zedenleer niet weigeren. Er worden hierover afspraken gemaakt in de scholengroep die overeenkomstig artikel 23, §1, 1°, h), en artikel 33, §1, 14°, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs bevoegd is om in te staan voor het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen. | ||
| 1 | De betrokken personen van leerlingen die ingeschreven zijn in het vrij voltijds secundair onderwijs, maar die les volgen in de GI-school, kunnen er, conform artikel 10 van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, voor kiezen dat de leerling via interactief afstandsonderwijs de lessen godsdienst, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing die in die vrije school worden ingericht, volgt. De keuze wordt gemaakt in samenspraak met de leerling. |
| 13 | §6. Elke inschrijving vóór 1 september voor het daaropvolgende schooljaar voor een bepaalde administratieve groep in een bepaalde school voor buitengewoon secundair onderwijs maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in hetzelfde schooljaar in een andere school voor buitengewoon onderwijs van rechtswege ongedaan. | 13 | §6. Elke inschrijving vóór 1 september voor het daaropvolgende schooljaar voor een bepaalde administratieve groep in een bepaalde school voor buitengewoon secundair onderwijs maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in hetzelfde schooljaar in een andere school voor buitengewoon onderwijs van rechtswege ongedaan. |
| 14 | Elke inschrijving in de loop van het betrokken schooljaar voor een bepaalde administratieve groep in een school voor buitengewoon onderwijs, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor buitengewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve lesbijwoning, behalve in geval van gewettigde afwezigheid. | 14 | Elke inschrijving in de loop van het betrokken schooljaar voor een bepaalde administratieve groep in een school voor buitengewoon onderwijs, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor buitengewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve lesbijwoning, behalve in geval van gewettigde afwezigheid. |
| 15 | Elke lesbijwoning voor een bepaalde administratieve groep in de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, maakt de inschrijving in een school voor buitengewoon secundair onderwijs die daaraan voorafgaat, ongedaan vanaf de effectieve start van de lesbijwoning in de GI-school. | ||
| 1 | De artikelen 110/28 tot en met 110/32 zijn niet van toepassing op het huisonderwijs dat wordt verstrekt in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan, het koninklijk besluit van 1 maart 2002 tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het koninklijk besluit van 12 november 2009 tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd. | ||
| 1 | De artikelen 110/28 tot en met 110/32 zijn niet van toepassing op het huisonderwijs vermeld in artikel 3, 15°/1, tweede streepje. |
| 1 | De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het interactieve afstandsonderwijs voor leerlingen in de GI-school die via interactief afstandsonderwijs onderricht krijgen in een van de godsdiensten, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing conform artikel 98, §3 en §4, en artikel 98/1. |
| 5 | Alle met de bepalingen van dit artikel strijdige bedingen zijn nietig. | 5 | Alle met de bepalingen van dit artikel strijdige bedingen zijn nietig. |
| 6 | De Vlaamse Regering kan de praktische organisatie van en de minimale kwaliteitskenmerken voor leerlingenstages nader bepalen. | 6 | De Vlaamse Regering kan de praktische organisatie van en de minimale kwaliteitskenmerken voor leerlingenstages nader bepalen. |
| 7 | De bepalingen van dit artikel zijn ook van toepassing op leerlingen die onderwijs volgen in de GI-school. | ||
| 16 | De samenwerkingsovereenkomst ligt steeds in de scholen ter inzage met het oog op administratieve controle en externe kwaliteitscontrole. | 16 | De samenwerkingsovereenkomst ligt steeds in de scholen ter inzage met het oog op administratieve controle en externe kwaliteitscontrole. |
| 17 | In afwijking van het eerste lid, 7°, kan een leerling uit het buitengewoon secundair onderwijs eenmalig, gedurende maximum twee schooljaren de lessen voltijds bijwonen in het gewoon secundair onderwijs, met het oog op een overstap naar het gewoon voltijds onderwijs. Een leerling die twee schooljaren in het gewoon voltijds onderwijs doorbrengt, heeft, in afwijking van artikel 253/6, §2, en artikel 253/37, §2, een onverkort recht op inschrijving in de school voor gewoon onderwijs. Als de betrokken personen en de leerling beslissen om de overstap te maken naar het gewoon onderwijs, overleggen de school voor gewoon onderwijs, de school voor buitengewoon onderwijs, het CLB en de betrokken personen, met betrokkenheid van de leerling, met het leersteuncentrum over de overname van de ondersteuning. | 17 | In afwijking van het eerste lid, 7°, kan een leerling uit het buitengewoon secundair onderwijs eenmalig, gedurende maximum twee schooljaren de lessen voltijds bijwonen in het gewoon secundair onderwijs, met het oog op een overstap naar het gewoon voltijds onderwijs. Een leerling die twee schooljaren in het gewoon voltijds onderwijs doorbrengt, heeft, in afwijking van artikel 253/6, §2, en artikel 253/37, §2, een onverkort recht op inschrijving in de school voor gewoon onderwijs. Als de betrokken personen en de leerling beslissen om de overstap te maken naar het gewoon onderwijs, overleggen de school voor gewoon onderwijs, de school voor buitengewoon onderwijs, het CLB en de betrokken personen, met betrokkenheid van de leerling, met het leersteuncentrum over de overname van de ondersteuning. |
| 18 | Leerlingen die les volgen in een structuuronderdeel in de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, kunnen ook gedeeltelijk de les bijwonen in een school voor gewoon secundair onderwijs. Daarbij wordt voldaan aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6, §3, vierde en vijfde lid, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht. | ||
| 1 | Een leerling blijft in de volgende gevallen beschouwd als regelmatige leerling in zijn oorspronkelijke school : | ||
| 2 | - ...; | ||
| 3 | - een leerling van het voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of het buitengewoon secundair onderwijs die op de datum van de telling van het aantal leerlingen onderwijs volgen in een school van type 5 of een dienst neuropsychiatrie voor kinderen die van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een subsidie-enveloppe ontvangt. | 1 | Een leerling van het voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of het buitengewoon secundair onderwijs wordt nog altijd beschouwd als een regelmatige leerling in die oorspronkelijke school als die leerling op de teldatum onderwijs volgt in: |
| 4 | Hij is daarenboven regelmatige leerling : | ||
| 2 | 1° een school van type 5; | ||
| 3 | 2° een dienst neuropsychiatrie voor kinderen die van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een subsidie-enveloppe ontvangt; | ||
| 4 | 3° de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 1°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht. | ||
| 5 | De leerling, vermeld in het eerste lid, is bovendien een regelmatige leerling: | ||
| 6 | 1° in de school van opleidingsvorm 4, type 5, die verbonden is aan een zieken- | ||
| 5 | - in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan een ziekenhuis of aan een residentiële setting, voor periodes van minimum vijf al dan niet opeenvolgende dagen waarin hij per dag gemiddeld ten minste één lestijd onderwijs krijgt; | 7 | huis of aan een residentiële setting, voor periodes van ten minste vijf al dan niet opeenvolgende dagen waarin die leerling per dag gemiddeld ten minste één lestijd onderwijs krijgt; |
| 6 | - in de de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan een preventorium. | 8 | 2° in de school van opleidingsvorm 4, type 5, die verbonden is aan een preventorium; |
| 9 | 3° in de GI-school. | ||
| 10 | Als een leerling is ingeschreven in een school en tegelijkertijd ook leerling is in de GI-school, vermeld in het eerste lid, 3°, behoudt de klassenraad van de school zijn volle bevoegdheid en maakt daarover afspraken met de GI-school. |
| 2 | Elke inschrijving vóór 1 februari voor een administratieve groep, ingericht als 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt dat op 1 februari start, in een bepaalde school maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in een andere school voor gewoon onderwijs van rechtswege ongedaan. | 2 | Elke inschrijving vóór 1 februari voor een administratieve groep, ingericht als 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt dat op 1 februari start, in een bepaalde school maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in een andere school voor gewoon onderwijs van rechtswege ongedaan. |
| 3 | Elke inschrijving in de loop van het schooljaar in kwestie voor een bepaalde administratieve groep maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde administratieve groep of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve, tenzij gewettigde afwezigheid, lesbijwoning. | 3 | Elke inschrijving in de loop van het schooljaar in kwestie voor een bepaalde administratieve groep maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde administratieve groep of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve, tenzij gewettigde afwezigheid, lesbijwoning. |
| 4 | Elke lesbijwoning voor een bepaalde administratieve groep in de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, maakt de inschrijving in een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs die daaraan voorafgaat, ongedaan vanaf de effectieve start van de lesbijwoning in de GI-school. | ||
| 2 | Elke inschrijving vóór 1 februari voor een administratieve groep, ingericht als 7de leerjaar van het technisch of kunstsecundair onderwijs dat op 1 februari start, in een bepaalde school, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in een andere school voor gewoon onderwijs van rechtswege ongedaan. | 2 | Elke inschrijving vóór 1 februari voor een administratieve groep, ingericht als 7de leerjaar van het technisch of kunstsecundair onderwijs dat op 1 februari start, in een bepaalde school, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in een andere school voor gewoon onderwijs van rechtswege ongedaan. |
| 3 | Elke inschrijving in de loop van het schooljaar in kwestie voor een bepaalde administratieve groep, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve, tenzij gewettigde afwezigheid, lesbijwoning. | 3 | Elke inschrijving in de loop van het schooljaar in kwestie voor een bepaalde administratieve groep, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve, tenzij gewettigde afwezigheid, lesbijwoning. |
| 4 | Elke lesbijwoning voor een bepaalde administratieve groep in de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, van het decreet van17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, maakt de inschrijving in een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs die daaraan voorafgaat, ongedaan vanaf de effectieve start van de lesbijwoning in de GI-school. | ||
| 18 | 8° deze regeling is in hoofde van een leerling gedurende hetzelfde schooljaar niet combineerbaar met hetgeen in artikel 136/1 is opgenomen. | 18 | 8° deze regeling is in hoofde van een leerling gedurende hetzelfde schooljaar niet combineerbaar met hetgeen in artikel 136/1 is opgenomen. |
| 19 | Leerlingen met een IAC-verslag of OV4-verslag die ingeschreven zijn in het gewoon secundair onderwijs, kunnen op schooljaarbasis gemiddeld gedurende maximaal de helft van de wekelijkse uren van het structuuronderdeel waarvoor de leerling is ingeschreven, lessen of activiteiten volgen in een school voor buitengewoon secundair onderwijs, die de opleidingsvorm aanbiedt volgens het IAC-verslag of OV4-verslag. Daarbij moet voldaan worden aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°, en 8°, vastgelegd in het eerste lid. De inzet van omkadering vanuit het leersteunmodel is in de school voor buitengewoon secundair onderwijs niet mogelijk. | 19 | Leerlingen met een IAC-verslag of OV4-verslag die ingeschreven zijn in het gewoon secundair onderwijs, kunnen op schooljaarbasis gemiddeld gedurende maximaal de helft van de wekelijkse uren van het structuuronderdeel waarvoor de leerling is ingeschreven, lessen of activiteiten volgen in een school voor buitengewoon secundair onderwijs, die de opleidingsvorm aanbiedt volgens het IAC-verslag of OV4-verslag. Daarbij moet voldaan worden aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°, en 8°, vastgelegd in het eerste lid. De inzet van omkadering vanuit het leersteunmodel is in de school voor buitengewoon secundair onderwijs niet mogelijk. |
| 20 | Leerlingen met een IAC-verslag of een OV4-verslag die les volgen in een structuuronderdeel in de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, kunnen ook gedeeltelijk de les bijwonen in een school voor buitengewoon secundair onderwijs. Daarbij wordt voldaan aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6, §3, vierde en vijfde lid, van het voormelde decreet. | ||
| 1 | Een leerling blijft in de volgende gevallen beschouwd als regelmatige leerling in zijn oorspronkelijke school : | ||
| 2 | - ...; | ||
| 3 | - een leerling van het voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of het buitengewoon secundair onderwijs die op de datum van de telling van het aantal leerlingen onderwijs volgen in een school van type 5 of een dienst neuropsychiatrie voor kinderen die van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een subsidie-enveloppe ontvangt. | 1 | Een leerling van het voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of het buitengewoon secundair onderwijs wordt nog altijd beschouwd als een regelmatige leerling in zijn oorspronkelijke school als die leerling op de teldatum onderwijs volgt in: |
| 4 | Hij is daarenboven regelmatige leerling : | ||
| 2 | 1° een school van type 5; | ||
| 3 | 2° een dienst neuropsychiatrie voor kinderen die van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een subsidie-enveloppe ontvangt; | ||
| 4 | 3° de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 1°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht. | ||
| 5 | De leerling, vermeld in het eerste lid, is bovendien een regelmatige leerling: | ||
| 5 | - in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan een ziekenhuis of aan een residentiële setting, voor periodes van minimum vijf al dan niet opeenvolgende dagen waarin hij per dag gemiddeld ten minste één lestijd onderwijs krijgt; | 6 | 1° in de school van opleidingsvorm 4, type 5, die verbonden is aan een ziekenhuis of aan een residentiële setting, voor periodes van ten minste vijf al dan niet opeenvolgende dagen waarin die leerling per dag gemiddeld ten minste één lestijd onderwijs krijgt; |
| 6 | - in de de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan een preventorium. | 7 | 2° in de school van opleidingsvorm 4, type 5, die verbonden is aan een preventorium; |
| 8 | 3° in de GI-school. | ||
| 9 | Als een leerling is ingeschreven in een school en tegelijkertijd ook leerling is in de GI-school als vermeld in het eerste lid, 3°, behoudt de klassenraad van de school zijn volle bevoegdheid en maakt daarover afspraken met de GI-school. |
| 12 | 8° gewogen leerlingenaantal: het aantal leerlingen van een centrum berekend conform afdeling 6 van dit decreet; | 12 | 8° gewogen leerlingenaantal: het aantal leerlingen van een centrum berekend conform afdeling 6 van dit decreet; |
| 13 | 9° gezondheid: een toestand van lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden bij de mens zoals bepaald in het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid; | 13 | 9° gezondheid: een toestand van lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden bij de mens zoals bepaald in het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid; |
| 14 | 9°/1 GI-school: de school, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht; | ||
| 14 | 10° inspectie: de onderwijsinspectie vermeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs; | 15 | 10° inspectie: de onderwijsinspectie vermeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs; |
| 15 | 11° kernactiviteit: een aangeduide hulpactiviteit van het centrum als instrument om de opdrachten uit te voeren: | 16 | 11° kernactiviteit: een aangeduide hulpactiviteit van het centrum als instrument om de opdrachten uit te voeren: |
| 24 | 12° leerplicht: de leerplicht vermeld in artikel 1 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht; | 25 | 12° leerplicht: de leerplicht vermeld in artikel 1 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht; |
| 25 | 13° lokaal comité: het lokale overleg- of onderhandelingsorgaan dat bevoegd is voor de arbeidsvoorwaarden en de personeelsaangelegenheden; | 26 | 13° lokaal comité: het lokale overleg- of onderhandelingsorgaan dat bevoegd is voor de arbeidsvoorwaarden en de personeelsaangelegenheden; |
| 26 | 14° leerling: een leerling in het basis- of secundair onderwijsen het stelsel leren en werken; | 27 | 14° leerling: een leerling in het basis- of secundair onderwijs, de GI-school en het stelsel leren en werken; |
| 27 | 15° leerlingenbegeleiding: een geheel van preventieve en begeleidende maatregelen. Leerlingenbegeleiding situeert zich op vier domeinen: de onderwijsloopbaan, leren en studeren, psychisch en sociaal functioneren en preventieve gezondheidszorg. De maatregelen vertrekken steeds vanuit een geïntegreerde en holistische benadering voor de vier begeleidingsdomeinen en dit vanuit een continuüm van zorg; | 28 | 15° leerlingenbegeleiding: een geheel van preventieve en begeleidende maatregelen. Leerlingenbegeleiding situeert zich op vier domeinen: de onderwijsloopbaan, leren en studeren, psychisch en sociaal functioneren en preventieve gezondheidszorg. De maatregelen vertrekken steeds vanuit een geïntegreerde en holistische benadering voor de vier begeleidingsdomeinen en dit vanuit een continuüm van zorg; |
| 28 | 16° ouders: de personen die het ouderlijke gezag uitoefenen of in rechten of in feiten de minderjarige onder hun bewaring hebben zoals vermeld in artikel 3, 41°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997en artikel 3, 32°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010; | 29 | 16° ouders: de personen die het ouderlijke gezag uitoefenen of in rechten of in feiten de minderjarige onder hun bewaring hebben zoals vermeld in artikel 3, 41°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 2, 1°/2, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht en artikel 3, 32°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010; |
| 29 | 17° regelmatige leerling: een regelmatige leerling zoals vermeld in artikel 20 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 252, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010; | 30 | 17° regelmatige leerling: een regelmatige leerling zoals vermeld in artikel 20 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 252, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010; |
| 30 | 18° school: een pedagogisch geheel in het basis- of secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken onder leiding van één directeur als vermeld in artikel 3, 49°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, of artikel 3, 38°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 ; | 31 | 18° school: een pedagogisch geheel in het basis- of secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken onder leiding van één directeur als vermeld in artikel 3, 49°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, of artikel 3, 38°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of de GI-school; |
| 31 | 19° schooljaar: de periode van 1 september tot en met 31 augustus; | 32 | 19° schooljaar: de periode van 1 september tot en met 31 augustus; |
| 32 | 20° systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg; | 33 | 20° systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg; |
| 33 | 21° uitbreiding van zorg: fase in het zorgcontinuüm zoals gedefinieerd in punt 53° bis van artikel 3 van het decreet basisonderwijs en in punt 44° /1 van artikel 3 van de Codex Secundair Onderwijs ; | 34 | 21° uitbreiding van zorg: fase in het zorgcontinuüm zoals gedefinieerd in punt 53° bis van artikel 3 van het decreet basisonderwijs en in punt 44° /1 van artikel 3 van de Codex Secundair Onderwijs en in artikel 2, 21°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht; |
| 34 | 22° verhoogde zorg: fase in het zorgcontinuüm zoals vermeld in artikel 3, 55° bis, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, of artikel 3, 45° /1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 ; | 35 | 22° verhoogde zorg: fase in het zorgcontinuüm zoals vermeld in artikel 3, 55° bis, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, of artikel 3, 45° /1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of in artikel 2, 22°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht; |
| 35 | 23° zorgcontinuüm: de opeenvolging van fasen van zorg in de organisatie van de onderwijsomgeving, vermeld in artikel 3, 59°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 3, 47° /2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 . | 36 | 23° zorgcontinuüm: de opeenvolging van fasen van zorg in de organisatie van de onderwijsomgeving, vermeld in artikel 3, 59°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 3, 47° /2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en in artikel 2, 23°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht. |
| 1 | § 1. Centra begeleiden alle leerlingen, die ingeschreven zijn in een school die de Vlaamse Gemeenschap erkent, financiert of subsidieert. | 1 | § 1. Centra begeleiden alle leerlingen, die ingeschreven zijn in een school die de Vlaamse Gemeenschap erkent, financiert of subsidieert. |
| 2 | § 2. Als een leerling van school verandert, behoudt het centrum zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor die leerling tot de leerling is ingeschreven in een andere school. Als een leerling tijdens een bepaalde periode niet ingeschreven is in een school, behoudt het centrum zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor die leerling tot het einde van de periode van niet-inschrijving. | 2 | § 2. Als een leerling van school verandert, behoudt het centrum zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor die leerling tot de leerling is ingeschreven in een andere school. Als een leerling tijdens een bepaalde periode niet ingeschreven is in een school, behoudt het centrum zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor die leerling tot het einde van de periode van niet-inschrijving. |
| 3 | Als een leerling een onderwijstraject volgt in de GI-school, wordt het centrum dat samenwerkingsafspraken heeft met de GI-school, bevoegd en verantwoordelijk voor die leerling. | ||
| 4 | Als een leerling een onderwijstraject volgt in de GI-school en gelijktijdig ingeschreven is in een andere school die samenwerkingsafspraken heeft met een ander centrum, blijft het centrum dat samenwerkingsafspraken heeft met de GI-school, bevoegd en verantwoordelijk voor die leerling tot het einde van de periode van het onderwijstraject van die leerling in de GI-school. Beide centra werken samen voor de leerlingenbegeleiding van de leerling. | ||
| 3 | § 3. In het kader van de controle op de leerplicht begeleiden de centra in afwijking van paragraaf 1 ook leerplichtigen die, behalve in geval van huisonderwijs, niet zijn ingeschreven in een school als vermeld in paragraaf 1, of die zijn ingeschreven maar die de school niet regelmatig bezoeken. Die begeleiding heeft tot doel leerplichtigen opnieuw in te schakelen in het onderwijsproces zodat ze opnieuw voldoen aan de bepalingen over de leerplicht. | 5 | § 3. In het kader van de controle op de leerplicht begeleiden de centra in afwijking van paragraaf 1 ook leerplichtigen die, behalve in geval van huisonderwijs, niet zijn ingeschreven in een school als vermeld in paragraaf 1, of die zijn ingeschreven maar die de school niet regelmatig bezoeken. Die begeleiding heeft tot doel leerplichtigen opnieuw in te schakelen in het onderwijsproces zodat ze opnieuw voldoen aan de bepalingen over de leerplicht. |
| 4 | § 4. Leerplichtigen die huisonderwijs volgen, kunnen zich, al dan niet samen met hun ouders, aanmelden bij een centrum voor de kernactiviteiten onthaal en vraagverheldering. | 6 | § 4. Leerplichtigen die huisonderwijs volgen, kunnen zich, al dan niet samen met hun ouders, aanmelden bij een centrum voor de kernactiviteiten onthaal en vraagverheldering. |
| 1 | De leerlingen van de GI-school worden niet meegerekend bij de berekening van het werkingsbudget van de CLB’s volgens de bepalingen van dit decreet. |
| 1 | De leerlingen van de GI-school worden niet meegerekend voor de berekening van de omkaderingsgewichten van de CLB’s volgens de bepalingen van dit decreet. |